In CADA, in het Nederlands de Wet op Cloud en AI-ontwikkeling, schetst de Europese Commissie een ontluisterend beeld van de Europese digitale autonomie. Hoe hoopt de EU nu wel te slagen waar eerdere ambities sneuvelden?
Drie niet-Europese hyperscalers (AWS, Microsoft en Google) domineren de cloudmarkt op ons continent. De 70 procent die zij innemen, heeft het Europese marktaandeel laten slinken van 29 procent in 2017 naar 15 procent in 2022. Structurele knelpunten zoals een zeer beperkte datacentercapaciteit en complexe wetgeving moeten nu drastisch worden aangepakt.
Eenvoud en ambitie…
CADA’s belangrijkste stappen draaien om strakkere aanbestedingen van digitale diensten, ook voor niet-kritieke publieke voorzieningen. Het deel van de private sector dat onder wetgeving op basis van de NIS2-richtlijn valt, kan door de Commissie worden gedwongen om impact assessments te maken en hun risico’s te beperken. Ook anticipeert CADA een “EuroCloud Federation”, waarbij lidstaten hun ongebruikte cloud- en datacentercapaciteit kunnen inzamelen en herverdelen.
Netwerkleveranciers dienen hun plannen te schikken naar analyses voor energiebehoeftes. Hiermee timmert de Commissie aan de weg van “acceleratiezones” voor datacenters en AI-fabrieken. Het zijn zinnige concepten die, zo spreken de schrijvers van het wetsvoorstel, moeten rusten op “administratieve vereenvoudiging”. Die uitgesproken ambitie is wellicht de meest zelfbewuste, maar ook de meest uitdagende, voor de Commissie.
Brussel werkt sinds december vorig jaar aan CADA, maar de zaadjes voor dit wetsvoorstel zijn tijdens de coronapandemie geplant. Ongetwijfeld gevoed door een hernieuwd bewustzijn van het digitale domein tijdens lockdowns hebben Europese lidstaten meermaals gepoogd een antwoord te bieden op de Amerikaanse public clouds. De stap naar deze clouds kan gerust een slaapwandeling genoemd worden. Inmiddels wakkergeschud is de EU al jaren, maar CADA is het duidelijkste antwoord tot nu toe. Wel zijn er kanttekeningen. De afhankelijkheid van hyperscalers gaat niet zomaar afnemen en het wetsvoorstel is opvallend voorzichtig op dit gebied.
…maar gelijk al compromissen
Een belangrijk probleem voor Europese cloudambities is dat de digitale afhankelijkheid een goede reden kent. De public cloud heeft voor allerlei organisaties, ongeacht de sector, de hearts and minds gewonnen van IT-beslissers. Beschikbaarheid, schaalbaarheid, betaalbaarheid (onder de juiste omstandigheden) en eenvoud hebben gegolden als de voornaamste argumenten om de cloudmigratie te maken. Daarnaast is menig startup en werknemer opgegroeid met een cloud-native filosofie. Voor velen is de werkwijze met on-prem omgevingen verre van een oude bekende; het is een geheel nieuw domein met allerlei nadelen.
Het wetsvoorstel weerspiegelt dit probleem. Het resultaat is dat Amerikaanse hyperscalers op geen enkele wijze expliciet op een blokkade stuiten. Dat was overigens een juridisch mijnenveld geweest; aanbestedingen moeten vrij zijn van discriminatie van providers op basis van hun vestigingsplaats.
CADA biedt meerdere manieren om hyperscalers te weren als geopolitieke omstandigheden verslechteren. Echter kunnen “disproportionele kosten” voor alternatieven of extra features bij specifieke providers ertoe leiden dat organisaties AWS, Azure of Google Cloud blijven gebruiken.
Eveneens hebben aanbestedingen te voldoen aan transparante, consistente eisen. Omdat de hyperscalers niet op voorhand gediskwalificeerd zijn, mogen we een “Sovereign Cloud”-aanbod blijven verwachten van deze partijen. CADA biedt voordelen voor Europese partijen omdat zij makkelijker aan de criteria kunnen voldoen. Echter: die criteria mogen niet beslissend zijn. Slechts 15 van 120 punten zijn puur bedoeld om Europese partijen een voordeel te geven. Technische prestaties en financiële overwegingen blijven dominant.
Verbeteringen
Alles valt of staat bij CADA bij de precieze uitvoering, waarbij de poging tot eenvoudige wetgeving verre van een gegarandeerd succes is. Mocht dit wel lukken, dan zijn er enkele verrassende elementen van het wetsvoorstel die we nog onder de aandacht willen brengen.
De Europese Commissie kan namelijk als aanbesteder optreden voor datacenterdiensten, cloudaanbod, software en AI-systemen. Dit geldt zowel voor zichzelf als voor andere EU-entiteiten en autoriteiten van lidstaten. Daarnaast zet CADA druk op lidstaten om minimaal 25 procent van publieke aanbestedingen aan innovatieve mkb’s toe te wijzen.
Het raamwerk rondom de EuroCloud Federation klinkt hoe dan ook als een goed aanknopingspunt. Een gecentraliseerde catalogus en een orkestratieplatform moeten capaciteit inzichtelijk maken en beheersbaar.
Wederom: CADA is nog een wetsvoorstel. Als we de tijdlijn van de GDPR en AI Act nemen, moeten we drie tot vier jaar rekenen voordat we een werkelijke EU-wet aangenomen zien worden. De NIS2-richtlijn en Data Act waren met respectievelijk 24 en 21 maanden veel sneller gerealiseerd, terwijl de vaart van de European Chips Act (17 maanden) een positief scenario voorstelt. We moeten kortom er niet vanuit gaan dat CADA een wet wordt vóór 2028. Wel is een operationele implementatie al op ambitieuze wijze gepland tussen 2028 en 2030. De Commissie wil vaart maken. Dat moet ook wel.
Lees ook: Cyberagentschap EU krijgt toegang tot Anthropic Mythos










English (US) ·