‘Het is hanta, je hebt hanta aan boord.’ Hoe een cruise uitmondde in een internationale reddingsoperatie

4 uren geleden 1

ProloogDe vliegtuigslurf

Op de luchthaven van Johannesburg wachten de passagiers van vlucht KL592 richting Amsterdam om aan boord te gaan. Ze staan al in de slurf, vooraan de rij zit een zieke vrouw in een rolstoel. Een medepassagier ziet dat ze nauwelijks haar paspoort uit haar handtas kan halen, zo erg trillen haar handen. Het is 25 april, half elf ’s avonds.

Een paar maanden eerder was de 69-jarige Nederlandse vrouw samen met haar man begonnen aan de reis van haar leven: eerst een tocht door Zuid-Amerika en daarna een wekenlange cruise langs de prachtige, onherbergzame en vogelrijke eilandjes in de zuidelijke Atlantische Oceaan. Maar haar man is na een razendsnel opgekomen en onverklaarbare ziekte dood, gestorven op zee, en nu reist ze nu zonder hem terug naar huis.

Eenmaal in haar vliegtuigstoel kan de vrouw zichzelf niet overeind houden, ze valt half over een andere passagier heen. Na bijna drie kwartier overleg besluit de purser dat de vrouw niet fit genoeg is om te vliegen. Kort voor middernacht moet ze van boord.

De volgende ochtend vroeg overlijdt ze in een ziekenhuisbed op een Zuid-Afrikaanse spoedeisende hulp.

Passagiers en bemanningsleden op de Hondius op 6 mei.

Foto’s AP

Deel IHet virus

De scheepsarts van de Hondius legt net een infuus aan als hij wordt gebeld. Hij drukt het gesprek weg, hij heeft het druk. Vroeg die ochtend heeft hij wéér iemand naar zijn ziekenboeg gehaald. Een 60-jarige Britse passagier kreeg een dag eerder koorts en spierpijn, is in de nacht achteruitgegaan en heeft inmiddels al extra zuurstof nodig.

Het Nederlandse expeditieschip is drie weken eerder met 181 opvarenden vertrokken vanaf het zuidelijkste puntje van Argentinië. Ze hebben op de meest onherbergzame rotsen van de Atlantische poolzeeën zeldzame diersoorten en prachtige vergezichten gezien. Het is een idylle. Maar niet meer voor de scheepsarts. Voor de tweede keer op deze reis heeft deze 41-jarige Nederlander bij de kapitein een medische evacuatie aangevraagd. Nu vaart het schip volle vaart richting het Britse eilandje Ascension.

Als de scheepsarts even later terugbelt, krijgt hij de zus van de overleden Nederlandse vrouw aan de lijn. Ze vertelt hem het slechte nieuws.

De scheepsarts schrikt. Eerst de man, nu zijn vrouw. Dit kán geen toeval zijn. Maar wat is hier aan de hand?

Twee dagen eerder had hij afscheid genomen van de vrouw. Ze leek moe, verdrietig. Vanzelfsprekend, ze had eerder op de reis dagenlang haar stervende man verzorgd. Maar ziek was ze niet. Nu is ze dood, en is ook een derde passagier ernstig ziek.

Steeds weer zegt zijn gevoel dat er iets helemaal mis is, maar telkens als hij de symptomen van het echtpaar en de Britse man naast elkaar legt, ziet hij geen overeenkomsten. De een is gestorven aan complicaties van een longontsteking, de ander had vooral buikklachten en wat de derde heeft is al helemaal niet duidelijk.

Zoals op zoveel cruises heerst er ‘ships flu’, een verzamelnaam voor de ongedefinieerde virussen die tijdens zo’n reis vaak rondgaan. En alle klachten passen bij een uit de hand gelopen griep, iets wat bij deze oudere groep met soms chronische aandoeningen al snel op de loer ligt.

Uitzoeken hoe het zit, is op de Hondius onmogelijk. Zijn ziekenboeg is een soort uitgekleed huisartsenkantoortje. Hij kan niet eens controleren of de Brit een virale of bacteriële infectie heeft.

