De escalatie van de oorlog in het Midden-Oosten zie je aan de pijlsnel stijgende prijzen op de olie- en gasmarkt

5 uren geleden 2

Het laatste beetje vertrouwen dat Saoedi-Arabië nog had in Iran is „volledig tenietgedaan”. Dat zei de Saoedische minister van Buitenlandse Zaken Faisal bin Farhan al-Saoed woensdagnacht na te hebben overlegd met andere landen uit de regio. Rondom het hotel waar de vergadering plaatsvond konden inwoners van Riad– voor het eerst deze oorlog – duidelijk het luchtafweer horen dat werd ingezet tegen inkomende Iraanse raketten. Militaire opties om terug te slaan liggen op tafel, waarschuwde de prins. Het zou betekenen dat het Golfland actief deel zou nemen aan de de Amerikaans-Israëlische oorlog tegen Iran.

De felle woorden van de Saoedische buitenlandminister volgden op de Iraanse raketaanvallen eerder die dag, op Saoedische en Qatarese olie- en gasvelden. Die aanvallen waren weer een vergelding voor een Israëlische aanval op infrastructuur van het Iraans gasveld South Pars. Waarbij de gedachte moet zijn geweest dat als de Iraanse energieproductie niet veilig is, dat dan ook moet gelden voor de rest van de wereld. Zo bombardeerden Iran woensdag en donderdag onder meer het Qatarese Ras Laffan, de grootste lng-faciliteit ter wereld.

‘Vergaande schade’

’s Werelds grootste gasveld in de Perzische Golf ligt verspreid over grondgebied van Iran en Qatar. De naam van het Qatarese deel is North Dome, het Iraanse deel heet South-Pars. Meer dan een vijfde van het vloeibaar aardgas wereldwijd komt hier vandaan. Terwijl op beelden grote branden zijn te zien zijn, spreekt Qatar van „vergaande schade”. 

En zo escaleert de oorlog in het Midden-Oosten – en daarmee de verstoring van de wereldwijde energiehandel – nog verder. De markten reageerden donderdagochtend direct. De prijs van een vat ruwe Brent-olie, de internationale benchmark voor de olieprijs, steeg tot ruim 113 dollar. Vergeleken met de olieprijs in de periode voor de oorlog is dat bijna een verdubbeling: toen schommelde de prijs rond de 60 dollar per vat. 

Bij de gasprijzen is de reactie niet minder heftig. Donderdagochtend steeg die met zo’n 35 procent naar ruim 70 euro per megawattuur. Die stijging is overigens nog niet zo extreem als die tijdens de energiecrisis na de grootschalige invasie van Rusland in Oekraïne. De piek kwam toen ruim boven de 300 euro uit. 

Wat betekenen de nieuwe aanvallen op energie-faciliteiten de afgelopen week voor het vervolg van de oorlog? Op welke manieren wordt de wereldwijde energievoorziening nu geblokkeerd?

Golfstaten onder vuur

Iran heeft ook in het begin van de oorlog al aanvallen uitgevoerd op Golfstaten. Maar terwijl Teheran zich in die eerste dagen nog richtte op Amerikaanse legerbases in de regio, is de lijst doelwitten van Iran sindsdien alleen maar gegroeid. Niet alleen blokkeert het land al bijna drie weken de Straat van Hormuz – waar normaliter zo’n 20 procent van alle olie- en vloeibaar aardgas-transporten wereldwijd doorheen gaat – ook begon Iran maandag de infrastructuur op olie- en gasvelden van de Golfstaten onder vuur te nemen, waarbij grote schade is aangericht.

Raffinaderijen, opslagplekken en havens zijn inmiddels ook doelwit geworden. Aan het begin van de oorlog maakte Qatar al bekend voorlopig te stoppen met de productie van lng, vanwege Iraanse aanvallen op energiefaciliteiten. Donderdagochtend voerden drones een aanval uit op een Saoedische haven bij Yanbu, aan de Rode Zee. En in Koeweit werden twee olieraffinaderijen doelwit van Iraanse drones.

Onduidelijk is nog hoeveel schade de Iraanse aanvallen hebben veroorzaakt aan de Saoedische en Qatarese olie- en gasvelden. Hierdoor is het bijvoorbeeld onzeker hoe lang het duurt voordat de productie van Qatarese lng op peil kan zijn, zegt Jonathan Stern, verbonden aan het Oxford Institute for Energy Studies, een onafhankelijk onderzoeksinstituut.

Complex herstel

De situatie baart Stern zorgen. „Er zullen reparaties moeten plaatsvinden en mogelijk moeten de installaties die het aardgas koelen [tot het vloeibaar wordt bij min 162 graden Celsius] hiervoor worden opgewarmd.” Dit is een zeer complex proces dat maar zelden wordt uitgevoerd, zegt Stern. „Ik schat dat het weken tot maanden zal duren voordat alles weer bij het oude is, en dan houd ik nog geen rekening met de tijd die nodig is om de Straat van Hormuz weer open te stellen.” 

