Gordijntjes dicht, voeten op het dashboard: waar kan de vrachtwagenchauffeur nog rusten?

21 uren geleden 3

My truck is my home, staat verticaal op mini-sjaaltjes die verkocht worden in winkels voor truckaccessoires. Het sjaaltje, met een zuignap eraan, is bedoeld voor achter de voorruit. Voor veel vrachtwagenchauffeurs ís ‘de wagen’ een rijdend thuis. Vaak voor een paar nachten per week, soms voor weken, maanden of zelfs jaren.    

Alleen, waar slaap je onderweg? Terwijl het vrachtverkeer alleen maar toeneemt, geldt dat niet voor het aantal rustplekken voor chauffeurs. Sterker nog, bestaande parkeerplaatsen voor vrachtwagens verdwijnen juist. Den Haag heeft al jaren geld klaarliggen om extra plekken te realiseren – voor 2027 is 43 miljoen gereserveerd – maar rijksoverheid, provincies en gemeenten slagen er niet of nauwelijks in om nieuwe locaties aan te wijzen om dat geld te besteden.

In Zuid-Holland is er een geschat tekort van 309 parkeerplaatsen, in Gelderland 572, in Noord-Brabant 776  en in Limburg gaat het om 1.551 plekken. Het totale tekort wordt door brancheorganisatie Transport en Logistiek Nederland (TLN) geschat op 4.400 plaatsen.  In 2040 gaat het waarschijnlijk om een tekort van 7.000 plekken, schrijft TLN in haar ‘Verbeterplan vrachtwagen parkeerplaatsen’.  

Truckers willen niet alleen rusten, ze móéten het ook. Volgens de regels moet een chauffeur na maximaal 4,5 uur rijden minimaal 45 minuten pauze nemen. Daarnaast geldt een verplichte rusttijd van minimaal elf uur per etmaal. Of chauffeurs zich aan die regels houden, wordt bijgehouden door de tachograaf, een apparaatje dat de rij-uren registreert en wordt uitgelezen door de Inspectie Leefomgeving en Transport. De boetes voor te laat rusten kunnen oplopen tot honderden euro’s per etmaal.

Een dag lang rijdt NRC door drie provincies over enkele van de drukste vrachtcorridors van Nederland en bezoekt de drukste parkeerplaatsen om chauffeurs te vragen naar hun ervaringen.   

Vaantjes voor trucks, in de winkel van Joost Truckstop.

Foto Jagoda Lasota

‘Het is in Europa overal hetzelfde’

De mars der giganten beweegt zich in twee richtingen, met de haven van Rotterdam afwisselend als vertrek- en eindpunt. Het is een bonte stoet containers en cabines in alle kleuren en nummerplaten uit nagenoeg alle Europese landen. We rijden langs industriële schoorsteenpijpen, over knooppunten met eindeloze fly-overs. We passeren Dordrecht, steken het Hollandsch Diep over, verlaten Zuid-Holland en rijden Noord-Brabant in. Wisselen van radiozender heeft weinig zin: op nagenoeg elke frequentie is Taylor Swift te horen.   

Tankstations en parkeerterreinen volgen elkaar in hoog tempo op.  Truckparking Zevenbergschenhoek, De Zuidpunt, Den Hoek en dan het notoir drukke Hazeldonk-West bij de grens met België. Achter het tankstation, naast parkeerplekken voor zo’n vijftig vrachtwagens, staat een McDonald’s. Daarachter, een beetje verstopt, een kebabzaak. Aan de overkant van de snelweg bevindt zich hetzelfde geheel, voor verkeer in de tegengestelde richting (Hazeldonk-Oost).  

Vrijdagmiddag rond lunchtijd hangt er een gemoedelijke sfeer op parkeerterrein Hazeldonk-West. Mensen zeggen elkaar gedag in diverse talen. Een jonge chauffeur repareert iets aan de motorkap van zijn vrachtwagen met Roemeens kenteken. De laadklep staat open, het ruim is leeg. Hij spreekt Roemeens en „un  poco” Italiaans. Nee, geen Engels. Ja, hij sliep hier vannacht, gebaart hij. In zijn cabine met zwarte gordijntjes. Hij haalt zijn schouders  op, hij heeft de woorden niet om er meer over te zeggen.  

Vrachtwagens op een vrachtwagen, op een parkeerplaats voor truckers in Venlo.

