Ammonieten behoorden tot de spectaculairste bewoners van de prehistorische oceanen. Deze spiraalvormige weekdieren zwommen honderden miljoenen jaren door de wereldzeeën en overleefden zelfs de zwaarste massa-extinctie ooit. Maar toen 65,5 miljoen jaar geleden de asteroïde insloeg die ook de dinosauriërs fataal werd, was het ineens voorbij.
Hun verre neef, de nautilus, overleefde wel en leeft vandaag de dag nog steeds. Hoe dat kan is een raadsel dat paleontologen al tientallen jaren bezighoudt. Onderzoekers van de University of Oxford hebben nu een nieuwe aanwijzing gevonden.
Ongelooflijk divers
Ammonieten waren enorm succesvol. Ze leefden ongeveer 350 miljoen jaar lang in allerlei mariene omgevingen en overleefden meerdere massa-extincties. Zelfs de beruchte Perm-Trias-massa-extinctie, waarbij zo’n 96 procent van alle in de zee levende soorten verdween, kreeg hen er niet onder. “Het is eigenlijk een tragisch verhaal”, zegt evolutiebioloog Michael Schmutzer. “Deze ongelooflijk diverse groep overleefde meerdere massa-extincties, waaronder de meest dramatische uit de geschiedenis. Maar juist bij de inslag die ook de dinosauriërs uitroeide, hield het verhaal voor deze zeedieren op.”
Samen met collega’s ging Schmutzer op pad. Ze doken overal ter wereld in stoffige fossielladen en verzamelden zo de grootste dataset ooit van schelpdieren uit het late Krijt. Het team blies de zoektocht naar de oplossing van dit mysterie nieuw leven in door een combinatie van bestaande wetenschappelijke literatuur en ‘dark data’ te gebruiken: fossielen die jarenlang ongebruikt in musea over de hele wereld lagen opgeslagen. Schmutzer analyseerde zo onder meer de lichaamsgrootte, eiergrootte en geografische verspreiding van deze bijzondere beestjes.
Voortplanting
Lange tijd dachten onderzoekers dat nautiloïden overleefden omdat ze over een groter gebied verspreid leefden dan ammonieten. Maar uit de nieuwe studie komt bovendrijven dat dit waarschijnlijk niet klopt. Wel lijkt de voortplanting een cruciale rol te hebben gespeeld. Ammonieten produceerden enorme hoeveelheden piepkleine eitjes. Hun minuscule larven kwamen in open zee terecht, waar uiteindelijk slechts een klein deel volwassen werd.
Nautiloïden pakten het heel anders aan: zij legden minder eieren, maar die waren veel groter en bevatten meer voedingsstoffen. “Door die grote, voedselrijke eieren konden jonge nautiloïden zich langer ontwikkelen en groter uit het ei komen”, legt Schmutzer uit. “Dat kan een voordeel zijn geweest toen ecosystemen instortten en voedsel schaars werd.”
Eiergrootte of domme pech
Maar de nieuwe resultaten gooien opnieuw roet in het eten. De ammonietensoorten die na de inslag nog heel even standhielden, bleken juist de kleinste eieren te hebben. Dat doet vermoeden dat de theorie over eiergrootte deels klopt, maar op een heel andere manier als gedacht. Na de inslag verkeerde de Aarde in chaos. Stofwolken blokkeerden het zonlicht, voedselketens stortten in en ecosystemen raakten totaal ontwricht.
Schmutzer maakt duidelijk dat ammonieten en nautiloïden waarschijnlijk totaal verschillende overlevingsstrategieën nodig hadden om zich te kunnen bedruipen in die bizarre nieuwe wereld. Of, zoals hij het zelf nuchter samenvat: “Misschien hadden ammonieten gewoon ontzettend veel pech.” En daarmee blijft een van de fascinerendste uitstervingsraadsels uit de geschiedenis van onze planeet nog altijd niet volledig opgelost.
Wil je niets van Scientias missen? Volg Scientias op Google Discover dan zie je al onze verhalen!
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

1 dag geleden
4





/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/06115015/060526CUL_2032604031_medusaDRAGEND.jpg)



English (US) ·