Een nieuwe Merol zet haar tanden in alle aspecten van het vrouw-zijn – bij Seefeel heeft elke noot en elk geluidje een reden

17 uren geleden 3

Repertoire met flair, een nieuw eigen geluid en een provocerende maar afgewogen boodschap – zangeres Merol heeft haar tanden gezet in haar leven en dat van vele andere vrouwen. Ze koos het moment om bijna alle aspecten van het vrouw-zijn op Leve de Feeks, haar derde album, vrijmoedig aan te snijden. De good time girl van weleer, in 2018 bekend geworden met het enthousiast ontvangen ‘Lekker met de meiden’, heeft zich ontwikkeld tot een helleveeg met scherpe nagels.

De maatschappij, relatiepartners, de media, de politiek, iedereen krijgt ervan langs in explosieve liedjes waarin de man een rat is, terwijl de vrouwen dansen op schurende houseklanken en een pulserend tapijt aan veelkleurige synths. De stijl van de muziek is uitgewerkter. De drumsound die eerder soms hol klonk, is nu vol en weelderig. Zo spant alles samen tot een dansbaar, uitbundig en punky-boos geheel.

Het boeket liedjes zou samen een roman kunnen vormen: een grappig en gedetailleerd verhaal over het leven van een vrouw van 35 die, als op een scharnierpunt, terugziet en vooruitkijkt. Ze heeft de damp van het maatschappelijk en persoonlijk slagveld geïnhaleerd, en teruggespuugd in twaalf lenige nummers, met niet mis te verstane titels als ‘Rode Seks Feeks’, ‘Jij Laat Me Komen’, en ‘Skinroutine Bikinilijn’.

Dit is een nieuwe gedaante van Merol, in meer opzichten. Van de ruigere ‘look’ (bijna naakt, met volgroeide clitoris op de hoesfoto) tot de nijdige ondertoon over man-vrouw-ongelijkheid. Ze benoemt seksistische taal (‘We zeggen vrouwenvoetbal’), en de opmerking „Je kent toch wel smurfin/ Zoveel soorten smurfen/ Maar er is maar één smurfin” (in ‘Rode Seks Feeks’), is een van de onschuldiger formuleringen.

Hier horen we Merol met minder electro-fun, en meer opstandige ideeën. Muzikaal klinkt ze opwindend: rijke synthetische instrumentaties die om elkaar heen wentelen en opbloeien en ook nog ruimte bieden aan grappige intermezzo’s. Zoals het in twee nummers terugkomende babystemmetje dat ‘mommymommymommy’ kirt. Verleidelijk of zeurderig?

Soepel rijgt ze de beledigingen aan elkaar in ‘Jij Laat Me Komen’: „Ze deden ook maar wat/ Dachten pik in gat/ En dat was dat”. De volzinnen worden steeds verstaanbaar uitgesproken, maar de duidelijke dictie gaat niet ten koste van de swing. Of het nu gaat over problemen rond zwangerschap en bevalling, of de gesel der bikinilijn, ze klinkt gladharig charmant als ze de vreselijkste dingen zegt: „Ik heb me uitgehongerd, uitgekotst/ gelaserd en geharst/ gladgestreken, afgevlakt/ tot er niets meer over was”. Alleen in een van de hoogtepunten, ‘Een Uitstekende Kut’, is haar stem vervormd – toepasselijk schor, alsof ze het van de daken schreeuwt.

Van roodkapje tot de smurfen, en hete hangijzers als femicide en het onzekere zzp-bestaan, ze komen langs. De nieuwe Merol is een feeks voor alle leeftijden.

Hester Carvalho


Het spijt me. Ik wil u geen abstracte beschrijving van een muziekalbum geven. Ik vind dat u een concrete analyse verdient, zodat u weet waar u aan toe bent en zelf kunt bepalen of u wil gaan luisteren. Helaas schiet die aanpak hier tekort. Seefeel, de Britse band die in 1993 debuteerde en tegenwoordig draait om Mark Clifford en Sarah Peacock, vraagt om een ander soort lezing. Zeker op Sol.Hz, hun eerste album na vijftien jaar stilte.

