Cannes heeft dit jaar geen verrassende, maar wel een verdelende winnaar. Het drama Fjord won zaterdagavond de Gouden Palm, de hoofdprijs op het meest prestigieuze filmfestival ter wereld. De Roemeen Cristian Mungiu is daarmee slechts de tiende regisseur die tweemaal de Gouden Palm won: in 2007 kreeg hij de prijs voor zijn abortusdrama 4 Months, 3 Weeks and 2 Days.
Fjord volgt een vroom Roemeens-Noors stel (Sebastian Stan en Renate Reinsve) dat aan een idyllische fjord gaat wonen, maar al snel in de problemen komt met de Noorse autoriteiten. Ze mishandelen hun kinderen, vinden de progressieve Noren: ze gebruiken lijfstraffen en leren hen dat homoseksualiteit niet pluis is. Maar de Gheorghiu’s beroepen zich op vrijheid van cultuur en geloof: dat zou toch moeten gelden in Noorwegen? Het leidt tot een waardenbotsing die wordt uitgevochten in de hoogste regionen van het gerecht én het gepolariseerde medialandschap.
De film viel bij enkele critici verkeerd: beweert Mungiu hier nu dat Noorwegen, ondanks al haar progressieve waarden, tóch dogmatisch een cultuur afdwingt bij buitenstaanders? Tijdens een persconferentie in Cannes was Mungiu strijdbaar. Hij ziet twee groepen die ‘zo ver geradicaliseerd zijn’ dat er geen middenweg meer gevonden kan worden. Dit verhaal baseerde hij op extensief onderzoek.
Fjord zal nog wel meer ophef veroorzaken – de film is, weet ook Mungiu, gedoemd te worden gekaapt door radicaalrechtse groepen met een slachtoffercomplex. Maar alleen daarom is het al een van de interessantste en spraakmakendste films van het jaar. De film won ook de FIPRESCI-persprijs.
Minotaur
De selectie van het filmfestival van Cannes imponeerde dit jaar iets minder dan die van 2025, met latere Oscarkandidaten als Sentimental Value, It Was Just an Accident en The Secret Agent. Dat kwam niet alleen omdat Amerikanen het festival dit jaar grotendeels oversloegen, ook omdat oude meesters als Asghar Farhadi, Pedro Almodóvar en Hirokazu Kore-eda teleurstelden. Maar in de loop van het festival gingen er genoeg films in première die ongetwijfeld door zullen stromen naar de Oscars.
Zoals Minotaur, winnaar van de Grand Prix (tweede prijs) van het festival. De thriller was een triomfantelijke terugkeer voor Ruslands belangrijkste dissidente regisseur, Andrej Zvjagintsev, die negen jaar geleden de juryprijs won voor Loveless. In 2022 stierf Zvjagintsev bijna aan Covid in een kliniek in Hannover; zijn longen waren voor 90 procent beschadigd en hij voelde zijn ledematen niet meer. In het ziekenhuis hoorde hij van de Russische invasie in Oekraïne, die in zijn nieuwste film een hoofdrol speelt.
Minotaur is een herwerking van Claude Chabrols thriller La Femme infidèle (1969), maar verplaatst naar een Russisch provinciestadje tijdens de begindagen van de „speciale militaire operatie” in Oekraïne. Zakenman Gleb komt erachter dat zijn vrouw een affaire heeft; ondertussen moet hij veertien werknemers naar het front sturen van de burgemeester. Zvjagintsev zet Rusland meedogenloos neer: misdadig, ontgoocheld en verlamd van angst.
Fatherland
Zo gingen de belangrijkste prijzen van het festival naar de twee meest contemporaine films. De rest van de belangrijke prijzen ging naar historische films – een trend op het festival dit jaar.
