‘Dit is niet meer uit te leggen’, zegt de COA-manager over het constant schuiven met asielzoekers

1 dag geleden 3

Na een halfuur praten breekt Sander van Meer, manager bij het COA. Jarenlang werkte hij bij bedrijven als Heinz en DSM, waar vraag en aanbod overzichtelijke puzzels waren. Nu schuift hij niet met ketchup en plastic, maar met mensen. Hij beslist wie een bed krijgt, wie moet wachten, wie vastzit in Ter Apel.

Onlangs kwamen een paar plekken vrij in een azc. Die waren bedoeld om de druk op Ter Apel te verlichten. Van Meer gaf ze aan een moeder en haar kinderen uit een ander centrum, zodat ze herenigd konden worden met hun vader. Hij slikt: „Had ik dan moeten zeggen: jullie mogen niet bij hem wonen?”

”Op zo’n moment maak ik één goede keuze en tegelijk vier of vijf verkeerde”, zegt hij. „Misschien wacht er ook een kankerpatiënt of een hoogzwangere vrouw. Eigenlijk maak ik nooit alleen maar de juiste keuze.”

Van Meer zit in een kaal vergaderzaaltje in een azc in Zwolle. Systeemplafond, houten tafel, een woordvoerder naast hem. Hij is een ervaren en rustige prater, maar als het over kinderen gaat, dan raakt het hem.

Elke ochtend vult hij een Excelbestand. Een gewoonte, zegt hij, overgehouden uit zijn tijd bij de multinationals. Hoeveel mensen zitten in Ter Apel? Meer dan tweeduizend? Waar kunnen ze heen? Welke locaties sluiten komende dagen, hoeveel bedden verdwijnen daarmee?

Vóór tien uur mailen managers van de 328 opvanglocaties Van Meer het aantal beschikbare bedden. En met welke voorwaarden, want gemeenten stellen steeds vaker eisen over wie ze willen opvangen. Alleen vrouwen. Wel gezinnen. Geen alleenstaande mannen. Geen ‘veiligelanders’. Geen kinderen.

En: nieuwe opvanglocaties stuiten vaker op verzet. In IJsselstein gingen vorige week stenen door de ruiten van het gemeentehuis toen bekend werd dat een tijdelijke opvang op een voetbalveld van de lokale club zou komen. In Loosdrecht werd dagenlang gedemonstreerd, nadat bewoners minder dan een week voor de geplande opening te horen hadden kregen dat in het dorp een azc kwam. De politie werd bekogeld met eieren, vuurwerk en volle frisdrankblikjes. De ME moest eraan te pas komen. Aan het eind van die week werd het aantal opvangplekken teruggebracht van 110 naar 70 en de openingsdatum een paar weken verschoven.

Voor Van Meer betekent dit vooral één ding: minder opvangplekken.

Lees ook

Drie dagen gewelddadig protest tegen de komst van een azc: waarom is het verzet in Loosdrecht zo groot?

Voor de vierde avond op rij wordt geprotesteerd bij het gemeentehuis tegen de komst van een noodopvang voor asielzoekers.

Hoe kijkt u naar de protesten?

Van Meer formuleert zorgvuldig. „Je merkt dat de sfeer verandert”, zegt hij. „COA-medewerkers vertellen niet meer waar ze werken. Ze willen niet meer met hun naam in de krant.”

Terwijl opvanglocaties ook positieve dingen brengen, zegt hij. „De bewoners doen boodschappen bij de supermarkt, bij de bakker en dragen zo bij aan de lokale economie.”

Soms pakt het COA het zelf ook niet slim aan. In 2024 werd de gemeente Zandvoort overvallen doordat het COA voor veertig asielzoekers twintig kamers had geboekt in een hotel voor twee maanden. In Almelo was de gemeente dit jaar boos en dreigde met een dwangsom, omdat veertien statushouders daar voor een halfjaar in een hotel – een voormalige gevangenis – worden opgevangen. Wederom zonder overleg.

Boekt het COA nog steeds via ‘flitsacties’ hotels en vakantieparken als de nood hoog is?

Van Meer: „Dit valt onder vastgoed en facilitair.”

”Dat is niet zijn portefeuille. Daar gaan we het nu niet over hebben”, zegt de woordvoerder.

Soms moet je keuzes maken die je liever niet maakt. Jonge kinderen in een noodopvang in een grote hal met stapelbedden

Al jaren lopen COA-vastgoedregisseurs het vuur uit hun sloffen voor nieuwe locaties, maar dat heeft nog niet genoeg opgeleverd. Een paar jaar terug werden de commissarissen van de koning ingezet om bij te springen – zonder noemenswaardig resultaat. In maart deed Bart van den Brink, de nieuwe minister van Asiel (CDA), een poging: in een brief aan alle gemeenten – door criticasters een ‘smeekbrief’ genoemd – riep hij op te helpen met extra plekken vinden. Mocht dat mislukken, dan dreigt eind deze zomer een tekort van 7.900 plekken.

Intussen raakt de opvang tjokvol. Toen Van Meer zes jaar geleden begon, was de bezettingsgraad 94 procent. „Dat vonden we toen al zorgelijk. Mijn voorganger zei: waar laat ik je in achter?” Inmiddels is die opgelopen tot 104 procent.

Een asielzoeker in het AZC Meeuwenlaan in Zwolle.

Foto Kees van de Veen

Wat merkt u daarvan in de praktijk?

Een hoog bezettingspercentage heeft directe gevolgen voor hoe mensen worden opgevangen, zegt Van Meer. „Ze zitten hutjemutje op elkaar. Er is weinig rust. Er worden wel afwegingen gemaakt: is een locatie veilig? Zijn er voorzieningen? Ligt er open water in de buurt? Want dan kunnen daar geen kinderen worden opgevangen.