Zelfs in het beste scenario – als de schade meevalt, de oorlog snel eindigt en de Straat van Hormuz weer opengaat – is de disruptie zo groot dat het nog zeker weken zal duren voor de productie van olie en gas weer op het oude peil is, vertellen experts aan NRC

Want nu olietankers de regio niet kunnen bereiken, raken lokale opslagtanks vol. Dit dwingt oliemaatschappijen de olie- en gas bronnen tijdelijk „in te sluiten”, of wel de winning stil te leggen. Saoedi-Arabië deed dat vorige week bijvoorbeeld met het Safaniya olieveld, het grootste offshore olieveld ter wereld. 

Na het insluiten van gasvelden, zegt Lucia van Geuns, kan het enkele weken duren om de winning van gas weer op gang te krijgen, vooral als de druk in de bronnen flink is afgenomen. „In hoeverre dat een probleem is, verschilt per gasveld. Dat ligt er bijvoorbeeld aan hoe groot of oud het is.” Door het injecteren van water of gas kan de druk in een veld weer worden verhoogd.

Handjevol schepen vaart wél

De aanvoer van gas en olie door de Straat van Hormuz ligt niet helemaal stil. Dagelijks weet een handjevol schepen de doortocht te maken. Dit zijn vooral schepen die Iraanse olie vervoeren. Af en toe geeft Teheran ook schepen van derde landen, zoals Turkije of India, toestemming om veilig door Hormuz te varen.

Dan zijn er twee pijpleidingen over land die de Straat van Hormuz omzeilen. Dit zijn de Habshan-Fujairah pijpleiding in de Verenigde Arabische Emiraten en de Saoedische Oost-West pijplijn, die uitmondt bij de havenstad Yanbu aan de Rode Zee. De afgelopen weken hebben zowel de Verenigde Arabische Emiraten als Saoedi-Arabië zich ingespannen om de hoeveelheid olie die door de pijpleidingen stroomt op te schroeven, zegt Lucia van Geuns. Vloeibaar gas kan echter niet door deze pijpleidingen worden vervoerd, omdat het moet worden gekoeld.

Vooral de Saoedische leiding is belangrijk. „Die vervoert voornamelijk ruwe olie voor de Aziatische markt”, aldus Van Geuns. „Normaal wordt er dagelijks anderhalf tot twee miljoen vaten olie via die pijpleiding geëxporteerd, maar die pijpleiding zou wel vijf tot zeven miljoen vaten kunnen accommoderen.” Nog altijd komt dat niet in de buurt van de 20 miljoen vaten aan olie per dag die voor de oorlog door de Straat van Hormuz werden vervoerd.

Bovendien kent ook Iran het belang van de pijpleidingen. Dat blijkt wel uit die aanvallen van donderdagochtend op de haven van Yanbu. Daardoor kon olie uit de Oost-West-pijpleiding daar tijdelijk niet op schepen worden geladen. Dinsdag gebeurde iets vergelijkbaars bij de Emirati haven van Fujairah. 

Energieoorlog

De oorlog ontwikkelt zich, door de recente aanvallen op de energie-infrastructuur, tot een energieoorlog. Olie- en gashandelaren worden nerveus, wat te merken is aan de forse prijsstijgingen op de markt.

Er volgde ook een energiecrisis op de grootschalige Russische inval in Oekraïne, maar er zijn een paar belangrijke verschillen. Bij de energiecrisis van 2022 ging het vooral om de gasprijs, terwijl het nu om zowel olie als gas gaat. En een paar jaar geleden werd vooral Europa geraakt, nu stijgen de gas- en olieprijzen wereldwijd.

Hoe groot de impact van de oorlog op de wereldeconomie wordt, hangt vooral af van hoe lang die duurt. Hoelang worden nog aanvallen uitgevoerd op de energie-infrastructuur? Hoe lang duurt het voordat alles weer draait zoals normaal, als de vijandelijkheden zijn gestaakt? Niemand die het weet.

Wel is duidelijk dat handelaren in olie en gas, met de verdere escalaties van afgelopen dagen, alleen maar pessimistischer worden. Aan het begin van de oorlog in Iran stegen de olie- en gasprijzen ook, maar bij de langetermijnvoorspellingen was slechts sprake van een relatief lichte stijging. Dat betekende dat handelaren destijds verwachtten dat de onrust niet lang zou duren. Maar inmiddels ziet ook de lange termijnmarkt er minder rooskleurig uit.

Lees het hele artikel