De scenarioprijs ging naar oorlogsfilm A Man of His Time (Notre Salut). Hierin ziet de door ambitie verblinde Henri Marre kansen in het door Nazi’s bezet Frankrijk en bemachtigt een baantje bij het Vichy-regime. De regieprijs werd toegekend aan twee films – de jury kon dit jaar niet kiezen. De Poolse regisseur Paweł Pawlikowski won voor zijn bejubelde Fatherland, een elegante, minimalistische zwartwitfilm over de Duitse Nobelprijswinnaar Thomas Mann, die in 1949 met zijn dochter Erika van West- naar Oost-Duitsland reist. Terwijl Mann afstandelijke, intellectuele speeches houdt over Goethe, wordt rondom hem een nieuw machtsevenwicht gezocht en worstelt zijn verslaafde en verbitterde zoon met de schaduw van zijn gelauwerde en narcistische vader.
De andere winnaars waren de Spaanse regisseurs Javier Ambrossi en Javier Calvo, voor het ambitieuze Spaanse La Bola Negra. Het was de verrassing van deze editie. Na afloop van de première kreeg de film een staande ovatie van zestien minuten: het langste applaus van het festival.
De film verweeft op ingenieuze wijze verhaallijnen over de Spaanse Burgeroorlog en Spaanse queerpersonages in 1932, 1937 en 2017. Rode lijn is een onafgewerkt toneelstuk van de Spaanse dichter en toneelschrijver Federico García Lorca. Na al het uitgebeende drama dat de hoofdcompetitie te bieden had, kwam deze schaamteloos romantische film binnen als een mokerslag. Queer verhaallijnen doken trouwens dit jaar in talloze films op. De jury van de Queer Palm, de prijs voor een film met LGBTQ+ of feministische thema’s, kon uit een recordaantal van 21 films kiezen.
De prijs voor beste acteur ging tot veler verrassing naar de hoofdrolspelers van queeroorlogsfilm Coward, in plaats van naar favoriet Javier Bardem die héél overtuigend een giftige vader neerzette in The Beloved.
Coward, van de Belgische regisseur Lukas Dhont, speelt zich af tijdens de Eerste Wereldoorlog, waar de loopgraven naast enorme gruwel, ook een soort vrijheid bieden voor twee jonge mannen. Ze mogen er tijdelijk werken aan (drag-)voorstellingen om het moraal van hun medesoldaten op te krikken. Acteurs Emmanuel Macchia en Valentin Campagne sprongen elkaar tijdens de ceremonie – zoals zo vaak in de film – emotioneel in de armen.
Oók de prijs voor beste actrice ging naar twee personen. Virginie Efira en Tao Okamoto wonnen ‘m gezamenlijk voor Soudain, waarin zij de koppige directrice van een verzorgingstehuis en een terminaal zieke Japanse theaterauteur spelen. De film volgt in ruim drie uur hun ontluikende vriendschap en gesprekken over filosofie tot kapitalisme.
De baret van Travolta
Als Europeanen massaal films over de Wereldoorlogen gaan maken, dan weet je dat er iets aan de hand is. Veel critici zagen parallellen met het heden in de historische films van dit jaar. Daarmee was er veel politiek tijdens deze editie van Cannes. Ook buiten het scherm: acteur Sebastian Stan bekritiseerde Donald Trump, actrice Cate Blanchett beklaagde de vroege dood van #MeToo, en tijdens de slotceremonie was er aandacht voor slachtoffers in Libanon en Gaza. Maar lang werd het festival niet overgenomen door politiek. In de eerste week ging het meer over de baret van John Travolta dan over de geringe hoeveelheid vrouwen in de hoofdcompetitie.
Uiteindelijk was het door een binnengevecht in de filmindustrie dat het festival wel in een strijdveld veranderde. De topman van Frankrijks grootste filmfinancierder, Canal+, kondigde op het festival aan dat hij „niet langer wil samenwerken” met de ondertekenaars van een open brief die kritiek uit op de groeiende invloed van radicaal-rechts in de Franse filmindustrie. Als het doorgevoerd wordt zal het gigantische gevolgen hebben voor Franse filmmakers. Volgend jaar geen Franse films op de Croisette?


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/23162036/230526VER_2033951100_Mos.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/23173057/230526VER_2033949564_BilgiWEB.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/22093136/230526FOT_2033913781_cannesinbeeld.jpg)






English (US) ·