Foto Jagoda Lasota

Naast een vrachtwagen met Turkse kentekenplaat zit Ercan (50) te koken. Hij grapt dat zijn achternaam ‘Secret’ is (maar maakt die wel bekend bij de verslaggever). „Patatas, köfte, thee, aubergine. Het is mijn restaurant”, zegt hij in gebrekkig Engels. Hij eet bijna nooit onderweg in een restaurant. „Niet halal.” Hij maakt een tupperwarebakje open en houdt het omhoog. „Hier, dadel, lekker! Thee?”  

Hij en een collega, die een andere vrachtwagen bestuurt, geen Engels spreekt en al verlekkerd naar het pannetje met frietjes kijkt, brengen vis van Turkije naar Engeland. Ze zijn nu acht dagen onderweg – voor ze weer thuis zijn zullen het er twintig zijn. „Zonder goed eten, zonder schone douche, zonder madame.” Natuurlijk mist hij zijn vrouw en twee kinderen, zegt Ercan. 

Ook hij en zijn collega hebben last van het gebrek aan parkeerplaatsen. Ze overleggen in het Turks. Ercan snuift. „Heel Europa een probleem. Overal is vol. Overdag is prima, maar ’s avonds álles vol.” Het komt, legt hij met grote gebaren uit, omdat er zoveel meer vrachtwagens zijn. „Vroeger één miljoen vrachtwagens, nu tíén miljoen! Overal vrachtwagens!” Hij heeft een droom: dat hij zijn wagen kan en mag parkeren op een veilige plek en zelf in een hotel kan slapen. „Soms wil ik gewoon een echt bed.”   

Yuri, een 55-jarige chauffeur met witte snor uit Bulgarije, die zijn achternaam niet wil geven, heeft niet zelf gekookt. Hij loopt met een papieren zakje met een McGrill terug naar zijn wagen. Hij weet heus dat het niet gezond is, „maar ik ben lui”. Het is voor iedereen moeilijk een parkeerplaats te vinden, zegt ook hij. „Weet je, als ik de loterij zou winnen, dan zou ik van dat geld parkeerplaatsen voor truckers bouwen.”

Want ja, hij doet wel eens „bad things” om zijn wagen, hij transporteert „medische goederen” naar Spanje, te parkeren. „Ik zet ‘m wel eens in een dorp. Of net na de uitgang van een parkeerplaats, op de vluchtstrook.”   

Chauffeur Ercan bereidt aan de zijkant van zijn vrachtwagen een maaltijd op de parkeerplaats van Hazeldonk-West.

Foto Jagoda Lasota

Overnachten op de vluchtstrook

Vrachtwagenchauffeurs verplaatsen, behoorlijk letterlijk, de wereld aan spullen. In 2025 werd 756 miljoen ton aan goederen in Nederland opgehaald of uitgeladen. Vrachtwagenchauffeurs bevoorraden supermarkten, apotheken, bouwmarkten. In hun laadbak hebben ze huishoudelijke apparaten, meubels, schoenen, kleding, grondstoffen, brandstof.   

Daarnaast voeren ze af wat weg moet: van kippenmest tot chemisch afval. Vrachtwagenchauffeurs, stelt Transport en Logistiek Nederland, zijn „de ruggengraat van onze economie en samenleving”. Maar, zegt bestuursvoorzitter Elisabeth Post: „Zo behandelen we ze niet. We zien nu dat chauffeurs in alle armoe op de vluchtstrook staan, omdat de boete daarvoor [320 euro] lager is dan die voor doorrijden als ze moeten rusten.” Vrachtwagenchauffeurs die overnachten langs de snelweg, dat is „natuurlijk het laatste wat we willen met zijn allen”, zegt Post. „Het is onveilig, voor de andere weggebruikers maar zéker ook voor de jongens zelf.”   

Een chauffeur klimt in zijn vrachtwagen.

Foto Jagoda Lasota

In  het Verbeterplan van TLN staat dat op rustplaatsen ten minste toiletten, douches en verlichting moeten zijn. „Investeren in fatsoenlijke rustplaatsen is geen luxe, maar een noodzaak”, staat in het plan. Het is, vult Elisabeth Post aan, niet een kwestie van „gewoon een lapje asfalt neerleggen”.  

Er zijn gratis plekken zonder enige faciliteit. Op andere gratis plekken, zoals Hazeldonk, zijn in elk geval toiletten en restaurants. Voor beide opties geldt, los van het ongemak van niet kunnen wassen of douchen, dat ladingdiefstal op de loer ligt. Het kan veiliger, maar daar hangt een prijskaartje aan.  

Aan het einde van de gratis parkeerplaats van Hazeldonk-West staat een geel bord met zwarte letters en een pijl: Follow Parking. Een viaduct voert de snelweg over, eerste afslag rechts en dan, na een paar honderd meter, ben je bij TruckParking Hazeldonk. Tegen betaling – 20 euro per nacht, 23 in het weekend – staan en slapen chauffeurs hier omringd door hoge hekken.   

