Het Groene Hart zit niet te wachten op de windmolens. Als het aan de provincie ligt komen ze er toch

2 uren geleden 1

Een windturbine van 240 meter. Dat is, weet Annelies Osinga (54), vier keer zo hoog als de kerktoren van Langeraar, die ze vanuit haar achtertuin langs de dijk in Rijnsaterwoude nog net kan zien liggen. En vijftien keer zo hoog als de windmolen die de agrariër aan de overzijde van de Leidse Vaart vanaf zijn erf van stroom voorziet.

Osinga kwam vijftien jaar geleden naar het Groene Hart voor het landschap, voor de rust. Haar man knapte in het ruim twaalfhonderd inwoners tellende lintdorp eigenhandig een negentiende-eeuwse boerderij op, van waaruit ze uitkijkt over het polderlandschap.

Door dat uitzicht dreigt nu een streep gezet te worden. De Vierambachtspolder achter haar woning is een van de drie locaties die de provincie Zuid-Holland ziet als geschikte grond voor windmolens. Hier en op twee plekken langs de provinciale weg bij Alphen aan den Rijn zou plek zijn voor in totaal 27 turbines.

De provincie wil haar schone energie vanwege de overbelasting van het stroomnet – wat het vervoeren van stroom over grotere afstanden bemoeilijkt – het liefst lokaal opwekken. Vorige week nog kwam het kabinet met het drastische besluit om in de regio Utrecht voorlopig geen nieuwe stroomaansluitingen meer te verlenen.

Maar het Groene Hart zit niet te wachten op de windmolens. Op een vrijdag in april zijn ruim honderd insprekers afgereisd naar het provinciehuis in Den Haag. Ieder krijgen ze drie minuten de tijd om voor de Provinciale Staten hun zegje te doen – er is twaalf uur voor uitgetrokken. Een enkeling is positief, verder klinkt vooral ongenoegen.

Eén woord keert telkens terug: draagvlak.

Lees ook

Vogels redden of windenergie opwekken? Natuurbescherming en klimaat botsen op zee

Vattenfall installeerde vorig jaar zestien infraroodcamera’s op een turbine om botsingen met vogels te filmen. De camera legt de warmte vast die de vogels uitstralen.

Verduurzaming van onderop

Wethouder Dolf Kistemaker (PRO) van Kaag en Braassem, een van de insprekers, praat enkele dagen later aan de telefoon niet met meel in de mond. Zijn voornaamste bezwaar ligt bij de manier waarop de provincie, in zijn woorden, door de eigen duurzaamheidsplannen van de gemeente heen is „gewalst”.

Hij noemt de gang van zaken „tranentrekkend”. „Als je geluk hebt, word je als gemeente af en toe even bijgepraat, mag je tussendoor nog een keer iets roepen. Er is geen enkele vorm van participatie geweest, noch naar de gemeente, noch naar inwoners.”

Tot enige jaren terug wees de rijksoverheid locaties aan waar windparken zouden komen. In Groningen en Drenthe zorgde dat voor stevig verzet van actievoerders, met intimidatie in de vorm van brandstichting en dreigbrieven. De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) sprak van „extremisme”.

Daarna ging het roer om. De plannen voor verduurzaming moesten voortaan ‘van onderop’ komen, er kwam meer aandacht voor inspraak en participatie.

Mede om deze reden werd in 2019 de Regionale Energie Strategie (RES) in het leven geroepen. Het land werd ingedeeld in dertig ‘energieregio’s’, met clubjes van gemeenten, provincies en waterschappen die gezamenlijk op zoek zouden gaan naar maatregelen om de energietransitie handen en voeten te geven.

Annelies Osinga bij de polder achter haar woning in Rijnsaterwoude.

Foto BRAM PETRAEUS

Zo gingen ook in Holland Rijnland, de regio waar Kaag en Braassem onder valt, de overheden met elkaar om tafel. Maar de zelf gestelde doelen voor 2030 bleken te ambitieus. „Op onderdelen gaat het minder snel dan we hadden gehoopt”, erkent de wethouder. „Op een gegeven moment hebben we gezegd: we gaan het niet redden.”

Daarop trok de provincie, het bevoegd gezag op het gebied van grotere windparken, de regie naar zich toe.

Honderden bezwaarschriften

„We hebben de schone energie gewoon nodig”, zegt gedeputeerde Arno Bonte (PRO) in zijn werkkamer in het provinciehuis. „Anders krijgen bedrijven geen aansluiting meer op het stroomnet, lopen bouwplannen vertraging op. Bovendien willen we klimaatverandering aanpakken, dus moeten we onafhankelijk worden van fossiele brandstoffen.”

