Op Lesbos, in 2015, vond Pieter Wittenberg tussen de Syrische en Eritrese vluchtelingen weer een beetje geluk. Een paar maanden daarvoor was zijn jongste zoon Joost omgekomen bij een verkeersongeluk, hij was pas negentien. Sindsdien voelde alles leeg. Anderen helpen te overleven, simpelweg door het uitdelen van dekens en eten – het gaf het leven weer enige betekenis.
De twee zoons van Pieter Wittenberg, Joost en Niels, hadden op hun tiende al stemrecht. Wittenberg vroeg hen vanaf die leeftijd elke verkiezing op welke partij hij moest stemmen, en volgde zonder tegensputteren dat advies. De jeugd had naar zijn idee meer recht op die stem dan hij. „Pieter wist veel, maar vooral hoe hij een betrokken vader moest zijn”, vindt zijn oudste zoon Niels (31), die deze zomer voor het eerst zelf vader wordt.
Niels noemt zijn vader bij zijn voornaam wanneer hij over hem praat, als een gelijke. Op die manier discussieerden zij ook. Over de betekenis van een woord, de zin van het leven – over van alles. Het kon er fel aan toe gaan, juist omdat ze zo op elkaar leken. ‘Hoe kan iemand die zó hetzelfde is nou zó anders denken dan ik?’, ging er dan door zijn hoofd. Anderen interpreteerden het vaak als ruzie, maar zij genoten ervan.
Een ander moest je altijd helpen
Pieter Wittenberg werd in 1948 geboren in Amsterdam. Hij had een oudere zus en een jonger broertje. Nadat hun ouders waren gescheiden, kwamen daar twee halfzusjes bij. Zijn zus Vera Wittenberg was maar één jaar ouder – twee handen op één buik. „Pieter was altijd dapperder dan ik”, herinnert ze zich. Hun stiefvader nam hen mee naar een bloederige film toen ze pas negen was. „Maar Pieter, toen acht, zei: niet bang zijn Vera, dat is maar tomatensap.”
Medemenselijkheid zat volgens Vera in het DNA van de familie. Hun vader was Joods en vluchtte in 1938 uit Tsjechoslowakije naar Nederland. Tijdens de oorlog werd hij, zoals Vera het zich herinnert, geholpen door mensen om hem heen, onder wie de familie van zijn latere vrouw. Dat vluchtverleden maakte diepe indruk op Pieter. Tegelijk kreeg hij ook van moeders kant een sterke overtuiging mee. „Onze grootvader vond dat iedereen gelijk was”, zegt Vera. „Een ander moest je altijd helpen.”
Het grootste deel van zijn leven werkte Wittenberg in de financiële sector. Gekleed in pak, omdat dat moest, bracht hij zijn zoons elke dag naar school. Zodra hij na het werken thuis kwam, wisselde hij dat pak in voor een versleten polo. Dat bankwezen was eigenlijk niks voor hem, denkt zijn zus Vera, maar, zo verklaarde hij zelf: „De wereld draait om geld, dus juist als je iets voor de mensheid wil veranderen, moet je bij dat geld zijn.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/04/30154812/080526WEE_2032460046_1.jpg)
Van links naar rechts: Vera Wittenberg, Dinne van der Vlis, Pieter Wittenberg, moeder Erne van der Vlis-Antonisse, Thomas Wittenberg in 1957.
Beeld familiearchiefBeiden waren ze wereldverbeteraars, denkt Vera, al hadden ze verschillende ideeën over hoe dat moest. Vera zocht het in politiek en protest. „Ik dacht altijd: je moet in Brussel zijn”, zegt ze, „want dáár zit de macht.” Maar Pieter wilde vooral mensen helpen, dat kon vaak maar met één tegelijk. Daarin vond hij zijn zusje Dinne, wier idee het was geweest om in 2015 naar Lesbos te gaan. Samen met zijn echtgenote Liesbeth hielpen ze jarenlang op het eiland, en richtten ze met zijn drieën Showerpower op, een safehouse voor vrouwen en kinderen.
