De Nederlandse slavenhandel ‘duurde veel langer en betrof veel meer mensen dan gedacht’

1 dag geleden 4

Hij regelde een zolder vol wetenschappers uit alle hoeken van de wereld om nu eens, op een warme oktoberdag in 2024, bij elkaar te googelen hoeveel mensen er ooit onder Nederlandse vlag in slavernij hadden geleefd. De dertig academici waren fellows van het Netherlands Institute for Advanced Studies (NIAS) in Amsterdam, waar Leendert van der Valk aan een boek werkte over het slavernijverleden.

Sommigen kwamen gefrustreerd met niks, anderen met uiteenlopende cijfers. Alle Nederlandse diepten één en hetzelfde aantal op: „600.000 Afrikanen”, ongeveer 5 procent van de totale trans-Atlantische slavenhandel. Maar dat kón niet kloppen. Waar was het Aziatische deel van de Nederlandse handel, Sri Lanka, India, de plantages in ‘de Oost’? Daar dook het getal van „1,5 miljoen” Nederlandse slaven op.   

Van der Valk (45) maakte de „vergeten plekken, vergeten mensen” het onderwerp van zijn boek, dat net is verschenen. Hij raadpleegde een lading aan recent historisch onderzoek en dook in de archieven. Hij kwam tot heel andere schattingen dan de geijkte „600.000 Afrikanen” van Wikipedia en schoolboeken: miljoenen mensen leefden ooit onder Nederlandse slavernij. In Vergeten plekken, vergeten mensen (uitgeverij Boom) biedt hij een „atlas” van het Nederlandse slavernijverleden: een reeks historische verhalen uit minder bekende streken, van Tobago tot Angola, Taiwan en Japan. Daarnaast presenteert hij een nauwgezette berekening van de aantallen mensen om wie het ging, gebaseerd op een lange lijst archiefmateriaal en historisch onderzoek.

Je bent muziekjournalist – onder meer voor NRC – en docent journalistiek aan de Universiteit van Amsterdam. Hoe is dit balletje gaan rollen?

„Eigenlijk begon het met de muziek, ik heb me altijd geïnteresseerd voor culturele uitwisseling tussen continenten. Wanneer klonk Afrikaanse muziek voor het eerst in Amerika? Dan kom je natuurlijk uit op het slavernijverleden. Toen kwam The New York Times met het ‘1619’-project, over de eerste Afrikaanse slaafgemaakten die naar Amerika werden vervoerd. Ik las dat en dacht: hé, dat was een Engels schip maar met een Nederlandse kapersbrief. Daar heb ik een stuk over geschreven en toen ben ik dat type verhalen gaan zoeken.”

Je conclusie is: het Nederlandse slavernijverleden is zowel in tijd als plaats veel breder dan die standaard ‘600.000’ van de trans-Atlantische route.

„Zeker. Er zijn allerlei plaatsen en groepen mensen aan verbonden die we niet in beeld hebben. Guyana, waar ooit meer Nederlandse slaafgemaakten waren dan in Suriname, Tobago, eilanden in de Caribische zee, Madagaskar, Mozambique, eilanden in de Indonesische archipel waar slavernij soms tot in de twintigste eeuw bestond. Het probleem is dat de trans-Atlantische route nu zo’n beetje het ijkpunt is. Die is ook vrij goed gedocumenteerd, het ging tenslotte om handel, maar dan laat je zo ontzettend veel buiten beschouwing: kinderen die in slavernij werden geboren, geroofde mensen die stierven voor ze op transport werden gezet, de hele Nederlandse slavernij rond de Indische Oceaan. Cijfers daarover moet je bij elkaar sprokkelen uit allerlei bronnen. Ik verbaasde me daarover, waarom weten we dat niet? Eerlijk gezegd begon het me ook te ergeren dat die 600.000 telkens maar terugkeren, in schoolboeken, in exposities, in de excuses van de koning. Gelukkig is er voor het bredere verhaal de laatste tijd meer aandacht gekomen.”

Gezicht op de haven van Suratte, India, circa 1670. Deze stad in het noordwesten van India was voor de VOC van groot belang.

