Astrid Roemer was ‘onverbiddelijk’ en ‘had lak aan iedereen die een gemakkelijke leeservaring eiste’

5 uren geleden 1

Astrid Roemer was „een van de meest invloedrijke auteurs binnen de Nederlandstalige Caribische literatuur”, schreef de Surinaamse site Starnieuws vorige week, bij het overlijden van de schrijfster, op 78-jarige leeftijd.

Let wel, zegt Michiel van Kempen, emeritus hoogleraar Nederlands-Caribische letteren: die invloed betekende niet dat iedereen Roemer omarmde of volgde. „Ze is altijd iemand geweest die anderen wakker wilde schudden en deed dat door de conventies te laten vallen. Al vroeg agendeerde ze onderwerpen die nu gemeengoed zijn: alles wat met kleur en genderrollen te maken heeft. Maar ze wilde nergens op vastgepind worden, wat ook conflicten heeft opgeleverd.”

Ze liet zien dat het persoonlijke leven doordrenkt is van de politiek: de huiskamer net zo goed als de Tweede Kamer

Roemer was „onverbiddelijk”, zegt schrijfster Karin Amatmoekrim, en dat zegt ze met grote waardering. „Voor mij persoonlijk, als schrijver met een Surinaamse achtergrond, betekende ze veel als voorbeeld, omdat ze haar eigen plek opeiste in de literatuur. In onderwerpkeuze en thematiek, maar ook in vorm en stijl. Dat zij een zwarte vrouw was, ook nog queer, die zo eigenzinnig durfde te zijn, was uitzonderlijk.”

Amatmoekrim leerde haar kennen als student Nederlands, bij een vak over ‘West-Indische’ literatuur. „Ik had Roemer niet van huis uit meegekregen, hoewel mijn moeder heel geëngageerd en bij de tijd was. Dat zegt misschien wel veel over hoe slecht ze onder Surinamers gelezen werd: iedereen kende Clark Accord en Cynthia McLeod, maar Roemer was voor velen te complex, te tegendraads. Dat is wel begrijpelijk – ik zwoegde er zelf ook op, maar ik bewonderde haar lak aan iedereen die een gemakkelijke leeservaring eiste.”

Lees ook

Alles aan pionier Astrid Roemer was poëtisch, doorleefd en onconventioneel

Astrid Roemer, afgelopen zomer in het huis van de Braziliaanse schrijver Conceicao Evaristo's in Little Africa, Rio de Janeiro.

Ambitie

Roemers proza was weerbarstig, bewust ontregelend, soms verwarrend. Haar werk werd niet van meet af aan lovend ontvangen. Recensenten schreven er „jeuk” van te krijgen, herinnert Michiel van Kempen zich. Dat ze voor haar oeuvre in 2016 de P.C. Hooft-prijs kreeg, bracht in de literaire wereld „een schok teweeg”, zegt Sander Bax, hoogleraar contemporaine Nederlandse literatuur aan de Universiteit Leiden. Hij was destijds voorzitter van de jury. „Er heerste een teneur van: die vrouw kan niet schrijven. Dat was veelzeggend voor de heersende normen, waarin literatuur het hoogst gewaardeerd werd als het een autonoom werk was en vooral om vorm en stijl draaide.”

De jury prees juist Roemers romans „die tegelijk scherpe en relevante interventies in het publieke debat zijn én complexe literaire verbeeldingen van de geschiedenis van Suriname”. Niet autonoom maar maatschappelijk dus, en dat haar vertelstijl ingewikkeld was, hangt nu eenmaal samen met haar verhaal.

Ik dacht: hoe kan het dat dit nauwelijks deel uitmaakte van mijn opleiding als neerlandicus?

Amatmoekrim, ook lid van die jury: „Wat Roemer toevoegde aan de Nederlandse literatuur was een enorme ambitie om ook de grote geschiedenis een plek te geven in haar werk, dat tegelijk over het alledaagse leven en intieme relaties ging.”

