Cabaretier Merijn Scholten: ‘De gekte in gaan, dat is gewoon heel lekker’

1 uur geleden 1

Cabaretier Merijn Scholten (42) heeft zijn eigen woorden in de eerste vijf minuten van het gesprek al drie keer in twijfel getrokken – „ik denk nu toch: wat zit ik allemaal te lullen?” – als hij vraagt: „Hoe wil je het doen? Dat ik een beetje bewaak wat ik zeg of dat ik achteraf kan zeggen dat ik liever niet wil dat je het in de krant zet?”

Hij denkt dat hij minder zelfbewust wordt als hij vrijuit kan praten. „Maar het komt goed.” Meteen daarna: „Kómt het wel goed?”

Op 13 mei gaat zijn tweede solovoorstelling in première, Lemming. Uitverkocht, net als de try-outs waarmee hij nu bezig is, maar er komt een tweede seizoen. Merijn Scholten begon zijn comedycarrière bij Comedytrain, was tien jaar deel van het cabaretduo De Partizanen en vond een breder publiek toen hij tijdens de coronapandemie korte sketches op Instagram ging plaatsen. Zijn eerste – alom bejubelde – theatershow Team Solo kwam daaruit voort.

Overal in zijn appartement, veertien hoog in Amsterdam-Noord met uitzicht op het IJ, liggen boeken. In kasten, maar ook in stapels op de vloer, verspreid door de woonkamer. Zowel romans als non-fictieboeken, maar vooral héél veel over de Tweede Wereldoorlog. Zijn vriendin Marjolein Visser – zij woont in Nijmegen – zei het al in een voorgesprek: „Merijn begint de dag graag met een boek over fascisme.”

Welk boek lees je nu?

Hij staat op en pakt het van een stapel: Aan het einde van de oorlog van Bert Natter. „Heel fascinerend. En deze”, hij houdt Wisselwachter van Geert Mak omhoog, over de politieke bewegingen in Europa en de Verenigde Staten in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw. „Maar ik lees niet alleen non-fictieboeken over de oorlogsjaren. Ik vind filosofische bespiegelingen van mensen die de huidige tijd proberen te duiden ook bijzonder.”

Maak je je zorgen over hoe het ervoor staat in de wereld?

„Ja.”

Hoe zien die zorgen eruit?

Afwerende blik.

Geen zin om ze te benoemen?

„Nou ja, het ligt zo voor de hand. Het is natuurlijk doodeng wat er nu in de Verenigde Staten gaande is. Ik heb altijd veel boeken gelezen over de Tweede Wereldoorlog, als kind al, en ik zat daarbij steeds in het narratief van de Amerikanen die ons bevrijd hebben. Ik keek ook graag Amerikaanse series, ik vond MacGyver geweldig”, een avonturenserie uit de jaren tachtig en negentig over een ex-spion die onrecht bestrijdt. „Maar de wereld waarin wij leven is gebaseerd op dát Amerika. Er was vrede dankzij de machtsbalans die na de Tweede Wereldoorlog is ontstaan. Ik vind het heel beangstigend dat het belangrijkste land in die machtsbalans helemaal crazy gaat en steeds fascistischer wordt. En dan is er daarnaast nog onze manier van leven. In de jaren negentig waarin ik opgroeide was het nog vrolijk wat geld ons bracht. Met terugwerkende kracht zie ik dat het een vrij hedonistisch decennium was, een soort wegwerpmaatschappij: heerlijk, alles kon. De kilheid die eruit ontstaan is, voel ik hier in Amsterdam heel sterk. Alles is gericht op geld afschrapen van mensen. Het fundament waarop ik ben opgegroeid, van hoe we met elkaar omgaan, is geërodeerd.”

Het grootste probleem in de jaren negentig leek de armoede in verre landen.

„En daar wilde je dan nog wel wat voor inzamelen.”

Deden we een sponsorloop op school.

„En dan kon je weer dóór.” Grinnikt. „Ja, zó is het niet meer.”

