Een koe ligt loom te kauwen naast het hoge elektronische schuifhek dat toegang geeft tot het terrein van de voormalige televisietoren in IJsselstein, die vroeger bekend stond als de zendmast Lopik (366 meter hoog). De deur aan de voet van de betonnen spriet is zo dik als die van een bankkluis.
Zo is de buitenkant van het datacentrum in de televisietoren in IJsselstein heel anders dan wat ik me bij een modern datacentrum voorstel. Het is bepaald geen blokkendoos. En hoewel het midden op de dag en moordend warm is, zijn er geen hoor- of zichtbare koelinstallaties.
Koen de Jonge neemt me hiernaartoe mee om te laten zien waar de grootste Mastodon-servers van Nederland draaien en waar ook een server van NRC een plek zou kunnen krijgen. Want ik wil NRC toevoegen aan het open sociale web. Dat bestaat uit netwerken van servers die samen een alternatief vormen voor bekende sociale media als TikTok, X en Instagram. Op de NRC-server zouden mensen van binnen en buiten NRC met elkaar in gesprek kunnen gaan, onder onze eigen voorwaarden en op onze infrastructuur.
Er zijn verschillende mogelijkheden om dat te doen. Maar een Mastodon-server is een logische eerste stap in die alternatieve sociale wereld. De techniek bestaat al tien jaar. Het is dus ontgonnen terrein. Je hoeft niet helemaal vanaf nul te beginnen.
Wie draagt de werklast?
Argumenten voor een server op het AT Protocol, bekend van de app Bluesky, zijn er ook. Aan dat alternatieve sociale netwerk wordt hard gebouwd en het oogt veelbelovend. Maar daar is nog weinig ervaring en ondersteuning voor het hosten van een eigen server. Dat is meer pionierswerk en waarschijnlijk een stuk kostbaarder.
Een Mastodon-server zou ik thuis kunnen laten draaien. Of in het NRC-gebouw in Amsterdam. Zoveel computerkracht vergt het namelijk niet en er zijn uitgebreide handleidingen online. Ik blijk zelfs een softwareontwikkelaar als collega te hebben die een tijdje zo’n server heeft gehad (en daar weer mee is gestopt).
Maar collega’s die de NRC-app en -website maken, hebben me gewaarschuwd: ze vinden dat je mankracht en middelen zo niet het meest efficiënt inzet. Je kunt veel tijd kwijt zijn om je de specificaties eigen te maken en bijvoorbeeld bij te houden of updates nodig zijn. Die tijd kan je beter besteden. Ik geloof ze.
Of, zoals IT’er Koos Pol schrijft als ik mijn aarzelingen over het uitbesteden op Mastodon deel: „Maak van autonoom/soeverein geen academische discussie. Er zijn en blijven altijd afhankelijkheden. Altijd.” Hoogleraar wetenschapscommunicatie Ionica Smeets voegt er aan toe: „Ik vind het juist wel goed om als NRC bestaande goede lokale infrastructuur te gebruiken en steunen.”
Mijn collega’s waren misschien ook – en terecht – bang dat de werklast vooral bij hen zou komen te liggen. De website van NRC draait ook niet op computers in de kelder van het NRC-pand. Daarvoor hebben we een contract met cloudbedrijf Intermax.
Ludo Baauw, ceo van Intermax, kan er best „een servertje bijprakken”, zegt hij als ik hem bel. „We hebben nog wel een plekje naast nrc.nl.” Hij heeft geen ervaring met Mastodon, maar het lijkt hem niet zo ingewikkeld. „Het is internet. Ik denk dat we het wel snappen.”
Omdat hij onafhankelijkheid een groot goed vindt, is spreiding in zijn ogen altijd een goed idee. „Nu is ome Ludo nog heel vrijgevig”, zegt hij jolig, met Rotterdamse tongval. „Maar misschien heb ik volgende week een nieuwe vriendin met een strakke leren broek die Lian heet, en besluit ik opeens de prijzen te verhogen.” Het is een verwijzing naar de saga over Rian van Rijbroek en haar invloed op softwareondernemer Gerard Sanderink, van het bedrijf Centric. Zijn punt: „Als je het goed wil doen, moet je niet afhankelijk zijn van één partij.”
Noodstroom