Deze zondag bleek het begin van twee wilde weken in de internationale epidemiebestrijding. Terwijl een door corona getraumatiseerde buitenwereld zich fixeerde op een horrorscenario – cruiseschip in Antarctische wateren blijkt brandhaard van nieuwe pandemie door een obscuur virus – zetten honderden ambtenaren, wetenschappers en artsen achter de schermen een ingewikkelde internationale logistieke operatie op touw om patiënten te evacueren en passagiers veilig thuis te krijgen. Vorige week, op 2 juli, verklaarde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) de uitbraak officieel voorbij.

Een reconstructie van NRC van deze race tegen de klok laat zien hoe deze snelle internationale respons niet voorkwam dat potentiële virusdragers zich over de hele wereld verspreidden. Dat in een wereld van globetrotters lokale virussen eigenlijk niet bestaan. En hoe een uitbraak die volgens experts geen nieuwe pandemie kón worden, in de post-coronatijd toch voor wereldwijde onrust zorgde.

Wetenschappers zoeken op 18 mei bij Ushuaia, Argentinië naar muizen die het hantavirus bij zich dragen.

Foto’s JUAN MABROMATA/AFP

Sangria


Op 27 april ligt het cruiseschip voor anker bij het Britse eiland Ascension. Het is een gekke dag op de Hondius. Op achterdek 5 wordt Koningsdag gevierd, met livemuziek (Para Bailar la Bamba) en sangria.

De scheepsarts is emotioneel helemaal op. Hij heeft die ochtend net zijn Britse patiënt overgedragen aan Bill Hardy, de arts op Ascension. Op het bootje naar de kade, deinend op de golven, had hij gezien hoe hard de Brit de afgelopen 24 uur achteruit was gegaan. Nu is hij opgelucht: zijn patiënt is in goede handen, ligt in een echte kliniek. Hij gaat het redden, denkt de scheepsarts.

Expeditieleider Hans Verdaat en de kapitein maken zich zorgen. Ze besluiten de passagiers te vragen om meer afstand van elkaar te houden. Moeilijk is dat niet, het schip heeft plek voor 250 mensen en zit na het vertrek van een groep passagiers op Sint Helena inmiddels nog maar half vol. Ze krijgen ook de suggestie mondmaskers te dragen en vaker hun handen te desinfecteren, zeker voordat ze het restaurant binnenlopen. Die gelpompjes worden toch al vrij intensief gebruikt: vanwege de ‘ships flu’ lopen passagiers al weken te hoesten, en vragen af en toe een paracetamolletje bij de receptie als ze verhoging hebben.

Inmiddels weten de passagiers ook van het plotselinge overlijden van de Nederlandse vrouw in Johannesburg. Ze zijn geschokt maar niet bezorgd, zo zullen ze later vertellen. De vrouw zal wel van verdriet gestorven zijn. De kapitein had hen direct na het overlijden van de eerste patiënt gerustgesteld: er zijn geen aanwijzingen voor een gevaarlijke infectie.

Op foto’s die passagiers de dagen daarna op hun sociale media plaatsen, wijst weinig erop dat het hun dagelijks leven aan boord drastisch verandert. Ze zien snaveldolfijnen voor de boeg van de Hondius zwemmen en spotten de unieke Ascensionfregatvogel. De Amerikaanse influencer Jake Rosmarin plaatst een foto van een zonsondergang. „Ascension, je was magisch.”

’s Middags zitten passagiers in de lezingenzaal schouder aan schouder te luisteren naar een lezing over astronomie. De ene avond is er een masterclass cocktails maken, als ze de evenaar passeren is er BBQ Night. Gasten scheppen gebroederlijk op van de schalen die op een buitendek op lange tafels zijn uitgestald.

De Hondius bij de haven van Praia in Kaapverdië op 4 mei.

Foto Arilson Almeida/AP

Zwemmen

De Hondius is alweer drie dagen op zee als passagiers zich in de lounge van het schip verzamelen voor een verrassingsactiviteit. Op Instagram is te zien hoe opvarenden even later tevreden in het water ronddobberen. „Ik kan nog steeds niet geloven dat ik midden in de Atlantische Oceaan aan het zwemmen ben”, post Rosmarin, op zijn rug in het water met een selfiestick in zijn hand.

