Als het misgaat, moeten Nederlandse F-35’s Japan te hulp kunnen schieten

1 dag geleden 2

„Het is de eerste keer dat wij Nederlandse F-35-gevechtsvliegtuigen hier mogen ontvangen”, zegt generaal Takehiro Morita van de Japanse luchtmacht op de luchtmachtbasis Misawa, in het noorden van Japan. „We heten jullie van harte welkom.” Commandant Koninklijke Lucht-en Ruimtestrijdkrachten, André Steur, antwoordt hartelijk: „We staan samen, we schrikken samen af en we vechten samen.”

Ook de naam van de gezamenlijke militaire oefeningen die in Misawa plaatsvinden, waaraan ook de Verenigde Staten meedoen, verwijst naar de samenwerking met Nederland: Kazaguruma Guardian – ‘windmolenbeschermer’. Na handdrukken, een fotomoment en een omhelzing voor de geparkeerde gevechtsvliegtuigen oogt het vooral als een vriendelijke visite.

Maar het doel is minder vrijblijvend. „We oefenen luchtgevechten en aanvallen op gronddoelen”, legt commandant Steur uit. Achter hen staan de toestellen in een rij opgesteld, klaar voor vertrek. Alleen een klein embleem van de Koninklijke Luchtmacht op de staart verraadt welke toestellen Nederlands zijn. Het motorgeronk zwelt aan tot een oorverdovend geluid, waarna de toestellen in korte opeenvolging met grote snelheid opstijgen.

Noord-Koreaanse raketten

Japan, lange tijd bekend om zijn pacifistische houding, werkt aan de grootste militaire opbouw in tachtig jaar. Het defensiebudget steeg in 2024 tot ruim 8.000 miljard yen (ongeveer 43 miljard euro), een toename van meer dan 20 procent in één jaar. Tokio mikt uiteindelijk op ruim 2 procent van het bbp, boven de NAVO-norm.

Volgens de Japanse regering is die koerswijziging noodzakelijk, vanwege „de meest complexe veiligheidsomgeving sinds de Tweede Wereldoorlog”: het nabije Noord-Korea test met regelmaat raketten die in de richting van Japan worden afgevuurd, terwijl China en Rusland hun militaire aanwezigheid in omliggende zeeën opvoeren.

Daarbij varen Chinese en Russische schepen, ook steeds vaker gezamenlijk, onder andere door de Straat van Tsugaru, een strategische vaarroute tussen Hokkaido en het Japanse hoofdeiland, op korte afstand van vliegbasis Misawa.

De recente ontmoeting tussen de Japanse premier Sanae Takaichi en Donald Trump liet bovendien zien hoe fragiel de relatie is met de belangrijkste bondgenoot, de Verenigde Staten. Takaichi wist de Amerikaanse president te paaien met economische toezeggingen en complimenten, terwijl zij militaire betrokkenheid in de Golfregio ternauwernood wist te vermijden.

Lees ook

Japanse premier Takaichi wil Trump toch helpen in Straat van Hormuz

De Amerikaanse president Donald Trump ontving de Japanse premier Sanae Takaichi donderdag in het Witte Huis voor een bezoek waar vooraf met spanning naar werd uitgekeken.

Maar Trump klaagt al langer dat Japan te weinig bijdraagt aan de gezamenlijke veiligheid, en eist meer militaire inzet en defensie-investeringen. Dat voedt in Tokio onzekerheid over de Amerikaanse bescherming, dat nu hard bezig is ook andere bondgenoten te vinden. Het land zoekt daarom nadrukkelijker samenwerking met Europese partners, die als politiek stabieler worden gezien. Waaronder dus Nederland.

Amerikaanse, Japanse en Nederlandse militaire vliegtuigen doen een zogenaamde ‘flyover’ tijdens een gezamenlijke oefening in Misawa, in het noorden van Japan.

Foto Gavin Hameed/U.S. Air Force

Afschrikking door samenwerking

Volgens commandant Steur draait de oefening om afschrikking. „We proberen een conflict te voorkomen door te laten zien dat we goed samenwerken met onze partners. Het idee is dat potentiële tegenstanders dan denken: daar moeten we geen oorlog mee willen.”

Tegelijk betekent die samenwerking ook dat een échte gezamenlijke militaire inzet niet wordt uitgesloten. „Als het misgaat en die afschrikking faalt, moeten we als één team kunnen vechten”, aldus Steur. Het is een signaal dat Japan met open armen ontvangt.

Volgens luitenant-kolonel Pascal Smaal, die het detachement leidt, verloopt de samenwerking „naadloos”. Op zijn borst draagt hij een patch met de Japanse vlag en zijn ‘call name’ Smiley, op zijn schouder een embleem van de F-35. „We vliegen in identieke toestellen, werken met vergelijkbare procedures en kunnen hier gebruikmaken van lokaal materieel.”

Volgens Smaal is dat een van de belangrijkste lessen van de oefening. „We kunnen met relatief weinig mensen en middelen hiernaartoe vliegen. Voor mijn eenheid is het belangrijk dat we als klein detachement wendbaar zijn en overal ter wereld ingezet kunnen worden.”

Ook dus in Oost-Azië, bevestigt Steur. „In onze beleidsdocumenten staat dat Defensie zich niet alleen moet richten op Europa en de NAVO. We moeten ook kunnen bijdragen aan stabiliteit in andere regio’s, waaronder de Indo-Pacific.”

Dat Nederland zich nadrukkelijker op de regio richt, is relatief nieuw. Pas in 2020 presenteerde de regering voor het eerst een Indo-Pacific-strategie, waarin het beschermen van de economische belangen centraal staat.

Dat hangt uiteraard samen met het feit dat ongeveer een vijfde van de wereldhandel via de Straat van Taiwan loopt. „Als de spanningen hier oplopen, zullen de gevolgen zich onmiddellijk in Europa laten voelen”, zegt Steur. „Dus ook in Nederland.”

Spanningen met China

De oefening valt samen met een flinke verslechtering van de Japanse betrekkingen met China. Premier Takaichi had gesuggereerd dat Japan mogelijk militair betrokken zou kunnen raken bij een conflict rond Taiwan. Beijing reageerde fel.

Lees ook

Japan bereidt zich stilletjes voor op Taiwan-crisis

De Japanse minister van Defensie Shinjiro Koizumi (tweede van rechts) en zijn Australische collega Richard Marles (rechts) bekijken een Patriot-raketinstallatie. Marles was op 7 december in Tokio temidden van spanningen tussen Japan en China over Taiwan.

China is dus ook niet blij met meer militaire samenwerking tussen Japan en Europese landen, en ziet de groeiende nadruk die Westerse landen leggen op de ‘Indo-Pacifische’ regio – een term die het strategisch belang van de regio’s rond de Indische en de Stille Oceaan met elkaar verbindt – als machtsmiddel van de Verenigde Staten en zijn bondgenoten om China’s opkomst in de regio in te perken. China zelf blijft de term ‘Aziatisch-Pacifische regio’ gebruiken, om te benadrukken dat niet-Aziatische landen er een beperkte rol moeten hebben.

In een schriftelijke reactie op een vraag van NRC over de Nederlandse deelname aan de militaire oefening in Japan, stelt het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken dat China „waakzaam blijft tegen elke poging om onrust te stichten” in de Aziatisch-Pacifische regio en roept het „betrokken landen” op om zich te richten op activiteiten die de regio stabiel houden.

Met medewerking van Tabitha Speelman in Beijing

Lees het hele artikel