‘Nóg trager? Ja hallo, ik doe toch mijn best?’ De metamorfose van Femke Broeders-Bol

15 uren geleden 1

Alsof ze achteruit loopt, zo voelt het. Femke Broeders-Bol kijkt op haar piepende sporthorloge. Ongeveer vijfenhalve minuut heeft ze over de laatste kilometer gedaan; een prima tempo voor de meeste amateurhardlopers. Maar schrikbarend langzaam als je de eindsprints gewend bent die ze talloze malen liep in WK-finales en op de Olympische Spelen.

Ze jogt verder over het beboste, glooiende terrein van sportcentrum Papendal in Arnhem, waar ze dit jaar elk weggetje heeft leren kennen. „Het voelde in het begin zo slecht, ik vond het zo frustrerend”, zegt ze, nauwelijks buiten adem, over de geringe snelheid waarin ze sinds januari eindeloos veel trainingen heeft afgewerkt. „Dan dacht ik dat ik het goede tempo te pakken had, bleek achteraf de verzuring in mijn benen toch te hoog te zijn.”

Bij hoge uitzondering mag NRC een training meefietsen. Langs een rood-witte slagboom een smal paadje op dat omgeven is door bomen. Door de dichte begroeiing heen is links de blauwe atletiekbaan van Papendal te ontwaren, in voorgaande jaren de vaste trainingslocatie van Broeders-Bol. Deze ochtend in juli loopt ze er het grootste deel van haar training met een ruime boog omheen.

Er is een hoop veranderd sinds ze eind vorig jaar is overgestapt van de 400 meter horden naar de 800 meter zónder horden, zegt Broeders-Bol later in de kantine van Papendal, in een zeldzaam interview over haar metamorfose vlak voor de EK atletiek in de Britse stad Birmingham. Toch is het nieuwe trainingstempo wel het aspect waar ze het meest aan moest wennen. „Ik moest telkens trager, trager, trager. ‘Nóg trager?’, dacht ik. Ja hallo, ik doe toch mijn best? Wanneer mag ik nou eens harder?”

Kinderboek en wassen beeld

Dit is het jaar van de transformatie van de 26-jarige Femke Broeders-Bol. Niet alleen stapte ze over naar een nieuw atletiekonderdeel, ze trouwde ook met de Belgische polsstokhoogspringer Ben Broeders, nam zijn achternaam aan en raakte voor het eerst in haar carrière serieus geblesseerd.

Ze verliet haar geliefde 400 meter horden, het onderdeel waarop ze dankzij haar totale toewijding, ijzeren discipline en het fenomenale vermogen om door verzuring heen te lopen, uitgroeide tot een mondiale ster. Ze werd wereldkampioen, Europees kampioen, won olympisch brons en bleef vijf jaar lang dertig wedstrijden op rij ongeslagen in de prestigieuze Diamond League. Ook op het rondje zonder horden boekte ze veel succes: een wereldrecord en wereldtitel op de 400 meter indoor, olympisch goud met de gemengde estafetteploeg en wereldtitels met de 4×400 meter vrouwen, zowel indoor als outdoor.

Lees ook

Waarom Femke Bol een van de beste hordeloopsters is

Femke Bol kwam bij deze Spelen de series en de halve finale van de 400 meter horden zonder problemen door.

Door haar prestaties oversteeg ze haar sport; meisjes overal in Nederland droegen vlechten zoals zij, in Madame Tussauds verscheen een wassen beeld van haar en vorig jaar publiceerde ze een kinderboek. Broeders-Bol ontwikkelde zich tot een van de bekendste en geliefdste sporters van het land.

Die bron van succes heeft Broeders-Bol achter zich gelaten. „De 400 meter horden heeft me gevormd tot wie ik ben als mens en atleet, maar ik word gedreven door de behoefte om mijn grenzen te verleggen”, schreef ze toen ze in oktober vorig jaar haar overstap bekendmaakte. „Ik heb nog steeds grote dromen.”

Het was een „moeilijk en groot” besluit om „alles waar ik als kind van droomde op te geven”, zegt ze tien maanden later. Tegelijkertijd: „Ik heb niet alles achter me gelaten voor een onderdeel waarop ik slechts hoop me voor een toernooi te plaatsen. Ik wil wel echt bij de wereldtop komen.”

De EK worden het eerste grote eindtoernooi op haar nieuwe afstand. Haar blessure is genezen, vijf races heeft ze inmiddels gelopen. Zelf heeft ze zich het bescheiden doel gesteld dat ze de EK-finale wil halen, komende vrijdagavond. Maar de eerste resultaten zijn zo veelbelovend geweest, dat de buitenwereld al rekening houdt met eremetaal.