Ook de scheepsarts is in het water gesprongen. Even ontspannen. Al dagen breekt hij zich het hoofd over wat er op het schip aan de hand kan zijn. Twee dagen eerder heeft hij er weer twee patiënten bij gekregen, een gids en een 80-jarige Duitse vrouwelijke passagier. Terwijl hij ze verzorgt, maakt hij dagelijks nieuwe lijstjes van mogelijke ziekten in zijn hoofd. Maar de scheepsarts blijft vooral de verschillen tussen de patiënten zien. Hij kan niets testen, niets uitsluiten of bevestigen. Hij heeft geen tijd om een stap terug te zetten, de gebeurtenissen van een afstand te bekijken, hij is moe, heeft hoofdpijn.

Die ochtend heeft Bill Hardy, de arts op Ascension, hem gemaild dat de Britse patiënt naar Johannesburg geëvacueerd moest worden en daar aan de beademing ligt. Hij maakt zich ernstig zorgen, schrijft Hardy. Op afstand ziet hij wat de scheepsarts nog niet kan bevatten: deze zaken móéten met elkaar verbonden zijn. We moeten escaleren [naar de gezondheidsautoriteiten, red.], schrijft een arts op Sint-Helena. De scheeparts moet ervan uitgaan dat er een resistente ziekteverwekker aan boord is, mailen beide artsen. Mogelijk Legionella.

Expeditieleider Verdaat en de scheepsarts schakelen medisch contacten in hun netwerk in. Op Sint-Helena, in Londen, Antwerpen, Johannesburg, Rotterdam en Amsterdam buigt een snelgroeiende groep artsen zich over de alarmerende berichten die ze van de Hondius krijgen.

Gescheiden door duizenden kilometers zoeken ze elkaar digitaal op, Ze mailen en bellen, wisselen informatie en ideeën uit. Sinds de corona-pandemie zijn ze veel alerter geworden. Ook zij maken lijstjes: salmonella, legionella, vogelgriep, een andere dierenziekte, covid, sars, iets wat ze helemaal niet kennen? Ze stellen allerlei vragen aan Verdaat: waar zijn de passagiers allemaal geweest, hebben ze op de bezochte eilanden vogelpoep aangeraakt? Samen proberen ze de puzzel te leggen.

Op het schip besluiten ze de leidingen met heet water door te spoelen en meer chloor aan het drinkwater toe te voegen.

Aan het eind van de middag van 30 april stort de scheepsarts ineens in. Direct meldt hij zich ziek bij expeditieleider Verdaat. Ze besluiten dat hij zich in zijn hut afzondert. Koortsig kruipt de scheepsarts daarna op handen en voeten zijn bed in. Hij is te moe om te slapen, kan nauwelijks eten of drinken. De arts is bang. Ik heb wat zij hebben, denkt hij. En hij weet hoe dat afloopt.

Verdaat en de kapitein bellen de rederij, Oceanwide Expeditions: voor de derde keer die reis kondigen zij een medische evacuatie af. De dichtstbijzijnde haven is Kaapverdië. Maar dat is op volle kracht nog drie dagen varen. In die tijd jaag je er een grote hoeveelheid brandstof doorheen. Daar moeten zij formeel toestemming voor krijgen.

Verdaat vertelt de passagiers wat er aan de hand is. In de eetzaal moeten ze nu verplicht op afstand van elkaar eten. Ze krijgen het dringende advies overal op het schip een mondkapje te dragen. Als ze zich zorgen maken, kunnen ze zich terugtrekken in hun hut en daar eten. Verplicht is dat niet. Verdaat en de kapitein weten dat dwang weerstand oproept. En eigenlijk willen ze zicht houden op de passagiers, zodat niemand ongezien in zijn hut ziek wordt. Hoewel ze uit Nederland advies krijgen de luchtventilatie uit te zetten, doen ze dat niet. Ze varen in de tropen, zonder airco kan het in sommige hutten boven de dertig graden worden. Dat is ook niet gezond.

Hanta? Hanta!

De doodzieke Brit in Johannesburg test op alles negatief: legionella, influenza, malaria, dengue, papegaaienziekte en andere veelvoorkomende infectieziekten. Er is hersenvocht, bloed, urine en speeksel afgenomen bij de man, maar niks geks te vinden.