In zijn vorige theatershow ging hij gerichter voor de lach. De typetjes waarvan zijn Instagram-publiek hem kende nam hij mee het podium op. In Lemming zijn de typetjes karakters geworden, zegt hij. „En ik denk dat er meer van mezelf in doorschijnt, met ook serieuze momenten tussendoor. In mijn vorige show was ik er nog erg op gebrand om de mensen voor me te winnen.”

Serieus is hij als hij in Lemming stelt dat wij, mensen, in de war zijn over onze rol als groepsdier. We zijn bevangen door krachten die ons proberen af te zonderen van de kudde, door individualisme te faciliteren en door ons allemaal het gevoel te geven dat we uniek zijn. En dat heeft ervoor gezorgd dat we tegenover elkaar zijn komen te staan. „Het is zo plat om dit naar de mobiele telefoon te herleiden, maar die zorgt er wel voor dat we in een specifiek voor onszelf gemaakt wereldje kunnen zitten, waarin we het gevoel hebben dat we in charge zijn en onszelf ontzettend interessant aan het voeden zijn. We worden erdoor vastgehouden en bevredigd en we maken dopamine aan, maar we voelen er niet de kracht van wat het is om met elkáár ergens tegenin te gaan of iets te doen.” En daarnaast heeft het, zegt hij, het sociale verkeer op straat veranderd. „Ik voel echt een soort eenzaamheid als ik door een stad loop. Het is net alsof mensen je niet zien. Zelfs als ze niet op hun telefoon kijken, hebben ze vaak een glazige blik in hun ogen. Alsof ze alleen maar even pauzeren van de bezigheden op hun telefoon. En ik wil heus niet dat iedereen de hele tijd tegen me zegt: ‘Wat leuk dat jij hier ook bent!’ Maar het is het gemis van een basaal, instinctief gevoel van elkaar herkennen in een ruimte.”

Foto Lars van den Brink

Hij voelt het bijvoorbeeld als hij in Amsterdam op de pont staat. „In een gezonde situatie zou je een idee hebben met wat voor mensen je op die pont staat. Je zou instinctief weten: als we zinken, kan ik op die en op die rekenen. Maar nu vermoed ik dat als die pont zinkt, mensen denken: ik kijk eerst nog effe dit filmpje af.”

Je pleit in je voorstelling voor meer lanterfanten. Volgens je vriendin ben je er zelf erg goed in. Hoe ziet dat eruit bij jou?

„Zonder doel buiten rondlopen. Gewoon in de natuur of in de stad zijn. En dan ontdek je bijvoorbeeld dat er een fijne sfeer hangt bij een bepaald bankje, en ga je daar later weer eens naar terug.”

En soms ga je in Artis een uurtje naar de apen kijken.

„Sinds kort, ik heb pas net een abonnement.” Gegeneerd: „Maar het is zo absurd om dit…”

Zit je dan naar die dieren te kijken of ben je er aan het nadenken?

„Het leuke is dat het allemaal kan. Ik kan gefascineerd naar de gerbils kijken, maar ik kan er ook nadenken over de zin van het leven of over wat ik volgende week eens zal gaan doen. Ik vind het een levensvoorwaarde om regelmatig te kunnen rondhangen. Maar ik weet natuurlijk dat het een luxe is om dat te kunnen doen, je moet er de tijd voor hebben.”

Wat levert het je op?

„Geluk. Een aangename staat van zijn. Misschien is het ook wel een beetje meditatief. Verwerkingstijd, rust. Ik heb een goede vriend die nóóit zomaar rondhangt. Mensen vinden het lastig om iets te doen zonder doel. En je telefoon maakt het je bijna onmogelijk.”

Als je wilt dat Mark Zuckerberg niet blij is, moet je gaan lanterfanten zonder telefoon

Ik begreep dat lanterfanten voor jou een daad van verzet is.

„Nouuuu…” Hij wikt en weegt. „In zekere zin is het wel zo. Want als je wilt dat Mark Zuckerberg niet blij is, moet je gaan lanterfanten zonder telefoon. Daarmee is het een heel minimale verzetsdaad. Ik vind dat wel een leuk perspectief erop: je kunt het zien als niksen, maar je kunt het ook zien als iets extreem waardevols waartoe veel mensen niet meer in staat zijn. Ik denk dat mensen veel wijsheid in zich hebben als ze er meer tijd voor zouden nemen.”

