De hemel is een plek die in de Michelingids vast drie sterren zal krijgen

2 uren geleden 1

„Nu ga ik, zoals dat heet, naar God”, zei mijn moeder terwijl de laatste handelingen voor de sedatie werden aangewend. Ongelovig als ze was, dacht ze dat dit een geschikt moment was om een grapje te maken tegenover haar man en vier kinderen aan het bed. „Hij ontvangt je vast met open armen”, antwoordden we om voor de zekerheid nog iets af te dwingen, voor het geval ze zich haar hele leven had vergist in de mogelijkheid van een hiernamaals. „Dat denk ik niet”, mompelde ze en viel in slaap. Het riep de vraag bij me op over wat voor hemel we het eigenlijk hadden als zelfs zij er niet welkom zou zijn.

De vraag hoe de hemel eruitziet is natuurlijk verre van origineel en misschien zelfs een beetje kinderachtig, maar omdat het zaterdag Maria Hemelvaart is, mag het wel even. Zolang als er een God bestaat, is het namelijk niet alleen de vraag hoe hij of zij eruitziet, maar ook wil je graag weten waar deze en gene straks worden ontvangen.

Via de ‘Hemelvaart van Maria’ krijgen we dankzij Francesco Botticini (1446-1498) een glimp van de hemel. Zijn voorstelling ervan in 1475 toont een hemel in negen koren met Maria en Jezus in het midden, vergelijkbaar met de zeven hemelen van de islam waar Mohammed is weergegeven als een gouden vlam. Beide voorstellingen maken een wat hiërarchische indruk. De onderwereld Doeat, bij de oude Egyptenaren, lijkt eveneens enorm geordend en hiërarchisch, maar daarbij vraag je je dan weer af of dat wel klopt: farao Cheops ontvluchtte juist de hemel omdat die wat hem betrof juist te weinig ordening bood. De Nederlandse dichter Leopold verwoordde het prachtig in zijn gedicht ‘Cheops’ (1915), als de farao door de hemelen meeloopt in een stoet, maar daar voor zijn gevoel alleen „woestenij en barre ledigheid” aantreft, waarna hij zich afzondert en terugkeert „tot het vertrouwdere, het ginds beschenen oeverland”.

Na de Middeleeuwen werd die hiërarchie weliswaar wat minder zichtbaar, maar nog steeds wordt er doorgaans iemand in afgebeeld die net wat te veel ruimte inneemt of iets te nadrukkelijk in het middelpunt staat: een element van voorkeursbehandeling behoud je dan toch. Goed, dat is nog altijd beter dan de hemel van de Grieken en de Romeinen die voor stervelingen niet eens haalbaar was, die moesten het doen met het Elysium, waar – als we de Romeinse dichter Vergilius mogen geloven – het weliswaar grasrijk was en waar je kon sporten (worstelen), maar die zich wel bevond ín de onderwereld. Een plek in het hoge hemelse rijk was voor de gewone sterveling niet haalbaar.

Francesco Botticini, ‘De Hemelvaart van Maria’, circa 1475-1476.

Collectie National Gallery Londen/beeld Getty Images

Voorkeursbehandeling

Zou een hemel zonder voorkeursbehandeling of hiërarchie wellicht uitmonden in eenzaamheid? Dat gevoel bekruipt je bij zowel ‘Man Walking to the Sky’ (1990) van Jonathan Borofsky (1942) waarin een mannetje fier over een buis naar boven loopt, als bij ‘Hemelhoog’ van Timon Hagen (1957). Het bescheiden mannetje bij Hagen past uitstekend voor wie twijfelt of er een hemel is en of je je er enige voorstelling bij kan maken. Hier staat een figuur in een instabiel omlijnd wolkje alsof hij op het punt staat op te gaan in de wolk zelf.

„Lieve God, ik weet waarom het zo is dat mensen doodgaan. Omdat u dan in de hemel niet zo alleen bent”, schrijft een twaalfjarig meisje in het boekje Hoe ziet de hemel eruit, God? (1997). Meerdere kinderen geven in dat boekje in hun brieven aan God een visie op zijn woonplaats. „Ik geloof dat je in de hemel niet meer precies op tijd naar bed hoeft”, schrijft een meisje van 9 jaar. Een ander weet zelfs zeker dat je in de hemel nooit meer naar bed hoeft. Voor wie graag uitslaapt, klinkt dat weinig hemels.