Op 1 mei in de middag mailt de medisch adviseur van de rederij Bill Hardy. „Vraagje, wordt er getest op het hantavirus? Zou dat een mogelijkheid zijn? Sommige passagiers zijn in Zuid-Amerika op reis geweest.” Goede vraag, reageert Hardy, de virologen in Zuid-Afrika hebben hanta inmiddels ook op hun lijst staan, en gaan daar zo snel mogelijk op testen.

Een dag later loopt Hans Verdaat iets na zes uur ’s avonds net terug van zijn avondbriefing aan de passagiers als hij een telefoontje krijgt dat hij nooit zal vergeten. Het is de medisch adviseur van de rederij. „Sta je alleen? Dit weet nog niemand, ik krijg net een belletje van de arts in Zuid-Afrika. Het is hanta, je hebt hanta aan boord en het is waarschijnlijk de dodelijke variant uit Zuid-Amerika. Nu actie.”

„Ik weet genoeg”, zegt Verdaat, en drukt haar weg. Zo snel hij kan gaat hij naar de hut waar de Duitse vrouw ligt. De partner van Verdaat, een gids op het schip, verzorgt haar. Een mondkapje en handschoenen gebruikt ze al. Doe ook maar een spatbril op, zegt Verdaat, en hou goed afstand. Het is hanta.

Een paar uur later sterft de Duitse vrouw.

Evacuatie van patiënten van de Hondius op 6 mei bij Kaapverdië.

Foto AFP

Deel IIDe reddingsoperatie

Twintig jaar geleden zocht viroloog Chantal Reusken in de Waterleidingduinen al naar rosse woelmuizen die een in Nederland voorkomende variant van het hantavirus hebben. Als ze er een vond, sneed ze die open om de organen te bestuderen. De fascinatie bleef. Ze is nu bijna acht jaar een van de belangrijkste experts van het landelijke Centrum Infectieziektebestrijding van het RIVM. Haar specialisatie is virussen die van dier naar mens springen. Ze is dé hanta-expert van Nederland.

Op vrijdag 1 mei heeft de dienstdoende arts van de Radio Medische Dienst van de Koninklijke Nederlandse Reddingsmaatschappij het RIVM gebeld om te waarschuwen. Schepen kunnen deze dienst dag en nacht bellen voor medisch advies, op welke wereldzee ze ook varen.

Het RIVM is dan ook nét door de Britten gemaild: weet Nederland al wat er op de Hondius gebeurt? En zijn er voorzorgsmaatregelen getroffen?

Als zaterdagavond blijkt dat het hanta is, is Reusken gerustgesteld. Want hoewel er formeel nog veel onduidelijk is, weet zij eigenlijk al genoeg. Van alle tientallen hantavirussen is er maar één van mens op mens overdraagbaar. Dat is de andesvariant.

Voor wie het krijgt, is het vreselijk – er zijn geen medicijnen tegen en je hebt 40 procent kans dat je sterft. Maar voor het bestrijden van de uitbraak is het goed nieuws. Deze variant kán van mens naar mens springen, maar is véél minder besmettelijk dan bijvoorbeeld corona. In de tientallen jaren dat hij bekend en onderzocht is, is de variant nauwelijks gemuteerd. Het nachtmerriescenario dat er op de Hondius opeens een besmettelijkere mutatie is opgedoken, is onwaarschijnlijk.

Voorlopig zijn het allemaal aannames – maar wel aannames die bepalen wat het inderhaast opgetuigde crisisteam nu moet doen. Voor het coronascenario, een epidemie van een onbekende virusvariant die zich razendsnel over de wereld verspreidt, zijn ze bij het RIVM vanaf dat eerste weekend al niet meer bang.

Wel voor de gezondheid van de opvarenden. Hoewel er dan pas één besmetting vaststaat, is de aanname direct dat álle zieke en overleden passagiers door het andesvirus geveld zijn. Better safe than sorry.

De zieken moeten zo snel mogelijk van boord. Wie het andesvirus heeft, kan opeens extreem snel achteruitgaan en is alleen in een ziekenhuis te redden. De andere opvarenden moeten direct in quarantaine. Aan boord is dat lastig te regelen, hoe je ook je best doet. En er moeten artsen naar het dolende schip, om de scheepsarts te vervangen en het virus beter in kaart te brengen.