„We hebben dag en nacht beveiligers”, zegt Sylvester Mol (26), die de centrale meldkamer beheert. Via een twintigtal schermen houdt hij het terrein in de gaten. „Dat slaapt toch beter voor een chauffeur”, zegt hij. Er staan outdoor-fitnesstoestellen, een pasje geeft toegang tot wasmachines, douches, toiletten en een ontspanningsruimte waar twee dartborden hangen en een canvasfoto van een containerschip in de Rotterdamse haven.   

Er is plaats voor 180 vrachtwagens en dat is niet altijd genoeg, zegt Mol. „Hebben jullie de paaltjes gezien aan het begin van de op- en afrit van de snelweg? Die staan er omdat chauffeurs wel een kilometer voor en na de parkeerplaatsen op de vluchtstrook stonden.” De intercom gaat over. Een nieuwe trucker meldt zich. „Hallo”, zegt Mol via de intercom. Het blijft even stil. Mol: „Héllo?!” 

Terug op de snelweg vallen inderdaad de rood-wit gestreepte paaltjes op die de vluchtstrook moeten blokkeren. Hazeldonk is een ‘vluchtstrookparkeerhotspot’, in het jargon van Rijkswaterstaat. „In verband met de verkeersbewegingen en hoge snelheden is onnodig parkeren op de vluchtstrook levensgevaarlijk”, licht een woordvoerder toe per mail. „Eerdere ongevallen, die we bijzonder betreuren, onderstrepen dat. We treffen daarom maatregelen om dat tegen te gaan.”  

Alles wat een trucker zich kan wensen

„Papa had echt hart voor de truckers”, zegt Céline van Oosterum (37) van Joost Truckstop, met restaurant, winkel en parking. Joost, dat was haar vader. „Het heette eerst anders, maar truckers zeiden altijd: ‘Ik zit bij Joost’. Toen heeft papa het aangepast.” Het door hem opgetuigde geheel, nét over de Belgische grens, bestaat 53 jaar. Tien jaar geleden namen Van Oosterum en haar zus Nathalie het van hem over. Tot zijn overlijden, een jaar daarna, bleef hij betrokken.   

Joost Truckstop is een truckerswalhalla. Op de muren van het restaurant zijn vrachtwagens geschilderd. In de winkel is alles te vinden wat een trucker zich kan wensen. Landenvlaggetjes voor op het dashboard. Rompertjes met ‘mijn papa’ én ‘mijn mama is de beste trucker’ – zo’n 4 procent van de Nederlandse vrachtwagenchauffeurs is vrouw. Er liggen raamstickers met doodshoofden, tribals en pin-ups. Er zijn verschillende edities van het boek The art of truckstyling, deel 1 is afgeprijsd van 30 naar 10 euro. Er hangen pluchen dobbelstenen. En, uiteraard, zijn er geschulpte gordijnen met franjes in diverse kleuren te vinden.   

Gerrit de Haan viert zijn pensionering met vrienden, bier en friet aan de toog bij Joost Truckstop.

Foto Jagoda Lasota

Arno Luijben (66) staat met een zakje gordijnhaakjes in zijn handen. „Er zijn er een paar afgebroken, nu hangt het gordijn maar voor de helft.” Natuurlijk mogen we dat zien, knikt hij. Op het aangesloten parkeerterrein staat zijn blauwe tankwagen. Hij vervoert… ja, wat eigenlijk? „Chemie”, zegt hij uiteindelijk schouderophalend. „Het is een rommeltje hoor”, zegt hij over zijn schouder als hij voorgaat zijn cabine in.   

Gaat hij wel eens op de vluchtstrook staan? „Nee, dat verrot ik.” Dan krabbelt hij een beetje terug. Ja, nou oké, gistermiddag heeft hij er éven zijn korte pauze gehouden. „Maar slapen doe ik er echt niet! Ik snap wel dat het gebeurt hoor, soms lukt het gewoon echt niet om een parkeerplek te vinden.”   

Hij steekt een dun sigaartje op en begint over de haven van Rotterdam, ons vertrekpunt. Daar is, zegt hij, plek voor 350 vrachtwagens. „Dat is om negen uur ’s ochtends al vol.” Ze blijven maar terminals aanleggen voor schepen om aan te meren, maar parkeerplaatsen voor de chauffeurs die er moeten wachten om te laden of lossen? Ho maar. „De grond in de haven is duur”, zegt Luijben. „Dat er plek gemaakt moet worden voor ons vinden ze maar vervelend. We zijn een noodzakelijk kwaad, een pain in the ass.”  

