De Biënnale van Venetië wordt overschaduwd door politieke spanningen – wat doet dat met de kunst?

1 dag geleden 3

Direct na de opening op woensdagochtend begint het. Eerst barst roze rook los en verschijnen leden van de Poetin-kritische, feministische actiegroep Pussy Riot met hun roze bivakmutsen op. Later in de middag komen de demonstranten die voor het Russische paviljoen scanderen: ‘Russia not welcome’. Helikopters cirkelen, een bataljon Italiaanse politieagenten staat aan de zijlijn, schilden aan de voet.

Bínnen in het paviljoen van Rusland, een paar meter verderop, lijkt het ondertussen alsof er niets aan de hand is. Proseccoflessen staan opgesteld voor de officiële opening, de kunstinstallaties bestaan uit lieflijke bloemen en een video van een verstild ijslandschap, een muziekperformance van folkloregezang begint, die later uitmondt in een danceparty vol jonge Russen.

Dit contrast tekent deze opening van de 61ste Biënnale van Venetië, de oudste en bekendste tentoonstelling ter wereld voor beeldende kunst. Er was een tijd dat de grote opwinding van de Biënnale erin zat dat de commercie oprukte, of dat het te veel een onderonsje van de kunstwereld zou worden. Maar deze keer is het anders, dit is een editie waarin politiek alles overstemt – zelfs in de officiële toespraken.

Op de openingspersconferentie houdt de Biënnale-voorzitter Pietrangelo Buttafuoco een gloedvol betoog dat het als een daad van „dapperheid” moet worden gezien dat zijn bestuur Rusland liet deelnemen; hij wilde geen „censuur” of „preventieve uitsluiting” toepassen zoals zijn critici eisten. Even later staat de Nederlandse minister van OCW, Rianne Letschert (D66), voor het Nederlandse paviljoen, en spreekt zich in bijzijn van koning Willem-Alexander al even gloedvol juist wél uit tegen de deelname van Rusland aan deze Biënnale.

Geopolitieke spanningen

Helemaal nieuw is dit soort geopolitieke onrust natuurlijk niet. Je zou kunnen zeggen dat het al in de opzet van de Biënnale als landenexpositie is voorgeprogrammeerd. In 1895 begon de expositie nog met een paar westerse landen zoals Nederland, maar inmiddels presenteren zich hier meer dan negentig landen via hun uitverkoren kunstenaars aan de wereld. Vaak wordt daarom ook wel de vergelijking met de Olympische Spelen gemaakt, of deze weken met het Songfestival: een concept van verbroedering en van competitie tegelijk, waar steeds ook weer geopolitieke spanningen de stemming kunnen bepalen.

Kunstenaar Dries Verhoeven heeft zich in een militair tenue gekleed, als om zijn algehele kritiek op de Biënnale te onderstrepen

Maar dit jaar komen er wel erg veel bij elkaar. Bij de opening van het Nederlandse paviljoen heeft kunstenaar Dries Verhoeven zich in een militair tenue gekleed, als om zijn algehele kritiek te onderstrepen. Hij is tegen deelname van Rusland, tegen die van Israël, zoals veel andere deelnemers ook. Maar daarmee houden de spanningen niet op. De deelnemende Verenigde Staten zijn tenslotte ook in oorlog, Iran heeft zich inmiddels teruggetrokken. En dan is er ook nog Zuid-Afrika dat zijn Israël-kritische kunstenaar niet heeft willen laten deelnemen.

Dit soort geopolitieke spanningen op deze editie werden nog eens aangewakkerd door de politieke polarisatie die dwars door de organisatie zelf loopt. De rechtse voorzitter Buttafuoco, aangesteld door de Italiaanse premier Meloni, staat de deelname van Rusland en Israël toe, maar wordt openlijk bekritiseerd door kunstenaars en curatoren die overwegend progressief-liberaal zijn. Op vrijdag is er een staking van Biënnale-medewerkers tegen de deelname van Israël aangekondigd.

