Demis Hassabis: de AI-pionier met diepe zorgen over zijn eigen uitvinding

1 dag geleden 3

Toen Sebastian Mallaby aan zijn biografie van Demis Hassabis werkte, kreeg hij van zijn onderwerp een dwingende leesopdracht. Hij móést Ender’s Game lezen, een sciencefictionroman uit 1985 over een geniaal kind dat wordt opgeleid om de mensheid te redden van uitroeiing door aliens. Bij een diner kwam Hassabis erop terug. „Hij zei: ik hoop dat je het gelezen hebt, want dat is echt wie ik ben. Dit moet je begrijpen”, vertelt Mallaby in een videogesprek vanuit de VS.

De biograaf kan er nog steeds niet over uit. „Het is nogal extreem om jezelf te zien als een sciencefictionheld die letterlijk de hele mensheid moet redden”, zegt hij. „Dat je dat privé denkt, is al heel wat. Maar om dat vervolgens te vertellen aan de journalist die een boek over je gaat schrijven, om je messianisme zo te adverteren, dat is uitzonderlijk.”

De Britse Mallaby, financieel journalist, lid van de denktank Council on Foreign Relations en auteur van bekroonde biografieën zoals die over topeconoom Alan Greenspan, sprak Hassabis de afgelopen jaren tientallen uren en interviewde tientallen mensen uit zijn omgeving voor zijn boek over hem: The Infinity Machine (2026).

Hassabis denkt dat kunstmatige intelligentie die álles beter kan dan mensen, „waarschijnlijk slechts een paar jaar” van ons verwijderd is

Weinig anderen kunnen dus beter duiden wie de man is die half juli in een essay schreef dat we „aan het begin van de singularity” staan, het theoretische moment dat mensen samensmelten met computers. Die term werd eerst in de jaren 50 gebruikt door de wiskundige John von Neumann, vervolgens vooral door futuristen en sciencefictionschrijvers, en nu geldt het voor steeds meer serieuze wetenschappers als reële optie. Hassabis schreef in zijn essay ook dat zogeheten AGI, kunstmatige intelligentie die álles beter kan dan mensen, „waarschijnlijk slechts een paar jaar” van ons verwijderd is, en dat de mensheid „een manier heeft gevonden om zand te laten denken” – en dat is „een wonder”.

Tien keer de Industriële Revolutie

Wat gelóóft Demis Hassabis? Het is een vraag met grote implicaties voor de toekomst van AI. Als Hassabis gelijk heeft dat de technologie die hij bouwt en vormgeeft „tien keer de impact van de Industriële Revolutie” krijgt, maar dan „tien keer sneller” – dan bepalen zijn opvattingen een belangrijk deel van de richting van dat nieuwe economische tijdperk. Het AI-bedrijf dat hij mede oprichtte, DeepMind, is inmiddels een cruciaal onderdeel van Google. Hassabis kondigde woensdag aan dat hij zijn rol als ceo van DeepMind verruilt voor de positie van hoofdwetenschapper van moederbedrijf Alphabet, om zich zo volledig te kunnen richten op het in goede banen leiden van de „aanstaande komst van AGI”.

De Brit met Singaporese moeder en Cypriotische vader werd schaakmeester op zijn dertiende, en bouwde het wereldwijd populaire computerspel Theme Park op zijn zeventiende. Hij weigerde een miljoenensalaris om te gaan studeren en promoveren aan Cambridge University, leverde fundamentele bijdragen aan nieuwe inzichten over hoe geheugen en verbeelding werken in het brein, en werd daarna medeoprichter en ceo van een van de belangrijkste AI-bedrijven ter wereld. En, oh ja, hij won in 2024 ook nog de Nobelprijs voor Scheikunde.

De ideologie van Hassabis laat zich volgens Mallaby samenvatten in de missie die hij al sinds zijn tienerjaren in allerlei interviews en artikelen herhaalt: „Los op hoe intelligentie werkt, en gebruik dat om al het andere op te lossen.” Hij ziet AI als sleutel voor alle wetenschappelijke problemen, en daarmee voor alle wereldproblemen.

Een ander vormend boek voor hem was de wetenschappelijke pil Gödel, Escher, Bach (1979) van Douglas Hofstadter, die Hassabis als jongen las. Dat is een zeer rijk en complex boek over natuurkunde, de aard van de menselijke geest en de patronen die overal in de natuur zitten. Eén van de kernpunten uit het boek is dat alles wat het menselijk brein kan, computers ook ooit zullen kunnen. Zijn fundamentele theorie over de werkelijkheid, die hij bij aanvaarding van zijn Nobelprijs deelde, is dat informatie de meest fundamentele bouwsteen van het universum is, fundamenteler dan materie en energie.

