Columbusstraat 7 in Düsseldorf is een hoge stadsvilla met een klassieke vakwerkgevel, gelegen in het chique stadsdeel Oberkassel. Het is de woning van de advocaat Karl Dahmen en zijn gezin. In dezelfde straat, schuin tegenover, staat een nog imposanter huis. Dat is het partijhoofdkwartier van de NSDAP. De katholieke advocaat Dahmen moet er niets van hebben; het nationaalsocialisme zal Duitsland slechts narigheid bezorgen, is zijn stellige overtuiging. Vier jaar later, in 1939, gaat hij erlangs en wordt Dahmen lid van Hitlers partij.
Karl Dahmen is de opa van stripmaker Tobi Dahmen (1971), die al jaren in Nederland woont en werkt. De afgelopen acht jaar verdiepte hij zich in zijn familiegeschiedenis, in het bijzonder de periode van 1935 tot 1945. Hij sprak veel met zijn vader over die tijd en stelde hem de eenvoudige vraag: hoe heeft dit kunnen gebeuren? Tobi’s vader, van 1932 en dus een kind in de oorlogsjaren, was in die gesprekken loyaal naar zijn eigen vader, die niets kon voorkomen en niet verantwoordelijk was voor wat er gebeurde. Er waren krachten waartegen men niet bestand was.
Van triomf naar verbittering
Dahmen trok dat gegeven door en toont in zijn strip de alles doordringende invloed van het nationaalsocialisme, gezien vanuit Duits standpunt. In een rustig tempo vertelt hij minutieus de geschiedenis van de families Dahmen en Funcke, van moederskant. Hoofdstuksgewijs, vaak aangeduid met datum en locatie, volgen we steeds andere familieleden en hun gangen. Zoals Karl Dahmen, die als advocaat snel onder een vergrootglas komt te liggen: zijn beroepsmatige rechtvaardigheidsgevoel speelt hem parten. Hij gaat overstag als zijn principes hem en zijn gezin geen veiligheid meer bieden. Vanaf dan raakt hij geleidelijk steeds meer overtuigd en wordt hij een fanatieke pleitbezorger van het nationaalsocialistische narratief. Of neem Heinz Funcke, die opzichter is in een fabriek waar schroeven worden gemaakt. In eerste instantie kan hij zich op de vlakte houden, maar als de oorlogsproductie wordt opgeschaald, komt ook hij in beeld bij de machthebbers.
Ook het papier is grauwer dan doorgaans, waarmee Dahmen een verband lijkt te leggen met zijn verhaal
De twee oudste zoons van Karl, Eberhard en Peter, vertrekken naar het front, in Rusland, Italië en Noord-Afrika. Hun ervaringen worden verteld aan de hand van echte documenten, zoals brieven, dagboeken, foto’s en oproepbevelen. Die bronnen stelden Dahmen in staat om de ontwikkelingen in de oorlogsjaren exact te beschrijven. Eberhard bijvoorbeeld is de onwankelbare militair die zich al snel tot officier opwerkt. Zijn brieven zijn eerst nog triomfantelijk van toon, later klinkt er verbittering in door. Zijn broer Peter daarentegen twijfelt voortdurend. Dahmen beeldt dat knap uit: in de brieven aan thuis proberen de broers de schijn op te houden dat het goed met ze gaat, maar wat we zien is een heel andere werkelijkheid.
Grijstinten
Dahmen werkte Columbusstraat uit in grijstinten. Niets is echt zwart of wit, ook het papier is grauwer dan doorgaans, waarmee hij een verband lijkt te leggen met zijn verhaal. We zijn geneigd alles eenduidig voor te stellen, als een geschiedenis met alleen plaats voor goede en slechte mensen. Dat het veel complexer is dan dat, toont Dahmen zonder een direct oordeel te vellen. Hij doet dat heel subtiel: als hij zijn vader op latere leeftijd vraagt hoe zijn generatie terugkijkt op de oorlog, heeft die geen pasklaar antwoord. Het grote gebeurde stukje bij beetje; de individuele mens had er amper invloed op. Schaamte en onmacht; als er geen eenvoudige antwoorden voorhanden zijn, is men geneigd te ontwijken.
Uitgelicht
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/15132756/150626CUL_2033839887_striptip.jpg)
Michaël Olbrechts: Ada. Oogachtend, 192 pagina’s, hardcover. € 33,-
In 1921 vertrekt er een vijfkoppige expeditie naar het onbewoonde Wrangel Island in de Noordelijke IJszee, met als doel het eiland bij het Britse Rijk te voegen. Aan boord is Ada Blackjack, een jonge Iñupiaq-vrouw uit Alaska. De Vlaamse stripmaker Olbrechts vertelt het authentieke verhaal van mislukkingen, ontberingen en de vervalste geschiedschrijving naderhand. De ijzingwekkende entourage brengt de menselijke tekorten haarscherp in beeld.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/15132806/150626CUL_2033839887_striptip2.jpg)
Marissa Delbressine & Roderick Leeuwenhart: Suske en Wiske – Geen isekai! Geen probleem! Standaard Uitgeverij, 128 pagina’s. € 24,99
Een bijzondere cross-over: de klassieke Suske en Wiske in mangastijl. Het Nederlandse duo Marissa Delbressine en Roderick Leeuwenhart zette zich met veel plezier aan een verhaal over hologrammen dat speelt in Tokio. De problemen die door Sus en Wis moeten worden opgelost zijn onmiskenbaar des Vandersteens; de uitwerking en thematiek zijn heerlijk manga-esque. Alles suist en de pagina’s zijn lekker druk, maar toch heel goed te volgen, zowel voor de oudere Suske en Wiske-lezer als de jongere manga-fan. Knap gedaan.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/15132818/150626CUL_2033839887_striptip3.jpg)
Lionel Chouin & Pascal Jousselin: Colt Bingers. Lauwert Uitgeverij, 108 pagina’s, hardcover. € 29,95
Lang geleden dat er zo’n belachelijk grappige strip verscheen als Colt Bingers. Het is een hilarische pastiche op het crime-noirgenre, waarin een norse motorrijder-met-gun op zoek gaat naar de moordenaar van zijn vriendin. Dat moet niet moeilijk zijn: het is een man met één oog en één been. Maar toch. Zijn queeste is een aaneenschakeling van missers, inschattingsfouten en lepe acties van onbenullige detectives. De dialogen en vooral de bijzondere onderzoeksmethoden zijn om je te bescheuren én actueler dan ooit. En echt, hóéveel eenogige mannen met één been bestaan er wel niet?


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/19103350/240626OPI_2034600752_Economist_Britain-is-not-yet-ready-to-rejoin-the-EU.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/23122337/230626VER_2034429308_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/23195118/230626BIN_2034704888_1.jpg)






English (US) ·