Je zou deze nationale focus haast een verbijsterend anachronisme willen noemen, gezien het internationale karakter van de hedendaagse kunst, maar wel eentje met grote gevolgen voor hoe je naar de kunst kijkt. Bij het paviljoen van Israël heeft kunstenaar Belu-Simion Fainaru in een hal een bassin met zwart water neergezet, waarin een sproeisysteem rimpelingen in het zwarte oppervlak laat ontstaan. Fainaru zegt hiermee te verwijzen naar de dichter Paul Celan en naar de Joodse Kabbala-mystiek. Maar in een gesprek met het Duitse weekblad Der Spiegel vertelt hij dat bezoekers hem hebben bekritiseerd dat hij hier water laat vloeien, terwijl er in Gaza nauwelijks water is.

Bezoekers hebben de Israëlische kunstenaar Fainaru bekritiseerd dat hij hier water laat vloeien, terwijl er in Gaza nauwelijks water is

De naties staan op de Biënnale voorop, en dus bekijken de bezoekers de kunst met hun blik op die natie. De bloemen in het Russische paviljoen blijken door de kunstenaars bedoeld als een kritiek op de commerciële vermarkting ervan, maar buiten vinden de demonstranten juist dat met dit soort installaties „oorlogsmisdaden worden schoongewassen”.

Met dit soort heftige spanningen openbaart zich echter ook een intrigerende uitdaging voor deze Biënnale. Want de politieke debatten geven ontegenzeggelijk ook een soort maatschappelijke urgentie aan de expositie. Maar als het geopolitieke stof neerdaalt, wat blijft er dan over?

In het paviljoen van Israël heeft kunstenaar Belu-Simion Faina een bassin gevuld met zwart water.

Foto MARCO BERTORELLO/ AFP

De langste rij

Het is dinsdagochtend 11 uur, als Klaus Biesenbach, directeur van de Neue Nationalgalerie in Berlijn, als een van de eersten met glinsterende ogen het paviljoen van Oostenrijk binnenloopt, gevolgd door de rest van de rij, die deze openingsweek alleen maar langer lijkt te worden. De stromen bezoekers komen voor de performance van Florentina Holzinger, choreograaf en regisseur, nu voor het eerst deelnemer van een kunsttentoonstelling.

Met getrokken smartphones staat het kunstpubliek voor haar performance Seaworld Venice – ondanks het filmverbod vanwege de naakte performers. De performance begint met een naakte vrouw die als klepel een enorme klok laat klinken. Een tweede draait in een bassin op een waterscooter steeds wildere rondjes. Als middelpunt staat een naakte vrouw onbeweeglijk met een zuurstofmasker in een derde bak water. Ze wordt geflankeerd door twee gesloten wc’s waarin bezoekers worden uitgenodigd hun behoeftes te doen. Daarna wordt dit mengsel gezuiverd in een doorzichtige bak – die weer wordt teruggestort in de bakken met de performers.

De performance ‘Seaworld Venice’ voor het Oostenrijkse paviljoen.

Foto MARCO BERTORELLO/ AFP

Seaworld Venice is de week voorafgaand aan de opening zonder twijfel de bijdrage met de grootste buzz. En ja, precies daar ging het eigenlijk altijd om op de Biënnale, dit is waarom al die museumdirecteuren en curatoren zich in deze openingsweek hier laten zien: alleen uit Nederland al die van het Rijksmuseum, het Kunstmuseum Den Haag, en de directeur van het Rotterdamse Droom en Daad. De urgentie van het evenement zit hem van oudsher níét in de relletjes, maar in de belofte dat hier de kunsttrends van de toekomst te zien zullen zijn.

Maar deze keer, uitgerekend tijdens de grote verhitte politieke debatten van deze tijd, blijkt dat toch niet zo makkelijk: want wat zijn die grote trends, wat zijn de grote thema’s in de kunst van de komende jaren? Zeker, grote onderwerpen zijn er genoeg, en ze worden ook met lange tekstbordjes uitgelegd. Maar echt nieuw zijn er maar weinig: in het paviljoen van Engeland borduurt Lubaina Himid met haar schilderijen nog wat voort op het bekende thema ‘herkomst’. Als een van de weinigen snijdt Maja Malou Lyse in het Deense paviljoen het thema van de technologische dystopie aan, in een komisch-bizarre installatie over de rol van pornografie op de vruchtbaarheid.