Op zondagochtend om 02.00 uur krijgt de crisiscoördinator van Buitenlandse Zaken een telefoontje. Een noodevacuatie van een cruiseschip regelt zichzelf niet. En omdat de Hondius onder Nederlandse vlag vaart, moet Den Haag het regelen.

Op de Hondius is het die dagen stil. Het schip is op zondagochtend 3 mei eindelijk bij Kaapverdië aangekomen. De 56 bemanningsleden droegen al vaak mondkapjes en handschoenen. Nu helemaal. De 83 passagiers weten dat al drie medepassagiers gestorven zijn en er twee ernstig ziek zijn, door een virus dat ook hen kan infecteren. Ze blijven vaker in hun hut. Als ze buiten komen, voor een kopje koffie, een frisse neus of om een vogel of een dolfijn te bekijken, houden ze afstand. De haak- en bingosessies en lezingen zijn opgeschort. Zelfs de Spanjaarden die zo graag samen optrekken, doen hun best afstand te houden, ziet Verdaat.

Maar Kaapverdië wil hen niet aan land. Dus moeten de opvarenden wachten. Hoe lang, weten ze niet.

Evacuatie van passagiers van de Hondius op 10 mei bij de haven van Granadilla, Tenerife.

AP Photo/undefined

De paniek

Hoewel medewerkers van het RIVM in het weekend al concluderen dat een nieuwe epidemie niet voor de hand ligt, moeten ze vanaf maandag 4 mei toch een epidemie indammen. Niet van het virus, maar van de angst voor het virus.

Misschien wel zestig telefoontjes per dag. En dat dágen achter elkaar. Vanaf het moment dat het hantanieuws de buitenwereld bereikt, houdt het mobieltje van de woordvoerder van het RIVM niet op met rinkelen. Hij zal die week „zeker honderd uur” werken. Hij geeft interviews in het Engels, Frans en Duits. Iedereen wil één ding weten: wordt dit de nieuwe pandemie?

De Britse The Daily Mail duikt – tot verdriet van de familie – de namen op van het overleden Nederlandse echtpaar uit een overlijdensbericht in het huis-aan-huisblad van een Fries dorpje. Een Mexicaanse krant wijdt zelfs een heel profiel aan de man en bestempelt hem als de ‘patient zero’ van de uitbraak.

Op sociale media regent het verwensingen aan opvarenden en fantasieën om het schip lek te prikken. De tot dan toe opgetogen Amerikaanse influencer Rosmarin plaatst een filmpje waarin hij huilend vertelt dat hij en de andere passagiers ook mensen zijn, niet alleen een nieuwsverhaaltje. Nadat zijn inbox overstroomt met bedreigingen en haat, stopt hij tijdelijk met foto’s en filmpjes.

Live

Sorry, het lukt niet om de video af te spelen.
of probeer het later nog eens.

Filmpje van de Amerikaanse influencer Jake Rosmarin vanaf de Hondius.

Video Instagram/Jakerosmarin/Reuters

De oorsprong van het virus leidt zelfs tot een kortstondige diplomatieke rel, als media een vogelrijke vuilnisbelt in Argentinië aanwijzen als de plek waar het Nederlandse stel mogelijk het virus opliep. Een lokale ambtenaar noemt het in The New York Times een lastercampagne van „malicieuze” Chilenen die hun land naar voren willen schuiven als enige veilige toegangspoort tot Antarctisch gebied. Al snel zal blijken dat het stel de vuilnisbelt nooit bezocht. Bij het RIVM is de theorie al veel eerder de prullenbak in gegaan: de langstaartige rijstrat die de andesvariant bij zich draagt, komt er niet voor.

De Nederlandse autoriteiten proberen vergelijkingen met corona te ontzenuwen. Het RIVM benadrukt dat overdracht van het andesvirus alleen mogelijk is na langdurig én nauw contact. Ook minister van Volksgezondheid Sophie Hermans belicht het verschil: „Waar je bij corona elkaar door de lucht kon besmetten, moet je hier echt heel intensief contact hebben.”

Op X vragen mensen hoe het RIVM dat allemaal zo zeker weet: „…we kunnen jullie nooit meer geloven na covid…”, reageert ‘Protocol Police’ onder een bericht van het RIVM.

