Heb je iets geslikt voor dit interview?
‘Nee. Echt niet.’
Jeroen Pen (38) grinnikt, dat doet hij vaak. En als hij zich geneert, bestudeert hij de vloer. Dat doet hij ook vaak. We zitten in de kleine, stille interviewruimte van zijn uitgever.
Pen heeft ADHD en schreef een zorgwekkende memoir over zijn jarenlange verslaving aan Ritalin en amfetaminen: Speedpillen. De schaduwzijde van ADHD-medicatie. Hij noemt zijn verhaal niet exemplarisch voor kinderen die Ritalin kregen voorgeschreven, wel „de slechtst denkbare uitkomst”.
In het boek onderzoekt Pen zijn eigen gedrag en schetst hij de snelle opkomst van ADHD-medicijnen in Nederland: „Want wat was ik nou eigenlijk al die tijd: verslaafd, of tot verslaafde gemaakt?”
Je was altijd al druk en lastig. Maar pas na een vmbo-advies lieten je ouders je testen. Speelden hoge verwachtingen een rol?
„Mij was vaak verteld dat ik intelligent was en dat werd me dus toen afgenomen. Ik zat op de Vrije School, je krijgt daar de eerste jaren geen cijfers. En ik wilde bij mijn vrienden blijven, die niet richting vmbo hoefden.”
Jeroen Pen komt uit een nette familie in Amsterdam-Zuid, zoals dat dan heet. Zijn vader is strafrechtadvocaat Jurjen Pen. Zijn grootvader was de bekende econoom Jan Pen.
Zijn eigen loopbaan verloopt onrustig: de afgelopen dertien jaar had hij elf verschillende baantjes en banen, van webredacteur tot online eindredacteur bij KRO-NCRV. Daarover publiceerde hij vijf jaar geleden de satirische roman De meest besproken man van Nederland. Tegenwoordig schrijft Pen onder het pseudoniem ‘Schots, Scheef’ blogposts in dienst van GeenStijl.
Je ex-vrouw, chef eindredactie bij De Correspondent, zegt: dat past heel goed bij Jeroen.
Pen lacht hard. „Juist omdat ik er als links-liberale knul een beetje polemische stukjes tik, bedoelt ze. Als ik nu een ironisch-literaire recensie over het boek van Marjolein Faber schrijf, dan weet ik zeker dat die het binnen een kwartier leest. Daar beleef ik echt plezier aan.”
Op zijn dertiende krijgt Jeroen Pen de diagnose ADHD en een recept voor methylfenidaat, beter bekend als Ritalin.
De diagnose is een beschrijving van gedrag. Met een checklist waar iedereen wel wat in herkent, maar jij scoorde hoog.
„Zoals veel jongetjes. Daarna moest ik een testje doen zonder ADHD-medicatie, en toen nog een keer met. Als dat veel uitmaakte, had je ADHD. Dat was bij een arts in Amstelveen. Half Amsterdam ging daar destijds naartoe.”
Je boezemvriend kreeg het label en de pillen op dezelfde leeftijd, vertelde hij me. Maar hij stopte al snel met Ritalin omdat „het niet werkte”.
„Mijn vriend had wel wat symptomen, maar zijn verhaal laat zien dat je met zo’n diagnose ook niet altijd wat opschiet.”
Ritalin bracht jou tussen je dertiende en zestiende in een soort kalmere staat en soms in hyperfocus. Maar de pillen zetten je niet echt aan tot leren, toch?
„Ik zat voortaan heel geconcentreerd achter in de klas Ajax-opstellingen in schriftjes te maken. Ik deed nog steeds niets aan schoolwerk, behalve voor een paar vakken die ik echt leuk vond.”
Hoe reageerden je ouders dan op je rapporten? Daar moet toch te zien zijn geweest dat Ritalin jou niet hielp?
„Meestal slaagde ik er wel in een zesje te halen. Bij Frans had ik een spiekstrategie. Ik was gewoon een vervelend, geslepen jongetje. Maar voor leraren was het prettig want ik hield tenminste mijn bek dicht. En ik vond het wel een aangenaam gevoel.”
Wat was er lekker aan Ritalin?