Wijt je die vervreemding die je ervaart, het uiteenvallen van de kudde, alleen aan de telefoon?

„Nee, ik denk dat het ook…” Hij onderbreekt zichzelf. „Maar ik ben niet de grote duider die het allemaal weet, hè?”

Nee, dat staat bij deze genoteerd.

„Eind jaren tachtig had je die film Wall Street, daarin waren de snelle jongens van het geld de foute gasten, met hun slogan greed is good, geld verdienen ten koste van alles. Ik heb sindsdien bewust ervaren dat het idee dat geld vóór alles gaat langzamerhand in ons allemaal is gekropen. Die snelle geldjongens zijn niet meer de klootzakken. Nu wordt iederéén opgejaagd om vooral heel goed voor jezelf te zorgen. Dat levert een soort stress op, een jungleachtige situatie van het recht van de sterkste.”

Je vertelt in je voorstelling over een gezellige, kneuterige voetbalclub die wordt overgenomen door een bedrijf en geleidelijk steeds killer, zakelijker en efficiënter wordt.

„En per stapje denkt iedereen: o ja, dit is wel fijn eigenlijk, relaxed. Geen verantwoordelijkheid hebben is relaxter. Dat is eigenlijk hoe een kind denkt, dat wil het liefst de hele tijd snoep eten en leuke dingen doen. We worden steeds infantieler, bedrijven proberen snoep etende kinderen van ons te maken. Het vergt discipline om je daartegen te verweren, want het is veel relaxter om in de zon te zitten en iets níét te hoeven doen. Het voelt al snel suf of prekerig als je daartegenin gaat, want hé, we kunnen toch lekker chillen nu? Totdat blijkt dat anderen profiteren van deze zwakheid.”

Waarom vind je het zo ingewikkeld om hierover te praten?

„Het is een diep principe van mij dat je met comedy niet moet zeggen hoe het allemaal zit.”

Mag een cabaretier niet een beetje dominee-achtig zijn?

„Jawel, ik ben een bewonderaar van het werk van Freek de Jonge, dat is bij uitstek iemand die de dominee in zichzelf niet schuwt.” Hij grinnikt. „En omdat hij dat met veel overtuiging en intrinsiek gemotiveerd doet, vind ik dat nog steeds heel gaaf. Maar ik groeide als kind op met Hans Teeuwen, die zou je een anti-dominee kunnen noemen.”

Je groeide ook op met Theo Maassen, en die is dan weer wel…

„…Geëngageerd. Ja. Ik ben heel erg voor engagement. Maar dat kan op verschillende manieren. Je kunt ook vóélen dat het ergens over gaat zonder te weten waarover precíés.”

Hij doet een scène na waarin Theo Maassen in zijn voorstelling Functioneel Naakt een blikje Coca-Cola bestudeert en de tekst voorleest die erop staat: ‘Dit blikje is geproduceerd met toestemming van de Coca-Cola Company.’ „En dan is-ie even stil en zegt”, hij imiteert de stem van Maassen feilloos, „sympathiek.” Hij lacht. „Dat soort grappen hadden impact op mij. Ik ging erdoor nadenken over de debiliteit, de arrogántie, van zo’n merk. En ook de liedjes van Youp van ’t Hek, over hoe je moet leven, vond ik als kind geweldig. Ik voelde de romantiek van: ga de wereld in, dingen meemaken, je leeft maar één keer.”

Nu kleeft er aan die manier van denken ook wel wat van dat jarennegentighedonisme waarover je het eerder had.

„Dat is waar, als nu iemand naar Bali gaat, denk je niet: wooow, wat gaaf en inspirerend, wat ben jíj een avonturier! Vertel me na terugkomst álles over wat je op Bali hebt meegemaakt!”

Foto Lars van den Brink

Marjolein zei dat je gevoelig bent voor melancholie en zwaarte, maar dat je er op een lichte manier mee omgaat. Zo ging je vroeger al om met de zwaarte thuis.