Hij zegt de gemeenten de gelegenheid te hebben gegeven om met alternatieven te komen. Maar het aantal zonnepanelen dat je kwijt kunt op daken loopt tegen grenzen aan. En er is ook energie nodig op momenten dat de zon níét schijnt.

Om de doelstellingen alsnog te halen, presenteerde de provincie vlak voor de zomer van 2025 een kaartje met de „technisch best mogelijke locaties” voor windmolens in de betreffende regio’s. Dat bleef niet onopgemerkt. In de weken erna volgde een golf van kritiek, het provinciehuis ontving honderden bezwaarschriften.

Als het aan het drietal ligt, kiest de provincie in plaats van windenergie voor een kleinschalige modulaire kernreactor

„De communicatie vanuit onze kant had op dit punt helderder gekund”, beaamt Bonte. Volgens de gedeputeerde werd het kaartje ten onrechte gelezen alsof de locaties al vast lagen. „Dat is wel een les voor de toekomst. Kaartjes liggen altijd gevoelig, dat hebben we landelijk ook gezien als het ging om stikstof.”

Hierop brachten de Gedeputeerde Staten het aantal „primaire zoekgebieden” in het najaar terug naar drie. De resterende negen potentiële locaties zijn aangemerkt als „secundair zoekgebied” en staan voorlopig op de reservebank.

Er is, zegt Bonte, getracht een „balans te vinden”. „Ik snap dat mensen zich zorgen maken over hun uitzicht, het veranderen van hun woonomgeving. Maar uiteindelijk maken we een belangenafweging. Als ik naar het totaalplaatje kijk, dan weegt een schone energievoorziening op lokaal niveau zwaarder dan het uitzicht.”

‘Draagvlak is om zeep geholpen’

Aan de keukentafel in Rijnsaterwoude zit Annelies Osinga met het echtpaar Willem Beekhuizen (80) en Marleen Delhaes (70), beiden gepensioneerd arts, van de groep Bedreigd Open Landschap. Hun protest begon twee jaar geleden, toen de gemeente Kaag en Braassem inwoners vroeg na te denken over de lokale energiestrategie.

Begrijp de drie niet verkeerd: ze zijn geen tegenstander van de energietransitie. „Maar op deze manier”, zegt Osinga, „wordt het landschap enorm aangetast. Het heet het Groene Hart – dat is niet voor niks.”

Haar bezwaar ligt daarnaast bij het geluid, vooral ook bij het doordringende laagfrequente geluid dat je níét hoort, en de gezondheidsrisico’s die daar volgens de rapporten die op tafel liggen aan kleven. „Wat mij tegen de borst stuit, is de onzorgvuldigheid waarmee besluiten als deze erdoorheen worden gedrukt.”

Als het aan het drietal ligt, kiest de provincie in plaats van windenergie voor een kleinschalige modulaire kernreactor. Willen ze die wél in de achtertuin hebben? „Liever dan al die windturbines”, zegt Delhaes.

Hoewel enkele gemeenten momenteel bezig zijn de haalbaarheid van kernenergie als alternatief voor windmolens en zonneweides te onderzoeken, is de small modular reactor (SMR) op dit moment nog toekomstmuziek: in tegenstelling tot in Rusland en China is er nergens in de westerse wereld een op de markt gebracht.

Protest tegen de plannen voor windmolens in Rijnsaterwoude.

BRAM PETRAEUS

Annelies Osinga (vooraan) met het echtpaar Marleen Delhaes en Willem Beekhuizen van de groep Bedreigd Open Landschap.

Foto’s BRAM PETRAEUS

Wethouder Kistemaker zegt dat er in Kaag en Braassem aanvankelijk draagvlak was voor enkele windturbines. Hij was zelf de dorpen ingegaan, zaaltjes langs, had inwoners gevraagd hoe zij erover dachten. „Daar zeiden mensen: we begrijpen dat we iets moeten doen. Maar het beetje draagvlak dat er was, is vakkundig om zeep geholpen.”

De provincie startte een eigen verkenningsproces op. „Dat loopt hopeloos door elkaar. Dan sta ik in een zaaltje om het over één of twee windmolens te hebben en komt de provincie aan met eigen plannen. Dat snapt niemand meer.”

De gemeenteraad heeft zich inmiddels tegen elke vorm van windenergie gekant. „Als je op geen enkele manier ruimte biedt om het gesprek aan te gaan en te kijken of je elkaar toch ergens kunt vinden, krijg je de hakken in het zand”, zegt Kistemaker.

Bonte benadrukt dat er „intensief overleg” is geweest met de gemeenten. Maar toen dat onvoldoende opleverde, hakte de provincie de knoop door. „Want zeggen: wij willen wel stroom uit ons stopcontact blijven krijgen, maar we gaan geen windmolens op ons grondgebied toestaan, dat kan natuurlijk niet.” 

