Oud DNA laat zien hoe bizons vroeger leefden en kan helpen om hun populaties sterker en gezonder te maken.
Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!
De bizon is een van de bekendste voorbeelden van succesvolle natuurbescherming. Ooit leefden er tientallen miljoenen bizons op het continent. Rond het begin van de twintigste eeuw waren daar nog maar enkele honderden van over. Inmiddels zijn er weer honderdduizenden dieren.
Toch blijkt uit nieuw onderzoek dat het herstel nog niet compleet is. Veel kuddes zijn genetisch van elkaar geïsoleerd en dragen duidelijke sporen van menselijk ingrijpen. Onderzoekers van de University of California, Santa Cruz gebruikten oud DNA om te onderzoeken hoe bizonpopulaties er voor hun sterke achteruitgang uitzagen. De studie verscheen in het wetenschappelijke tijdschrift Science.
Grootste verzameling ooit
De onderzoekers bekeken genetisch materiaal van bizons uit een periode van ongeveer 20.000 jaar. Daarmee konden ze moderne dieren vergelijken met bizons die leefden voordat grootschalige jacht en menselijk beheer hun populaties sterk veranderden.
Voor het onderzoek brachten de wetenschappers de grootste genetische verzameling van bizons tot nu toe bijeen. Ze onderzochten het volledige genoom van 160 dieren. Daarvan leefden 115 bizons voor de grote afname van de populatie. Nog eens 45 dieren leefden in de afgelopen honderd jaar. De onderzoekers combineerden deze gegevens met 52 eerder onderzochte moderne bizons.
Leestip: 9300 jaar oude ingevroren bizon ontdekt in Siberië
Daaruit kwam een duidelijk verschil naar voren. In het verleden stonden bizonpopulaties over grote afstanden genetisch met elkaar ‘in contact’. Tegenwoordig zijn veel kuddes juist sterk van elkaar gescheiden. Dat komt onder meer doordat de laatste overlevende bizons in kleine, afgesloten groepen werden gehouden. Daardoor kon er minder uitwisseling van genen plaatsvinden tussen verschillende populaties.
“Bizons worden vaak gezien als een succesverhaal van natuurbescherming”, zegt onderzoeksleider Beth Shapiro van UC Santa Cruz. “Maar tot nu toe hadden beheerders geen genetisch uitgangspunt om te bepalen hoe een gezonde variant eruitzag voor de sterke afname in de twintigste eeuw.” Volgens haar biedt het oude DNA nu precies zo’n uitgangspunt.
Ondersoorten
Het onderzoek geeft ook meer duidelijkheid over de twee belangrijkste ondersoorten: de vlaktebizon en de bosbizon. Die verschillen onder meer in lichaamsbouw, vacht en leefgebied. Bosbizons leefden vooral in de noordelijke bossen van Canada en Alaska. Vlaktebizons kwamen voor op graslanden en prairies, van Canada tot in het noorden van Mexico.
In de jaren twintig van de vorige eeuw werden ongeveer 7000 vlaktebizons naar Wood Buffalo National Park in Canada gebracht. Daar leefde toen nog een populatie bosbizons. Die twee groepen mengden zich met elkaar. De nieuwe studie laat zien dat moderne bosbizons daardoor tussen de 7 en 64 procent genetische afkomst van vlaktebizons kunnen hebben. Dat verschilt sterk per kudde.
Toch betekenen die gedeelde genen volgens de onderzoekers niet dat beide ondersoorten voortaan als één groep moeten worden behandeld. “Het onderzoek laat zien dat bosbizons en vlaktebizons duidelijk van elkaar verschillen”, zegt teamlid Greg Wilson van Parks Canada. “Ze moeten daarom apart beheerd blijven worden, ondanks de vermenging die in de jaren twintig plaatsvond.”
Kruising met runderen
Ook over de kruising met runderen levert het onderzoek nieuwe informatie op. In de twintigste eeuw probeerden sommige particuliere eigenaren bizons met runderen te kruisen. Daardoor ontstond het idee dat tegenwoordig bijna alle bizons het DNA van runderen dragen. Dat blijkt niet te kloppen: slechts ongeveer een derde van de onderzochte moderne bizons had sporen van runderen in het genoom. En als dat rund-DNA aanwezig was, ging het om minder dan 2 procent van het totale genoom. Volgens de onderzoekers is die invloed dus veel kleiner dan lang werd gedacht.
De resultaten zijn belangrijk voor de verdere bescherming van de soort. Alleen tellen hoeveel bizons er zijn is namelijk niet genoeg. Een grote populatie kan nog steeds kwetsbaar zijn als groepen jarenlang van elkaar gescheiden leven. Kleine, geïsoleerde kuddes kunnen genetische variatie verliezen. Daardoor wordt het moeilijker om zich aan te passen aan veranderingen.
Volgens Shapiro laat het onderzoek zien dat oud DNA niet alleen iets vertelt over het verleden. Het kan ook helpen bij beslissingen over dieren die nu leven. “Oud DNA herschrijft het verhaal van een van de bekendste successen in de Amerikaanse natuurbescherming”, zegt ze. “Het laat zien wat de sterke afname in de negentiende eeuw werkelijk met het genoom van bizons deed, en hoe een slimmer herstel er in de toekomst uit kan zien.”
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Waarom jagers deze ideale bizonjachtplek in Montana toch verlieten en Hoe bizons het ecosysteem van Yellowstone gezond houden . Of lees dit artikel: Het is nu bewezen: de bizon en zelfs de mammoet kan het smeltende permafrost niet redden .
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

2 uren geleden
1










English (US) ·