Giulio Pellizzari, van Pogacar-fanboy tot de grootste uitdager van Vingegaard in de Giro

21 uren geleden 3

„Tadej, mag ik je roze fietsbril?” In een tentje boven op de Monte Pana wijst Giulio Pellizzari naar de bril die Tadej Pogacar op zijn helm heeft gezet. Even daarvoor is de jonge Italiaanse solovluchter, 20 jaar pas en uitkomend voor het kleine Bardiani CSF-Faizanè, één kilometer voor de finish teruggegrepen door de Sloveen. Hij had hem kortstondig „een klootzak” gevonden. Maar nu geeft Pogacar eerst zijn bril af, om vervolgens ook nog zijn roze trui uit te trekken en in de handen van Pellizzari te drukken. Die omhelst hem: „Je bent geweldig!”. 

„Het hele zonnebril-gebeuren heeft me beroemder gemaakt dan ik was geweesr als ik daadwerkelijk de etappe had gewonnen”, blikte Pellizzari eind 2024 in wielerblad Rouleur terug op het ontroerende moment uit de Giro d’Italia van dat jaar. Eigenlijk had hij zijn grote idool alleen de hand willen schudden – als vijftienjarige was hij al eens met de toen nog vrijwel onbekende Pogacar op de foto gegaan bij de Strade Bianche. Maar toen hij de roze bril op de helm van Pogacar zag staan, herinnerde hij zich dat zijn broer Gabriele heel graag zo’n exemplaar in zijn bezit zou hebben. In webwinkels was de bril alleen nergens te koop.

Twee jaar later is Pellizzari zelf een voorbeeld voor wielrennende Italiaanse jongens en meisjes. In het Bulgaarse Nessebar, gelegen aan de Zwarte Zee, begint hij deze vrijdag de Giro d’Italia als de grote hoop op weer eens een Italiaanse eindzege, tien jaar na Vincenzo Nibali. Bij afwezigheid van Pogacar, die de Giro overslaat en zich richt op de Tour de France, en na de afmeldingen van de niet-fitte João Almeida en Richard Carapaz, wordt Pellizzari gezien als de belangrijke uitdager voor Visma-Lease a Bike-renner Jonas Vingegaard. De Italiaan is in topvorm: in april won hij twee etappes en het eindklassement in de Ronde van de Alpen, zijn eerste eindzege in een meerdaagse etappekoers.

Wie is hij, en wat zegt zijn doorbraak over het Italiaanse wielrennen?

Weg naar de profs

Pellizzari hield aan de slotweek van de Giro van 2024 niet alleen de memorabilia van Pogacar over, maar ook een transfer naar het hoogste profniveau, de World Tour. De Duitse wielerploeg Red Bull-Bora-Hansgrohe zag potentie in de klimmer, die in de Dolomieten nagenoeg elke dag in de ontsnapping had gereden en met de klassementsmannen bergop mee kon komen. Toch lag het niet altijd voor de hand dat de Italiaan prof zou worden.

De jonge Giulio groeide op aan de voet van de Apennijnen, in heuveldorp Camerino, waar hij samen met zijn drie jaar oudere broer begon met fietsen. Een winnaar was hij in zijn jeugd niet. Pellizzari – inmiddels 1.83 meter lang en rond de 65 kilo – was klein van stuk en moest het toen al hebben van zijn klimcapaciteiten. Hij had de pech dat voor hem en zijn leeftijdsgenoten amper koersjes werden georganiseerd die bergop eindigden. Als hij in vlakke wedstrijden al de finish haalde, eindigde hij niet bij de besten.

Wel werden zijn resultaten elk jaar net iets beter, wat ook opviel bij Bardiani. In 2022 sloot Pellizzari aan bij de Italiaanse procontinentale ploeg, uitkomend op het tweede profniveau. Daar leerden ze hem „wielrenner te zijn” en hielpen ze hem „niet alleen op sportief, maar ook op menselijk vlak”, vertelde Pellizzari rond zijn overstap naar Red Bull-Bora-Hansgrohe aan Eurosport. Op de fiets is hij naar eigen zeggen „agressief en een beetje verwaand”, maar zodra hij afstapt is hij weer zijn „opgewerkte, vriendelijke zelf”, tekende Athleta Mag op. ‘Droom groot, werk hard, blijf bescheiden’, staat op zijn Instagram.

Pellizzari’s tweede plek in de Ronde van de Toekomst van 2023 was al veelbelovend, maar in de Giro van 2024 kwam zijn definitieve doorbraak. Italiaanse sportkranten bombardeerden hem na zijn duel met Pogacar op de Monte Pana nog diezelfde week tot ‘de toekomst van het Italiaanse wielrennen’. Al jaren verlangt Italië naar een nieuwe grote ronderenner, eentje in de lijn van Gino Bartali, Fausto Coppi, Felice Gimondi, Marco Pantani en de laatste Italiaanse Giro- en Tourwinnaar, Vincenzo Nibali. Maar mede door dopingschandalen rond de eeuwwisseling is het Italiaanse wielrennen de laatste decennia in verval geraakt.

