Simon Pennings buigt voorover en klauwt in de grond waar de dahlia’s staan. Vier hectare beslaat dit veld, met duizenden planten, de bloemen werden in juni verwijderd. „Als de grond goed is”, zegt hij, terwijl hij zo hard in het kluitje knijpt dat zijn knokkels wit worden, „als de grond vochtig genoeg is dan blijft ze als een bolletje op je hand liggen.” Zijn vingers heeft hij nog niet geopend of het hele plukje vervliegt in de wind. Hij tuurt naar zijn lege handpalm: „Hier schrik ik toch wel van.”
Al weken regent het nauwelijks en is het zo heet dat elke neerslag meteen verdampt. Bollenkweker Pennings woekert al die tijd met het beetje water dat resteert. Hij is voorzitter van landbouworganisatie LTO en voorzitter van de Koninklijke Algemeene Vereeniging voor Bloembollencultuur, regio Duin- en Bollenstreek. Dus Pennings spreekt voortdurend over het watertekort – is het niet met collega-kwekers dan wel met het hoogheemraadschap Rijnland, dat het water in dit gebied beheert. Pennings wéét dat de situatie ernstig is. En toch verrast het hem deze zomer telkens weer hóé ernstig het is.
Je ziet de emotie toenemen bij de mensen. Je komt zowat tegenover elkaar te staan, het ene belang tegenover het andere
Ruim een jaar geleden stond Pennings ook in NRC. Toen had het hoogheemraadschap een studie gepubliceerd, Toekomstgericht waterbeheer Rijnland, over de gevolgen van het veranderde klimaat en weer. Over de verzilting van het grondwater, die in deze geestgronden het grootste probleem is. De zee die steeds hoger staat en het zoute water steeds verder het land in duwt, zeker bij een gebrek aan zoet water om het terug te duwen.
Een van de zinnen in de studie luidde „Kunnen agrariërs en natuurorganisaties zich hierop aanpassen, of komt functieverandering in zicht?” ‘Functieverandering’, oftewel: misschien geen tuinbouw meer. De bollenkwekers waren geschokt, ze vonden de uitspraken ‘boud’ en ‘raar’. Pennings zei: „Wij weten heel goed dat er droogte is en dat er gebrek aan zoet water dreigt en dat we maatregelen moeten nemen. Maar om dan te zeggen dat de bollenteelt helemaal zal verdwijnen?”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/14113809/140826VER_2035919103_pennings4.jpg)
Bollenkweker Simon: „Wortels van dahlia’s gaan dertig, veertig, vijftig centimeter diep zowat. Prikt hij zout dan krijgt hij een brandplekkie waar hij geen water meer mee kan opnemen.”
Foto Olivier Middendorp‘De toekomst is nu’
Wat oogt de taal nog omfloerst wanneer je de studie een jaar later leest. Een van de zinnen in de conclusie luidde: „We constateren dat we op termijn onvermijdelijk te maken krijgen met ontwikkelingen die ons dwingen anders om te gaan met het gebied.” Op termijn. In de studie werden als termijnen 2050 en 2100 gehanteerd. „Ik had nooit gedacht dat de toekomst zo snel zou arriveren”, zei Henk Hazenoot, locodijkgraaf van het hoogheemraadschap Rijnland, vorige week tegen NRC. „De toekomst is nu.”
Ja, dat voelt echt zo, zegt Pennings op zijn veld. „We lopen de tijd achterna. Je ziet de emotie toenemen bij de mensen, ook een beetje paniek bij de ondernemers in deze regio. Je komt zowat tegenover elkaar te staan, het ene belang tegenover het andere.”
Boven aan de prioriteitenlijst van het hoogheemraadschap staat de veiligheid van de dijken die gebouwen en mensen beschermen – niemand die dat betwist. Als de veendijken verdrogen, wat gebeurt in een hete, regenloze zomer als deze, dan neemt hun gewicht razendsnel af. Kade-inspecteur Johan Kolk vergeleek het vorige week met een badspons. Als die droog is, tik je hem met één knip van je wijsvinger van de rand van je bad, zo licht is-ie dan. Als hij vol water is, blijft-ie op z’n plaats. Daarvoor heb je niet per se zoet water nodig. Maar als het hoogheemraadschap geen zoet water meer heeft en de dijken vertonen grote scheuren, dan moet op een gegeven moment zout water in het systeem worden binnengelaten.