„Alles is prettig. Ik was een beetje high, met de kennis van nu.”
Anders werd het wanneer de pillen waren uitgewerkt, schrijft Pen: „Een asgrauwe sluier over alles, waarvan ik later leerde dat het een comedown heet […], elke keer als het effect van het methylfenidaat verdween, werd ik angstig, verdrietig, een doemdenker.”
Wat hem belangrijk lijkt om te vermelden, zegt Jeroen Pen: ook zijn grootvader en vader waren onmogelijke tieners. „Mijn grootvader kon niet stilzitten, was recalcitrant, sociaal onaangepast. En mijn vader stond altijd op de gang, haalde tweeën en drieën en is nog naar kostschool gestuurd. Maar Jan werd zonder ADHD-diagnose of Ritalin hoogleraar en mijn vader advocaat. Dat kwam dus gewoon goed. Mijn vader heeft ook weleens gedreigd me naar een kostschool te sturen.”
Jij dacht op je zestiende: leuk, ik ga wat spiegels van auto’s trappen. Je begint nu nog te lachen!
„Het is natuurlijk heel erg en je moet dat helemaal niet doen, maar dat is dus ook volkomen ADHD.”
Je kreeg er een taakstraf voor. Het begin van je eerste zeer verslaafde periode.
„Ik kreeg een taakstraf van een dag. Ik moest een school schoonmaken. Ik nam een doosje Ritalin mee en heb ze daar allemaal geslikt. Daardoor viel die straf me erg mee.”
Werd je daar niet doodziek van?
„Vooral zweterig, trillerig, hartkloppingen.”
Ik wil gewoon niet de indruk wekken dat ik mijn ouders iets kwalijk neem. Want dat doe ik echt niet
Jeroen Pen ontdekt dat het onafgebroken slikken van Ritalin hem de sombere comedown bespaart. Hij krijgt altijd een recept voor een maand Ritalin en gaat de pillen daarom achter elkaar slikken, ook buiten schooltijd. Ze zijn dan na een week op. Soms slaapt hij nachtenlang niet en begint hij te hallucineren. Op een ochtend denkt hij even dat de overbuurman zijn vader is. Met smoezen en leugens komt hij intussen aan nieuwe recepten: ‘de schoonmaker heeft mijn pillen per ongeluk weggegooid’; ‘vergeten bij huiswerkbegeleiding’.
Hoe is jouw band met je ouders? Het valt op dat zij in het boek nauwelijks voorkomen.
„Mijn moeder was heel gepikeerd dat ik haar nummer niet aan jou had gegeven, haha.”
Wat interessant. Ik wil haar graag nog even bellen.
„Neeeeuh…”
Waarom niet?
„Mijn ouders hebben ontzettend hun best gedaan, zij konden er niks aan doen. Een verslaafde kan goed liegen. Ik heb een erg goede band met ze nu. Als tiener was dat anders, ik was ook een rotpuber.”
Net wilde je dit nog alleen off the record zeggen. Waarom?
„Ze hadden drie tienerjongens, mijn vader werkte heel hard, mijn moeder is ziek geweest. En dan is er een dokter in een witte jas die zegt: dit is er aan de hand met uw zoon en dit medicijn moet hij slikken. Ik snap dat.”
Ben je bang dat je ouders kritiek krijgen?
„Ik vind dat ze dat niet verdienen. Ik wil gewoon niet de indruk wekken dat ik ze iets kwalijk neem. Want dat doe ik echt niet.”
Je drie grote liefdes spelen onder pseudoniem wel een rol in het boek. Ik mocht ze alle drie bellen: ze zijn unaniem dol op je. Toch best een prestatie, na alles.
„Het zijn drie geweldige vrouwen.”
‘Isabel’ is zijn schoolliefde. ‘Jackie’ wordt Pens verloofde, tot het uit gaat. En met ‘Claire’ krijgt hij twee kinderen, tot ze scheiden. Jeroen Pen is nu weer bij Jackie en voedt zijn kinderen in goede verstandhouding met Claire op.
Isabel vertelde dat zij op school al die jaren niets merkte van de grote hoeveelheden Ritalin die je slikte.