Femke Broeders-Bol met haar coach Laurent Meuwly.

Foto Dieuwertje Bravenboer

Laatste WK-medaille

Het is een tropische avond in Tokio, september 2025. In het uitverkochte atletiekstadion van de Japanse hoofdstad is het kabaal enorm. Met ruime voorsprong is de Nederlandse zojuist wereldkampioen geworden op de 400 meter horden, voor de tweede keer op rij. Met de Nederlandse vlag in haar handen neemt ze uitgebreid de tijd voor haar ereronde.

Wat niemand in het stadion weet, behalve Broeders-Bol en haar coach Laurent Meuwly, is dat het haar laatste race op dit onderdeel is geweest. „Ik had nog nooit zo genoten van een overwinning”, herinnert ze zich. „Ik dacht: dit kan zomaar de laatste WK-medaille van mijn carrière zijn.”

Ze is al ruim een jaar bezig met de overstap. Na de Olympische Spelen in Parijs in 2024 was ze hevig teleurgesteld over haar derde plek in de finale op de 400 meter horden. In haar poging de Amerikaanse Sydney McLaughlin-Levrone te verslaan ging ze te hard van start, viel stil en verloor ook het zilver.

Lees ook

Femke Bol zette ‘alles’ op het spel om sneller dan ooit te lopen. Waarom lukte dat niet?

Femke Bol na het brons op de 400 meter horden.

Een paar weken later evalueerde ze de olympische race met haar coach Meuwly op het dakterras van het atletenhotel bij de Diamond League-wedstrijd in het Zwitserse Lausanne. Daar sprak Broeders-Bol voor het eerst uit dat ze op de 800 meter wilde gaan uitkomen.

Velen in de atletiekwereld zagen al jaren een geweldige 800-meterloper in haar vanwege haar lange, natuurlijke pas, uithoudingsvermogen en – voor langere afstanden dan de 400 meter horden – ongeëvenaarde snelheid. Onder meer olympisch kampioenen Ellen van Langen en Sebastian Coe spraken zich er openlijk over uit. „Ik zie Femke eigenlijk als een 800-meterloper, maar dat zal ze me niet in dank afnemen”, zei Coe, tegenwoordig voorzitter van de wereldatletiekbond, in 2024. De Nederlandse had toen net de wereldtitel op de 400 meter indoor gewonnen in een wereldrecord.

Een mooi compliment en ongetwijfeld goed bedoeld, vond Broeders-Bol. Tegelijk dacht ze: ik ben ook héél erg goed op de 400 meter horden. Zien ze me daar dan niet als volwaardig? Moet het altijd meer? Daarom verzette ze zich lang tegen een overstap, vertelt Broeders-Bol terugblikkend. „Ik dacht: het is mijn carrière, zoek het lekker uit.”

Op dat dakterras in Lausanne maakte Broeders-Bol een optelsom, legt ze uit: opnieuw vier jaar toewerken naar olympisch goud zou wel heel veel druk op haar schouders leggen. „Op die manier wilde ik niet bezig zijn, dat kon eigenlijk alleen maar misgaan.”

Bovendien voelde ze ondanks die ontbrekende gouden medaille een bepaalde „vrede” bij de horden – ze had er alles uit gehaald. Ze keek ook op tegen opnieuw vier jaar tot het uiterste trainen om een hogere topsnelheid te ontwikkelen, op de 400 meter horden haar ‘zwakke’ punt. De inhaalraces waarmee ze haar grootste successen behaalde bij de estafettes kwamen niet voort uit haar topsnelheid, maar uit haar vermogen richting het einde van wedstrijden haar snelheid beter vast te houden dan haar concurrenten.

Nee, dan de 800 meter: die trainingen, meer gefocust op uithoudingsvermogen, liggen Broeders-Bol beter. Haar ‘matige’ topsnelheid op de 400 meter horden is op de dubbele afstand ineens een wapen; omdat op de 400 meter horden de topsnelheid hoger ligt en zij daar haar hele topsportleven op heeft getraind, komt die snelheid bij haar makkelijker dan bij haar nieuwe concurrenten op de 800 meter.

Coach Meuwly was het met haar eens. Ook hij liep al jaren rond met het idee van zijn pupil als 800-meterloopster. Het wereldrecord dat Broeders-Bol in 2023 op de incourante 500 meter indoor liep, sterkte hem in dat idee.