In de culinaire wereld heet een gerecht ‘deconstructed’ als de chef-kok de ingrediënten uit elkaar haalt en het geheel op een andere manier opnieuw opbouwt. In de filosofie hoort deconstructie bij Jacques Derrida, die stelde dat niets één vaste betekenis heeft: zodra je iets definitief probeert te begrijpen, blijkt er meer in te zitten dan je kunt vastpinnen. In de bouw is deconstructie het beheerste broertje van sloop. In de muziek is deconstructie de kunst van Seefeel.

Ooit werden ze als eerste gitaarband getekend bij het elektronische muzieklabel Warp Records, maar al vanaf hun debuut Quique uit 1993 is dat een omschrijving waar niemand veel mee kan. Seefeel is, zoals dat wordt genoemd, post-genre: dub, shoegaze, ambient, techno en ja, gitaar, maar altijd anders dan je denkt. Deconstructed.

Op Sol.Hz glippen de klanken uit je oren zodra je ze probeert vast te houden. Ze verdampen tot interpretatie, tot nevel. Haal je het woord ‘nevel’ uit elkaar en zet je de letters opnieuw in elkaar, dan krijg je ‘leven’. Dat zit in alle hoeken van dit album. Want hoewel stilte overheerst, zeker in openingsnummer ‘Brazen Haze’, giert het van de energie. Ingetogen energie, een stilleven.

De outro’s van ‘AM Flares’ en ‘Everydays’ zijn eveneens stil, maar ze ademen uit, laten een afdruk achter. Bij Seefeel heeft niet alleen elke noot een reden, maar ook elk geluidje, elke echo, elke fade-out. In iedere stilte zit leven. Neem de echoënde dub op ‘Everydays’, die wandelende kick en de troebele, houterige bonzende ritmes van ‘Until Now’, de lange uitwaseming van ‘AM Flares’ en die schurende miniatuur soundscape van ‘Scrambler’: zodra je het probeert te definiëren glipt het uit je handen.

Het is goed dat de drums de plaat gewicht geven, al zijn ze er nauwelijks en struikelen ze en zakken ze weg en komen ze weer op. En toch zit daar de groove in, verborgen, die als vanuit een andere kamer door de muur heen lijkt te komen. Die wegvallende partijen op ‘Behind the Seen’ zijn als een dier dat roept om hulp, ja echt, een soort elektronische klaagzang. Maar Sol.Hz vraagt wel om geduld. De plaat beweegt traag en vraagt om actief luisteren. Het is niet per se aangenaam. Sarah Peacocks neuriënde stem is als een sonische schaduw, een tegenhanger van de dubby drums, ongemakkelijk, oncomfortabel, schurend. Of dat vervelend is, laat ik aan u.

Jonasz Dekkers


De ‘achtergrondinstrumenten’ namen in 2019 verrukkelijk wraak met het debuutalbum van ORBI. Oftewel: The Oscillating Revenge of the Background Instruments. Fagot, contrabas, Hammond-orgel en slagwerk. Het kwartet verraste als een rauw-fijnzinnige groovemachine die rock en metal speelde op klassieke instrumenten. Nu is ORBI terug met een ijzersterk, slim geprogrammeerd conceptalbum over de zelfvernietiging van de mensheid. Grooves en complexe prog zijn er nog steeds (Muse, Dream Theater), maar het palet is uitgebreid met vernuftige arrangementen van onder anderen Prokofjev, Wagner en Mahler. Fagottist Bram van Sambeek en contrabassist Rick Stotijn zijn een zeldzaamheid: klassieke topmusici die écht geloofwaardig kunnen rocken.

Met alleskunner Marijn Korff de Gidts op slagwerk en Hammond-virtuoos Sven Figee (bekend van zijn bigband) vormen ze een hechte all-star-band met een geraffineerd eigen geluid, of ze nu Ennio Morricone, Radiohead of Vivaldi’s triosonate La Follia naar hun hand zetten. Op 13 mei speelt ORBI een releaseconcert in het Amsterdamse Muziekgebouw: dat wordt vuurwerk.

Joep Stapel

Lees het hele artikel