Door de aanklacht van het Griekse Openbaar Ministerie werd Wittenberg in 2018 plots wereldnieuws. Hij en 23 andere vrijwilligers van de Griekse ngo ERCI op Lesbos werden aangeklaagd voor mensensmokkel. De grootste zaak rondom de ‘criminalisering van hulpverlening’, schreef elke mensenrechtenorganisatie – en herhaalde elke krant. Ngo’s in Griekenland stopten per direct hun reddingsacties op zee. Uit angst voor vervolging hebben zij die acties nooit meer hervat.
In de acht jaar die volgden beheerste de aanklacht het leven van Wittenberg. Hij gaf interview na interview om aandacht te vragen voor wat er gebeurde aan de Europese grens. Hij was boos, teleurgesteld in het systeem. Hoe kon een ander helpen nou strafbaar zijn? En, nog belangrijker, wie redde nu alle vluchtelingen op zee? Die vragen hielden hem mateloos bezig, zegt Liesbeth.
Hij kon stil van worden van het nieuws, somber ook. Liesbeth moest hem soms afremmen
Wittenberg was op ongeveer elk nieuwsmedium geabonneerd – van Nederlandse kranten tot The New York Times en Der Spiegel. Met de komst van de smartphone ging dat nieuws overal mee naartoe. Hij kon er stil van worden, somber ook. Liesbeth moest hem soms afremmen. „Niet alles hoeft aan tafel”, zei ze dan, „er is nog een ander leven.”
Dat andere leven kende naast het grote verdriet om Joost ook veel geluk. Ze hielden van reizen, en van de zee. Wittenberg was zijn leven lang fanatiek hobbyzeiler. Ze leerden elkaar kennen tijdens een zeilwedstrijd naar Noorwegen. Zij was opstapper, hij schipper. Toen zij zeeziek was, zorgde hij voor haar. „Op die zorgzaamheid, die later op Lesbos zoveel mensen zagen, werd ik toen verliefd”, zegt Liesbeth.
Tijdens zijn jaren als schipper bij ERCI op Lesbos botste hij geregeld met zijn veel jongere leidinggevende Athanasios Karakitsos – beiden koppig en fel. „Pieter nam eens zonder overleg een boot mee de zee op, om mensen te gaan helpen. Kwaad dat ik was.” Karakitsos wist meer over de Griekse kustwacht, en hoe streng die was, „maar van boten wist Pieter als doorgewinterde schipper zoveel meer dan wij”, zegt Karakitsos.
Humor tot het einde
Op 15 januari 2026, acht jaar na de aanklacht, vele zittingen en vertragingen later, sprak de rechtbank op Lesbos Wittenberg, Karakitsos en de 22 anderen vrij. Meteen de volgende dag maakte Wittenberg een groepsapp aan, met daarin Karakitsos en de eveneens vrijgesproken Sean Binder. ‘Adios court, welcome next steps’, had Wittenberg de groep genoemd. Ze bespraken wanneer reddingsboten weer de zee op zouden kunnen, en wat hun rol daarin zou kunnen zijn. Wittenberg wist: ik moet weer gaan helpen.
Een week later hoorde hij dat hij nog maar enkele weken te leven had.
Tot het einde behield hij zijn humor, zegt Liesbeth. Op een van zijn laatste dagen, zittend op de rand van zijn bed, de vele bossen bloemen die hij had ontvangen om zich heen, keek hij de kamer rond. „Zo,” zei hij, „daar zitten we dan, in de Keukenhof.” En toen hij wakker werd na een diepe slaap: „Je moet toch uitgerust doodgaan.”
Pieter Wittenberg overleed vrijdag 13 maart op 78-jarige leeftijd in zijn woning in Peest, in Drenthe.


:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/taxonomy/06b57cb-AanZet_itemafbeelding.png)



/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/06115015/060526CUL_2032604031_medusaDRAGEND.jpg)



English (US) ·