Máár, stelde Meuwly in Lausanne voor: laten we nog één seizoen wachten. Zo kon Broeders-Bol er langer over nadenken en intussen afscheid nemen van de horden. En ze kon haar carrière op het onderdeel, na de teleurstelling in Parijs, positief afsluiten met een wereldtitel in Tokio.

2026 zou het jaar worden van de overstap, nam het duo zich voor. En nu haar coach de overstap ook zag zitten, werd het allemaal ineens wel heel ‘echt’, voelde Broeders-Bol. Toen ze terugkwam in haar hotelkamer, had ze vlinders in haar buik.

Bijpraten op de fiets

„Ik snap het gewoon niet.”

Die gedachte speelt geregeld door haar hoofd tijdens de eerste trainingsweken voor de 800 meter, eind 2025. Nu ze twee keer zo ver moet lopen als ze gewend is, moet Broeders-Bol haar uithoudingsvermogen verbeteren. Daarvoor moet ze veel kilometers maken, vooral langzaamaan.

Broeders-Bol is juist gewend zo hard mogelijk te trainen, à la Mathieu van der Poel, om tot het uiterste kan gaan en zo haar fysieke grenzen te verleggen. Bij trainingen voor de 400 meter horden wilden haar benen na afloop vaak niet meer. „Alsof je de tank 130 procent leegtrekt”, zegt ze.

Als ik moe was, had ik goed getraind, dat was ik gewend. Maar nu is het: als je niet moe bent, heb je béter getraind

Voor het trainen voor de 800 meter is een ander soort vermoeidheid nodig, ondervindt ze al snel. „Nog slechts 60 procent van de tank mag leeg.” Naast de langzame kilometers moet ze veel trainen op haar drempelwaarde: op de hoogste snelheid die ze lang kan volhouden zónder te verzuren. Een dunne balans, en tot haar grote frustratie duurt het lang voordat ze begrijpt wat ze moet voelen. „Als ik moe was, had ik goed getraind, dat was ik gewend. Maar nu is het: als je niet moe bent, heb je béter getraind.”

Nog zoiets dat volledig tegen haar gevoel ingaat: op haar oude onderdeel waren haar passen tot op de centimeter afgemeten om goed uit te komen voor de horden. Nu die er niet meer zijn, dacht Broeders-Bol, kan ze lekker vrijuit lopen en lange passen maken. „Woem, woem, woem, zoiets. Niet dus.” Kortere passen en een hoger ritme zorgen voor meer snelheid en zijn efficiënter en dynamischer, waardoor ze beter kan inspelen op tempowisselingen van haar tegenstanders.

Alsof dat niet genoeg is, raakt Broeders-Bol in januari geblesseerd op trainingskamp in Zuid-Afrika. Ze heeft pijn in haar voet, maar dat het een serieuze blessure is, heeft ze niet meteen door. Lopen met pijntjes is ze gewend, ze is er juist goed in om dan toch te presteren. Het zal er wel bij horen, denkt ze, haar lichaam wordt nu op een andere manier belast. Daarom besluit ze in februari in het Franse Metz toch haar eerste 800 meter indoor te lopen; nieuwsgierigheid wint het van voorzichtigheid.

Ze wint en verbetert in Frankrijk met een tijd van 1.59,07 het nationale indoorrecord. Erna laat ze toch een MRI maken, die een scheurtje in de peesplaat onder haar voet onthult. Einde indoorseizoen, dat loopt tot en met maart. Broeders-Bol hoort het vijf dagen vóórdat ze met haar verloofde gaat trouwen. Een moeilijk moment, zegt haar man Ben Broeders een aantal maanden later. „Dat was wel kut.” Zelf denkt ze de eerste paar weken: „Waar ben ik in beland?” Ze mag lang niet hardlopen, moet het vertrouwen in haar voet terugkrijgen, haar belastbaarheid weer heel langzaam opbouwen.

Vroeger had ze zich niet over dat slechte nieuws heen kunnen zetten, zegt ze terugblikkend. Dan had het haar bruiloft verpest. Haar identiteit en haar resultaten op de atletiekbaan waren altijd innig verstrengeld. „Ik kon heel hard voor mezelf zijn. Tijd en ruimte voor fouten was er niet. Als ik een plan had, moest het zo worden uitgevoerd.”