„Isabel zag wel dat ik vaak afgestompt was door de Ritalin, maar ze begreep niet dat ik veel afgestompter was dan de bedoeling was.”
Pas als hij zakt voor zijn havo-examen biecht hij alles op aan zijn ouders. Die zorgen meteen dat er geen recepten meer komen. Hij droomt de eerste weken van Ritalin, maar dat neemt af. De verslaving wordt zo beëindigd, maar niet behandeld.
Jackie werkt aanvankelijk als student in een café. Pen is er dan na drie afgebroken studies toch in geslaagd een bachelor te halen en werkt bij KRO-NCRV. Jackie’s baas heeft ook ADHD en raadt Jeroen aan toch eens dexamfetamine te proberen. Dat heeft een groot voordeel boven Ritalin: geen comedown.
Methylfenidaat of Ritalin heeft een effect dat met speed te vergelijken is. Dexamfetamine bevat daadwerkelijk amfetaminen, oftewel speed. Dexamfetamine is hetzelfde als Dexedrine (een merknaam), inmiddels verboden speed die in de jaren zeventig ook een populair pepmiddel was onder voetballers. „Johan Derksen vertelde dat ze allemaal aan die pillen zaten, en ik las het ook in de biografie van Johnny Rep.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/04115611/080526WEE_2032680015_3.jpg)
Jeroen Pen.
Foto BRAM PETRAEUSPen beschrijft drie mislukte pogingen om het middel opnieuw op de Nederlandse markt te brengen: het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen vindt het drie keer te verslavend. Maar via een Europese omweg komt de handelsvergunning er uiteindelijk toch.
In 2024, als het middel acht jaar op de Nederlandse markt is, worden dexamfetamine en de variant lisdexamfetamine, die langer werkt, in Nederland al 97.000 keer voorgeschreven, volgens cijfers van de Stichting Farmaceutische Kengetallen, vaak bij ADHD. Ter vergelijking, schrijft Pen: ongeveer 245.000 mensen krijgen in Nederland een methylfenidaat zoals Ritalin.
Jij ging gewoon naar de psychiater van de cafébaas om dexamfetamine te krijgen, je huisarts nam diens recepten moeiteloos over.
„Het echt gekke is natuurlijk dat ik met mijn verleden met Ritalin überhaupt dexamfetamine heb gekregen. Van mensen die zouden moeten weten hoe verslavend het is.”
Promotieonderzoek van psycholoog Anne-Flore Matthijssen liet in 2024 zien dat Ritalin door huisartsen nogal eens wordt voorgeschreven onder druk van ouders of school, terwijl veel kinderen met ADHD Ritalin na twee jaar prima kunnen afbouwen zonder slechter te functioneren.
Pen betoogt dat het gebruik van het nog verslavender dexamfetamine allerminst beter is geregeld. Hij noemt Thijs H., die volgens experts na een verkeerde ADHD-diagnose dexamfetamine kreeg – dat psychoses kan aanjagen. In 2019 vermoordde H. in psychotische toestand drie wandelaars.
Jij werd razendsnel afhankelijk van dexamfetamine, maar je noemt dat toch geen verslaving.
„Jackies vader overleed bijna aan een hartinfarct op het voetbalveld. Toen ik uit het ziekenhuis kwam waar hij halsoverkop was opgenomen, ben ik opeens heel veel gaan slikken. Daarvoor gebruikte ik het vooral om me op werk te concentreren.”
Je schrijft dat je steeds meer ging werken om een excuus te hebben om dexamfetamine te kunnen slikken. Dat klinkt toch al behoorlijk verslaafd.
„Je krijgt er ook meer zelfvertrouwen van. Maar het was nog niet het full blown niet meer kunnen ophouden zodra je begint, zoals ik als tiener met Ritalin deed.”
Best raar dat die grote afhankelijkheid niet echt als een verslaving telt.
„Heel raar. Mensen zeggen: ik functioneer nu goed en als ik stop met pillen dan lukt er helemaal niks meer. Maar het is helemaal niet goed dat je niet je bed uit kunt komen zonder speed.”
