De Nederlandse relatie met China is geen ‘botsautopark’ meer, maar ook na een goed gesprek in Beijing blijft het schuren

1 uur geleden 1

Ondanks lovende woorden en goede voornemens over en weer wordt de handel tussen Nederland en China in toenemende mate gehinderd door exportbeperkingen, economische drempels en geopolitieke druk. Dat is de conclusie na de eerste dag van de Nederlandse handelsmissie onder leiding van minister Sjoerd Sjoerdsma van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (D66).

In Beijing tekende Sjoerdsma met de Chinese handelsminister Wang Wentao een intentieverklaring, die streeft naar een ‘open en pragmatisch partnerschap voor uitgebreide samenwerking’. Deze overeenkomst verplicht de ondertekenaars nergens toe, maar het haalt de diplomatieke kou uit de lucht na de Nexperia-crisis. Het Nederlandse ministerie van Economische Zaken greep in september vorig jaar hard in bij dit bedrijf, dat eigendom is van een beursgenoteerde Chinese onderneming. China reageerde met een abrupt exportverbod op Nexperia-chips, waardoor de relatie tussen beide landen bekoelde.

De Nexperia-kwestie is nog niet opgelost, maar beide landen concentreren zich liever op de toekomst. Die is echter verre van zeker

Geschillen als die bij Nexperia moeten voortaan in goed overleg worden opgelost, stelt de intentieverklaring. Sjoerdsma wil graag „een punt zetten” achter een onrustige periode, die volgens hem meer leek op een „botsautopark” dan op een goede bilaterale verhouding. De Nexperia-kwestie is nog niet opgelost, maar beide landen concentreren zich tijdens deze handelsmissie – de eerste sinds 2018 – liever op de toekomst. Die is echter verre van zeker.

Minister Wang nam ruim de tijd voor de Nederlandse delegatie, die hij tijdens een zes uur durend bezoek ontving in het MOFCOM-gebouw, de zetel van het Chinese handelsministerie. Zowel Chinese als Nederlandse bedrijven worstelen met de handelsbeperkingen die de landen elkaar onderling opleggen, bleek uit een rondetafelgesprek met 35 ondernemingen.

De meerderheid van de aanwezige ondernemers is actief in de techsector: vanuit Nederland schoven hightechbedrijven ASML, NXP, ASM International en Nearfield Instruments aan. Aan Chinese zijde waren firma’s als geheugenchipfabrikanten CXMT en YMTC vertegenwoordigd. Zij willen meer leveren aan westerse afnemers om het gebrek aan halfgeleiders op te lossen. Daarvoor hebben ze Nederlandse chipmachines nodig. China is voor de Nederlandse hightechbedrijven een grote potentiële afzetmarkt, maar Amerika probeert de Chinese chipindustrie juist af te remmen.

Lees ook

Voor het eerst in jaren gaat weer een Nederlandse handelsmissie naar China, en minister Sjoerdsma heeft wat te lijmen

Minister Sjoerd Sjoerdsma van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (D66) na een debat over Buitenlandse handel in de Tweede Kamer.

Amerikaans wetsvoorstel

ASML, de Europese onderneming met de hoogste beurswaarde, vreest strengere exportrestricties die de VS eenzijdig willen opleggen. Een Amerikaans wetsvoorstel kan ertoe leiden dat de chipmachinemaker uit Veldhoven terrein verliest in China aan opkomende Chinese concurrenten. Die maken nu hun entree in de massaproductie van chips, terwijl ASML de speelruimte in China ziet afnemen.

Sjoerdsma ging vorige maand in Washington langs om het Nederlandse standpunt uit te leggen aan Amerikaanse politici: „Met onze exportregulering gaan we chirurgisch te werk. Nederland wil zelfstandig beslissen over essentiële zaken als nationale veiligheid en verdienvermogen.” Die stellingname moet goed vallen in China, dat Nederland er wel vaker van verdenkt de VS blindelings te volgen.

Andere Nederlandse chipmachinemakers, zoals ASM International en Nearfield, willen hun samenwerking met de opkomende Chinese chipindustrie graag uitbreiden. Maar ze weten ook dat een te innige samenwerking de wrevel van de Amerikanen kan wekken. Ook voor NXP zijn de belangen groot: de chipmaker is een grootleverancier aan de Chinese auto-industrie en haalt bijna 40 procent van zijn omzet uit China.

