Nederland heeft een watertekort – sinds half juli is het officieel. Boeren en sportverenigingen mogen geen bodemwater meer oppompen om hun velden te besproeien. Sluizen en kanalen werden of worden afgesloten om het wegvloeien van water te beperken. De binnenvaart, goed voor zo’n 40 procent van het vrachtvervoer, kan op veel plaatsen minder of helemaal niet varen. Waterschappen hebben moeite om de zilte Noordzee buiten te houden.
Al die schippers, boeren, ondernemers en overheden zijn afhankelijk van wat er stroomopwaarts gebeurt. Vorige maand pleitte Jeroen Haan, de voorzitter van de Unie van Waterschappen, voor een Europese aanpak van de lage waterstanden, om te garanderen dat Nederland ook in de toekomst voldoende water krijgt.
Wat doen ze deze hete, droge zomer ‘daarboven’ met de Rijn? En wat merkt Nederland daarvan, nu en op langere termijn? Een reis in zeven etappes.
<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
Oberalppas, ZwitserlandWatervalletjes en kreekjes
:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/04163608/050826-VERSL-Rijnroute-kaart-01-oberalppas.png)
Zodra wildkampeerders Sophie en Ivar ’s ochtends vroeg hun trekkerstentje aan de Zwitserse Oberalpsee uitstappen, staan ze in zompig gras. Sophie gaat op zoek naar nieuwe batterijen voor haar zaklamp; Ivar breekt op. Vandaag beginnen ze aan de Vier-Quellen-Weg, een wandelroute langs de bronnen van de Rijn, de Reuss, de Rhône en de Ticino. „Hij is van binnen groter dan-ie er van buiten uitziet”, zegt Ivar met een knikje naar de minuscule Decathlon-tent. „Alleen zat er nogal wat condens in.”
Het is nat deze ochtend bij de oorsprong van de Rijn, die hier in de vorm van kleine, ijskoude watervalletjes en kreekjes de berg afloopt. Een paar bochten hoger kun je de gletsjer zien liggen, kleiner dan ooit – ook de Rijn is in feite een regenrivier geworden. Bij Andermatt, een paar kilometer stroomafwaarts, drupt wat water uit de stuw omlaag in de Reuss, en uiteindelijk in de Rijn.




Tujetsch en Andermatt.
Foto’s Sammy Jo MullerIn de week ervoor heeft het een paar keer hard geregend in Zwitserland. Maar het is lang, láng niet genoeg. In het laatste Trockenheitsbulletin waarschuwt de Zwitserse overheid dat er sprake is van een „groot tot extreem neerslagtekort”. In de meeste delen van het land viel sinds april de helft minder regen dan gebruikelijk. Ook in augustus zal de droogte naar verwachting aanhouden.
En dus blijven de waterstanden laag en krijgen de landen langs de Rijn steeds meer last van de droogte. Zo ook Nederland, dat de laatste 161 kilometer van de 1.233 kilometer lange rivier huisvest. Bij Lobith, waar de Rijn spreekwoordelijk Nederland binnenkomt, stond het waterpeil eind juli op zijn laagste punt ooit. Per seconde stroomde minder dan 700 kubieke meter water de grens over, waar dat normaal gesproken 1.800 à 1.900 kuub is.
Twee dagen regen in Zwitserland – het zijn druppels op een gloeiende plaat.
Stein am Rhein, ZwitserlandAl bijna 2000 jaar een brug
:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/04171646/050826-VERSL-Rijnroute-kaart-02-stein-v2.png)
Een kreet en dan een plons. Doris Schwegler kijkt om en ziet nog net hoe de volgende jongen van de brug de Rijn in springt. Het geluid galmt over het lege terras.
Al bijna tweeduizend jaar ligt er een brug over de rivier bij Stein am Rhein, waar het Bodenmeer eindigt en de Hoog-Rijn begint. Pal naast de brug staat hotel-restaurant Rheinfels. Doris Schwegler bestiert het samen met haar broer: hij is chefkok, zij ontvangt de gasten.
Normaal gesproken mogen zwemmers alleen van de lagere delen van de brug duiken, vertelt ze. Dit jaar springen ze vanaf het midden. Het water staat zo laag, dat een sprong van de zijkant gevaarlijk kan zijn. Bovendien varen er amper schepen: sinds Pasen geldt door de lage waterstanden een vaarverbod.