Lees ook

In Cesenatico is Marco Pantani nog steeds overal: ‘Hoe langer hij dood is, hoe meer we hem herdenken’

Een standbeeld van Pantani in het midden van een parkje in Cesenatico.

Dopingaffaires

Toen Pantani op 5 juni 1999 tijdens de Giro in Madonna di Campiglio betrapt werd op doping, reageerde fietsminnend Italië geschokt. Met de tragische val van hun boegbeeld, die in 2004 zelfmoord pleegde na jaren van depressie en middelengebruik, verdween de romantiek uit de koers. Door de dopingaffaires die de sport daarna achtervolgden, besloten meerdere Italiaanse sponsoren zich terug te trekken. Ze verlegden hun aandacht naar voetbal of tennis. Sinds 2016 heeft Italië geen wielerploeg meer op het hoogste niveau.

Daarmee is ook het aantal Italiaanse profs op het hoogste niveau flink teruggelopen. Waren het er in 2005 nog 107 verspreid over twintig ploegen, dat aantal schommelt het afgelopen decennium tussen de 54 en 64 in achttien teams. Ook op het aantal profzeges – op alle niveaus – teerde Italië in, blijkt uit cijfers van ProCyclingStats: van 165 in 2005 naar 105 vorig jaar. De droogte in Italiaanse etappezeges tijdens de Giro evenaarde de afgelopen editie een negatief record: pas in de zestiende etappe verloste Christian Scaroni het thuisland. Hand in hand met zijn eveneens Italiaanse ploeggenoot Lorenzo Fortunato kwam hij over de finish.

Giulio Pellizzari won vorig jaar een etappe in de Vuelta.

ANP / EPA

Toch behoort Italië nog altijd tot de best presterende landen in de internationale wielersport. Het zijn alleen niet zozeer ronderenners, maar specialisten als tijdrijder Filippo Ganna en sprinter Jonathan Milan – beiden ook actief in deze Giro – die de nationale eer hoog houden.

Oud-renner Giorgio Brambilla, die na zijn carrière ploegleiders cursussen gaf bij de Italiaanse bond, zocht vorig jaar in een podcast een verklaring voor het gebrek aan klassementskandidaten in de manier van opleiden: „We hebben in Italië heel weinig etappekoersen op jeugdniveau. Als een jonge renner sterk is en de drive heeft, maar niet snel genoeg is om meteen resultaten te boeken, dan zou hij geholpen moeten worden in zijn ontwikkeling.”

Extra aandacht voor de tijdrit

Precies die hulp kreeg Pellizzari wel. Sinds zijn overstap naar Red Bull-Bora-Hansgrohe werkt hij aan zijn ontwikkeling van sterke klimmer tot ronderenner. Trainen doet hij vanuit zijn woonplaats San Marino, waar hij in hetzelfde gebouw woont als een ander toptalent: zijn Mexicaanse leeftijdsgenoot Isaac del Toro.

Bij Pellizzari’s huidige ploeg kreeg zijn tijdrit extra aandacht, ook met oog op de 42 kilometer lange beproeving die in de tweede week van deze Giro op het programma staat. Hij leerde meer over voeding – broodnodig, want ondanks zijn slanke postuur houdt hij naar eigen zeggen van eten. En hij werkte aan zijn winnaarsmentaliteit, door op trainingskamp bij elk plaatsnaambordje de sprint aan te gaan met zijn Australische ploeggenoot Jai Hindley.

Een dag voor de start van de Giro is van zenuwen nog niets te bespeuren bij de jonge Italiaan. In een online persconferentie vertelt hij over een helikoptervlucht die hij heeft mogen maken en dolt hij met Hindley over een toekomstig bezoek aan zijn favoriete voetbalclub, AC Milan. Zijn derde deelname in drie jaar maakt ook dat zijn kinderdroom van de gele leiderstrui in de Tour „van kleur is veranderd” en er nu „meer roze uit ziet”.

Als hem wordt voorgelegd dat de Fransen dit voorjaar wild zijn van de pas 19-jarige Paul Seixas, die al wordt bestempeld als de eerste Franse Tourwinnaar in veertig jaar, en dat hij misschien Italië tien jaar na Nibali weer roze kan kleuren, reageert Pellizzari gevat: „Vergeleken met Frankrijk heb ik nog dertig jaar, maar ik denk dat ik dan wel gestopt ben”.

Deze week voerde nota bene Nibali de druk verder op, door Pellizzari in Italiaanse media la speranza azzurra, de blauwe hoop te noemen. Nee, zegt Pellizzari, druk voelt hij niet om in de voetsporen van de grote Italiaanse ronderenners voor hem te treden. „Ik moet de juiste dingen blijven doen, en dan zullen we het zien. Niemand weet of ik een grote ronde kan winnen, maar natuurlijk zal ik er alles aan blijven doen. Voor mijzelf, en voor Italië.”

Lees het hele artikel