Erg aantrekkelijk is de kindervariant van de hemel ook niet in De Bijbel in 1001 blokjes, een met Lego geïllustreerde Bijbel. In deze hemel kan je drinken en druiven eten op een wolk van Lego, maar wie ziek is (zoals Lazarus) blijft als poppetje rode stippen op een naakt lichaam behouden – alsof de mazelen nooit overgaan. De Lego-hemel is bovendien, net als in veel oude verhalen over het hiernamaals, ook nog eens wraakzuchtig. Er wordt gescholden naar zondaren in de hel, waar je eeuwig brandt in een vuurzee van rood plastic. Wanneer de zondaren om vergeving roepen krijgen ze een ‘lekker puh’ terug. Zulke hemels maken een wat helse indruk.

Fragment uit ‘De Bijbel in 1001 blokjes’, waarin de bijbelverhalen met Lego worden uitgebeeld.

Drie Michelin-sterren

Het is gek dat het beeld van de hel vaak scherper is getekend dan dat van de hemel. Het is vast niet voor niets dat The Good Place uit de gelijknamige serie, waar nabestaanden een nieuw leven opbouwen in een utopisch dorpje (spoiler alert!), in feite de hel blijkt te zijn – waar in plaats van ijs alleen frozen yoghurt is, waar een van de ‘bewoners’ stelt: „Er is iets zo inherent menselijks aan het nemen van iets goeds en het dan een klein beetje verpesten zodat je er meer van kunt hebben.” Zo bezien lijkt er maar weinig voor nodig om iets tot een hel te maken.

In de beroemdste en meest uitgebreide beschrijving van hemel en hel, De goddelijke komedie van Dante Alighieri die hij begin 14de eeuw schreef, is de hel een stuk helderder omschreven. Wanneer Dante door de hel wandelt komt hij onder meer „zwaarbeproefde schimmen” tegen die „blauw van de kou tot aan hun gezicht in het ijs vastgevroren” zitten. De schimmen maken „klappertandend precies zo’n geluid als ooievaars met hun snavel”. Dante geeft tijdens zijn wandeling door die hellelaag iemand nog even een schop tegen het hoofd en rukt aan z’n nekharen, vanuit het idee dat dat gewoon kan. Er staan martelingen in waarbij de hel die Jheronimus Bosch begin 16de eeuw schilderde ronduit een paradijs is.

In ‘De goddelijke komedie‘ van Dante Alighieri staan martelingen waarbij de hel die Jheronimus Bosch begin 16de eeuw schilderde ronduit een paradijs is

Veel abstracter wordt het wanneer Dante bij zijn geliefde Beatrice in de hemel komt. Daar is een „rijk der waarheid” met een „licht dat de Schepper zichtbaar maakt voor de schepselen die alleen in het zien van Hem vrede vinden”. Hij beschrijft het deel van de hemel als „de vorm van een cirkel die zich zo ver uitbreidt dat de omtrek ervan zelfs nog voor de zon een te ruime gordel zou zijn. Datgene wat zich aan het oog vertoont, wordt gevormd door een stralenkrans die een weerkaatsing is van de buitenzijde van het Primum Mobile, dat aan dat licht ook zijn levenskracht ontleent.” Wie het voor zich ziet mag het zeggen, maar echt chocolade valt er van deze hemel volgens mij niet te maken. Problematisch is bovendien dat Beatrice aan Dante uitlegt dat de zetels al zo druk bezet zijn dat er nog „maar weinig personen worden verwacht”.

