Kwetsbare baasje betekent vaak kwetsbaar huisdier – met soms ernstige verwaarlozing tot gevolg

1 dag geleden 4

Ze leven in vervuilde huizen, blijken soms vel over been en hebben maar al te vaak nog nooit een dierenarts gezien. Het aantal meldingen over verwaarloosde honden, katten en andere gezelschapsdieren is rap opgelopen na de coronapandemie. Nu lijkt weliswaar een plateau bereikt, maar neemt de ernst van de gevallen toe, blijkt uit cijfers van de Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn (LID). „Vaak is niet sprake van onwil, maar grote onmacht”, zegt woordvoerder Jelko de Ruijter.

Tijdens de lockdowns hebben Nederlanders „op grote schaal” dieren in huis genomen, waarvoor een deel niet goed bleek te kunnen zorgen. Dat resulteerde in een opzienbarende toename van meldingen van verwaarlozing ten opzichte van 2022. Een verhoging van 17 procent (2.760 zaken) voor honden in 2023. En het jaar daarna een verhoging van zelfs 50 procent voor katten (2.304 zaken).

Baasjes kunnen het vaak gewoon niet meer bolwerken

Daarnaast heeft oplopende inflatie het leven duurder gemaakt. Daardoor kan volgens De Ruijter „een specifieke groep” niet langer „de dierenarts en algemene verzorging bekostigen”.

De LID komt, dat was altijd al zo, vooral over de vloer bij mensen met een krappe beurs, vertelt De Ruijter. „Vaak ook nog gecombineerd met andere problematieken: financieel, sociaal, psychisch.” De dieren verkeren frequent in slechte staat. „Baasjes kunnen het vaak gewoon niet meer bolwerken.”

Moedwillig pijn doen

In Nederland wordt verwaarlozing vaak onder de noemer ‘dierenmishandeling’ geplaatst. Alsof het gros van de baasjes het opzettelijk uit de hand laat lopen. Natuurlijk, sommige mensen mishandelen of verwaarlozen dieren moedwillig, maar de hoofdmoot wíl goed voor hun dierlijke huisgenoot zorgen, zegt De Ruijter.

GZ-psycholoog Nienke Endenburg is gespecialiseerd in mens-dierrelaties. In die hoedanigheid is ze voor de Raad voor Dieraangelegenheden (RDA) voorzitter van een forum dat zich bezighoudt met kwetsbare mensen en hun huisdieren. „Voor veel van deze mensen is hun huisdier hun ‘allesje’”, zegt zij. „Het dier weghalen, hoewel dat soms echt niet anders kan, is voor het baasje vaak het ergste wat ze kan overkomen.”

Maar een dier mag niet de dupe worden van menselijke omstandigheden. Daarom is de RDA bezig met een toekomstvisie over dieren van kwetsbare mensen, die oktober dit jaar wordt gepubliceerd. De raad onderzoekt daarin de omstandigheden van mensen die gevolgen kunnen hebben voor huisdieren: vergrijzing en dementie, armoede en schulden, psychische problemen, verstandelijke beperkingen en problematieken in de relationele sfeer, waarbij dieren kunnen worden ingezet als druk- of chantagemiddel.

Ruim 1,7 miljoen Nederlanders, zo schrijft de RDA in de startnotitie voor de visie, hebben het financieel zwaar: 540.000 leven in armoede en 1,2 miljoen hebben een inkomen vlak boven de armoedegrens. 1,1 miljoen mensen kampen daarnaast met een verstandelijke beperking. Het aantal ‘zwakbegaafde mensen’ werd in 2018 nog geschat op 730.000. Gedeeltelijk zullen die groepen overlappen.

Ammoniakwalm uit de brievenbus

Het is, schrijft de RDA, onbekend hoeveel dieren bij kwetsbare mensen wonen. „Wel heeft het Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren ooit de inschatting gemaakt dat Nederland ruim 250.000 minimahuishoudens telt met één of meer gezelschapsdieren.”

De vraag die de RDA wil beantwoorden, gaat over alle eerdergenoemde kwetsbare groepen: „Hoe kan het welzijn van gezelschaps- en hobbydieren geborgd worden als ze verblijven bij mensen in een kwetsbare positie?”

Poep, plas, een verwaarloosd dier, een wanhopig baasje: vaak is de situatie dan al gierend uit de klauwen gelopen

Daarbij hoopt De Ruijter op meer aandacht voor oplossingen, waarbij de staat van het dier eerder wordt bemerkt en kan fungeren als kanarie in de kolenmijn. „Als we het dier als waarschuwingssignaal gaan zien, kunnen we escalatie mogelijk voorkomen, in plaats van dat we het dier pas helpen als het te laat is en weghalen nog de enige oplossing is.”

Poep, plas, een verwaarloosd dier, vaak een wanhopig baasje. De situatie is op dat moment meestal al gierend uit de klauwen gelopen, vertelt De Ruijter. „Er zijn mensen die – soms uit schaamte, soms uit angst – hulp stelselmatig weigeren. Die de voordeur niet meer opendoen. Je hebt woningen waarbij de walm van ammoniak je door de brievenbus tegemoet vliegt.”

Pas als het te laat is

„Terwijl,” weet De Ruijter, „de inspecteurs van de LID deze mensen vaak nog wél kunnen benaderen, via de weg die gaat over het welzijn van een dier.” Dat een dier een schoon huis nodig heeft en het baasje daarvoor moet zorgen, resoneert meestal beter dan de thuishulp die alleen commentaar geeft op het vieze huis. Of de gemeente die klaagt over de vieze tuin.

Het dier kan op die manier, ironisch genoeg, bewerkstelligen dat de mens voor een schoon huis zorgt. Maar dan moeten instanties die in principe níét naar dieren kijken, wél eerder aan de bel trekken. Endenburg zou dat toejuichen. „Het is nu allemaal nog heel verkokerd, enerzijds zorg voor de mens, anderzijds zorg voor het dier, dat is zonde.”

Nu komt de LID met regelmaat pas als het te laat is. Met alle pijnlijke gevolgen van dien. „Als we een dier mee moeten nemen, horen we steevast: ‘Je neemt me mijn kinderen af’”, vertelt De Ruijter. „Maar juist deze mensen hebben vaak het gezelschap en de liefde van een dier nodig. Dat moeten we ondersteunen, voor dier én baas.”

Lees ook

De omgang met ‘de vuile teringkoe’ is niet echt fraai hè, zegt de politierechter in Rotterdam

Een kalfje in een stal van een veehouderij.
Lees het hele artikel