De complexe stijl was daar onlosmakelijk mee verbonden, zegt schrijver en onderzoeker Emma van Meyeren, die werkt aan een proefschrift over Roemers proza. „Roemer legde veel gewicht in haar taal. Ze reflecteerde steevast op hoe zij de taal gebruikte, en toonde zo hoe dat mede bepaalt hoe we met elkaar omgaan. Zo liet ze zien dat ons persoonlijke leven doordrenkt is van politiek, de huiskamer net zo goed als de Tweede Kamer. Haar roman Lijken op liefde (1997) gaat bijvoorbeeld heel concreet over een gepensioneerde schoonmaakster, en Roemer slaagt erin om het tegelijk te laten gaan over de grote levensvragen en de specifieke geschiedenis van postkoloniaal Suriname.”

Bouterse

Daarin was Roemer een pionier. Voorafgaand aan zijn lidmaatschap van de P.C. Hooft-jury, bekent Sander Bax, kende hij haar oeuvre „nog niet ontzettend goed”. „Het was voor mij een ontdekking. Zozeer dat ik dacht: hoe kan het dat dit nauwelijks deel uitmaakte van mijn opleiding als neerlandicus? Dat lag ook aan het onuitgesproken ideaalplaatje dat in literaire kringen heerste van een roman, een beeld waar Roemer niet in paste, terwijl ze wel iets deed dat grote waarde had. Haar werk heeft er mede voor gezorgd dat ik vraagtekens ging zetten bij mijn eigen literaire normen – iets wat recent in de hele neerlandistiek gangbaarder is geworden.”

Onconventioneel werd controversieel toen Roemer zich positief uitliet over Desi Bouterse, die zij weigerde ‘moordenaar’ te noemen, ook na zijn veroordeling voor betrokkenheid bij de Decembermoorden. De feestelijke uitreiking van de Prijs der Nederlandse Letteren, in 2021 aan Roemer toegekend, werd daarom afgelast. Van Meyeren: „Van die uitspraken schrok ik ook, juist omdat ze in haar romans heel anders over die gebeurtenissen heeft geschreven.”

Ze blijft een eenling die zich niet voor een karretje wil laten spannen

Amatmoekrim: „Ze ging ver in haar uitspraken, maar verkondigde wel een standpunt dat breed gedragen wordt onder ‘boutisten’, die de beweging van Bouterse zien als gerechtvaardigd antikolonialisme.”

Bax: „De uitspraken vond ik niet fraai, maar ze kwamen niet geheel onverwacht: ze blijft een eenling die zich niet voor een karretje wil laten spannen.”

Champagne

Haar buitenstaanderspositie heeft Roemer ook eenzaamheid gebracht. Amatmoekrim: „Over schrijvers als Edgar Cairo, Bea Vianen en Anil Ramdas, eenlingen net als zijzelf, heeft ze eens gezegd: dat zij gek zijn geworden, lag niet alleen aan hen, maar ook aan hun habitat, aan de miskenning en uitsluiting die zij in Nederland hebben ondervonden. Opgepast, zei ze daarmee tegen mijn generatie. Gelukkig staan wij minder alleen.”

Uiteindelijk veranderde er iets: met de grote oeuvreprijzen in het afgelopen decennium kreeg Roemer wel erkenning. Amatmoekrim: „Ze was een grote mevrouw geworden. Ik heb haar eens meegemaakt in het vliegtuig naar Suriname, ze vloog businessclass, een glas champagne erbij. Ook in het openbaar eiste ze haar positie op: prachtig.”

Lees ook

Karin Amatmoekrim: ‘Doordat wij hier zijn, zijn jullie ook iets kwijtgeraakt’

 hé, die jeugd van jou, moet je daar niet eens een boek over schrijven?"
De journalistieke principes van NRC
Lees het hele artikel