Statushouders willen wel werken, maar worden gehinderd door het systeem

22 uren geleden 3

Isha Conteh (41) spreekt nauwelijks Nederlands. Lezen en schrijven kan ze ook niet. Bij haar inburgering in Friesland werd ze daarom ingedeeld in leerroute ‘Z’: voor mensen die waarschijnlijk niet binnen drie jaar het basisniveau Nederlands kunnen halen. En nu werkt Conteh fulltime als sushichef bij een supermarkt in Bolsward, via een proef met ‘startbanen’.

Statushouders zoals Conteh hebben sneller een baan, blijkt uit CBS-cijfers. In tien jaar tijd steeg het aandeel statushouders dat binnen drie maanden werk heeft van 1 naar 13 procent (2024).

Dat is goed nieuws, maar tegelijkertijd werkt een groot deel niet. Uit de cijfers blijkt ook dat na negen jaar iets meer dan de helft van de statushouders tussen de 18 en 65 jaar werk heeft.

Veel geld verdienen ze daar niet mee: vanwege de inburgeringsplicht werken ze vaak maximaal 24 uur per week, te weinig om boven de bijstandsnorm uit te komen. Maar zingeving en sociale contacten zijn ook redenen om te willen werken.

Werk is er ook genoeg: sectoren als de bouw, schoonmaak en horeca kampen met grote personeelstekorten.

We hebben het stelsel zo ingericht dat het voor veel statushouders moeilijk is om tegelijk te werken en in te burgeren

Maar werk en inburgering combineren is ingewikkeld, zegt minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie, VVD) aan de telefoon. „We hebben het stelsel zo ingericht dat het voor veel statushouders moeilijk is om tegelijk te werken en in te burgeren.” De verplichte taallessen bijvoorbeeld zijn moeilijk te combineren met een baan. Voor sommige sectoren, zoals de bouw, zijn de juiste veiligheidscertificaten nodig.

Als VVD-Kamerlid pleitte Aartsen in 2022 al voor een proef met startbanen: trajecten waarin statushouders tegelijkertijd werken en inburgeren. Een jaar later begonnen pilots met ruim zeshonderd statushouders in onder meer Rotterdam, Amsterdam, Eindhoven en Friesland. Met hulp van jobcoaches, taalcoaches en begeleiders op de werkvloer moesten zij sneller aan werk worden geholpen, was het idee.

Het resultaat: 44 procent kon na de proef aan de slag in een tijdelijke betaalde baan (de contracten zijn meestal 7 tot 12 maanden), een grote groep bleef afhankelijk van een uitkering. Dat staat in het vorige week verschenen evaluatierapport Een vroege start op de Nederlandse arbeidsmarkt. Voor Aartsen is dat resultaat voldoende reden om de proef nu uit te breiden naar ruim tachtig gemeenten.

Geen werkplekken

Er zijn meerdere obstakels voor statushouders om werk te vinden. Niet alle werkgevers staan te springen om ze aan te nemen, ondanks de grote personeelstekorten. Bij de proef werden in Groningen en Drenthe eind vorig jaar zelfs tijdelijk geen nieuwe statushouders aangemeld, omdat geschikte werkplekken moeilijk te vinden waren.

„Werkgevers zeiden vaak in eerste instantie dat ze best open staan voor statushouders,” zegt Celsie Huls, van bureau De Beleidsonderzoekers uit Leiden dat de proef evalueerde. ”Maar als het dan heel concreet wordt, vinden ze het toch wel spannend vanwege het taalverschil en het cultuurverschil.”

Als voorbeeld noemt Huls een statushouder die ziek was, maar zich niet afmeldde en zijn oom naar het werk stuurde. „Dat was goed bedoeld, want waar hij vandaan kwam was dat heel normaal. Maar de werkgever dacht: huh, wie staat hier ineens op de werkvloer?” Een interculturele coach had het aan de werkgever kunnen uitleggen, zegt ze.

In het rapport staat dat werkgevers bij een statushouder „twee keer zoveel begeleiding” moeten bieden. Volgens Aartsen is het een kip-ei-verhaal: „Als dit soort doelgroepen niet actief deelnemen aan de arbeidsmarkt, dan zijn de werkgevers daar ook niet op ingesteld.”

Werken botst met inburgeren

Voor veel statushouders sluiten werken en taalles elkaar uit. Taallessen zijn wettelijk verplicht en vinden vaak overdag plaats. „Iemand is bijvoorbeeld drie ochtenden ingeroosterd bij een taalschool, terwijl een werkgever iemand wil die hele dagen beschikbaar is”, zegt beleidsonderzoeker Huls. „Daardoor kan een werkplek, ook al zou iemand daar graag willen werken, uiteindelijk niks aanbieden.”

Maar: ook als een statushouder de taal nauwelijks spreekt, is werken soms wel mogelijk. Sushichef Conteh, bijvoorbeeld, uit Friesland kon al vis bereiden toen ze naar Nederland kwam. Dat deed ze in haar thuisland Sierra Leone vaak. „Ze sprak de taal niet, maar omdat ze gemotiveerd is tot in haar haarvaten, maakte ze zich het proces toch snel eigen”, zegt verantwoordelijk wethouder Marianne Poelman (Súdwest-Fryslân, PvdA).

Meer gemeenten

Nu minister Aartsen de proef wil uitbreiden, zal hij meer werkgevers moeten zien te mobiliseren. Ook ligt de vraag op tafel of verplichte taallessen nog wel in de huidige vorm moeten blijven bestaan.

Waar voor de proef nog 9,6 miljoen euro beschikbaar was voor drie jaar, is voor de uitbreiding in 2026, met ruim het dubbele aantal gemeenten, 5,8 miljoen euro uitgetrokken. Er zijn minder opstartkosten, maar het kan zijn dat gemeenten zelf moeten „bijplussen”, zegt Aartsen.

Deze groep heeft extra coaching, ondersteuning en begeleiding nodig

Wethouder Poelman zegt dat er meer geld nodig is om statushouders aan werk te helpen. „Deze groep heeft extra coaching, ondersteuning en begeleiding nodig.” Volgens haar staan veel gemeenten er financieel al slecht voor. „Als het Rijk geen structureel geld beschikbaar stelt, haken gemeenten af.”

Dat bevestigt Edith Bakker, directeur participatie bij werkontwikkelbedrijf WSD in Noord-Brabant, dat 240 statushouders begeleidde bij de proef: „Gemeenten redden het simpelweg niet meer.”

Hoe al die obstakels opgelost moeten worden, daar is Aartsen nog druk mee bezig, zegt hij desgevraagd. Hij zegt „vóór de zomer” met een „brede aanpak” te komen.

„De proeven hebben laten zien wat we eigenlijk allang wisten”, zegt wethouder Poelman. „Mensen die naar Nederland komen, willen werken. Dat ze daar nauwelijks de kans voor krijgen is zonde van hun talent en ook niet eerlijk tegenover deze mensen.”

Lees ook

Werk vinden is asielzoekers niet makkelijk gemaakt. Aan tafel met de recruiter: ‘Laat eens zien hoe je een ui snijdt’

Amir (l) in gesprek met recruiter Raphaël Nouwen.
Lees het hele artikel