Koen de Jonge, met wie ik in IJsselstein ben, is directeur van ProcoliX (25 medewerkers). Dat bedrijf installeert en beheert software. Hij mengt zich actief in debatten over alternatieve sociale media. Ik ontmoette hem voor het eerst op een bijeenkomst over opensourcesoftware, twee jaar geleden. Hij is een van de bestuursleden van ActivityClub, de stichting achter Mastodon.nl. Die server heeft meer dan 65.000 gebruikers, van wie 5.000 actieve. Hij praat snel en gedreven en vindt het protocol achter Mastodon om tal van principiële redenen „veel beter geschikt voor het open sociale web” dan dat achter de app Bluesky. Dat is het andere relatief grote ‘merk’ in de wereld van alternatieve sociale media.
Ik sluit een NRC-server binnen dat netwerk zeker nog niet uit, maar dat is in de Gerbrandytoren – Lopik dus – vloeken in de kerk. En in gesprek met De Jonge voelt dát telkens herhalen een beetje als een puppy slaan.
De Mastodon-servers staan er in een beveiligde ruimte op de vijfde verdieping, een van de locaties waar ProcoliX ruimte huurt van Cellnex. Zoals in alle datacenters waar ik ben geweest, staan de servers in rekken in gekoelde corridors. De warmte die ze afscheiden, komt er aan de achterkant uit. Datacenters moeten stevige gebouwen zijn met dikke vloeren, want servers zijn best zwaar. Ze hebben koeling nodig, dikke glasvezelkabels en boven alles: stroomzekerheid.
De tv-toren heeft een aantal voordelen, legt De Jonge uit. Hij maakt deel uit van het nationale communicatienetwerk. Als het hommeles is, moeten hulpdiensten daarop terug kunnen vallen. Er zijn straalverbindingen mogelijk als alternatief voor de kabels. Hij grijnst: „In de ultieme situatie komt het leger om de stroom te leveren.”
Op hoogte is het koeler, waardoor gemechaniseerde koeling minder nodig is. Ik ben geneigd de ramen tegen elkaar open te zetten, maar dat mag niet, want dan kan er stof in de machines komen.
Op de servers waar ik naar staar, draaien onder meer de websites van Stemwijzer.nl en Petities.nl. Enkele tientallen Mastodon-servers bedienen onder meer de Europese datatoezichthouder EDPS, de organisatie Waag (waag.social.nl) en de gemeente Amsterdam. Doordat ProcoliX dertig servers tegelijk laat draaien, loonde het de moeite een deel van het werk eraan te automatiseren. Niet iedere software-update moet handmatig op iedere server worden gezet.
De kosten van het gebruik voor NRC vallen mee: zo’n 250 euro per maand. Het is een kleine server. We verwachten – ahum – niet direct Instagram-achtige gebruikersaantallen. Dit zijn voorzichtige eerste stappen. „Eigenlijk betaal je vooral voor de mensuren”, legt De Jonge uit. We kunnen de server samen inrichten en in de loop der tijd aanpassen. Hij en zijn collega’s hebben daar al veel ervaring mee.
De Jonge is een atypische directeur. De aandelen van het bedrijf dat hij mede oprichtte, zijn in handen van de Open Internet Discourse Foundation. Doel ervan: bevorderen van een eerlijk en open internet en zorgen voor toegankelijke IT-infrastructuur. De Jonge lijkt dan ook drukker met Mastodon promoten dan met omzet genereren voor zijn bedrijf.
Ik twijfel hardop of ik dit wel autonoom en onafhankelijk genoeg vind. Maar dat is een beetje voor de vorm, want eigenlijk ben ik al overstag. Hierbij laat ik me graag bij de hand nemen.
Toch is die extra geruststelling goed. De Jonge benadrukt dat NRC ook prima kan kiezen voor een server op eigen computers in z’n eigen gebouw of bij Intermax. En ook daar wil hij best bij helpen. Later alsnog overstappen op eigen hardware kan ook. „Dan sturen we gewoon de bestanden.”


/https://content.production.cdn.art19.com/images/5c/f1/5c/b4/5cf15cb4-3eae-48af-af9f-6c2feb12b858/fe0b0e450c1acdd88d1edba6c6e41e71002674b513ff54d9d36c168809ec8019eb1ad4fe32035569725b15e4c884bda154b4895cb6df8b07b3c2078dba71ad7d.jpeg)

/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data151932880-7bb79e.jpg)



/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/05214753/050826VER_2035740527_bol2.jpg)

English (US) ·