Het idee dat muziek van bijna een eeuw oud in 2026 opnieuw kan klinken alsof ze net is ontstaan, blijft jazzsaxofonist, bandleider, componist en producer Maarten Hogenhuis fascineren. Voor het album Cole. nam hij zeven stukken op van de invloedrijke Amerikaanse componist Cole Porter – standards vol geraffineerde melodietjes waarvan sommige zoals ‘Love For Sale’ stammen uit 1930. „En toch kun je ze vandaag weer nieuw leven inblazen”, zegt Maarten Hogenhuis. „Met kleine verschuivingen in interpretatie en harmonie blijven ze levend. Net als dat voor klassieke muziek zo werkt, geeft elke generatie er een nieuwe interpretatie aan.”
In een tijd waarin moderne jazz steeds vaker versmelt met elektronica, sounddesign en genre-overstijgend experiment, kiest saxofonist Maarten Hogenhuis (39, geboren in Leeuwarden) juist voor een beweging terug naar de basis. De muziek van componist Cole Porter (overleden in 1964) vormt al decennialang een fundament van de jazzpraktijk. Het is de maat aftellen en húp: spelen.
Waarom Porter? Dat is simpel, zegt Hogenhuis in zijn nieuwe studio op het Oost-Brabantse platteland, omringd door instrumenten en opnameapparatuur. Een van de eerste jazznummers die hij ooit leerde was ‘What Is This Thing Called Love?’ „En die ben ik altijd blijven spelen. Daar zit iets in dat me meteen raakte. Die melancholie in Porters muziek is zo interessant. Hij speelt voortdurend met mineur en majeur: iets klinkt eerst donker en lost dan ineens op in iets lichters. Niet echt vrolijk, niet echt zwaar, maar die spanning ertussen vind ik mooi.”
Neem ‘Love for Sale’, vervolgt hij. „Het klinkt bijna upbeat, maar het gaat over prostitutie. Naast zon zit er altijd een schaduwzijde in zijn muziek.”
Muzikale taal
Al als tiener leerde hij via zijn docenten hoe jazzstandards – die vaak stammen uit de Amerikaanse populaire liedjestraditie, het Great American Songbook – „eigenlijk een vehikel zijn voor improvisatie.” Kort gezegd: leer er zo’n honderd uit je hoofd en je kunt overal in elke jazzclub ter wereld spelen. Je spreekt dezelfde muzikale taal.
Dat Hogenhuis dit repertoire echter nooit eerder onder eigen naam opnam, is een terughoudendheid die veel jazzmusici hebben: de drang om in eerste instantie vooral eigen werk te presenteren. Plus de twijfel om muziek te spelen die al zo vaak is uitgevoerd.


Die weerstand is weg, concludeert hij. Met zijn eigen jazztrio speelde hij zes à zeven jaar nauwelijks. De coronaperiode, nieuwe artistieke samenwerkingen en zijn werk als producer verschoven zijn muzikale focus. Maar de vraag waar het voor hem allemaal begon, bracht hem uiteindelijk terug bij het trio. Die heroriëntatie viel samen met een groeiende behoefte aan eenvoud en eerlijkheid.
„In een tijd waarin alles maakbaar lijkt en AI-technologie steeds meer overneemt, wilde ik iets doen dat radicaal direct is: terug naar pure jazz, opnemen zonder repetitie, eigenlijk net als een concert. Dat is wat ik mijn hele leven al doe, maar nog nooit zo op plaat had gezet.”
Het meeste op Cole. is opgenomen in één take.
Standards zijn geen composities die je reproduceert, maar vertrekpunten voor interpretatie. In jazz is het al meer dan honderd jaar de bedoeling dat je er iets anders mee doet
Samen met zijn trio, drummer Mark Schilders en bassist Phil Donkin, bewerkte hij de klassiekers subtiel. „We gebruikten andere akkoorden, zochten andere kleuren. Zo maak je het materiaal echt van jezelf. Standards zijn geen composities die je reproduceert, maar vertrekpunten voor interpretatie. In jazz is het al meer dan honderd jaar de bedoeling dat je er iets anders mee doet. Zo kan Cole Porter elke keer anders klinken, simpelweg omdat jij als muzikant verandert.”
De saxofonist werkte in uiteenlopende projecten. Het energieke powerjazzkwartet Bruut! krijgt sinds 2021 op vele platen een snelle, groovy ontlading in zachtmoedige surfy jazz en warme boogaloo. Al jaren vormt Hogenhuis een duo met gitarist Jesse van Ruller, en brachten ze in 2024 het sfeervol verweven album Follow The Sound uit. Daarnaast experimenteert de saxofonist sinds 2020 met sounds in de donkere artpop van artiest Thomas Azier.
Door de concerten en opnames met die laatste popartiest is zijn spel erg veranderd, merkt hij. Minder vanuit techniek, meer vanuit emotie en klankkleur. „Thomas werkt vanuit een totaal andere muzikale achtergrond, gericht op popproductie en elektronische lagen. In plaats van theoretische aanwijzingen geeft hij beeldende instructies.”
Lachend: „Dan vraagt hij: kun je klinken als een kapotte synth? In het begin kon ik daar niks mee.”
Gaandeweg ontstond er een gezamenlijke taal. „Ik ben veel meer vanuit mijn hart gaan spelen. Daardoor is er iets in mij opengegaan wat ik eerder nooit had aangesproken.”
Foto Zara NorCreatief laboratorium
Dat besefte hij toen hij zijn oudere album Rise & Fall terugluisterde. „Ik hoor mezelf harmonische dingen proberen die eigenlijk niet bij me pasten, maar die ik wilde kunnen.” Veel jazzmusici herkennen dit: spelen vanuit verwachting, vanuit het idee dat iets ‘hoort’. Die gedachte probeert Hogenhuis nu los te laten, zeker in trioverband, een van de kwetsbaarste jazzsettings. „Je geeft elkaar iets door en iedereen gaat ermee aan de haal.”
Het trio fungeert voor hem als een soort creatief laboratorium. „Ideeën worden uitgeprobeerd. De afgelopen jaren heb ik veel meegemaakt, als muzikant en als mens – de covidperiode, ik verloor mijn vader, verhuisde met mijn vrouw van Amsterdam terug naar haar Brabantse roots – en dat hoor je terug. Nu wilde ik ontdekken hoe mijn spel zich zou gedragen in een nieuwe setting die tegelijkertijd vertrouwd voelt.
En? „Uiteindelijk kom je altijd terug bij de essentie: je spreekt iets af, je speelt, en dát moment is de muziek.”
Een belangrijk inzicht haalde hij uit het boek The Creative Act: A Way of Being van producer Rick Rubin, waarin kunst wordt beschreven als een reeks momentopnames in plaats van eindpunten. „Een plaat is alleen maar een trede op een trap”, zegt Hogenhuis. Eerst was hij daar, wijst hij. „Nu hier.” Zijn hand gaat omhoog. „Als ik deze stukken over vijf jaar opnieuw opneem, klinken ze totaal anders. Soms verschilt het zelfs per dag. Dat is de kern van jazz: muziek blijft bewegen.”


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/20105710/200226ECO_2031729369_nieuwbouw.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/20215820/200226SPO_2031755199_relay.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/20212815/200226SPO_2031755190_velzeboer.jpg)


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/18180707/web-180226VER_2031688849_Nestle.jpg)
:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/bvhw/wp-content/blogs.dir/114/files/2019/07/roosmalen-marcel-van-online-homepage.png)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/02/18151808/180226VER_2031682823_irak.jpg)

English (US) ·