Het zag er somber uit voor de wortelen van Hendrik Jan ten Cate. De bodem waarin ze sinds Pasen zijn geplant, was afgelopen vrijdag helemaal uitgedroogd. In de felle zon boog hij zich over de kleigrond en liet een handvol klei verkruimelen tussen zijn vingers. „Kijk die minuscule, tere worteltjes. Ze hebben niks om aan vast te groeien”. De bedoeling is dat de grond over vijf maanden grote wortelen oplevert, voor Nederlandse en Belgische supermarkten.
Maar afgelopen weekend, na vier weken droogte, regende het op het Zeeuwse Tholen. „18 mm”, appte Ten Cate maandagochtend. „Zeer welkom.” Een paar miljoen wortelen zijn voorlopig gered – ze kunnen alsnog goed wortel schieten nu ook de bovenste laag aarde nat genoeg is.
April was „uitzonderlijk droog”, volgens het KNMI, en het zuidwesten van Nederland was het allerdroogst. Niet dat Ten Cate daarvan opkeek. Al een jaar of twintig merken akkerbouwers in Nederland dat het klimaat langzaam maar zeker verandert. Het voorjaar is droger, de rest van het jaar juist steeds natter. In 2024 regende het in april en mei zo hard dat veel Nederlandse boeren hun oogsten zagen mislukken.
Sinds 2010 kunnen ze overigens een ‘brede weersverzekering’ afsluiten voor schade door extreme weersomstandigheden. Het rijk verleent er subsidie voor. Tot 2022 maakten 2.450 bedrijven gebruik van zo’n verzekering, 15 procent van de akkerbouwers die ervoor in aanmerking komen.
Op Tholen woei afgelopen maanden ook nog eens een harde ooster waar Ten Cates prille gewassen last van hadden. De wind nam de bovenste laagjes grond, mee waardoor zaadjes verloren gaan. De boer heeft liever westenwind, omdat die dauw brengt waar zijn planten „heel goed op gaan”. De familie Ten Cate heeft honderd hectare, vol uien, wortelen, aardappelen, suikerbieten, tarwe en gras. Zaad van dat gras wordt gebruikt voor gazons en voetbalvelden. Zes dagen per week, niet op zondag, werken zijn vrouw en hij en enkele zzp’ers op de boerderij. En soms, als er snel enorm veel gewied moet worden, komt het voetbalelftal van zijn tienerdochter helpen.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/08150648/080526ECO_2033430342_2.jpg)
Aardappelakker tijdens een droge periode bjj Tholen.
Foto Walter HerfstWater uit het meer pompen
Ten Cate is in zijn 24 jaar als boer een watermanagement-deskundige geworden. Inmiddels is hij vijf jaar bestuurder ‘bodem en water’ van landbouworganisatie ZLTO, waarbij 13.000 boeren uit Zeeland, Noord-Brabant en Zuid-Gelderland zijn aangesloten. In de hele Nederlandse kuststrook, vertelt hij, is het grondwater te zout. Droge voorjaren verergeren dat. Daarom hebben boeren geïnvesteerd in bassins en beregeningssystemen, en pompen ze op Tholen sinds vorig jaar zoet water uit het Volkerak-Zoommeer de sloten in. Daar heeft Ten Cate, samen met het waterschap, twaalf jaar voor gelobbyd. Het meer is zoet geworden vanaf 1987, toen het werd afgesloten van de Oosterschelde. Maar pompen konden eerst niet worden aangelegd omdat ‘Den Haag’ het meer weer wilde laten verzilten in de strijd tegen de bacterie blauwalg. In 2020 haalde de Tweede Kamer een streep door dat plan. Het meer is zoet gebleven en het water kan dus naar de Thoolse sloten. Blauwalg is er nog steeds.
Ten Cate moest alle 240 boeren op Tholen overhalen mee te betalen aan het overpompen. Dat is gelukt, zegt hij. Ze hebben er nu de beschikking over drie klassen water, afhankelijk van waar hun boerderij staat. Voor ‘goed’ water betaal je 60 euro per hectare, voor ‘middelgoed’ (iets zouter) is dat 40 euro en voor ‘slecht’ (behoorlijk zout) water is het 20 euro per hectare. Deze extra belasting betaalt de boer jaarlijks aan het waterschap.
Hergebruik water
Ten Cates nieuwste project is gebruikt water van fabrieken naar de landbouwers te krijgen zodat ze hun land ermee kunnen ‘beregenen’. Zo gebruikt conservenfabriek Coroos in Kappelle veel water om potten te wassen. Met dat water sproeien de boeren nu. Noord-Brabant kent al een paar jaar het project ‘Boer Bier Water’, waarbij spoelwater van Bavaria’s bierflesjes naar de landbouw gaat.
Met de waterschappen probeert Ten Cate nu rioolwater zodanig te zuiveren dat het bruikbaar wordt voor boeren. „Het belangrijkste probleem daarbij zijn medicijnresten. Die moeten eruit voordat je dat water kunt gebruiken.” Maar in beginsel, zegt hij, wordt in Nederland „zo veel water verspild wordt dat we kunnen hergebruiken”.
En dan zijn er de gewassen zelf. Van veredeling, waarbij rassen gekruist worden om betere te maken, en de genetische bewerkingstechniek crispr-cas verwachten Ten Cate en zijn collega’s veel. Wetenschappers van de Wageningen Universiteit doen onderzoek naar tal van nieuwe soorten die beter tegen ziektes en droogte kunnen. Wel duurt het meestal vijftien jaar, zegt Ten Cate, voordat van een plantenras door kruising een weerbaarder ras is gemaakt. Met crispr-cas kan het sneller. Ten Cate: „We hopen dat er over vijf jaar al nieuwe rassen zijn die veel minder water nodig hebben om te groeien.”
Hij is niet pessimistisch over de landbouw, ondanks klimaatverandering. „We weten veel in de Nederlandse landbouw, en daardoor zijn we steeds in staat geweest ons aan te passen aan nieuwe omstandigheden.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/08150731/080526ECO_2033430342_3.jpg)
Restanten van de aardappeloogst in de schuur van boer Hendrik Jan ten Cate.
Foto Walter Herfst

:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/taxonomy/06b57cb-AanZet_itemafbeelding.png)



/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/06115015/060526CUL_2032604031_medusaDRAGEND.jpg)



English (US) ·