Patiënten van de Hondius worden op 6 mei in Praia, Kaapverdië overgebracht naar een ambulance.

Foto Anadolu via Getty Images

De couveuse

Als de passagiers op het dek het vissersbootje met twee Nederlandse artsen zien aankomen, beginnen ze te klappen. Anderen zwaaien, sommigen huilen. Het is 6 mei, de Hondius ligt al drie dagen op zee voor Kaapverdië.

Hoewel de passagiers nog steeds niet van boord mogen, gaat Kaapverdië na stevige diplomatieke druk akkoord met de meest urgente eis: de zieken, met wie het elke dag slechter gaat, mogen van boord, onder voorwaarde dat ze direct het land uit worden gevlogen.

De rederij van de Hondius regelt via haar verzekeraar een Luxemburgs en een Turks ambulancevliegtuig. De patiënten moeten op de vlucht naar Nederland in een isolatie-cocon, een soort overmaatse couveuse.
De scheepsarts blijkt te groot voor zijn cocon, hij moet zich opvouwen om erin te kunnen. Als de ventilatie in het apparaat uitvalt, landt het vliegtuig waar hij in ligt op Gran Canaria. Daar is het wachten op een vliegtuig met een werkende cocon dat met spoed uit Oslo overvliegt. Bijna twintig uur ligt de scheepsarts in de steeds hetere ruimte. Inmiddels moet hij ook worden beademd. Hij doet zijn best niet weg te zakken. Als ik nu inslaap, denkt hij, word ik niet meer wakker.

Een patiënt van de Hondius (tweede van rechts) wordt op 6 mei naar een ambulance begeleid na landing op Schiphol.

Foto Peter Dejong/AP

De twee artsen die op het bootje richting de Hondius varen, zijn diezelfde ochtend om zes uur uit Rotterdam vertrokken. Ook zij vliegen privé, voor het eerst in hun leven.

Esther Schadd is militair infectioloog, zij staat altijd klaar om uitgezonden te worden: volledig gevaccineerd en voor alles verzekerd. Michele van Vugt is internist-infectioloog bij Amsterdam UMC, werkte vroeger in de tropen en in vluchtelingenkampen. Bang zijn ze niet – ze weten hoe ze zich moeten beschermen. Ze zijn wel nieuwsgierig. Hoe ernstig ook, dit is wel een buitenkans op hun vakgebied.

Als ze op Kaapverdië landen, worden ze opgewacht door drie overgevlogen medewerkers van Buitenlandse Zaken in oranje hesjes. Even een douanestempel halen, een kop koffie, en dan onder politie-escorte in ebolapakken via drie wachtposten naar de haven. Nog geen anderhalf uur later staan ze aan boord van de Hondius.

Tot hun verrassing heerst aan boord een serene rust. De passagiers lijken zich veilig te voelen. In de lounge leggen de artsen uit dat ze hier zijn om verspreiding van de ziekte te voorkomen en eventuele nieuwe zieken te verzorgen.

De volgende dag onderwerpen de twee artsen in de lezingenzaal alle 150 opvarenden één voor één aan een lijst vragen over hun gezondheid en het contact met de mensen die al ziek zijn geworden. Om één uur ’s nachts zijn ze klaar.

De artsen wijzen veertig opvarenden aan met het hoogste risico besmet te zijn. Zij moeten vanaf dat moment twee keer per dag hun temperatuur opnemen.

In Nederland vliegen de dagen voorbij: elke paar uur is er weer een overleg tussen de ministeries en het RIVM om te controleren of de lange to-do-lijsten snel genoeg worden afgehandeld. Medewerkers schrijven richtlijnen en quarantaine-voorschriften, in de wetenschap dat een verschrijving of omissie direct zal leiden tot complottheorieën en beschuldigingen van doofpotten.

Op FlightRadar volgen ze de vluchten van en naar Kaapverdië. Dat het lukt om binnen een paar dagen medische hulp naar een schip duizenden kilometers verderop te krijgen en de twee doodzieke patiënten op tijd naar een Nederlands ziekenhuis te krijgen: het zijn „kippenvelmomenten”.

Voorbereiding van de evacuatie van passagiers van de Hondius naar Tenerife op 10 mei.