Na de teleurstelling (en ook de successen) van de Spelen van Parijs heeft ze zichzelf en haar prestaties langzaam kunnen ontvlechten. „Ik heb geleerd liever en geduldiger te zijn voor mezelf, er zijn meer dingen belangrijk dan atletiek”, zegt ze in de kantine van Papendal. „Gelukkig heb ik kunnen genieten van mijn trouwerij.”

Dezelfde ontwikkeling verklaart, zegt ze, waarom ze dit seizoen tegenover de sportpers telkens begint over een „open houding” en dat ze „fouten mag maken”. Veel concrete doelen voor dit jaar wíl ze niet hebben – het plan is dat er geen gedetailleerd plan is.

Haar blessure heeft een onvoorzien neveneffect: omdat ze niet lopend kan trainen, moet ze gaan fietsen. Dat vindt ze vréselijk – „wat is er leuk aan fietsen als je ook kan rennen?” – maar ertoe gedwongen, komt ze erachter dat het een goede manier is om de lange, langzame trainingen voor haar uithoudingsvermogen af te werken. Intussen kan ze bijpraten met vriendinnen, die ze vraagt mee te fietsen. „Dat is ook Femke”, zegt haar man terugblikkend. „Niet bij de pakken neerzitten en toch kijken wat ze wél kon doen.”

Femke Broeders-Bol bij de atletiekbaan op Papendal.

Foto Dieuwertje Bravenboer

Verdedigingsmechanisme

In het stadion van FC Banik Ostrava, een voetbalclub in het oostelijke puntje van Tsjechië, staat op 16 juni een wereldrecordpoging op het punt van beginnen. Toch zijn de fotocamera’s niet gericht op Audrey Werro, de Zwitserse atleet die in staat geacht wordt de snelste tijd ooit op de 800 meter te lopen.

Elke fotograaf langs de atletiekbaan heeft zijn lens scherp gesteld op de baan naast Werro, met Broeders-Bol. Even tikt ze op haar bovenbenen, haar kuiten, haar wangen, routines die bekend zijn van haar starts op de 400 meter horden. Ze is klaar voor haar eerste 800 meterwedstrijd in de buitenlucht.

In het Tsjechische stadion wordt ze van alle atleten het hardst toegejuicht als ze wordt aangekondigd – zoals ook de aankondiging van haar overstap vorig jaar wereldwijd veel losmaakte. „Ik dacht: dat wordt kort nieuws”, zegt ze. „Femke Bol announces shock switch to 800m”, kopte de Europese atletiekbond. Grote media als de BBC en The Guardian wijdden er berichten aan, tot in SingaporeIerland en Australië werd er over geschreven.

Ineens, las Broeders-Bol in de media, werden niet Werro en olympisch kampioen Keely Hodgkinson uit het Verenigd Koninkrijk, maar werd zíj gezien als de nieuwe potentiële wereldrecordhoudster. „Alsof er ineens duizenden verwachtingen op me werden gegooid.” Ze besloot een paar dagen haar telefoon uit te zetten.

Mensen vinden het dapper van haar. Het is alsof ze door Femke worden meegenomen op een nieuw avontuur

Haar coach Meuwly begrijpt het enthousiasme wel, zegt hij in Ostrava na de eerste race van zijn pupil: „Mensen vinden het dapper van haar. Het is alsof ze door Femke worden meegenomen op een nieuw avontuur.”

Ook haar nieuwe rivalen reageren sportief. Voor de camera’s van Citius Mag noemt de Britse Hodgkinson haar besluit „moedig”. Werro zegt na afloop van de race in Ostrava het „heel speciaal” te vinden dat een atleet van het kaliber van Broeders-Bol is overgestapt. „Ze heeft al haar fans van de 400 meter horden meegenomen”, zegt de Zwitserse.

Broeders-Bol eindigt in Ostrava als tweede in een tijd van 1.57,13, ruim twee seconden achter Werro – die net geen wereldrecord loopt. Ze klapt in haar handen en geeft haar man, net klaar met zijn polsstokwedstrijd, een knuffel. Fantastisch, zegt Broeders tegen zijn vrouw. Even later meldt ze zich nahijgend bij de media. „Dit was echt superhard”, zegt ze. „Ik ben blij.” Na afloop neemt ze de tijd voor het uitdelen van handtekeningen aan kinderen langs de boarding. Haar startnummer houdt ze zelf; het was de eerste race met haar nieuwe achternaam erop.

Femke Broeders-Bol half juni na de 800 meter in het Tsjechische Ostrava, ze finishte vlak achter winnaar Audrey Werro.

