„Ze zaten met z’n honderden opgepropt in de vrachtwagen. Niemand wist waar ze precies naartoe gingen, allemaal hoopten ze dat het straks beter zou worden.”
Abel rijdt vrachtwagens vol varkens naar de slacht. Hij heeft zichzelf aangeleerd niet al te zeer bezig te zijn met zijn lading of zijn geweten. Tot hij een kopje koffie haalt bij een tankstation en hij een klein roze varkentje buiten de wagen vindt. „De big had bloed aan zijn poot, een scheur in zijn oor en hij zat als een hondje op zijn achterwerk. Hij keek Abel een beetje verward aan met zijn blauwe ogen. Alsof hij zelf niet helemaal snapte hoe hij hier terecht was gekomen.” Abel kan het dier niet terugplaatsen zonder de laadklep te laten zakken en alle varkens te bevrijden. En zo belandt Olle op de bijrijdersstoel.
Janneke Schotveld weet de big maar al te menselijk en vertederend neer te zetten in haar nieuwe boek Abel en Olle, een relaas over de bio-industrie. Ze schuwt daarbij niet de naakte waarheid te vertellen. Zo draagt Olle net als alle andere biggetjes en varkens een tag in zijn oor. „Nlbz9480-004 stond erop. Hij wist wat dat betekende. Het land van herkomst, de naam van de stal en het nummer van de big. Waar lieten ze die dingen eigenlijk na afloop?” Dat is een nare vraag, want al heeft zijn moeder hem nog zozeer beloofd dat ze naar het land van Stro en Modder gaan, „na afloop” verwijst naar de onvermijdelijke slacht die Olle en al zijn medevarkentjes te wachten staat.
Er zijn genoeg activistische kinderboeken. Meestal schieten ze mis omdat ze met een megafoon naar hun doel roepen: „Ik kom eraan! Wee je gebeente als je niet hetzelfde denkt als ik!”, maar Schotveld heeft goed nagedacht over de toon waarmee ze haar verhaal vertelt en de manier waarop. Door de big de naam Olle te geven, begint hij voor de lezer te leven. Hij én alle andere biggen, ook degene die al als hamlapjes, karbonades en schnitzels in het supermarktschap liggen.
Te expliciet?
Olle is teder, lief, eigenwijs en een kind. Hij is bovendien een big vol verhalen. Abel mist keer op keer de afslag naar het slachthuis omdat hij wil horen hoe het verhaal afloopt dat Olle hem vertelt. Schotveld gebruikt daarvoor verhalen over varkens uit de werkelijkheid, zoals dat van het varken Pigcasso die behoed werd voor de slacht en zijn leven verder schilderend doorbracht, maar ze speelt ook leentjebuur bij haar eigen fictiewerk. Tot tweemaal toe laat ze Olle een sprookje vertellen dat ze eerder publiceerde in een bundel. Het is een grappige manier om met intertekstualiteit te spelen. Bij elk verhaal moet Abel beslissen of hij de afslag naar het slachthuis neemt of nog een rondje maakt en dat creëert spanning.
Schotveld schrijft vaker over dierenrechten. Ze groeide op een zorgboerderij op en is vegetariër sinds zij op haar achtste tijdens een vakantie in Frankrijk geconfronteerd werd met intensieve veeteelt. Dit thema lijkt ook een autobiografisch lijntje te hebben. Langzaam werkt ze toe naar de vraag wat het betekent om de keuze te maken vegetariër te zijn. Wat het uitmaakt in het grotere geheel. Jammer is dat het in de laatste hoofdstukken erg expliciet en in het verlengde daarvan belerend wordt, terwijl Schotveld het daarvoor zo mooi aan de lezer overliet om een conclusie te trekken.
Het precies uitleggen hoeveel varkens op welke wijze worden geslacht zal bovendien voor sommige lezers wat veel zijn en je kunt je afvragen of het echt nodig is, maar Abel en Olle wil nu eenmaal een eerlijk verhaal zijn over hoe hamlapjes ontstaan, over de vriendschap tussen een man en zijn big en wat er belangrijk is in de relatie tussen mens en dier. Als vleeseter krab je jezelf achter de oren.


:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/taxonomy/06b57cb-AanZet_itemafbeelding.png)



/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/06115015/060526CUL_2032604031_medusaDRAGEND.jpg)



English (US) ·