Het is helemaal niet meer leuk maar verschrikkelijk, maar je wil niets liever dan in die staat verkeren
Het gaat uit met Jackie en jij ontmoet na verloop van tijd Claire. Haar vertel je tijdens jullie eerste date wel dat je ADHD hebt maar niet…
„Ja, dat was stom van me.” Pen mompelt nu van alles naar de vloer.
Wat?
„Dat ik jaren niet aan haar heb verteld dat ik verslaafd was.”
Dat zwijgen lijkt me bijzonder stressvol.
„Misschien dacht ik ook: als ik het vertel, gaan ze zien dat ik soms nog best veel pillen slik.”
Vervolgens krijgen jullie een baby en drie maanden later begin je boven in jullie huis stiekem grote hoeveelheden dexamfetamine weg te slikken. Ik denk niet dat veel mensen dit begrijpen.
„Dat kun je natuurlijk ook helemaal niet uitleggen. Die verslaving was allang aan het opkomen, begrijp ik inmiddels. Alleen had ik dat niet door. Ik had toen een verschrikkelijke baan als webredacteur, ik zat thuis in Covid-lockdown, voelde me compleet nutteloos omdat Claire alles zo goed deed met de baby. Het was alsof er een soort dam doorbrak. Al snel maakte ik recepten voor een maand in drie, vier dagen op: dagen niet meer slapen, bijkomen, naar het volgende recept leven.”
Je schrijft: „Alles is vlak, kon het altijd maar zo zijn”.
„Dit is de kern van het boek. Het is de werkelijkheid van de verslaafde: het is helemaal niet meer leuk maar verschrikkelijk, maar je wil niets liever dan in die staat verkeren.”
Jeroen Pen komt pas bij zinnen wanneer hij in relatietherapie hoort hoe onbetrouwbaar Claire hem vindt – al weet zij nog steeds niet hoe dat komt. Dat vertelt hij pas als hij drie maanden clean is.
Je boek eindigt wanneer je de laatste paar pillen weggooit. Hoeveel stoppogingen heb je daarna gedaan?
„Twee. Eerst kocht ik allerlei boeken over verslaving en dacht ik: dat houdt me wel op de been. Na anderhalf jaar kreeg ik een terugval van een paar weken. Toen vond ik een goede psycholoog die zelf ADHD heeft. Dat is nu tweeënhalf jaar geleden.”
Een psycholoog die nota bene functioneert dankzij lisdexamfetamine, schrijf je wat cynisch in het nawoord.
„Ja. Een erg leuke vent.”
Wat begreep hij dat anderen niet begrepen?
„Hij wilde direct weten hoe ik in mijn hoofd tegen mezelf praat. Op wat voor toon. Ik bleek behoorlijk minachtend tegen mezelf. Als je ADHD hebt hoor je namelijk je hele jeugd van lieve mensen: stil nou, niet zo doen, stilzitten, hou je mond. Ik had lang niet door hoe bang ik daardoor werd dat ik het helemaal niet zonder pillen kan.”
Foto BRAM PETRAEUS„Ritalin helps the problem child become lovable again”, adverteerde de fabrikant in Amerika.
„Een citaat waar ik erg verdrietig van werd, toen ik erop stuitte. Want dat bedoelen ouders natuurlijk niet zo, maar het is wel vaak…” Pen bestudeert weer langdurig de vloer.
Wat?
„Ik dacht als kind: ik heb een soort hersenafwijking. Wat ik zo pijnlijk van dat ‘lovable’ vindt is de subtekst: jij bent zo irritant, zo kunnen we niet van je houden. Maar als we je drogeren met speed, dan wel. Nu ik preciezer heb uitgezocht hoe het werkt met die pillen: dat is toch wat het is. Dat idee: één tabletje, en dan mag ik er zijn.”
Heb je het daar later met je ouders over gehad?
„Nee.”
Dat lezen ze nu voor het eerst?
„Ik denk dat zij dat al heel goed begrijpen. Mijn ouders praten over alles. Die schaamte, die zit in mij.”


:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/taxonomy/06b57cb-AanZet_itemafbeelding.png)



/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/06115015/060526CUL_2032604031_medusaDRAGEND.jpg)



English (US) ·