Foto ANP/SIPA Press France

De repatriëring

Als militair infectioloog Esther Schadd zondagochtend 10 mei de gordijntjes van haar patrijspoort opent, zoemen de drones en helikopters al over het achterdek van de Hondius. Op de kade in Tenerife, net buiten de haven van Granadilla, ziet ze de cameraploegen rijendik opgesteld. Honderden agenten van de Spaanse Guardia Civil zijn uitgerukt. Expeditieleider Verdaat ziet ze op bootjes rond het schip varen, sommigen maken selfies. Op de kade zweten zorgmedewerkers in zwarte hazmat-pakken met gasmaskers. Wat een poppenkast, denkt hij.

Op vier dagen varen van Kaapverdië gaan de overgebleven passagiers eindelijk van boord – ondanks protesten van havenarbeiders en felle tegenstand van de lokale autoriteiten van het Spaanse eiland.

Sinds de passagiers hebben gehoord dat ze eindelijk naar huis kunnen, is het gedaan met de kalmte. Met het einde in zicht lijkt alle opgebouwde spanning eruit te komen, merken de artsen. Een paar keer per dag zien ze mensen met paniekklachten op hun spreekuur, een aantal passagiers vraagt om een kalmeringspil.

Passagiers worden op 10 mei op Tenerife overgebracht van de Hondius naar het vliegveld, en besproeid met een desinfecterend middel.

Foto’s AP, Anadolu via Getty Images, ANP/EPA

Voor sommigen is de mededeling dat zij maar één tas mee van boord mogen nemen, genoeg voor een zenuwinzinking. Internist-infectioloog Michele van Vugt wordt een kajuit in geroepen waar iemand in paniek naar zijn spullen staart: zijn vijf peperdure cameralenzen passen niet allemaal in die tas. Ze stelt hem gerust: als hij er drie meeneemt, wordt de rest heus nagestuurd.

Voordat ze van boord mogen krijgt iedereen – naast de gebruikelijke mondkapjes – haarnetjes en schorten uitgereikt. De artsen meten van alle passagiers de temperatuur nog één keer en kijken hen in de ogen. Zijn ze klachtenvrij? Voelen ze zich fit to fly?

Ook op Tenerife is de voorwaarde: iedereen die van boord gaat, moet direct wegvliegen. . In de touringcars naar het vliegveld liggen plastic zeiltjes op de stoelen. De buschauffeur is afgeschermd met een gordijn. Bij de douane durven ze de paspoorten van de opvarenden niet vast te pakken. Het Britse toestel dat 22 passagiers naar Nederland zal vliegen is geregeld door een Nederlandse diplomaat die op dat moment in een bunker in een Golfstaat schuilt voor Iraanse raketten.

Aan boord begroeten pursers met alleen een mondkapje vriendelijk het gezelschap. Hèhè, denkt een van de passagiers, we kunnen weer normaal doen.

Zodra het vliegtuig op Eindhoven landt, wordt bij de passagiers bloed afgenomen om te testen op het hantavirus. Daarna stappen ze in weer een touringcar. Om en om op een stoel, met minstens één rij ertussen. De bus rijdt door heel Nederland om iedereen af te zetten. Om 3 uur ’s nachts stapt de laatste passagier zijn oprit op – op weg naar zes weken zelfisolatie.

Geëvacueerde Hondius-passagiers komen 11 mei aan op Eindhoven Airport.

Foto’s Nikos Oikonomou/Anadolu via AFP, ROB ENGELAAR/ANP

De losse eindjes

De publieke angst dat het virus aan de Hondius én de jacht van de autoriteiten is ontsnapt, wordt aangewakkerd door binnendruppelende berichten over mogelijke besmettingsgevallen die overal ter wereld opduiken. Wat een besmettingshaard op een afgesloten schip leek, blijkt een verhaal met losse eindjes.

Op Sint-Helena hebben 29 mensen het schip verlaten, toen het andesvirus al weken rondging maar niemand dit nog wist. Velen van hen hebben daarna vier uur lang met de doodzieke Nederlandse vrouw op de vlucht naar Johannesburg gezeten en zijn vandaaruit verder gevlogen naar een volgende vakantiebestemming, of hun thuisland. Zo hebben ze meer dan een week lang zonder dat ze het wisten als mogelijke virusbron over de wereld gezworven.

