Acute hersenschade na koppen? ‘Al bij twee à drie kopballen zijn significante verschillen te zien’

4 dagen geleden 2

Dat profvoetballers een verhoogd risico lopen op hersenletsel (en daardoor mogelijk op dementie), daar waren wetenschappers het al over eens. Schotse onderzoekers constateerden in 2019 dat voetballers een 3,5 keer grotere kans hebben op dementie. Zweedse wetenschappers trokken in 2023 een soortgelijke conclusie. En in Nederland werd één keer een oorzakelijk verband vastgesteld tussen koppen en hersenbeschadiging: bij voormalig Sparta-speler Wout Holverda, die door de vele kopballen in zijn carrière leed aan ernstige dementie.

Toch was de directe link tussen koppen en hersenschade nog nooit gelegd. Ook wist de wetenschap weinig over amateurvoetballers. Tot nu: uit maandag gepubliceerd onderzoek van Amsterdam UMC blijkt dat amateurvoetballers die tijdens een wedstrijd koppen, direct na de wedstrijd meer stoffen in hun bloed hebben die kunnen wijzen op acute hersenschade dan ervoor. 302 mannelijke amateurvoetballers werden tijdens deelname aan een voetbalwedstrijd onderzocht, in totaal werden elf wedstrijden gespeeld.

Bewegingswetenschapper Marloes Hoppen, die het onderzoek coördineerde, had niet zomaar gerekend op schadelijke effecten. „Maar nu blijkt: al bij twee à drie kopballen zijn significante verschillen te zien. En hoe meer kopballen en hoe harder, hoe groter de effecten.”

Waarom dit specifieke onderzoek?

„Het is heel lastig om voetballers hun hele carrière te volgen, wat nodig is om een direct verband te leggen tussen het aantal kopballen en het risico op dementie. Daarom hebben wij naar de acute effecten van koppen gekeken. We kunnen niet zeggen wat onze huidige resultaten op de lange termijn betekenen. Maar dat we deze link hebben aangetoond, is belangrijk in het grotere plaatje waarin we proberen uit te zoeken of en hoe koppen bijdraagt aan onder andere dementie.”

Amateurvoetballers koppen gemiddeld minder vaak dan profs. In hoeverre is het onderzoek relevant voor het amateurvoetbal?

„Wij waren juist benieuwd: moeten we ons ook zorgen maken om amateurvoetballers? In ons onderzoek kopt een speler gemiddeld twee keer per wedstrijd. Omdat de effecten er al zijn bij twee á drie kopballen, gelden de onze zorgen misschien niet alleen voor profvoetballers.”

De Gezondheidsraad, een onafhankelijk adviesorgaan van het ministerie van VWS, pleitte afgelopen jaar op basis van internationale onderzoeken voor veel minder kopballen – in het prof- en amateurvoetbal. De Nederlandse Sportraad adviseerde daarop een kopverbod voor kinderen tot en met twaalf jaar. De KNVB ging in nieuwe koprichtlijnen minder ver. De bond adviseerde teams onder meer vaker te trainen op een „verantwoorde koptechniek” en een maximaal aantal kopballen per training – jeugdspelers niet meer dan twaalf.

Volgens de Gezondheidsraad bestaat er niet zoiets als een ‘verantwoorde koptechniek’. Hoe kijkt u daar na dit onderzoek naar?

„Wij hebben niet gekeken naar hóé er werd gekopt en of dat op een ‘juiste’ manier ging. Het is ook niet wetenschappelijk vastgelegd wat dat dan zou zijn. Vanuit de praktijk hebben trainers daar vast een beeld bij, maar het is niet duidelijk of deze koptechniek daadwerkelijk bijdraagt aan een verminderd risico op hersenschade.”

Lees ook

Het staat nu écht vast: koppen bij voetbal verhoogt de kans op dementie. Treft de KNVB ook maatregelen?

Een totaalverbod op kopballen zou drie op de vijf gevallen van dementie onder oud-profvoetballers kunnen voorkomen. Foto Maurice van Steen

Jullie deden dit onderzoek in samenwerking met de KNVB. Welke maatregelen zouden jullie adviseren?

„Een goed startpunt voor maatregelen zouden aanpassingen in de spelregels rondom high impact ballen zijn: ballen die meer dan twintig meter afleggen door de lucht, zoals doeltrappen en corners. Die ballen niet meer koppen, helpt in het verminderen van risico op acute schade.”

„We denken zelf bijvoorbeeld wel eens na over een doeltrap die eerst moet stuiteren, voordat je de bal met het hoofd zou mogen raken. Maar beleid maken is aan voetbalorganisaties, zoals de KNVB.”

Bewegingswetenschapper Marloes Hoppen van het Amsterdam UMC: „Onze zorgen gelden niet alleen voor profvoetballers.

Prive-foto

Waarom richtte het onderzoek zich alleen op mannelijke amateurvoetballers?

„Een grootschalig onderzoek opzetten is toegankelijker in het mannenvoetbal, want er zijn meer spelers. Maar we hebben plannen om het onderzoek te herhalen bij vrouwen. Er is zeker reden aan te nemen dat de effecten bij vrouwen en mannen verschillen.”

Welk verdere onderzoek is nodig?

„We willen graag beter weten wat de acute effecten betekenen voor de langere termijn. Daarom zouden we graag het verloop over een heel seizoen in kaart brengen. En je zou in het profvoetbal nog directer kunnen kijken naar de mate van blootstelling aan kopballen tijdens een carrière en het risico op dementie na hun profcarrière. Dat kan; in het voetbal wordt nu zó veel gefilmd.”

„Het echte causale verband gaan we waarschijnlijk nooit vastleggen. Het is onhaalbaar om kinderen die nu beginnen met voetballen tot hun overlijden te volgen en dan hun hersenen te onderzoeken. En om álle kopballen in hun leven bij te houden. Maar door de optelsom van alle studies, vallen de puzzelstukjes steeds verder in elkaar.”

Lees het hele artikel