„Mijn moeder kampt de laatste jaren met hevige depressies, ja, maar toen ik klein was had ze die nog niet. Maar ze was wel angstig en somber en ik was daar gevoelig voor. Mijn antwoord daarop was: opvrolijken, lichtheid creëren, situaties absurd maken en daarmee grappig.” Hij denkt even na. „Het is ook een manier om door mijn eigen neuroses, schaamte en ingehouden karakter heen te breken. De gekte in, zeg maar. Dat is gewoon heel lekker.”

Over zijn moeders depressies wil hij het liever niet hebben, zegt hij. „Dat vind ik niet leuk voor haar. Mijn moeder heeft het soms heel zwaar in het leven, het afgelopen jaar tegen het ondraaglijke aan. Maar het voelt inmiddels niet meer alsof het deel is van mijn hoofdverhaal. Mijn eigen leven staat er nu los van.”

Omdat je jezelf daarvan hebt losgemaakt?

„Ook wel, ja. En het grappige is: als je dat doet, kun je ook weer dichter bij elkaar zijn. Omdat we nu minder verstrengeld zijn met elkaar.”

Hoe heb je dat gedaan?

„Met hulp. Van een psycholoog en van mijn geliefde. En door me te realiseren dat ik dat kennelijk nodig had, en door er tijd in te steken. Een geestelijke ziekte is vrij dwingend en mijn instinct was: ik moet dit voor haar oplossen, ik moet er voor haar zijn. Ik ben erachter gekomen dat wanneer ik mijn eigen koers vaar en mijn eigen keuzes maak, de moederliefde er nog steeds is.”

Was je bang dat je haar liefde zou verliezen als je meer afstand nam?

„Ja, dat is waarschijnlijk waardoor je denkt dat je jezelf niet kunt losmaken. Onbewust, natuurlijk. Pff, grappig dat ik het zo moeilijk vind om hierover te praten. Jij denkt waarschijnlijk: ja duh, zoveel mensen hebben een depressieve moeder van wie ze niet kunnen loskomen. Wat ook meespeelt: ik wil niet dat dít is waaraan mensen denken als het over mij gaat. Dat elk interview in het vervolg hierover gaat.”

Dat je aandacht kúnt krijgen, wil niet zeggen dat je dat ook moet doen

Je laat je niet vaak interviewen, en al helemaal niet over je privéleven.

„Ja, ik hecht aan een privéleven. In die zin ben ik misschien een beetje ouderwets. Ik heb er geen behoefte aan om een bekende Nederlander te zijn. Bovendien kun je, als je niet alles over mij weet, veel onbevangener naar mijn werk kijken. Dan valt er meer te raden. Dat je aandacht kúnt krijgen, wil niet zeggen dat je dat ook moet doen. Ik vind schaarste veel interessanter. Het is vergelijkbaar met de gedachte: als je geld kunt verdienen, moet je dat sowieso doen. Maar dat hoeft helemáál niet.”

Ook op het podium laat je weinig van jezelf zien.

„Nou ja, wel via de karakters die ik speel, vind ik. Maar ik zou het moeilijk vinden om mezelf elke avond als hoofdpersoon te gebruiken. Er is iets in mij dat daaromheen wil. Het is ook niet per definitie interessant als je je persoonlijke verhaal deelt, zoals soms wordt gedacht. Het moet wel góéd gebeuren.”

Je bent introvert en verlegen, maar op het podium zag ik je improviseren met het publiek zonder enige terughoudendheid.

„Gek is dat, ja, dan ben ik ongeremd. Heerlijk dat ik dat daar kan zijn.”

Zou je dat in het echte leven niet ook willen?

„Vroeger wel. Toen ik jonger was, voelde ik me geremd en dat kon frustrerend zijn. Maar nu heb ik daar vrede mee. Ik beweeg me redelijk fijn door het leven. Ik denk wel dat dat komt doordat ik dat podium heb. Doordat ik me daar vrij voel, en er erkenning voor krijg, ben ik ook vrijer in het dagelijks leven.”

Lees het hele artikel