Chauffeur Arno Luijben. „We zijn een noodzakelijk kwaad.”

Foto Jagoda Lasota

Bij Joost hoort ook een truckersrestaurant. Op de kaart geen vegetarische hoofdgerechten, ook de salades bevatten allemaal vlees. Aan de toog viert de 69-jarige Gerrit de Haan zijn pensionering met Jupiler, frieten („lekker nummer 614, met stoofvlees”) en drie vrienden. Hij wilde eigenlijk al eerder stoppen met werken, maar toen zijn vriendin ziek bleek – een hersentumor – bood het rijden hem afleiding. Zolang hij ’s avonds maar terug kon zijn in Breda om haar in het ziekenhuis op te zoeken. „Na haar dood ben ik doorgegaan.” Nu, na vijftig jaar op de wagen, is hij echt klaar – en er klaar mee.   

„Vroeger was het rijden geweldig, de laatste jaren zijn er zoveel regeltjes”, zegt hij terwijl hij een shagje draait. „En vroeger vond ik altijd wel een parkeerplek, altijd bij een truckersrestaurant.” Slapen doet hij onderweg in zijn truck, nooit in een hotel. „Voor corona ging ik elke ochtend met mijn toilettas naar het ontbijt in het truckersrestaurant en dan even opfrissen. Tijdens corona mocht dat niet meer. Nu douche ik niet meer als ik onderweg ben, ik gooi gewoon een klets water in m’n gezicht.”  

Gerrit de Haan gaat met pensioen. „Vroeger was het rijden geweldig, de laatste jaren zijn er zoveel regeltjes.”

Joost Truckstop verkoopt ook speelgoed voor truckerskinderen.

Foto’s Jagoda Lasota

‘Laadpalen zijn het probleem’

Terug de A16 op, in de richting van volgende stop Asten, Noord-Brabant passeren we een uitdagend billboard van Saunaclub Zundert (op de lijst met faciliteiten op de website staat „sauna” met „serene ambiance” helemaal onderaan, na discreet parkeren, spiegel- en SM-kamer). Ook hier staan paaltjes die de pechstrook blokkeren.

We passeren parkeerplaatsen Molenheide en Lage Aard en draaien de A58 op.  Weer Taylor Swift. Ter hoogte van hectometerpaaltje 14.4 staan twee vrachtwagens op de vluchtstrook. Roemeense nummerplaten, de zwarte gordijntjes halfdicht. 

Naast restaurant Truck-Inn Nobis in Asten, waar tweehonderd chauffeurs hun wagen kunnen parkeren voor 1 euro per uur, is een truckwasserette. Daar komt net een truck uitgereden met in krulletters ‘The Flying Dutchman’ op de motorkap. Enthousiast zwaait een jongen met rossig haar naar de chauffeur, die luid claxoneert. Leander (12) is „TikTok-truckspotter”. Zijn vriend Ruben (15), die bij de wasstraat werkt, roept: „Ik ook!”

De parkeerplaats van Truck-Inn Nobis in Asten heeft een wasstraat.

Foto Jagoda Lasota

Terwijl Ruben druk is, laat Leander zijn account zien: @L.truckfotografie, achthonderd volgers.  Waarom die liefde voor trucks? „De lampjes. De kleurencombinaties. Als je de motor opendoet zitten er allemaal interessante onderdelen. Ik vind het gewoon gaaf.” Hij is vaak hier, maar kijkt ook trucks „op de rotonde of bij het viaduct”. Zowel hij als Ruben wil „zodra het kan” vrachtwagenchauffeur worden. „Ik ga niet op een DAF, niet op een Volvo, niet op een Man, maar alleen op een échte wagen”, zegt Ruben. „Een Scania! En niet zo’n elektrisch ding. Dat moet ik niet.”   

Zulke jongeren zijn in de branche meer dan welkom. Elisabeth Post van TLN: „We zitten in de Europese Unie, inclusief het Verenigd Koninkrijk, nu op een tekort van 500.000 chauffeurs. Dat gaat in vijf tot tien jaar oplopen tot drie miljoen.”  

TikTok-truckspotter Leander (korte broek) en zijn vriend Ruben.

Foto’s Jagoda Lasota

In het restaurant sieren tekeningen van een rode truck met witte trailer de wanden van de kinderspeelhoek. Medewerker Petra de Korte (66 jaar, spijkervestje) geeft graag een rondleiding. „Daar – aan de stamtafel met bruinleren stoelen – zitten vooral truckers die een praatje willen maken. Daar – tafeltjes naast elkaar – kan je heus een gesprekje aanknopen, maar hoeft het niet zo. Daar is de deur naar een rij douchehokjes.” Twee mannen met ontbloot bovenlijf kijken verschrikt op als ze enthousiast de deur open zwaait.  