Hoe verhoudt iemand met zo’n wetenschappelijk en mechanisch wereldbeeld zich tot de onberekenbare kanten van het leven, zoals de liefde? Hassabis, getrouwd met zijn geliefde uit zijn studententijd, vader van twee tienerzoons, is volgens Mallaby juist uitzonderlijk warm en empathisch en opvallend aardig tegen mensen: „Hij heeft een ongewoon hoge emotionele intelligentie naar elke maatstaf, en vergeleken met mensen in de technologiesector zelfs éxtreem hoog.”

Maar, als puntje bij paaltje komt, gelooft Hassabis écht dat alles uiteindelijk bestaat uit informatie, dat alles te berekenen is, en dat een computer dus ook uiteindelijk alles kan overnemen? „Ik denk dat hij uiteindelijk, als je zou doordrukken, zou zeggen dat een computer liefde kan simuleren”, zegt Mallaby. „Dat zou hij publiekelijk niet snel zeggen, omdat het in de oren van het publiek wat maf zou klinken. Maar als de machine dezelfde architectuur heeft als een menselijk brein, dan zal de machine op een gegeven moment tot liefde in staat zijn, denkt hij.” In een Amerikaans tv-interview op CBS’ 60 Minutes zei Hassabis vorig jaar ook dat hij gelooft dat AI uiteindelijk zelfbewust kan worden.

De God van Spinoza

Hassabis spreekt zich vaak uit over zijn wetenschappelijke drijfveren: „Ik denk dat door AI het einde van ziektes binnen bereik is, misschien al binnen een decennium”, zei hij in datzelfde televisie-interview. DeepMind ontwikkelde een AI-toepassing die de vouwstructuur van eiwitten kan ontrafelen, een cruciale techniek voor de manier om te bestuderen hoe medicijnen werken in het lichaam. Die techniek, AlphaFold, gaf hij gratis weg om de wetenschap vooruit te helpen, wat hem zijn Nobelprijs bezorgde.

Het verrassende is dat deze aartswetenschapper tegelijk een uitgesproken spirituele kant heeft. Hassabis vertelde vorig jaar bij een lezing in Cambridge dat hij, als hij door die universiteitsstad loopt, de geest van zijn grote voorgangers kan ‘voelen’. „Alsof ze via de straatstenen tot je spreken.” Hij heeft het in interviews en tweets instemmend over de „God van Spinoza”. Die Nederlandse filosoof stelde God gelijk aan de natuur met zijn concept Deus sive Natura, God ofwel de natuur. „Wanneer ik wetenschappelijk onderzoek doe, me verdiep in AI en deze hulpmiddelen bouw, voelt het voor mij alsof we op een bepaalde manier de taal van het universum lezen”, zei hij in mei tegenover een groep investeerders.

Die spirituele erfenis komt volgens Mallaby van zijn gelovige moeder, net als het gebod dat volgens hem cruciaal is voor Hassabis’ zelfbeeld: „Domineer andere mensen niet.” Dat mantra is voor Hassabis extreem belangrijk. „Hij heeft nergens een grotere afkeer van dan manipulatief en controlerend gedrag.”

Hassabis spreekt zich regelmatig uit over de in zijn ogen te veel door machtswellust gedomineerde AI-race; hij bekritiseert regelmatig OpenAI-baas Sam Altman voor „onverantwoordelijk” en „op macht gericht” gedrag. In een interview in 2023 met Time Magazine verzette hij zich tegen het bekende motto in Silicon Valley: Move fast and break things. „Ik pleit daartegen.” Hassabis waarschuwt regelmatig voor de grote ontwrichting en potentieel zelfs levensgevaarlijke gevolgen van verkeerd ingevoerde AI.

Hassabis is dus bij uitstek een wetenschapper: door kennis en ontdekking gedreven. Maar dat is slechts één van meerdere persoonlijkheden die volgens Mallaby in Hassabis om voorrang strijden. De tweede is zijn ideologische kant: de sociaal-democraat, „een kind van bohemièn en linksig Noord-Londen” met „keurige Europese sociaal-democratische opvattingen”. Die opvattingen houdt hij wel opvallend privé. Hassabis spreekt zich, anders dan sommige andere AI-ceo’s, zoals Elon Musk, vrijwel niet publiekelijk uit over politiek gevoelige onderwerpen. Wel is hij een uitgesproken voorstander van nieuwe manieren van herverdeling van de enorme welvaart die AI volgens hem gaat brengen om extreme ongelijkheid tegen te gaan.

De derde persoonlijkheid die Mallaby identificeert, is rauwer: die heeft een extreme competitiedrang, die terugvoert op zijn jeugd als schaakwonderkind. „Hij kan er gewoon niet tegen om níét te winnen”, zegt Mallaby. Hij vertelt over een tafelvoetbalspel bij Hassabis’ eerste bedrijf, waar hij riep dat niemand hem ooit zou verslaan. Toen dat toch gebeurde, hing er wekenlang „een zwarte wolk boven hem”.