Foto MARTIN DIVISEKANP/EPA

Ze heeft meteen een van de weinige doelen gerealiseerd die ze dit jaar wel had: finishen onder de 1 minuut en 58 seconden. In de laatste driehonderd meter ging ze kapot, bekent ze, iets waar ze vooraf bang voor was: in het tweede rondje van de 800 meter treedt een mate van verzuring op die ze niet gewend is. De truc is om niet in te houden, zegt ze, en dat lukte haar nu niet helemaal. „Het is alsof je lichaam als verdedigingsmechanisme tegen de verzuring onbewust langzamer gaat bewegen.”

Een kwestie van wennen, zegt haar coach Meuwly later die avond in het atletenhotel. „Want ze kan het wel, dat hoge tempo volhouden.” Hij zag het in de laatste vijftig meter van de race, toen Broeders-Bol plots met een hoger ritme begon te bewegen. Dat kan en moet ze eerder doen, vindt haar coach. „Ze heeft nu nog te veel respect voor de 800 meter. Als ze dat loslaat, ben ik ervan overtuigd dat ze dit seizoen nog veel harder kan.”

Geduw en getrek

Vooraf had ze een winstwaarschuwing gegeven aan de fans: „De kans is groot dat ik niet ga winnen.” Maar als op 21 juni de 800 meter op de FBK Games in een bloedheet Hengelo van start is gegaan, is het Broeders-Bol die als eerste over de streep komt.

Ze is na afloop vooral gelukkig met de manier waarop ze heeft gewonnen. Na een langzame eerste ronde komt ze vooraan te lopen en is ze in staat in het tweede rondje te blijven versnellen tot aan de finish. „Mooi dat ik het heb kunnen volhouden”, zegt ze naast de atletiekbaan.

Het is een ander wedstrijdverloop dan in Ostrava, waar niet zij maar Werro het tempo van de race bepaalde. Daar is Broeders-Bol juist blij mee: ze wil van de wedstrijden die ze dit seizoen loopt tactisch wijzer worden. Waar de 400 meter horden in feite een tijdrit van acht atleten tegelijk is, omdat ze elk in hun eigen baan blijven, komen de deelnemers van de 800 meter ongeveer honderd meter na de start bij elkaar, waarna er een tactisch spel begint.

Dat is moeilijk voor Broeders-Bol, die gedijt bij regelmaat en structuur, een vastomlijnd raceplan en een gedetailleerde visualisatie van haar wedstrijden. „Als ik nu met alle scenario’s rekening zou moeten houden, zou ik vijf pagina’s uit mijn hoofd moeten leren.” Wat ze nu doet is nieuw voor haar: een ideaal scenario doornemen, én daarbij kort de alternatieve scenario’s inprenten.

Lees ook

Femke Bol, met haar ijzeren discipline, is opnieuw wereldkampioen op de 400 meter horden: ‘Ik ben er eigenlijk altijd als het moet’

Femke Bol tijdens de 400 meter horden op de WK Atletiek in Tokyo. Ze werd wereldkampioen met een tijd van 51,54 seconden. Foto Sarah Meyssonnier/ Reuters

Wat helpt, is dat geen enkele atleet op de 800 meter zo moeiteloos snelheid maakt als Broeders-Bol – de erfenis van jarenlang sprinten op de 400 meter horden. Dat geeft haar de mogelijkheid in de beginfase van elke race te kiezen waar ze gaat lopen: op kop, vlak daarachter, of in het pelotonnetje dáárachter.

Lopen in het peloton is risicovol: er is geduw en getrek, gedrang om de beste plekken, er wordt versneld of vertraagd; allemaal handelingen die extra energie kosten. Hetzelfde geldt voor kopwerk doen, vanwege de luchtweerstand die dan alleen getrotseerd moet worden.

Daarom zijn Broeders-Bol en haar coach er na een paar races al uit wat haar ideale positie in een wedstrijd is: plek twee of drie – daar moet ze elke race proberen te zitten. Meuwly: „Vanuit daar heeft ze de macht om zelf te beslissen hoe de race zal verlopen.”

Krachttraining op Papendal.

Foto Dieuwertje Bravenboer

Zij aan zij naar de finish

Na het rondje joggen over Papendal sluit Broeders-Bol haar ochtendtraining in juli af op de atletiekbaan. Onder toeziend oog van haar coach rent ze een paar keer 100 meter op wedstrijdtempo, om na het langzame tempo van zojuist nog even het juiste gevoel van snelheid te ervaren.

„Mijn handen gingen nu omhoog”, zegt ze tegen haar coach.

