Een korter groen licht voor auto’s klinkt als een recept voor extra files. Maar volgens onderzoekers kan het juist het tegenovergestelde effect hebben. Door auto’s iets minder prioriteit te geven bij verkeerslichten, stappen meer mensen over op lopen, fietsen of het openbaar vervoer. Uiteindelijk kan dat zelfs leiden tot minder verkeersdrukte.
Steden wereldwijd worstelen al jaren met verkeersopstoppingen, luchtvervuiling en een grote afhankelijkheid van de auto. Vaak wordt gedacht dat automobilisten geholpen moeten worden met langere groene fases en een betere doorstroming. Maar onderzoekers van onder meer de Complexity Science Hub Vienna stellen nu dat verkeerslichten veel meer doen dan verkeer regelen: ze sturen ongemerkt ook ons gedrag.
Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!
Een raster van virtuele forenzen
Voor hun studie, gepubliceerd in Royal Society Open Science, ontwikkelden de onderzoekers een computermodel van een stad, opgebouwd uit een raster van kruispunten en verkeerslichten. In dat model kregen duizenden virtuele forenzen steeds opnieuw de keuze tussen de auto of alternatieven zoals fietsen, lopen en openbaar vervoer. Daarbij gold één simpele regel: mensen kiezen uiteindelijk de snelste optie.
De simulaties leverden een opvallend resultaat op. Wanneer auto’s meer groen licht kregen, werd rijden aantrekkelijker ten opzichte van de alternatieven. Daardoor stapten meer mensen in de auto. Die toestroom van extra automobilisten zorgde vervolgens voor meer congestie, die uiteindelijk meer tijd kostte dan het extra groene licht opleverde. De individuele winst verdampte in de collectieve drukte.
De verkeerslichtparadox
De onderzoekers noemen dit de verkeerslichtparadox. Pogingen om automobilisten sneller door de stad te krijgen, kunnen averechts werken doordat steeds meer mensen dezelfde keuze maken. Het omgekeerde geldt ook: als verkeerslichten iets minder lang groen geven aan auto’s en meer tijd reserveren voor voetgangers, fietsers of bussen, worden die alternatieven aantrekkelijker. Meer mensen kiezen dan voor duurzame vervoersmiddelen, wat de verkeersdruk kan verlagen.
Hoe scheef de huidige situatie al is, maten de onderzoekers in de Oostenrijkse hoofdstad Wenen. Bij meerdere drukke kruispunten kregen auto’s gemiddeld rond de 85 seconden groen, terwijl voetgangers het met 10 tot 15 seconden moesten doen.
Kleine aanpassingen, mogelijk groot effect
Voor deze verschuiving zijn geen grote infrastructurele projecten nodig. Alleen al het aanpassen van verkeerslichtcycli heeft invloed op hoe mensen zich door een stad verplaatsen, wat de maatregel relatief goedkoop maakt vergeleken met bijvoorbeeld nieuwe wegen of spoorlijnen. Het onderzoek sluit aan bij ideeën achter de zogeheten 15-minutenstad, waarin bewoners hun dagelijkse voorzieningen binnen een kwartier lopen of fietsen moeten kunnen bereiken.
Vereenvoudigd model
De onderzoekers plaatsen ook kanttekeningen. Het model vereenvoudigt de werkelijkheid sterk: lopen, fietsen en openbaar vervoer worden samengevoegd tot één categorie en reistijd speelt de hoofdrol in de keuzes van forenzen. Factoren zoals comfort, veiligheid, kosten of slecht weer zijn niet meegenomen. Bovendien gaat het om simulaties en niet om experimenten in echte steden. Hoewel de onderzoekers probeerden hun model realistischer te maken door onregelmatige straatnetwerken en complexere congestie-effecten toe te voegen, blijft het een theoretische benadering.
Toch denken de onderzoekers dat verkeerslichten een onderschat instrument zijn in stedelijk beleid. Niet alleen om verkeer af te handelen, maar ook om bewust te sturen op duurzamere mobiliteit.
Wil je niets van Scientias missen? Volg Scientias op Google Discover dan zie je al onze verhalen!
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

1 dag geleden
4





/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/06115015/060526CUL_2032604031_medusaDRAGEND.jpg)



English (US) ·