Intussen heeft de Europese auto-industrie last van Chinese concurrenten. Importheffingen kunnen niet voorkomen dat met name Duitse autofabrikanten als Volkswagen zwaar moeten bezuinigen. Sjoerdsma: „Dat kan een domino-effect veroorzaken, omdat de auto-industrie met zoveel andere sectoren is vervlochten.”

Sanctielijst

Chinese bedrijven zien Nederland als een brug naar Europa en als pleitbezorger voor hun problemen in Brussel. Nuctech, een Chinees techbedrijf dat douanescanners levert aan onder meer de Rotterdamse haven, is het doelwit van een Europees onderzoek naar staatssubsidies. Een ander techbedrijf, chipfabrikant Yangjie, prijkte op de Europese sanctielijst omdat het chips aan Rusland zou leveren. In mei werden de sanctiemaatregelen tegen Yangjie echter voor negen maanden opgeschort, omdat de Europese auto-industrie toegang wil houden tot alternatieve chips voor Nexperia. Yangjie liet Sjoerdsma weten graag helemaal van de sanctielijst verwijderd te worden.

Op hun beurt hebben Nederlandse industrieën het lastig in China. Vion, een grote Europese vleesverwerker, kreeg zware importheffingen opgelegd en de pluimveesector krijgt maar geen toegang tot de Chinese markt. Gerrit-Jan Oplaat, Eerste Kamerlid namens de BBB en actief binnen de pluimveesector, zou graag restproducten van geslachte kippen naar China exporteren. „Europa houdt van kipfilet, maar vleugeltjes en kippenpoten zijn in China een delicatesse. Maar dan moeten we wel markttoegang krijgen.” Deze handelsmissie helpt de ban te doorbreken, hoopt hij.

De Europese markt is veel opener dan de Chinese en we hebben nu een handelstekort van 1 miljard euro per dag. De situatie is onhoudbaar

Sjoerdsma bracht bij de Chinese delegatie ook thema’s als dwangarbeid ter sprake. Europa bereidt restricties voor op producten die met dwangarbeid werden gemaakt. Hij benadrukte dat het ook in China’s belang is hier niet in verstrikt te raken. „Het is een mensenrechtenbelang én een handelsbelang.”

Sjoerdsma stemde het bezoek af met Eurocommissaris Maros Sefcovic, die over handel en economische veiligheid gaat. Het gaat om markttoegang, aldus Sjoerdsma: „De Europese markt is veel meer open dan de Chinese en we hebben nu een handelstekort van 1 miljard euro per dag. De huidige situatie is onhoudbaar.”

In China worden de Europese zorgen over het groeiende handelsoverschot en de Chinese overcapaciteit vaak gezien als excuus voor het Europese onvermogen om voldoende innovatief te blijven in strategische sectoren, zoals de auto-industrie.

Bedreiging voor Europese industrie

Nederland schaarde zich in mei bij een groep van vijf Europese landen die snel meer daadkracht willen vanuit Brussel in de economische competitie met China. Vooral de groeiende export vanuit China naar Europa, ruim verdubbeld sinds 2019, wordt gezien als bedreiging voor de Europese industrie.

In juni dreigde een handelsoorlog nadat Europese leiders hadden ingestemd met het onderzoeken van nieuwe handelsinstrumenten op Europees niveau. China zei bij nieuwe tarieven of quota te zullen terugslaan. Die tarievenoorlog lijkt nu afgewend. Tijdens een ontmoeting tussen Wang Wentao en Eurocommissaris Sefcovic, vorige week, werd afgesproken om tot oktober te blijven onderhandelen over oplossingen voor de handelsfrictie. Wang toonde „veel meer begrip” voor de Europese positie dan voorheen, aldus Sefcovic.

Lees ook

Nexperia in niemandsland: hoe een chipbedrijf uit Nijmegen klem kwam te zitten tussen twee wereldmachten  

Wing begint zijn dagen om zes uur, en rent dan vijf of tien kilometer rond de Vinkeveense Plassen. Dat is het enige pleziertje dat hij zichzelf gunt.
Lees het hele artikel