Impopulaire keuzes

Martijn Groenleer, hoogleraar bestuurskunde aan Tilburg University en hoofdonderzoeker bij TNO, ziet dat het binnen de energieregio’s vaker wringt zodra papieren ambities moeten worden omgezet in praktische maatregelen. „Het formuleren van doelen is al niet eenvoudig, maar dat lukt vaak nog wel. Zodra het concreet wordt, gaat het pijn doen.”

Daar zit volgens hem een breder probleem: impopulaire keuzes worden in de beste traditie van het polderen vooruitgeschoven. Maar, zegt Groenleer, er komt onvermijdelijk een moment dat er knopen doorgehakt moeten worden.

De wethouder beaamt dat. „Er is, en dat kun je de gemeenten ook verwijten, niemand die heeft gedacht: wat betekent het als je de duurzame opwekking van energie handjes en voetjes moet gaan geven? Dan kom je er later met elkaar achter: we doen ons uiterste best, maar er zitten allerlei ruimtelijke beperkingen aan.”

Niet alleen in het Groene Hart ging het zo. Ook in Utrecht wees de provincie vorig jaar locaties aan voor windparken toen gemeenten niet op koers lagen om hun doelstellingen te halen. En ook daar leidde dat tot verontwaardiging.

Het doel van participatie is niet om iedereen tevreden te stellen. Wel om alle belangen goed in beeld te krijgen, zodat wij een goede afweging kunnen maken

Groenleer noemt de RES-aanpak van polderende overheden een „belangrijk mechanisme, maar geen silver bullet”. Volgens de hoogleraar wordt de energietransitie te vaak beschouwd als „uitvoeringsprobleem”. De wil om er altijd met elkaar uit te komen miskent dat het „uiteindelijk ook gaat om een politiek vraagstuk, met winnaars en verliezers”.

Het gevolg is simpel, zegt Groenleer. „Als een conflict dáár niet uitgepraat wordt, krijg je dat gewoon op een andere manier, in een andere vorm, op een ander moment. We dachten dit probleem met decentralisatie en regionalisering weggeorganiseerd te hebben, maar zo werkt het natuurlijk niet.”

Kistemaker begrijpt, zegt de wethouder, dat de provincie soms „vanuit een hoger belang de regie moet pakken”. „Er zijn dingen die heel lastig op lokaal niveau voor elkaar te boksen zijn. Maar dan ga je met elkaar op zoek naar het antwoord op de vraag: waar liggen de problemen en hoe lossen we dat met elkaar op?”

Willem Beekhuizen, Marleen Delhaes en Annelies Osinga verzetten zich tegen de plannen voor de windturbines.

Foto BRAM PETRAEUS

Maar volgens Groenleer is het een illusie te denken dat draagvlak in elk geval een haalbaar streven is. En: „We moeten ook niet doen alsof dat altijd een voorwaarde is. De provincies maken een politieke keuze, een afweging tussen belangen. Zij hebben daarvoor ook de verantwoordelijkheid. Daar moeten we ook open en eerlijk over zijn.”

Ja, zegt ook de gedeputeerde: „Er zijn bezwaarmakers die nog steeds niet tevreden zijn met de plannen. Maar dat is voor mij niet de toetssteen of participatie goed verlopen is. Het doel van participatie is niet om iedereen tevreden te stellen. Wel om alle belangen goed in beeld te krijgen, zodat wij een goede afweging kunnen maken.”

In juni stemmen de Provinciale Staten over de herziening van het Omgevingsbeleid. Dan nog steeds, zegt Bonte, staan de windmolens er niet gelijk de dag erna. In de volgende week fase wordt volgens hem onderzocht wat binnen de aangewezen zoekgebieden de „meest geschikte locaties zijn om ze daadwerkelijk neer te zetten”.

Kijk je goed, dan zie je vanuit de achtertuin in Rijnsaterwoude aan de horizon al windmolens staan, pal langs de snelweg, op ruime afstand van woningen. Dáár zul je inwoners niet snel over horen klagen.

Maar, zegt Osinga, deze windturbines tikken hooguit de negentig meter aan. „De nieuwe zijn nog eens bijna drie keer zo hoog, die hoor en zie je vanaf vele kilometers. En het gaat niet alleen om de turbines zelf, maar er wordt ook beton gestort, er komen wegen naartoe, zwaar verkeer. Het wordt hier gewoon een industriepark.”

Lees ook

Maakt u zich geen zorgen. Maar er komen wel windmolens achter uw huis

Naast deze molen, aan rivier het Gein, ten zuidoosten van Amsterdam, komt een handvol megaturbines, als het ligt aan projectontwikkelaars en een aantal boeren.
Lees het hele artikel