„Dat is ook de bedoeling”, reageert Meuwly.

Ging het dan goed met haar armen, vraagt Broeders-Bol.

„Met links wel, nu rechts nog”, zegt Meuwly. Hij schiet in de lach. „Meestal is het andersom.”

De bedoeling is dat haar armen gaan meebewegen, dat zorgt voor een vloeiender pas, legt ze even later in de kantine uit. Daarvoor moet ze haar armen optillen, maar „dat voelt zó zwaar”, zegt Broeders-Bol. Bij de 400 meter horden ging het automatisch vanwege de hogere snelheid, nu merkt ze dat erover nadenken tijdens een wedstrijd averechts werkt. Dan gaat haar focus naar de verkeerde dingen. Voor nu zijn haar armen een „langetermijnding”.

Eind juni, tijdens de Diamond Leaguewedstrijd in Parijs, voltrekt de 800 meter zich in eerste instantie als in Ostrava: Werro loopt voorop, Broeders-Bol op gepaste afstand erachter. Tot 500 meter. Dan plaatst de Franse Anaïs Bourgoin een aanval. Ze komt naast Broeders-Bol, die zich realiseert: ik heb geen keus, ik moet mee.

Zij aan zij sprinten ze naar de finish, de Nederlandse drukt haar borst net iets eerder over de streep. Tweede. Als ze haar tijd ziet, kan Broeders-Bol haar ogen niet geloven: 1.55,60, slechts 0,06 seconde boven het Nederlands record van Ellen van Langen uit 1992. „Dit is waanzin”, zegt ze voor de camera van hardloopplatform Runnerspace.

De strijd met de Française schudde zijn pupil wakker, zegt Meuwly later. Het leidde haar af van haar angst voor de verzuring en de pijn die ze al voelde. Hij zag hoe Broeders-Bol haar pasritme verhoogde en op het eind zelfs iets inliep op Werro. „Femke heeft alle kwaliteiten om iedereen te verslaan. Ze begint daar nu steeds meer vertrouwen in te krijgen.”

Een nieuwe puzzel

Drie weken later, bij de Diamond League in Londen, staat Broeders-Bol met een plan aan de start waar ze begin dit seizoen niet over na durfde te denken: ze wil bij topfavoriet Hodgkinson in de buurt blijven en dan, als het mogelijk is, in de slotfase toeslaan.

Het lukt bijna. Broeders-Bol finisht als tweede, op tweetiende van een seconde van haar Britse rivale. „Ik voelde me heel sterk, maar maakte net te veel fouten”, blikt ze een paar dagen later tegenover NRC terug. Ze somt op: te langzaam gestart, te snel naar de binnenbaan, te veel bezig met andere lopers, daarom een te groot gat laten vallen met Hodgkinson. Dat kon ze daarna niet meer repareren.

Ze baalt, maar tegelijkertijd: „Het overkomt me allemaal ook een beetje.” Ze kan zelf nog niet geloven dat ze het de olympisch kampioen nú al moeilijk maakt. Dat er wereldwijd dit seizoen slechts twee vrouwen – Werro en Hodgkinson – sneller zijn geweest, neemt Broeders-Bol ter kennisgeving aan. Net als dat haar coach denkt dat ze de kwaliteiten heeft om op termijn het 43-jaar oude wereldrecord van Jarmila Kratochvilova (1.53,28) te verbreken.

Voor de EK atletiek zijn de verwachtingen inmiddels wel wat gestegen, geeft ze lachend toe. „Ik ben dichterbij [de wereldtop] gekomen, dan ga je ook groter dromen.” Waar Broeders-Bol eerder dit seizoen mikte op snelle tijden, zal het op het eindtoernooi puur gaan om kwalificeren (in de series en halve finale) en medailles winnen (finale). Ze is benieuwd hoe tactisch de races in Birmingham zullen worden.

Broeders-Bol is van plan om tijdens het toernooi ook de 400 meter horden nauwgezet te volgen. Als fan langs de kant, ze zag dit seizoen alle wedstrijden. „Het blijft toch mijn eerste liefde.”

Maar nog geen moment heeft ze naar haar oude trainingsregime terugverlangd. „Ik denk niet: morgen toch wat hordes doen.” In plaats daarvan is ze elke dag bezig met het leggen van een nieuwe puzzel, zegt ze: de 800 meter. „Ik begin er steeds verliefder op te worden.”

Topatleet Femke Broeders-Bol.

Foto Dieuwertje Bravenboer
Lees het hele artikel