Verontrustende paradox

Er wringt wel meer aan Hassabis: hij ziet AI als een geweldige kans voor de mensheid, maar waarschuwt ook regelmatig voor de gevaren ervan als AI niet goed wordt gereguleerd. Hij beschouwt zichzelf niet als doomer, maar ziet existentiële risico’s – dat AI bijvoorbeeld uiteindelijk mensen gaat domineren en grote rampen kan veroorzaken – wel degelijk als serieuze mogelijkheid. Blijkbaar vindt hij dat hij mensen moet redden van gevaren van iets wat hij notabene zélf aan het bouwen is.

„Ja, dit is voor mij de meest fascinerende en verontrustende paradox”, zegt Mallaby. „Hassabis vergelijkt zichzelf met Leó Szilárd, de natuurkundige die de nucleaire kettingreactie uitvond, meewerkte aan het Manhattanproject – en vervolgens tegen de atoombom waarschuwde. Hij neemt het existentiële risico van AI zeer serieus. En tegelijkertijd bouwt hij door, zo hard hij kan. Het vooruitzicht van de ontdekking is simpelweg te zoet.”

Hassabis heeft dus concurrerende persoonlijkheden: de messianistische wetenschapper én de ultracompetitieve winnaar. Daardoor zit hij gevangen in wat hij zelf steevast de „racedynamiek” noemt, de AI-wedloop tussen grote techbedrijven en landen. „Als ik stop, gaat de race door, en zit er één iemand minder aan tafel die om veiligheid geeft”, heeft hij vaak tegen zijn biograaf gezegd.

In de portretterende documentaire The Thinking Game, ruim 400 miljoen keer bekeken op YouTube, spreekt hij hoopvol: we lossen het veiligheidsprobleem op „als we onze zaken op orde krijgen”. Daar is Hassabis uiteindelijk optimistisch over, schrijft hij ook in zijn recente essay. „Ik heb altijd geloofd in de kracht van menselijke vindingrijkheid en creativiteit om alle problemen op te lossen”. Hassabis roept in het stuk op tot „urgente actie”, en stelt voor een nieuwe internationale AI-toezichthouder op te richten, geleid door de VS, om de veiligheid van superkrachtige AI te kunnen borgen.

Iets beters dan democratie

Maar wat in zijn redenering ontbreekt, is precies waar Hassabis een grote afkeer van zegt te hebben: macht. Wie beslist, wie profiteert, wie draagt de kosten, wie legt wetten op? Beslissingen daarover kúnnen niet zonder enige vorm van dominantie, macht, controlemechanismen: harde politiek. Hassabis voorziet in zijn essay een „tijdperk van overvloed” als het goed gaat met AI – maar overvloed voor wie precies, en wie bepaalt dat?

Hassabis voorziet een „tijdperk van overvloed” als het goed gaat met AI – maar overvloed voor wie precies?

De verdeling van die „overvloed” schuift hij door naar vrij vaag geformuleerde nieuwe instituties, zoals publieke investeringsfondsen, of zelfs vage nieuwe vormen van democratie, zoals hij in een ander groot interview met Time Magazine voorstelt. „Ik denk niet dat het vanzelfsprekend is dat democratie het uiteindelijk gaat winnen. Churchill zei dat het de minst slechte regeringsvorm is. Misschien is er iets beters.”

Hij gaat nergens diep in op de machtsstrijd die voor die oplossingen nodig zal zijn. „Absoluut, dat is een echt gat in zijn denken”, zegt biograaf Mallaby. „Het geldt voor Demis, maar ook voor de industrie als geheel. Ik ben op zoveel techconferenties geweest waar iemand zegt: ‘Ja, we moeten nadenken over de existentiële risico’s, de pijnlijke maatschappelijke transitie en de verdeling van de gigantische opbrengsten van AI!’ Waarop de ander zegt: ‘Ja, daar moeten we over nadenken!’ En vervolgens gaan ze weer vrolijk verder over rekenkracht.”

Zo is Hassabis – de man die velen zien als één van de netste, aardigste en slimste van de sector – misschien wel degene die de turboversnelling van AI het effectiefst legitimeert. Wie twijfelt aan de wenselijkheid van artificial general intelligence die mensen op álle fronten voorbijstreeft, of aan de snelheid waarmee AI nu in de wereld wordt gebracht door bedrijven als Google, die twijfelt impliciet aan het beëindigen van alle ziektes binnen tien jaar.

„De toekomst is nog niet geschreven”, besluit Hassabis zijn recente essay. Dat klopt natuurlijk. Maar de vraag die hij opvallend weinig stelt, is wie de pen mag vasthouden. In Ender’s Game, het boek waarin hij zichzelf zo nadrukkelijk herkent, redt het geniale kind uiteindelijk inderdaad de mensheid. Maar wel zonder te beseffen dat het spel dat hij speelt een echte oorlog is.

Lees het hele artikel