Naarmate ik ouder word, begin ik mijn moeder steeds beter te begrijpen. Zij is het allergelukkigst wanneer al haar kinderen, schoon- en kleinkinderen rond haar tafel zitten. Dat lukt helaas zelden, omdat een deel van de familie in het buitenland woont, en ook omdat dertien mensen met drukke levens op één dag op dezelfde plek krijgen geen sinecure is. Maar toen ze laatst 85 werd, waren we bijna voltallig. Eén nichtje was op studiereis en kon er niet bij zijn. Ter compensatie had ik mijn reserve- én mijn schoondochter meegenomen, en zo zaten we met z’n veertienen aan drie aan elkaar geschoven, feestelijk gedekte tafels.
Ik zag mijn moeder genieten. Dit was haar clan. Al deze individuen, hoe verschillend ook, waren via meer of minder zichtbare lijntjes met haar verbonden. En ik snapte het. Waar ik het vroeger nog weleens irritant vond om me maanden tevoren al vast te leggen op zo’n familiebijeenkomst, ervoer ik nu eenzelfde geluksgevoel. Ik zag mijn reservedochter (de bestie van mijn oudste) kletsen met mijn broer, terwijl mijn Spaanse schoondochter (sinds anderhalf jaar de vriendin van mijn jongste) Frans sprak met mijn schoonzus, Engels met mijn neef, en haar eigen moertaal met mijn verkering. Ook mijn posse was compleet.
Na mijn scheiding tien jaar geleden had ik maar moeilijk kunnen wennen aan de nieuwe samenstelling van mijn gezin. Er ontbrak iemand, en dat gemis was het meest voelbaar tijdens het avondeten. De krakkemikkige mahoniehouten eettafel die nog van mijn overgrootouders is geweest, leek domweg te groot voor met z’n drie. Inmiddels overweeg ik de aanschaf van een nieuwe; het wordt wat krapjes met z’n zessen. Laatst kocht ik er alvast een nieuwe stoel bij, zodat niet steeds een van de kinderen op een balkonstoeltje hoeft aan te schuiven.
Zo zie je maar. Alles stroomt. Het is dat ik die jongelui nog minstens een half decennium zoveel mogelijk vrijheid gun, maar stiekem verheug ik me nu al op de dag dat die grotere eettafel er écht moet komen omdat er geen kinderstoel meer bij past. In de tussentijd geniet ik van hoe het nu is.
Sowieso is het een groot genoegen wanneer je gezin wordt uitgebreid met jonge vrouwen. De gesprekken zijn opeens veel gelaagder. In elk geval ben ik een stuk beter op de hoogte van het leven van mijn jongste zoon sinds hij Beatriz voor het eerst mee naar huis nam. Waar hij meestal niet verder komt dan ‘goed hoor’ als je hem vraagt hoe het gaat, weet ik nu tenminste wanneer hij precies tentamens heeft en hoor ik met een beetje mazzel zelfs of hij ze heeft gehaald.
Misschien is het niet handig van me, want ze zijn nog piepjong en zoals gezegd, alles stroomt. Maar ik kon niet anders dan Bea meteen in mijn hart sluiten. Ze is attent, enorm gedreven en doet aandoenlijk hard haar best om Nederlands onder de knie te krijgen. Bovendien is ze een heel goeie eter, een eigenschap waarmee je bij mij snel een streepje voor hebt. Vorige week ging ik bij haar op de thee in het voormalige ministerie waar ze een krappe studentenkamer huurt en bakte ze torrijas voor me, Spaanse wentelteefjes. Ik had aardbeien meegebracht en die aten we erbij. En terwijl de middagzon door de ministeriële luxaflex een vrolijk lichtpatroon op haar bureau annex eettafel verspreidde, voelde ik me intens bevoorrecht.


:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/taxonomy/06b57cb-AanZet_itemafbeelding.png)



/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/06115015/060526CUL_2032604031_medusaDRAGEND.jpg)



English (US) ·