Een brandbom van een Texaanse student en een videotirade van Rutger Bregman: de weerstand tegen AI groeit

2 uren geleden 1

De brandbom die een man vorige week gooide naar het huis van Sam Altman, de topman van OpenAI, richtte niet veel schade aan. Gelukkig raakte er ook niemand bij gewond. Maar de nachtelijke aanslag markeerde wel de gestage verharding van de meningsverschillen over toekomst van kunstmatige intelligentie, en over de risico’s die daaraan verbonden zijn. Dat er veel op het spel staat, ontkent niemand.

Volgens de FBI had de 20-jarige Texaanse student die voor de aanslag is gearresteerd een soort manifest bij zich, waaruit bleek dat hij een felle tegenstander van AI is. De technologie zou een gevaar voor de mensheid zijn. Uit het stuk zou ook blijken dat de man van plan was om Altman te doden. En het document bevatte een lijst met namen en adressen van andere bestuurders en investeerders van AI-bedrijven. Na de aanslag probeerde hij ook vergeefs het hoofdkantoor van OpenAI in brand te steken.

Behoorlijk verontrustend, deze escalatie, ook al kwam de molotovcocktail bij huize Altman niet verder dan een hoog ijzeren hek, waar een klein brandje op ontstond. Vooralsnog lijkt de verdachte als eenling gehandeld te hebben. Volgens zijn ouders kampte hij al een tijd met psychische problemen.

Altman zelf legde op zijn blog meteen een verband tussen de aanslag en de groeiende bezorgdheid en angst over AI in de samenleving. Die noemde hij gerechtvaardigd, vanwege de ongekende maatschappelijke veranderingen die AI zal veroorzaken en de „moeilijke economische transitie”. Hij schrijft dat hij „meevoelt met de anti-technologie-sentimenten” en: „technologie is duidelijk niet altijd goed voor iedereen”. Maar over het geheel genomen gelooft Altman dat „technologische vooruitgang de toekomst ongelooflijk goed kan maken.”

Reputatieprobleem

Uit peilingen blijkt dat AI een fors reputatieprobleem heeft – in elk geval bij Amerikanen. Ze mogen gretig gebruik maken van AI, maar toch gelooft 55 procent dat het in hun dagelijks leven meer kwaad dan goed zal doen (een jaar geleden was dat nog 44 procent). Van AI in het onderwijs verwacht zelfs 64 procent meer kwaad dan goed.

De bezwaren tegen AI lopen uiteen van weerzin tegen de grootscheepse bouw van datacenters, die de elektriciteitsprijzen opdrijven, tot angst dat AI zal leiden tot massaal banenverlies en verschraling van intermenselijk contact. Sommige experts en prominenten uit wetenschap, politiek en cultuur gaan nog verder in hun onheilsverwachtingen: niet minder dan het overleven van de mensheid zou op het spel staan als AI niet op een veilige manier wordt doorontwikkeld tot AGI (Artificial General Intelligence), die menselijk intelligentie zou evenaren of zelfs overtreffen.

Maar Altman doet de critici geen recht, als hij zegt dat het bij hen gaat om ‘anti-technologie-sentimenten’. Je hoeft echt niet tegen technologie te zijn, om je grote zorgen te maken dat over het feit dat déze technologie, waarover nog zo veel onbekend is, in een moordend tempo doorontwikkeld wordt zonder regels die de veiligheid ervan kunnen garanderen. We moeten er maar op vertrouwen dat AI-bedrijven zélf, en met name hun ceo’s, de veiligheid van hun product niet ondergeschikt maken aan hun ambitie om binnenlandse en buitenlandse concurrenten in te halen of voor te blijven.

Sleutelrol

Als topman van OpenAI, het bedrijf achter ChatGPT, speelt Altman daarbij een sleutelrol. Dat vindt ook Rutger Bregman. In een Engelstalige video-tirade van een kwartier stelt hij dat de „belangrijkste leiderschapsvraag van onze tijd” de vraag is wie er geschikt is om leiding te geven aan de verdere ontwikkeling van AI. Wat hem betreft is dat in elk geval niet Altman – „de gevaarlijkste man van Silicon Valley”, vanwege zijn vermeende leugenachtigheid, en omdat hij „snelheid boven veiligheid laat gaan, geheimzinnigheid boven transparantie, en macht boven verantwoording”.

Een belangrijke leiderschapsvraag van dit jaar, om in Bregmaniaanse termen te blijven, lijkt me vooral of voldoende Amerikaanse politici bereid zijn zich uit te spreken voor regulering van de AI-industrie.

Onder Democraten zou brede steun bestaan voor strenge regels voor AI, schreef de Financial Times deze week. Maar prominente adviseurs van de Democratische partij hebben al gewaarschuwd dat Democraten die herkozen willen worden bij de tussentijdse verkiezingen in november, beter niet de AI-industrie tegen zich in het harnas kunnen jagen. Want actiegroepen die de sector steunen, hebben volgens de zakenkrant al een campagnekas van 300 miljoen dollar tot hun beschikking.

Lees het hele artikel