Naast deze meer directe maatschappelijke thematiek zijn er opvallend veel verstilde natuurvormen te zien, die in ieder paviljoen ironisch genoeg ook weer iets anders betekenen, maar allemaal ‘iets met identiteit’ blijken te willen. Behalve Israël heeft ook Canada een bak met zwart water, al staat die dan niet voor de Kabbala maar voor „veranderende nationale beeldvorming”. Net als Rusland heeft ook India een installatie met bloemen, alleen zijn ze hier deel van een installatie over „thuis voelen in een wereld van ontworteling”. In het paviljoen van Duitsland zijn er lieveheersbeestjes van chocola op de muren aangebracht in een installatie over Oost-Duitse identiteit, terwijl een als mol verklede acteur in een film in het paviljoen van Tsjecho-Slowakije (dat staat nog op de gevel, hoewel het land al sinds 1993 niet meer bestaat) de nationale trauma’s onderzoekt.

Terwijl de ene deelnemer zich verliest in vorm zonder betekenis, schiet de ander door in zijn maatschappelijke boodschap

Op zoek naar de thema’s van de tijd openbaart zich daarmee steeds weer hoe precair het evenwicht in de kunst is: terwijl de ene deelnemer zich verliest in vorm zonder betekenis, schiet de ander door in zijn maatschappelijke boodschap. Zwitserland kiest dit keer wel erg letterlijk voor een onderzoek naar hoe het land met homoseksualiteit omgaat. De Spaanse kunstenaar Oriol Villanova buigt zich in een fascinerende installatie van gevonden ansichtkaarten over de collectieve herinnering – maar tegelijk vraag je je ook af: is dit die prikkelende vernieuwing die al die hierheen gereisde kunstprofessionals zoeken?

Misschien staat de langste rij van de openingsweek daarom wel voor de performance van choreografe Holzinger, de buitenstaander die de kunstwereld een nieuw type visuele prikkels biedt. Ook in haar werk gaat het om de natuur: om water in dit geval, dat als bron van leven én als plek van vervuiling een cruciale rol in het hedendaagse leven speelt. Maar te letterlijk is het niet, te verstild is het ook niet, en tegelijk gevuld met Holzingers bekende absurdistische zwarte humor.

Het irigami-hert van de Oekraïnse kunstenaar Zhanna Kadyrova bij de de ingang van het Giardini.

Foto Simone Padovani/ Getty Images

Origami-hert op reis

Op deze 61ste editie lijkt de kunst nog eens extra te moeten concurreren met de prikkels erbuiten: deze keer is de grote concurrent niet alleen de schoonheid van Venetië, maar ook het bombast van de politieke spanningen. In de verhitte context van deze Biënnale kan álles zomaar politiek worden, het kan de blik bepalen, het precaire evenwicht tussen vorm en inhoud doen omslaan – al kan een deelnemer precies die context natuurlijk ook weer handig gebruiken.

Bij de ingang van het Giardini-terrein staat een open oude vrachtwagen; je loopt er bijna langs, een beetje verscholen onder een boom staat hij. Er boven hangt een beeld van een hert aan een hijskraan. Het beeld heeft de vorm van een papieren gevouwen origami-hert, maar het is gemaakt van metaal en is 2,5 meter hoog. Het precieze verhaal van zijn betekenis wordt echter pas duidelijk in een klein kamertje in de tentoonstellingsruimte Arsenale, op de eerste verdieping ver weg van dit hoofdpodium, waarin zich het paviljoen van Oekraïne bevindt.

Hier is een reeks video’s te zien over de herkomst van dit hert: het werd in 2019 in een Oekraïense stad geplaatst op een plek waar ooit een Sovjet-vliegtuig had gestaan dat ook nucleaire bommen kon afwerpen. Door de oorlog werd het hert gedwongen zich te verplaatsen, op het kleine vrachtwagentje heeft het afgelopen weken zesduizend kilometer door heel Europa afgelegd, om uiteindelijk op de Biënnale van Venetië bij de ingang te worden gezet.

Daar hangt hij nu, aan een kraan getakeld, te wachten op zijn definitieve sokkel, die hij misschien nooit zal krijgen. Het is een politiek statement over het lot van Oekraïne, zeker, maar in zijn papieren lichtvoetigheid zou je het toch ook poëtisch kunnen noemen – al is het op een wrange manier.

De context bepaalt hier alles: nog geen vijftig meter verderop staat het bataljon politieagenten voor het paviljoen van Rusland. De danceparty binnenin gaat er in de middag gewoon door, terwijl ook het geluid van de patrouillerende helikopters erboven doordreunen.

Lees het hele artikel