„Het staat hier altijd vol”, zegt De Korte, wijzend naar buiten. Ze gaat bijna met pensioen en zal het contact met de truckers wel missen. „Dit voelt bijna als een hobby.” Een collega vertelt dat ze kijken of ze op het parkeerterrein meer oplaadpalen voor elektrische vrachtwagens neer kunnen zetten. „Dat kost reguliere plekken, maar is wel de toekomst”, zegt ze.

Het ‘truckersmenu’ (‘full for the journey’) kost 24,50 euro, 17,50 als je hier een nacht parkeert. Deze week krijg je kip, cordon bleu, tomatensoep, baklava of vlaflip. Chauffeur Matteusz Mariusz (45) rekent een frietje en een cola af. Hij overnacht wel eens op de pechstrook, geeft hij toe, maar dan slaapt hij „niet zo goed”.   

Volgens Kees Lok (60), aan de stamtafel met chocolade-ijs, veroorzaken laadpalen voor elektrische auto’s het tekort aan parkeerplaatsen. „Als er bij alle tankstations nu vier tot acht laadpalen staan, is dat ten koste gegaan van parkeerplekken voor vrachtwagens. Reken maar uit hoeveel dat landelijk is.”  

Petra de Korte (rechts) gaat bijna met pensioen. „Dit voelt als een hobby.”

Kees Lok, voor zijn eigen vrachtwagen, denkt dat laadpalen voor elektrische auto’s het parkeerprobleem voor vrachtwagens veroorzaken.

Foto’s Jagoda Lasota

Al twee jaar onderweg

Dat chauffeurs op de pechstrook overnachten, zag FNV-consulent Marcel Buddenberg al toen hij vijftien jaar terug zelf trucker was. Soms is het óók om de kosten van een betaalde parkeerplaats te doen. De cao van chauffeurs voor Nederlandse bedrijven regelt een vergoeding voor overnachten en eten, maar ieder land kent eigen regels. Buddenberg is opgetogen over de 43 miljoen voor extra parkeerplaatsen,  „Maar nu moeten Rijk, gemeenten en provincies het nog eens worden over de plekken. Moet er eerst een dodelijk ongeval gebeuren met een stilstaande vrachtwagen op de pechstrook, voor er echt actie wordt ondernomen?”  

Op de A67, van Asten naar Venlo, zien we het weer: een vrachtwagen, op de vluchtstrook. En nog een, en nog een, en nog een. In het halfuur dat we onderweg zijn van Brabant naar Limburg, turven we er acht. Soms zijn de gordijntjes dicht, soms rusten de voeten van de chauffeur op het dashboard.   

Na parkeerplaatsen Het Gevlocht en Deersels, draaien we de A67 af naar het industrieterrein waar TruckStop Venlo zit. Borden in vijf talen waarschuwen voor een ‘parking penalty’ bij parkeren op het industrieterrein zelf. Achter de rode poort van TruckStop Venlo zijn deze vrijdagavond, iets voor acht uur, 161 van de 350 beschikbare plekken bezet. „Dat loopt nog wel vol”, zegt een medewerker in het restaurant, ook met een voordeelmenu voor wie er parkeert. Een Roemeen wast zijn pannen en bestek onder een kraantje aan de zijkant van zijn wagen, een trucker laat zijn hond uit.

In de cabine van een vrachtwagen met Pools kenteken is Eddy (50, achternaam bekend bij de redactie) aan het koken. „Het is hifiridzi”, zegt hij. „Of Highfields stew.” De stoof van rundvlees en groente is een traditioneel gerecht uit Zimbabwe, waar hij vandaan komt en waar zijn vrouw en vier kinderen wonen. Ook Eddy slaapt regelmatig op de vluchtstrook.   

Voor Eddy is zijn truck écht zijn thuis. Al twee jaar is hij onderweg, in Polen komt hij nooit. Het geld dat hij verdient stuurt hij naar zijn vrouw. In december kan hij langs bij zijn gezin, hoopt hij. Op de vraag of hij vrienden op de weg heeft, vertelt hij dat alle chauffeurs uit Zimbabwe in een groepsapp zitten. „Met hoeveel denk je?” Hij lacht schamper. „We zijn met ruim vijfhonderd. Allemaal rijden we spullen door Europa.”

Een vrachtwagencabine op de parkeerplaats in Venlo.

Foto Jagoda Lasota
Lees het hele artikel