De verontwaardiging richtte zich deze week weer op de superrijken. Niet alleen worden ze sneller nog rijker dan de rest van Nederland, hun belastingdruk is ook nog eens lager, concludeerden de economen van het Centraal Planbureau in een rapport. Een van de oorzaken achter die vermogensgroei: ons gemankeerde belastingstelsel.
Nou snap ik die verontwaardiging best. Maar je vooral over de superrijken opwinden, is als kijken door een rietje.
Het ongelijkheidsprobleem dat het CPB beschrijft, is namelijk breder. Er is een grote groep Nederlanders die relatief weinig belasting betalen over hun vermogen. Precies daarom hebben maar weinig politieke partijen de moed om wat aan het scheve en oneerlijke belastingstelsel te doen: het zou een enorme groep kiezers op de kast kunnen jagen.
De essentie van die scheefheid is dat Nederland niet evenwichtig belasting heft. Werk wordt relatief zwaar belast, vermogen relatief licht.
Nederland belast vermogen bovendien grillig. Wie spaart en belegt, heeft een veel hogere belastingdruk dan wie zijn geld oppot in een bv, of vermogen heeft opgebouwd in een huis, of in een pensioenfonds. (Dus aan alle lezers die zich opwinden over box 3 van het belastingstelsel: die relatief lage belastingdruk geldt níét voor spaargeld en beleggingen die belast worden in box 3.)
Dat onevenwichtige belastingstelsel verstoort de economie, trekt de woningmarkt scheef én jaagt economische verschillen aan.
Eerst die verschillen. Het wordt weer belangrijker wie je vader en moeder zijn in Nederland. „Het vermogen van kinderen hangt steeds sterker samen met het vermogen van hun ouders, zeker in de top van de vermogensverdeling,” schrijft het CPB.
Al vóór de erfenis zijn kinderen van vermogende ouders vaker rijker dan leeftijdsgenoten. Zo is de kans op een fijne koopwoning groter als je geld van je ouders meebrengt.
De historisch grote erfenisregen van de babyboomgeneratie die eraan komt, laat dat verschil waarschijnlijk groeien. Ook die erfenissen belast Nederland scheef. Juist de allerrijksten kunnen het zo regelen (via bv’s) dat ze minder erfbelasting betalen.
Talenten
Nou zijn economische verschillen niet per se slecht. Zolang ze „een resultaat zijn van talent, inspanning en ondernemerschap, dragen ze bij aan de welvaart”, aldus het CPB. Maar „als kansen steeds meer worden bepaald door de plek waar de wieg staat, is dat nadelig voor de welvaart”. Slimmerds en talenten die niet rijk geboren zijn, kunnen zich dan minder goed ontplooien en de economie voortstuwen via hun succes.
Concentratie van economische macht heeft meer risico’s: het vermindert de dynamiek in de economie. En rijke individuen en machtige bedrijven kunnen de politiek beïnvloeden zodat die hun belangen dient in plaats van dat die zoveel mogelijk welvaart voor iedereen nastreeft. Ik zou zeggen: kijk naar de techbro’s in de Verenigde Staten en je ziet wat de risico’s zijn.
De superrijken laten bijdragen is in meer landen een probleem. Ze weten hun vermogen zo te organiseren dat hun belastingdruk laag is. Het Nederlandse belastingstelsel is echter op een bredere manier verstorend voor de economie. Een slim land spreidt de belastingdruk over arbeid en kapitaal, Nederland doet dat niet. Dat maakt rentenieren of investeren in onroerend goed lucratiever dan investeren in scholing en carrière. Je hoeft geen economie gestudeerd te hebben om aan te voelen dat een land daar niet dynamischer van wordt.
Er ligt al jaren een stapel doorwrochte adviezen om werken minder te belasten en vermogen wat meer. Ook omdat dit grote verschil in belastingdruk zelfversterkend is,constateerde een onderzoek door ambtenaren.
Bovendien wordt de belastingdruk op werk door de vergrijzing vanzelf nog hoger. De groep werkenden wordt immers kleiner, terwijl de zorgpremies blijven stijgen. Tegelijkertijd groeit de hoeveelheid vermogen. De Hollandse belastingmix drukt steeds zwaarder op een krimpend deel van de economie.
Middenklasse
Bínnen de middenklasse is de belastingdruk op vermogen ook nog eens scheef verdeeld. Het meeste vermogen zit in Nederland in huizen en pensioenfondsen en beide zijn relatief laag belast. Zo kan het dat een huurder in de private sector, die zijn spaargeld belegt, een veel hogere belastingdruk heeft dan een huizenbezitter met overwaarde.
Dat is niet alleen raar en oneerlijk, het maakt van de woningmarkt een moeilijk neembare vesting voor mensen zonder rijke ouders. Het CPB somt de nadelen van de lage belasting op woningvermogen nog maar eens op: het jaagt de huizenprijzen op zonder dat het leidt tot meer woningen. De dupe zijn jonge mensen die hun eerste huis zoeken en mensen die te weinig verdienen voor een koophuis en te veel voor sociale huur. Die huurders hebben vaak hogere woonlasten.
Een belastingstelsel dat zo inconsistent is, lokt ook nog eens uit tot het bespelen ervan. Wie slim is of een belastingadviseur kan inhuren, kan voor zichzelf een lagere belastingdruk regelen.
Hoe Nederland belasting heft is, kortom, een zooitje. CDA en D66 wilden in hun tussenakkoord nog „een betere balans” tussen de lasten op arbeid en op vermogen. Het CDA was in 2025 zo moedig van standpunt te veranderen: de partij wilde de hypotheekrenteaftrek versoberen om de woningmarkt toegankelijker te maken.
De VVD hield het allemaal tegen. Het resultaat: schade aan de economie, een moeilijk toegankelijke huizenmarkt en meer kansenongelijkheid. Terwijl je met dezelfde belastingdruk de economie en de woningmarkt beter en eerlijker kan laten werken.
Weet je wat voor mij de afdronk is? Dat de mazzelaars, degenen die al een betere uitgangspositie hebben, via het belastingstelsel nog eens een extra zetje krijgen. Terwijl invechten moeilijker is. Alsof de een zijn hele leven in een Ferrari op een gloednieuwe snelweg mag rijden en de ander in een Fiat op een weg vol gaten.


:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/taxonomy/06b57cb-AanZet_itemafbeelding.png)



/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/06115015/060526CUL_2032604031_medusaDRAGEND.jpg)



English (US) ·