Doris Schwegler is ‘een echt Rheinmädchen’. Ze groeide hier op, half in het hotel en half in het water. En ze heeft ‘haar’ rivier nog nooit zo laag zien staan. Ze wijst naar Werd, een eilandje dat een stukje stroomopwaarts in de rivier ligt. „Daar groeit nu gras op. Dat heb ik in veertig jaar nooit meegemaakt.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/30135252/070826VER_2035302781_rijnZwitserlandDoris.jpg)
Doris Schwegler in Stein am Rhein, Zwitserland.
Foto Sammy Jo MullerMet zijn kasteel, middeleeuwse centrum en goed bewaarde muurschilderingen is Stein een toeristische trekpleister. „Veel dagjesmensen komen met de boot hierheen, lunchen in ons restaurant, doen boodschappen op de Rathausplatz en gaan dan met de trein weer terug”, zegt Schwegler. „In een normaal seizoen, als de boten varen, arriveert hier om half twee nog een hele lading mensen voor de lunch. Die komen nu niet.”
Het is niet de eerste keer dat de familie Schwegler last heeft van klimaatverandering. Restaurant Rheinfels stond altijd bekend om zijn Äsche, vlagzalm. Een smakelijke, inheemse vis, die je zo uit de rivier kon halen. Tot 2003. Toen bereikte het rivierwater hier een temperatuur van 27 graden, terwijl de Äsche koud water nodig heeft om te overleven. Aan het eind van de zomer was 90 procent van de vispopulatie verdwenen.




Haar moeder zag de dode vissen met honderden tegelijk wegdrijven, vertelt Schwegler. Maatregelen om de populatie te herstellen, haalden weinig uit. Deze zomer is het rivierwater zelfs dertig graden, zegt Doris Schwegler. In plaats van vlagzalm bereidt haar broer nu snoek en houting uit het Bodenmeer.
Ze kijkt met een bedrukt gezicht uit over het water. „We waren er in Zwitserland zeker van dat we altijd voldoende water zouden hebben, maar nu zitten we hier voor het tweede jaar op rij met een tekort. Aan het meer alleen al liggen drie landen: Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. Er was nooit gedoe over water, want er was gewoon genoeg. Maar ik weet niet hoe het gaat zijn als mijn kinderen straks zo oud zijn als ik.”
Etzwilen, ZwitserlandAmper kolven aan de maïs
:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/04172433/050826-VERSL-Rijnroute-kaart-03-etzwilen-v2.png)
Het eerste dat opvalt langs de Autobahn, is de begroeiing. De grasvelden zijn op z’n Zwitsers gekortwiekt, maar in plaats van het typerende Milka-reclame-groen zijn ze dor en droog. Zelfs de boomtoppen zijn half juli al verkleurd.
Had je het een week geleden moeten zien, zegt Sybille Küng in Etzwilen, hemelsbreed twee kilometer van de Rijn. „Toen leek het hier net Australië. Alles was bruin.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/30135639/070826VER_2035302781_rijnZwitserlandSibylle.jpg)
Boerin Sibylle Küng in Etzwilen, Zwitserland.
Foto Sammy Jo MullerKüng – korte broek, grote bril, zongebruinde huid – staat op de veranda van haar woning in een complex van huizen en stallen. Haar man Ueli en zij hebben hier een biologisch vee- en tuinbouwbedrijf. Haar schoonmoeder, die vroeger hier de boerin was, woont nu in het huis schuin tegenover. Haar echtgenoot nam de boerderij over van zijn vader, zoals hun kinderen op een dag de zaak van hen zullen overnemen – ze is te fijngevoelig om te zeggen dat zíj dan in het huis zal trekken waar nu haar schoonmoeder woont. Ze houden koeien en verbouwen maïs, tarwe, groenten en snijbloemen. De groenten en bloemen verkopen ze in een winkeltje op het erf. Het systeem draait op eerlijkheid: de klant neemt wat-ie wil en laat het geld op de toonbank achter.
Het noodweer van afgelopen weekend hebben ze hier in het dal ook meegemaakt, zegt Küng. „De hagel sloeg gaten in de pompoenen.” Sindsdien is het dal weer iets groener, maar inmiddels is het alweer een paar dagen kurkdroog.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/30140643/070826VER_2035302781_rijnZwitserland12.jpg)
Etzwilen, Zwitserland.