Zout water in het systeem treft de ene kweker harder dan de andere. Niet iedere plantensoort kan even goed tegen brak water. Wat zou gebeuren met de bloembollen van Pennings? „Gelukkig hebben we daar geen ervaring mee. Maar we verwachten wel dat dat invloed zou hebben. De wortels van deze dahlia’s gaan dertig, veertig, vijftig centimeter diep zowat. Prikt hij zout, dan krijgt hij een brandplekkie waar hij geen water meer mee kan opnemen.” Hij houdt z’n hart vast, zegt Pennings, voor het inlaten van zout water.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/14113802/140826VER_2035919103_pennings3.jpg)
Kweker Simon Pennings test de droogte van de grond.
Foto Olivier MiddendorpLapmiddelen
Zijn vader begon de kwekerij in de jaren vijftig, Simon Pennings zelf was zeventien toen hij in de onderneming stapte. Zijn vader heeft tot zijn dood, eerder dit jaar, meegewerkt op het bedrijf – 91 was-ie. En in de controlekamer in de sorteerhal, waar de uiige geur van bloembollen hangt, zit Pennings’ neef Allan aan de telefoon: die wil het bedrijf wel overnemen als zijn oom met pensioen gaat.
Natuurlijk wil Simon Pennings alles doen om het zwartste scenario uit Toekomstgericht waterbeheer Rijnland te voorkomen. Lapmiddelen volstaan niet, al wil hij ze allemaal proberen. De sloot verbreden, de sloot uitbaggeren, water in een diepere bodemlaag opslaan. Maar goed, dan moet je wel water hebben – en dat is er niet.
Pennings pleit voor een watercongres, zo snel mogelijk na de zomer, met de overheid, wetenschap en belangenorganisaties ‘om de problemen vooruit te zijn’
De vaststelling van locodijkgraaf Henk Hazenoot dat de ‘toekomst nu is’, betekent ook dat de omstandigheden van dit jaar niet uniek zijn. Droge jaren hebben elkaar steeds sneller opgevolgd. Waterland Nederland moet wennen aan de droogte. Pennings pleit voor een watercongres, zo snel mogelijk na de zomer, met de overheid, wetenschap en belangenorganisaties „om de problemen vooruit te zijn”.
Hij loopt naar de sloot, in natte tijden zijn afwatering, in droge tijden zijn zoetwaterreservoir. Het water staat nu zo’n twintig centimeter lager dan normaal. Als hij zijn planten zou besproeien naar hun behoefte, trekt hij de sloot zo leeg, zegt hij.
De buffer
Het hoogheemraadschap heeft zoet water gebufferd. Daarmee konden ze een paar weken vooruit, hadden ze tegen de kwekers gezegd. En wanneer lopen die weken af? „Deze week zijn we begonnen de buffer te gebruiken”, zegt een woordvoerder van het hoogheemraadschap. „Dus die loopt nu langzaam leeg. Afhankelijk van de verdamping en de temperaturen en eventuele neerslag kijken we verder.”
Pennings kijkt op de weer-app. Eindelijk wordt er regen voorspeld.
Lees ook
Kleinere friet, kleine kroppen sla, kleinere peren: het effect van droogte en hitte op groente en fruit wordt zichtbaar


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/14085550/160826OPI_2035933681_trump.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/14120951/140826BIN_2035764990_studentwoon1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/14113734/140826VER_2035919103_pennings1.jpg)


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/11094914/130826ECO_2035817140_ecorecht-HP.jpg)



English (US) ·