Vleesetende bekerplanten jagen niet alleen op insecten. Nieuw onderzoek laat zien dat hun nectar ook een belangrijke voedselbron kan zijn.
Schrijf je in voor de nieuwsbrief! Ook elke dag vers het laatste wetenschapsnieuws in je inbox? Of elke week? Schrijf je hier in voor de nieuwsbrief!
Vleesetende bekerplanten zien er vaak uit als vrolijkgekleurde zakjes met een deksel. Ze lokken dikwijls insecten met hun geur, kleur en nectar. Echter is het geheel opgezet als een valstrik: wie te ver naar binnen gaat kan uitglijden en verdrinken. Zo komen vleesetende bekerplanten aan hun voedingsstoffen.
Bij de Californische bekerplant Darlingtonia californica blijkt het verhaal net iets ingewikkelder te zijn. Onderzoekers van het Okinawa Institute of Science and Technology ontdekten dat de wespen die rond deze planten leven stikstof binnenkrijgen die waarschijnlijk uit de nectar van de bekerplant komt. Dat betekent dat de plant niet alleen insecten opeet, maar ze mogelijk ook helpt.
“Ecologen delen relaties vaak graag in vaste hokjes in,” zegt onderzoeksleider David Armitage. “Echter zien we steeds vaker dat de aard van zulke relaties afhangt van de situatie. Dat betekent ook dat ze veranderlijker zijn dan we dachten.”
Laag vangstpercentage
De onderzoekers zagen namelijk iets opmerkelijks: in de meeste gevallen landen insecten op de bekerplant, drinken daar nectar en vliegen daarna gewoon weer weg. De val is dus minder dodelijk dan je misschien denkt. Armitage: “Als je maar lang genoeg bij bekerplanten rondhangt zie je vanzelf insecten landen, eten en daarna wegvliegen. Het uiteindelijke vangstpercentage is heel laag.” Volgens een onderzoek uit 2005 zou het vangstpercentage minder dan twee procent zijn.
Dat lage vangstpercentage was precies de reden voor de nieuwe studie, verschenen in het tijdschrift Ecology. Want als de plant zo weinig insecten vangt, hoe kan deze strategie dan toch werken? Volgens de onderzoekers zou de nectar van de bekerplant een rol kunnen spelen. Die lokt niet alleen prooien, maar kan ook een echte voedselbron zijn voor insecten in de omgeving.
Bergachtige veengebieden
Voor het onderzoek trokken de onderzoekers naar bergachtige veengebieden in Californië. Daar groeit Darlingtonia californica soms in grote aantallen. Ze verzamelden wespen in gebieden met veel bekerplanten en vergeleken die met wespen uit nabijgelegen bosgebieden zonder vleesetende planten. Ook namen ze monsters van de bekerplanten en van andere planten in de omgeving.
In het lab keken ze naar de aanwezigheid van stikstof. Stikstof komt voor in verschillende vormen, isotopen genoemd. Dieren en planten die hoger in de voedselketen staan bevatten vaak relatief meer zware stikstofisotopen. Omdat bekerplanten veel verschillende soorten insecten verteren, hebben zij ook meer van die zware stikstofisotopen in hun weefsels zitten dan ‘normale’ planten in de buurt.
Die stikstofisotopen laten een soort spoor achter: als wespen nectar drinken van de bekerplant zorgt dat ervoor dat zij zwaardere stikstofisotopen in hun lichaam krijgen dan gebruikelijk voor hen is. Dat was precies wat de onderzoekers zagen. Wespen die in de buurt leefden van bekerplanten hadden zwaardere stikstofisotopen in hun lijf dan wespen die in het bos leefden. Het verschil was niet groot, maar wel duidelijk genoeg om te laten zien dat de planten wel degelijk een belangrijke voedselbron zijn.
Voor de plant kan de deal logisch zijn: door de nectar blijven wespen en andere insecten in de buurt. Dat er dan af en toe eentje wordt gevangen lijken de aangetrokken insecten niet afschrikwekkend genoeg te vinden. De strategie van deze bekerplantsoort lijkt dus vooral op geduld te leunen: in plaats van het verorberen van veel insecten in een keer trekt de plant een eigen voedselvoorraad aan, waar dan af en toe van gesnoept wordt. Armitage: “Het is best bijzonder: het idee dat een plant insecten kweekt om die vervolgens later op te eten.”
Daarmee laat het onderzoek zien dat vleesetende planten insecten ook kunnen helpen. Volgens de onderzoekers kunnen bekerplanten op die manier soms zelfs het fundament vormen voor een lokaal ecosysteem: ze trekken niet alleen insecten aan, maar zorgen er ook voor dat insectenpopulaties gevoed worden.
We schreven vaker over dit onderwerp, lees bijvoorbeeld ook Deze prehistorische wesp had een ‘vleesetende plant’ in plaats van een naald en Vleesetende plant maakt bizarre carrièreswitch (en die legt ‘m geen windeieren) . Of lees dit artikel: Waarom we wel wat liever mogen zijn voor wespen: ze zijn reuzeslim én supernuttig .
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

23 uren geleden
3





/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/06115015/060526CUL_2032604031_medusaDRAGEND.jpg)



English (US) ·