Foto Sammy Jo MullerIn veel kantons gelden strenge beperkingen op waterverbruik. Sportvelden mogen maar eens per week worden gesproeid; barbecues en vuurwerk zijn vanwege het gevaar voor natuurbranden verboden. „In Etzwilen zijn de beperkingen gelukkig nog niet zo strikt, omdat we dicht bij de rivier zitten”, zegt Küng. Bovendien hebben de Küngs samen met drie andere boeren uit het dorp jaren geleden een put geslagen voor een irrigatiesysteem. Maar ook het bodemwater is door de droogte verminderd. De maïs leek dit jaar wel riet, zo droog, zegt Küng. „Er zaten amper kolven aan. Het had geen enkele voedingswaarde.” Dan te bedenken dat de zomer vorig jaar zo nat was, dat ze de hele tarweoogst naar de biovergasser moesten brengen: er zat schimmel in. „En vorige week was het 38 graden. Dat heb ik in mijn kinderjaren nooit meegemaakt.”
Maximiliansau, DuitslandDe rivier als weldoener
:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/05114645/050826-VERSL-Rijnroute-kaart-04-worth-max-v3.png)
Op de muur van de ontbijtzaal van het Vater Rhein Hotel in Maximiliansau is „vadertje Rijn” geschilderd als een centaur, met een drietand en een haakneus. Op de achtergrond rookt de schoorsteen van een kolencentrale. De rivier als weldoener.
Het Rheinhafen-Dampfkraftwerk Karlsruhe ligt hemelsbreed nog geen drie kilometer van het hotel, aan de overkant van de Rijn. Er komt rook uit de witte pijpen: de centrale draait nog, al heeft energiebedrijf EnBW wel last van de hitte en de lage waterstand. De steenkool arriveert met binnenvaartschepen vanuit Rotterdam, maar die schepen mogen nu maar een klein deel van hun gebruikelijke lading vervoeren om de rivierbodem niet te raken. De bedrijfsleiding heeft de koeltorens ingezet om voor de koeling niet alleen van Rijnwater afhankelijk te zijn. Ook heeft het bedrijf volgens de woordvoerder alle kleine waterkrachtcentrales in de rivier moeten uitschakelen vanwege het watertekort.


Leimersheim.
Foto Sammy Jo Muller/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/30135451/070826VER_2035302781_rijnDuitsland3.jpg)
Maximiliansau, Duitsland. Het eetgedeelte van het Vater Rhein Hotel, met een muurschildering van de rijn.
Foto Sammy Jo MullerNa de droogte van 2018 berekende het Kiel Instituut voor de Wereldeconomie dat de lage waterstanden in de Rijn dat jaar Duitsland zo’n 0,4 procent van zijn bbp hadden gekost – ruim 20 miljard euro. Dit jaar staat het water lager.
Bij de lege steiger van Leimersheim, tien kilometer stroomafwaarts, roept de gepensioneerde Emil Haffner zijn hond. Bij de steiger hangt een bordje ‘Fähre ausser Betrieb’. „Hij gaat hier sinds 1270. Het water is nu te laag om over te steken.” Hij wijst naar de stenen kribben die helemaal boven water staan. De Mart uit Kerkdriel vaart voorbij. Als die half zo zwaar geladen is als normaal, dan is ’t veel, schat de hardhorende Haffner. Het verdriet van zijn leven: dat zijn vader het niet goed vond dat hij binnenschipper werd, terwijl die het zelf wel was.
Speyer, DuitslandItaliaanse koffie
:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/04172719/050826-VERSL-Rijnroute-kaart-05-speyer-v2.png)
Dario Tolone is zo ongeveer de enige ondernemer langs de Rijn die niet op regen hoopt. Met een grote glimlach kijkt hij naar de zon boven zijn terras aan de oever van de rivier. Dit weer is geweldig voor zijn omzet.
Twee jaar geleden vroeg de lokale overheid Tolone, een geboren Siciliaan, om een Italiaans koffietentje te openen in een nieuwbouwwijk in Speyer. Riva, noemde hij het, oever in het Italiaans. Een jaar lang kwam er bijna niemand, omdat het tot woonwijk omgebouwde fabrieksterrein nog leeg stond. Maar nu de laatste woningen van de Industriehof zijn opgeleverd, is Riva „the place to be”, zegt hij. Zijn terras zit helemaal vol.


Voor het café loopt een tuinman met een watertank langs de piepjonge boompjes tussen de flats. Met een tuinslang sproeit hij water in de gele watertuiten, die naast elk stammetje uit de grond steken.