Wel wordt duidelijk dat de rozen er niet verwelken en dat ze vrede en licht ineen zijn. Dan heb je wat betreft de visualisering van de hemeltuin meer aan Het Lam Gods (1424–1432) van de gebroeders Hubert en Jan van Eyck. Ook daar is hiërarchie, maar het ziet er ook gezellig uit: een mooie groene omgeving met kastelen op de achtergrond waaraan een Michelingids ongetwijfeld drie sterren zou geven. Zeker als het hiernamaals een viersterrenhotel is, zoals in de romcom Eternity

Ook bij de Hindoegod Vishnu klinkt zijn hemel, Swarga, als ‘de reis waard’ om het in Michelin-termen te formuleren: een enorme tuin met een gouden paleis, waar veel feesten zijn. Maar gezien het feit dat benadrukt wordt dat het ‘nimfen’ zijn die je daar opwachten – net als de maagden in de islamitische hemel – lijkt die hemel wel erg op een bepaalde groep gericht. Bovendien is die Swarga geen eindbestemming – hindoes geloven immers in reïncarnatie.

God als lachende smiley

De Amerikaanse dichteres Emily Dickinson (1830-1886) had een lieve variant op de hemel in haar gedicht ‘Ik ging naar de hemel’:

Het was een klein stadje

Verlicht door robijn

Afgewerkt met dons

Dat is een hemel waar je wel wat mee kan. Hoewel weinig donzig is de ‘Hemelschijf van Nebra’ ook een mooie optie. De schijf uit de bronstijd heeft een astronomische betekenis, maar de lachende smiley die er ook in lijkt te zitten heeft veel weg van een ideale hemel: een blije God die van mooie kleuren en eenvoudige vormen houdt.

Hemelschijf van Nebra

Dominic Lipinski/ ANP / Alamy Limited

Deze hemel maakt een wat minder verlaten indruk dan de indrukwekkende en kernachtige, maar uiterst donkere hemel van de Franse schilder Francis Picabia (1879–1953) in 1949. Dat hij dit schilderij vier jaar voor zijn dood maakte, en twee jaar voordat hij stopte met schilderen, zegt weinig goeds over zijn vertrouwen in een hiernamaals.

Misschien moet de hemel wel minder direct gevonden worden in het beeld. Een hemel van stippen klinkt lieflijk, maar wie dan kijkt naar de manier waarop Picabia die weergeeft, ziet dat de lieflijkheid weg is. Een beschrijving ervan klinkt ook minder resoluut, hoewel de hemel wel wat duidelijker beschreven kan worden dan Dante deed. Judith Herzberg heeft een ‘Hiernamaals’ (2008) waar ik me wel in kan vinden:

Als ik, nadat ik dood ben, nog ergens rond mag dolen, laat het dan op de markt zijn, in geur en kleur.

En mag die markt dan open zijn onder de blote hemel. En mag ik dan als vroeger met mijn moeder zo’n puntzak gloeiend hete frites

(met veel zout uit zo’n gebutste strooibus) met haar delen.

Nou is het ergens ronddolen niet hetzelfde als een hemel, maar een hemel met een moeder erin is in ieder geval wel de beste hemel (vrij naar Van Kooten en De Bie die het hadden over „Onze God is de beste. Onze God is kampioen”). Of het nu Maria is die zich bij Jezus voegt (zoals bij Francesco Botticini), of de moeder van Judith Herzberg die een puntzak friet haalt, dat maakt niet uit.

Martinus Nijhoff schetste een ideale hemel met een moeder in ‘De wolken’, waar de hiërarchie volledig zoek is en de fantasie alles overtreft. Hij vertelt dat hij met zijn moeder op de hei ligt om naar de hemel te kijken en haar vertelt wat hij in de wolken ziet.

En ik riep: Scandinavië, en: eenden,

Daar gaat een dame, schapen met een herder –

De wond’ren werden woord en dreven verder,

Maar ’k zag dat moeder met een glimlach weende.

Een eeuw geleden schetste Nijhoff de hemel als een plek op aarde waar de blik naar boven gericht kan worden om de verbeelding vrij baan te geven – ook aan melancholie. Mogelijke werelden doen zich voor en drijven weer voorbij, en wat je wil zien, daar geef je woorden of smileys aan. In de mooiste hemel krijgen fantasie en verwondering alle ruimte, en daar is uiteraard ook mijn moeder welkom – ook al achtte ze dat zelf onmogelijk.

Lees het hele artikel