Beeld Rijksmuseum

Je bent zelf geen historicus, maakte dat uit?

„Nou, alle verhalen zijn wel meegelezen door specialisten. Dat ik geen historicus ben, betekent ook dat ik soms andere vragen stel. Wanneer werden nu voor het eerst mensen tot slaaf gemaakt door Nederlanders? Dat is echt een journalistieke vraag. Zo kwam ik bij de reis van Cornelis de Houtman, de allereerste koloniale reis in Nederland verband, die op Madagaskar twee inheemse mannen tot slaaf maakt. Voor de Afrikaanse kust ontmoet hij admiraal Joris van Medemblick, met een lading ‘Suicker en Swarten, meest vrouwparsoonen’, op weg naar de slavenmarkt in Lissabon. Dat was in 1595! Terwijl in elk geschiedenisboekje lees je dat de Nederlandse slavernij pas serieus werd in 1637 toen Elmina werd veroverd, het Portugese bolwerk aan de Afrikaanse Goudkust. Maar in 1595 komt De Houtman dus al vijf Nederlandse schepen tegen die onderweg zijn naar de slavenmarkt in Portugal en maakt hij zelf twee kinderen tot slaaf.”

Van der Valk komt uit op 3,3 miljoen tot 5,3 miljoen mensen die tussen 1600 en 1900 in slavernij leefden in Nederlandse koloniën en 4,1 tot 6,3 miljoen mensen als slachtoffers worden meegerekend die overleden voor ze op transport werden gezet.

Dat zijn forse marges, hoe hard zijn deze nieuwe aantallen?

„Het zijn wat mij betreft schattingen die in elk geval een richting geven weg van die 600.000 die niet in de buurt van de werkelijkheid komt. Het blijft natuurlijk lastig, omdat bijvoorbeeld sterfte vóór transport niet werd bijgehouden, kinderen vaak maar als half of als een derde werden meegerekend en sterfte- en geboortecijfers vaak maar moeilijk te achterhalen zijn. Je moet extrapoleren op basis van de beschikbare bronnen. Ik heb veel contact gehad met historisch demografen in Nijmegen. Ik ben trouwens steevast aan de behoudende kant gaan zitten. Een voorbeeld is het kindertal, dat is heel lastig te berekenen.”

Zijn slavernij in ‘de West’, de chattel slavery op plantages, en die in ‘de Oost’ wel vergelijkbaar?

„Er is een hardnekkig idee dat slavernij in het VOC-gebied minder erg zou zijn geweest. Nu vind ik het hoe dan ook al problematisch om van de ene soort slavernij te zeggen dat die ‘minder erg’ is geweest dan een andere. Maar er is ook gewoon niet veel grond voor om dat te denken. Plantages waren er ook in Indonesië of op de Banda-eilanden. En het is de vraag of huishoudelijke slavernij die in Azië veel voor kwam – ook in Suriname of op de Antillen trouwens – zoveel minder zwaar was. Die mensen waren ook gewoon juridisch bezit van hun meesters. Erfelijke slavernij bestond daar ook. Het is hetzelfde koloniale systeem.”

Waar schrok je zelf het meeste van, in die cijfers?

„Het aandeel van kinderen überhaupt. Iedere keer als ik in zo’n reis of verhaal dook kwam ik die tegen. Slavenhandel was voor zo’n groot gedeelte kinderhandel. Dat heb ik me eigenlijk nooit zo goed gerealiseerd. Dat blijkt ook niet altijd uit de cijfers die overgeleverd zijn, omdat kinderen soms maar voor de helft of soms voor een derde werden geteld. Dus dan heb je kans dat er staat ‘zoveel stuks aan boord’, maar één stuk kan wel drie personen zijn. Houtman, die van de reis uit 1595, maakt ook op Java een aantal mensen tot slaven. Die weten weer te ontsnappen. Maar ook dat waren weer kinderen. Om de kindersterfte in slavernij te berekenen heb ik samengewerkt met die historisch demografen. We gingen uit van Suriname omdat daar nog wel gegevens van bekend zijn.”

En dan was er nog Guyana, ook een vergeten Nederlandse kolonie.