Koblenz, DuitslandVolgende ministersconferentie
:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/04173020/050826-VERSL-Rijnroute-kaart-06-koblenz-v2.png)
Het lage rivierpeil heeft op alles invloed. Op de landbouw, de energievoorziening, de industrie die koeling nodig heeft, de scheepvaart en daarmee het toerisme. Het heeft gevolgen voor de planten, en op de 71 soorten vis die in de rivier.
En dan zijn er nog de ongeveer 30 miljoen mensen die van de rivier afhankelijk zijn voor hun drinkwater. Door laagwater wordt vervuiling een groter probleem: als er evenveel gif in een derde van het water belandt, is de concentratie van schadelijke stoffen drie keer zo hoog. Dat levert extra werk op voor de filters van waterbedrijven.
Ook na een snelle opeenvolging van hete, droge zomers is er nu voldoende water om iedereen van drinkwater te voorzien. Maar als de Nederlandse bevolking blijft groeien en de wereld veel CO2 blijft uitstoten, gaat dat veranderen, constateerde het RIVM dit jaar. „Bij een kleine bevolkingsgroei en weinig klimaatverandering kan nog aan de drinkwatervraag worden voldaan, maar is er weinig reservecapaciteit. In het zwaardere scenario is er niet genoeg capaciteit om aan de vraag te voldoen, laat staan dat er genoeg reservecapaciteit is.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/30135355/070826VER_2035302781_rijnDuitsland1.jpg)
Koblenz, Duitsland, waar de Moezel (links) en de Rijn (Rechts) samenkomen.
Foto Sammy Jo MullerIn andere delen van de wereld leiden de frequentere droogtes al tot spanning over wie het water mag gebruiken. Kirgizië, Tajikistan en Kazachstan maken al jaren ruzie over water; hetzelfde gebeurt nu in Egypte, Soedan en Ethiopië, doordat dat laatste land een stuwdam in de Nijl heeft gebouwd die volgens Egypte en Soedan de waterhoeveelheid afknijpt.
In 2021 leidden de spanningen tussen Tajikistan en Kirgizië zelfs tot gewapende schermutselingen. Onderzoekers van Tsinghua Universiteit in China schatten vorig jaar dat bijna 40 procent van de internationale rivierbassins wereldwijd vanaf 2041 te maken kan krijgen met conflicten door watertekorten.
Marc Daniel Heintz doet zelf de deur open aan de Kaiserin Augusta Anlagen in Koblenz. Anderhalve kilometer naar het noorden vloeien Moezel en Rijn kolkend samen, onder het angstaanjagende oog van Kaiser Wilhelm I op zijn paard – een symbool van het Europese hypernationalisme van de negentiende eeuw, toen de Duitsers de rivier voor zichzelf opeisten. Lieb’ Vaterland, magst ruhig sein, Fest steht und treu die Wacht, die Wacht am Rhein!
In het holst van de zomer zijn er misschien drie medewerkers in het statige gebouw van de Internationale Commissie voor de Bescherming van de Rijn. Hier spreken acht landen en het gewest Wallonië elkaar regelmatig over zaken die de rivier betreffen, in een vergaderzaal die met zijn hokjes voor tolken en kleine vlaggetjes doet denken aan een miniatuur-VN.
Heintz is de secretaris van de Commissie. Hij is een diplomaat, dus van hem zul je niet horen dat het ene land wat meer dan het andere geneigd is tot het maken van afspraken. Of dat Nederland al bij de vorige ministersconferentie van de Rijnlanden, in 2020, bindende afspraken wilde maken over een beheerplan voor droogte en laagwater. Maar dat het zich uiteindelijk heeft neergelegd bij de formulering in het slotcommuniqué: „Er wordt gestreefd naar een gezamenlijke aanpak voor de omgang met de effecten.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/30135506/070826VER_2035302781_rijnDuitsland4.jpg)
Op bezoek bij de Internationale Commissie ter Bescherming van de Rijn, Marc Daniel Heintz.
Foto Sammy Jo MullerDit kan Heintz wel zeggen: eind volgend jaar is de zeventiende Rijnministersconferentie en reken maar dat laagwater en watertekorten dan hoger op de agenda staan. Elke crisis biedt ook nieuwe kansen.