Zo melden twee Singaporezen die op de Hondius waren zich in eigen land om getest te worden. In Zwitserland meldt zich een ziekige ex-passagier. Hij test positief op het hantavirus. Na een tip van de Britse autoriteiten vissen agenten in Milaan een Brit uit een kroeg. Ook hij had samen met de Nederlandse vrouw op de vlucht van Sint Helena naar Johannesburg gezeten en was daarna via Amsterdam naar Italië afgereisd. De Brit moet verplicht zes weken volmaken op een kamer van een Italiaans ziekenhuis.

Een Amerikaanse passagier van de Hondius die ook vroegtijdig van boord ging, reisde na het bekend worden van het nieuws nog via San Francisco en Tahiti naar het Britse eilandje Pitcairn, midden in de Stille Oceaan tussen Zuid-Amerika en Nieuw-Zeeland. Omdat ze zich op de heenweg niet als Hondiusganger bekend heeft gemaakt, weigeren de Frans-Polynesische autoriteiten haar toestemming om via Tahiti terug te reizen. De VS charteren voor zo’n 650.000 euro een privéjacht om haar terug te halen.

Ook op Sint-Helena heeft de Hondius sporen achtergelaten. De opvarenden zijn daar drie dagen aan wal geweest: een bezoek aan het graf van Napoleon, een borrel in de kroeg en een visje bij de yacht club. Uit contactonderzoek blijkt dat negen eilanders daardoor een risico op besmetting hebben. Ze worden naar Groot-Brittannië gevlogen om daar hun quarantaine uit te zitten. Op Ascension wordt de hele medische ploeg van Bill Hardy van het eiland gehaald om in quarantaine te gaan – zij hebben de Britse patiënt zonder mondkapjes verzorgd.

Op 7 mei krijgen sommige passagiers van vlucht KL592 van Johannesburg naar Amsterdam bericht dat ze in quarantaine moeten. Het is dan al vijf dagen bekend dat de Nederlandse vrouw op die vlucht waarschijnlijk aan het andesvirus overleed.

Zo worden er wereldwijd 318 ‘hoog-risico’-contacten uit 32 landen opgespoord, van Australië tot Canada en van Zimbabwe tot Zwitserland. Allemaal moeten ze in quarantaine. Hoe klein de kans ook is, het zijn állemaal potentiële hantadragers.

Links: aankomst van de Hondius in Rotterdam. Rechts: passagiers verlaten de Hondius op Tenerife.

Foto’s JEROEN JUMELET/ANP, Robin van LonkhuIJsen/ANP

EpiloogEen uitdagende tijd

Uiteindelijk kregen dertien opvarenden het andesvirus, drie stierven, nog eens vier werden ernstig ziek. Twee van hen lagen half juni nog steeds op de IC.

Een gevaar voor de publieke gezondheid is het schip niet geworden. De betrokkenen in dit verhaal zijn tevreden en trots. Passagiers bleven ondanks de omstandigheden geduldig en rustig, autoriteiten reageerden snel en wisten, geholpen door goede internationale samenwerking en de trage verspreidingssnelheid van het virus, de gevolgen te beperken. Epidemiologen over de hele wereld proberen nu de route te ontrafelen die het andesvirus naar en op het schip aflegde.

Schadd en Van Vugt zijn verrast hoe snel een band ontstond met de opvarenden. Dat ze niet weten hoe het gaat met de passagiers die later ziek werden, vinden ze lastig.

De Amerikaanse influencer Rosmarin, die ook in verplichte quarantaine doorging met posten, heeft zijn leven weer opgepakt. De dag van zijn vrijlating nam hij een mani- en pedicure en at hij met zijn geliefden sushi bij zijn favoriete Japanse restaurant.

Mensen aan boord van de Hondius na aankomst in de haven van Rotterdam op 18 mei.

Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Expeditieleider Verdaat testte een week na aankomst positief op het andesvirus en moest naar het ziekenhuis. Hij maakt het inmiddels goed, net als de scheepsarts, die in Nederland een paar dagen op de intensive care terechtkwam.

En de Hondius? Die heeft na „een uitdagende tijd” en een grondige reiniging weer een nieuwe groep natuurliefhebbers ingescheept, en vaart inmiddels in de poolcirkel.

Lees het hele artikel