„Ja, zeker. Tot 1814 was dat Nederlands. En dat beseffen we natuurlijk vaak helemaal niet, omdat het zo lang geleden is. Maar uit onderzoek blijkt dat daar ongeveer 100.000 mensen in slavernij hebben geleefd op het moment dat het Brits werd. Dus dat is veel groter dan Suriname. Het verhaal dat ik erover heb is van een Nederlander in Leiden die was opgegroeid in Guyana en op een gegeven moment een heleboel geld krijgt omdat de Britten de slavernij afschaffen en planters compenseren. Ja. En hij had nog een plantage. Dus er zit iemand in Leiden en die krijgt opeens een heleboel geld omdat hij tot dan toe allemaal mensen nog in slavernij had gehad in een kolonie die niet als Nederlands wordt gezien. Ik geloof dat zo’n 16 procent van die totale Britse compensatie in Nederlandse handen terechtkwam.”

Een Nederlandse factorij in Bengalen (Oost-India), waarschijnlijk Cossimbazar. Schilderij van Hendrik van Schuylenburgh, circa 1665.

Beeld Rijksmuseum

Je hebt ook aandacht voor inheemse slaven, ook een vergeten groep.

„Ja, zeker. Daar is vrij weinig over bekend in Nederlands verband. Terwijl we weten dat ook in Nieuw Amsterdam inheemse slaven waren. Bij de Ramapo-Munsee die boven New York wonen kom je nu ook nog gewoon Nederlandse achternamen tegen, De Vries wordt dan Defreese. Het is wel zo, omdat er zo vaak wordt gezegd dat we er weinig van afweten wordt er ook weinig onderzoek naar gedaan. Terwijl je in de bronnen heel geregeld verwijzingen vindt naar inheemse mensen, vooral in de zeventiende eeuw. Het verschil is dat inheemse slaafgemaakten niet over een oceaan hoefden te worden vervoerd, dus je vindt ze niet terug in de handelslijsten van schepen.”

Je gaat in je berekeningen niet in op de economische kant van de zaak, het geld.

„Ik vind die economische benadering eigenlijk een beetje problematisch, want die zorgt ervoor dat je blik beperkt blijft. Veel van de bronnen en archieven zijn erop gebaseerd, dat is allemaal gedreven door de handel. Maar dan mis je dus hele groepen, zoals in slavernij geboren kinderen die nooit hun eerste levensjaar hebben gehaald.”

Wat zou je zeggen tegen iemand die zegt: niet wéér een boek over het slavernijverleden?

„Dat het misschien verleden tijd lijkt, maar nu nog dagelijks doorwerkt. In racisme, maar ook in de mondiale verdeling van welvaart en kansen. En dat er zoveel is dat we nog niet goed weten of in kaart hebben. Of graag willen vergeten. Ik bespreek ook een ‘vergeten’ genocide in het boek. We kennen allemaal de moordpartij van J.P. Coen op de Banda-eilanden, maar op een ander eilandje was toen al een soort, nou ja, oefengenocide geweest. Daar zijn echt kwartjes gevallen: aha, zo kunnen we het doen. Eerst ontvolken, en daarna andere mensen erheen brengen.”

Waar heeft slavernij het langst bestaan, onder Nederland gezag?

„In Indië. Omdat in de uitgestrekte archipel de afschaffing van de slavernij in 1860, drie jaar eerder dan in Suriname, heel halfslachtig was. Het gebeurde eigenlijk vooral op Java of de Banda-eilanden. Maar toen Nederland in de 19de eeuw een koloniale claim legde op de volledige archipel, bestond daar nog volop slavernij, dat ging om honderdduizenden mensen.”

Maar die was toch niet door de Nederlanders gecreëerd?

„Nee, maar ze leefden wel formeel onder Nederlands gezag en onder de Nederlandse wet, die slavernij verbood. Er is nog generaties lang geld verdiend met deze mensen. De laatste plek waar de wet uiteindelijk werd toegepast, was het eilandje Samosir, in een meer op Sumatra, in 1914. Dus wat mij betreft loopt het slavernijverleden van 1595 tot 1914.”

Lees het hele artikel