Heintz, een ‘Rijnjongen’ uit Keulen, werkt sinds 2019 in Koblenz. Nee, de afspraken die bij de Commissie worden gemaakt zijn niet bindend. En ja, het gaat soms langzaam. Maar over het algemeen is de wil tot samenwerken groot, benadrukt hij. In de afgelopen zeven jaar heeft hij gezien hoe landen die in 2020 nog niet stonden te springen om afspraken te maken over laagwater, uit zichzelf het onderwerp zijn gaan onderzoeken. „Voor de ministersconferentie van volgend jaar is al besloten dat klimaatadaptatie in de Rijn een van de belangrijkste taken zal worden. Daar horen droogte en laagwater vanzelfsprekend bij.”
Arnsberger Wald, Möhnesee, Noordrijn-WestfalenGreppels dichtgooien, water vasthouden
:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/04173238/050826-VERSL-Rijnroute-kaart-07-arnz-v2.png)
Zeven maanden oude Milo draaft opgewonden voor Jennifer Weber uit. De bouwkundig ingenieur en ambtenaar van de lokale overheid wandelt met Mariette Puhl, ecoloog en beheerder van het natuurpark, door het Arnsberger bos. Puhl wijst hoeveel ruimte er tussen de bomen is. „Dat was er vroeger niet. Droogte heeft de bomen kwetsbaar gemaakt en een boktorrenplaag heeft ze gedecimeerd.”
Ze maken deze wandeling vaak, want uit heel Duitsland komen ambtenaren kijken hoe Puhl, Weber en hun collega’s hier het bos hier redden van de droogte. Hun geheim: greppels vullen.
Eeuwenlang hebben mensen de bossen hier gebruikt voor de productie van hout. Daarvoor moest de bodem zo droog mogelijk zijn, en dus groeven de mensen greppels om het regenwater snel af te voeren – in totaal zo’n 500 kilometer. Daardoor stroomt het regenwater in een noodvaart naar de Möhnesee, een stuwmeer zo’n 100 kilometer ten oosten van de Rijn. Van daaruit loopt het in de Möhne, dan in de Ruhr, en dan in de Rijn.
Ooit gold de snelheid waarmee het water wegloopt als een triomf van het menselijk vernuft. Nu het klimaat verandert, is het een probleem – zowel bij hoogwater, door de kans op plotse overstromingen, als bij laagwater, wanneer het domweg zonde is dat het water in de Noordzee verdwijnt. „Ik neem het die mensen van vroeger niet kwalijk, zij hadden het beste voor met dit bos en hun gemeenschap”, zegt Puhl.
Het dichtgooien van de anderhalve meter brede greppels is monnikenwerk. Ze zijn nu een jaar of vier bezig en hebben tien kilometer opgevuld. In de open gaten van het bos ziet het eruit als een mikadospel voor reuzen; bovenop de opgevulde greppels zijn schots en scheef boomstammen gelegd. „Om crossfietsers te ontmoedigen.”


Bij boom 54 houden ze halt. Kijk! Ze hollen omlaag, Milo om hen heen springend, en stoppen bij een stukje modder van misschien een vierkante meter. Dit is het meest zichtbare resultaat van al hun werk. Dat de regen die afgelopen week is gevallen, niet meteen verdwijnt, maar blijft staan. En de modder is omgewoeld – dat betekent dat de everzwijnen er ook vrolijk van worden. Milo steekt zijn neus in het grauwe poeltje.
Het district waar Jennifer Weber werkt, heeft tot nu toe financiering geregeld om 46 kilometer aan greppels te vullen. Het zal nog jaren duren voor de bosbodem weer zo sponzig is als ze ooit was. Het gaat langzaam, zoals de waterdruppels die de komende decennia op het Arnsberger bos vallen, ook heel langzaam naar de Heve, naar de Möhnesee, naar de Möhne, naar de Ruhr, naar de Rijn en zo naar Hoek van Holland zullen vloeien. Maar dit petieterige poeltje, zegt Puhl trots, laat zien dat het werkt.
’s Avonds miezert het in Möhnesee. Het zijn te weinig druppels om je ruitenwissers voor aan te zetten, maar genoeg om de straten te vullen met petrichor, de geur van regen op warm asfalt.
En dan volgen weer weken van droogte en hitte.
Live

Sorry, het lukt niet om de video af te spelen.
of probeer het later nog eens.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/31112836/060826OPI_2035619010_WEB_ILLU_Economist_Deadlines_Paul-Blow.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/05195857/050826SPO_2035739992_tour.jpg)






English (US) ·