‘Vaak gingen ze met een kruiptentje naar Frankrijk en Spanje, vier weken, en zonder kinderen’

1 dag geleden 3

„Mijn moeder had hier, ergens in de jaren vijftig, een prullenmand op haar hoofd. We hebben er later erg om gelachen. Ze hadden elkaar net na de Tweede Wereldoorlog ontmoet, in Voorschoten, op een verjaardag van mijn tante. Ze waren meteen verkikkerd op elkaar.

Godzijdank hadden ze de oorlog overleefd, en dat was niet vanzelfsprekend. In die tijd ging mijn moeder op een fiets met houten banden regelmatig naar het oosten van het land om eten te halen. Eén keer werd ze staande gehouden door twee Duitsers die haar fiets wilden confisqueren. Maar ze fietste snel door en hoorde geweerschoten – waarschijnlijk in de lucht.

Mijn vader was als technisch ingenieur opgeleid en werd in de oorlog tewerkgesteld in het Roergebied. Daar is hij weggevlucht; samen met een maat liep hij helemaal naar de Belgische kust, en van daar maakten ze de oversteek naar Engeland. Hij volgde daar een vliegopleiding, onder meer in Spitfires, maar de oorlog was al bijna voorbij zodat hij geen missies meer vloog. Enkele jaren na de oorlog werd hij luchtmachtpiloot bij het 323 Squadron in Leeuwarden. Daar vlogen ze aanvankelijk met een Britse straaljager, de Gloster Meteor.

Mijn moeder was pianolerares en ik hoor haar nog steeds in mijn gedachten oefenen als we ’s avonds in bed lagen.

Samen gingen ze vaak met een klein ‘kruiptentje’ naar Frankrijk en Spanje. Ze hielden het simpel: ze zetten hun tentje op bij een boer, waar ze nog wel eens wegspoelden door zware regenval. Mijn drie zussen en ik, hun enige zoon, werden dan naar mijn tante in Rockanje op vakantie gestuurd. Mijn familie had daar een boerderij vlak aan zee. We hadden er steeds een geweldige tijd maar waren ook weer blij als onze ouders ons vier weken later kwamen ophalen.

Mijn ouders zijn heel oud geworden en vlak na elkaar overleden. Ik koester hun gedachtegoed dat in je leven simpele dingen heel belangrijk en voldoende zijn.”

Lees het hele artikel