„De populatie op een locatie is bij voorkeur een afspiegeling van de instroom van Ter Apel. Dat wil zeggen, je plaatst daar gezinnen met kinderen, gezinnen zonder kinderen, alleenstaande vrouwen, alleenstaande mannen, mensen uit de lhbtiq+-doelgroep.

„Maar als de druk uiteindelijk te hoog is, moet je soms keuzes maken die je liever niet maakt. Jonge kinderen die in een noodopvang worden geplaatst in een grote hal met stapelbedden. Er zijn daar dan wel wat faciliteiten voor kinderen, maar eigenlijk moet je dat niet willen.

Soms weet je dat er geen onderwijs is ingeregeld. Ja, wat doe je dan de hele dag als kind? En wat voor achterstand krijg je dan al meteen? Dat vind ik heel, heel lastig.”

Het aantal kinderen in noodopvanglocaties is afgelopen jaren gestegen. Uit cijfers van het Kinderrechtencollectief, opgevraagd bij het COA, blijkt dat het inmiddels om zevenduizend kinderen zou gaan – een verdrievoudiging van vier jaar eerder. Een brief van de waarnemend inspecteur-generaal van de Inspectie Justitie en Veiligheid van vorig jaar, haalt soortgelijke aantallen aan. Al langer belooft het kabinet tevergeefs dat het minder kinderen op dit soort plekken – als sporthallen, hotels en boten – wil opvangen. Volgens het COA voldoen noodopvanglocaties ”niet volledig aan de kwaliteits- en voorzieningenstandaarden”.

Van Meer erken dat er „teveel” kinderen op noodopvanglocaties verblijven. Dat is geen „ideale situatie”, zegt hij. Zelf heeft Van Meer twee dochters van vijftien jaar, vertelt hij, voor wie hij nog iedere dag brood nog smeert en die uitzwaait naar school.

Lees ook

COA dreigt lhbti-organisatie te weren uit azc’s wegens ‘onterechte verwijten’

Actievoerders bij het Internationaal Homomonument worden toegesproken door Sandro Kortekaas tijdens een demonstratie van LGBT Asylum Support. De belangenorganisatie wil dat opvanglocaties voor asielzoekers veiliger worden voor kwetsbare groepen.

Heeft noodopvang invloed op de ontwikkeling van kinderen? Zou u uw eigen kinderen daar plaatsen?

„Het allerliefst wil je kinderen in reguliere opvanglocaties plaatsen”, zegt hij. „Noodopvang is voor korte tijd, ondanks dat hij wel veilig is, dat wil ik echt benadrukken. Er zijn wel faciliteiten, maar niet veel. In de praktijk verblijven kinderen langdurig in dit soort voorzieningen. Tijdelijk wordt structureel.”

Van Meer valt even stil. Laatst werden ’s avonds laat kinderen vanuit Ter Apel overgeplaatst, zegt hij, naar een azc aan de andere kant van het land. Ze kwamen pas om twee uur ’s nachts aan. „Ik moet er niet aan denken dat mijn eigen kinderen in zo’n bus zitten.”

Waar wringt het volgens u het meest: in beleid, in uitvoering, of ergens daartussen?

Volgens Van Meer ligt het probleem niet bij het COA, maar bij de doorstroom. „Ongeveer twintigduizend statushouders wachten op een woning. Tot die tijd houden ze opvangplekken bezet. Gemeenten lukt het niet hen snel genoeg te huisvesten.” Ook de lange wachttijden bij de IND spelen mee, zegt hij. Dertigduizend mensen wachten nog op hun procedure. „Als die sneller duidelijkheid krijgen, kunnen ze ook sneller doorstromen.”

We zijn geen systeem meer aan het beheren. We zijn mensen aan het rondpompen

Uw functietitel is ‘manager bewonerslogistiek’, maar u lijkt meer een crisismanager.

Van Meer grijnst. „Na vijf jaar kun je het eigenlijk geen crisis meer noemen. Een crisis is tijdelijk. Cyclisch. Dit is structureel geworden.” En wat begon als logistiek werk – het matchen van mensen en plekken – is veranderd in continu improviseren, vertelt hij.

Wat zou gebeuren als u morgen stopt met het ‘schuiven met mensen’?

„Dan loopt Ter Apel volledig vast”, zegt Van Meer. „En liggen er binnen de kortste keren weer mensen in het gras. Het schuiven houdt het systeem draaiende.”

Hoe vaak denkt u: dit is eigenlijk niet meer uit te leggen?

„Dit ís al niet meer uit te leggen. Je kunt niet uitleggen dat kinderen in een noodopvang zitten, terwijl er geen plek is voor iemand met een ernstig ziektebeeld. Dat iemand tien keer moet verhuizen.”

„We zijn geen systeem meer aan het beheren”, zegt Van Meer: „We zijn mensen aan het rondpompen.”

Waar hoopt u op?

Van Meers wens is eenvoudig: stabiliteit. Geen noodoplossingen, maar een opvangsysteem dat jaren vooruit kan. „Uiteindelijk wil je maar één ding voorkomen”, zegt hij. „Dat iemand in het gras moet slapen.”

Lees ook

Burgemeester Mark Verheijen: ‘We zullen bewijzen dat we op veilige wijze asielzoekers kunnen opvangen’

Burgemeester Mark Verheijen van de gemeente Wijdemeren tijdens een persmoment over de vernielingen aan het gemeentehuis van Loosdrecht.
Lees het hele artikel