Het was een opmerkelijk bericht, begin juli. Het Rode Kruis besloot te vertrekken uit Ter Apel, waar het eten en drinken uitdeelde aan mensen die asiel aanvroegen maar het overvolle aanmeldcentrum niet in mochten. Door diverse opstootjes was het werk te onveilig geworden voor de tien hulpverleners die er – elke dag sinds eind mei – in afwisselende samenstelling aanwezig zijn. Na garanties van de minister keerde het Rode Kruis terug.
Met noodhulp, op Nederlandse bodem. Waarom? En hoe rijmt die hulp bij Ter Apel met waar het Rode Kruis in Nederland door veel mensen mee wordt geassocieerd? Met EHBO-cursussen en aandacht voor weerbaarheid, met blaren prikken op de Vierdaagse van Nijmegen, met geld en goederen inzamelen voor natuurrampen, crises en noodhulp elders in de wereld?
De aanleiding voor dit portret was een ándere. Dat was een persbericht waarin het Rode Kruis aankondigde dat het in januari ophield met zijn 75 belcirkels. In elke cirkel belde een Rode Kruis-vrijwilliger elke dag met een oudere, die een volgende oudere op een lijst belde, die weer een volgende belde, tot de laatste oudere de vrijwilliger terugbelde. Als iemand niet opnam, kwamen hulpverleners van het Rode Kruis in actie.
Het was de laatste sociale activiteit die het Rode Kruis organiseerde. In het decennium ervoor verdwenen de Rode Kruis-zorghotels en de beroemde Henry Dunant-boot, waar chronisch zieken en gehandicapten vakantie konden houden. In Hulst stopte de organisatie met het begeleid zwemmen, in Dinxperlo met het handwerkuurtje, in Heeze met de bazaar, in Huizen met huisbezoeken, in het hele land met talloze soortgelijke activiteiten die al sinds jaar en dag door het Rode Kruis werden georganiseerd. Veel, waaronder de belcirkels, zijn door andere vrijwilligersorganisaties overgenomen.
Rond dezelfde tijd meldde het Rode Kruis dat het juist doorging met het bieden van voedselhulp in Nederland – zoals het ook al enkele jaren schoolmaaltijden verzorgt. In 2025 hielp het ruim 46.600 kinderen aan schoolmaaltijden, 27.893 mensen ontvingen een wekelijkse boodschappenkaart. „Ze verdienen net te veel om hulp van de voedselbank of de gemeente te krijgen, maar houden na het betalen van hun vaste lasten te weinig over om eten te kopen”, schreef de organisatie.
In coronatijd was het Rode Kruis met voedselpakketten en boodschappenkaarten begonnen. Dat baarde toen opzien – dat in het welvarende Nederland noodhulp nodig was. Voor even, was toen de gedachte. Want dat biedt het Rode Kruis: tijdelijke noodhulp.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/28120642/310726WEE_2035225534_rodekruis2.jpg)
De Rode Kruis-vrijwilligers worden gevraagd bij rampen en ongelukken met meer dan dertig slachtoffers, in Dordrecht doen ze mee aan een rampenoefening van de Veiligheidsregio Zuid-Holland-Zuid op het station van Dordrecht. Acteurs en andere Rode Kruis-vrijwilligers spelen de slachtoffers.
Foto Sammy Jo MullerExplosie in Amsterdam
Maar dat gebeurt vaker dan algemeen bekend is: bij zogenoemde ‘flitsrampen’. Zoals de zware explosie half juni onder een sportschool in Amsterdam-Osdorp, midden in de nacht. Vierhonderd bewoners van een naastgelegen flat werden geëvacueerd omdat er brand was en instortingsgevaar dreigde. Ze mochten pas uren later terug naar huis.
Om „een uur of twee” werd Melle Koch uit zijn bed gebeld. Een belcomputer, aangezwengeld door een beroepskracht van het Rode Kruis die piket heeft, belde vrijwilligers nabij het incident: „Alarm, alarm, alarm. Dit is een oproep van het Nederlandse Rode Kruis voor de functie van noodopvang en ondersteuning. Kan je helpen? Toets 1.”
„Dan is het wakker worden en omkleden”, vertelt Koch (49) twee weken later. In het dagelijks leven is hij manager regulatory affairs in de chemische sector, in 2002, na de oudejaarsbrand in Volendam, meldde hij zich als vrijwilliger: „Op de dijk stond het Rode Kruis.” Hij was er onder de indruk van geraakt.
Binnen een zo kort mogelijke tijd was hij „inzet gereed”. Een aantal vrijwilligers ging meteen naar de rampplek, Koch naar het kantoor om „attributen te halen”. Niet alleen EHBO-tassen, maar ook tandenborstels, telefoonopladers, spelletjes en knuffels voor de kinderen. „Moet je voorstellen: die mensen slapen en zijn net hardhandig door brandweer en politie uit hun huis gehaald. De voordeur is ingetrapt, je huisdier ben je misschien vergeten, je wordt doorgeschreeuwd naar een volgende plek. Wij zijn de eerste die hén aanhoren.”
Zodra er een ramp is met meer dan dertig mogelijke slachtoffers – T30 in jargon – worden de vrijwilligers van het Rode Kruis ingeschakeld door de veiligheidsregio’s. Het heeft de wettelijke taak om dan te helpen.
Zelf heeft de organisatie het over haar „auxiliaire rol”, zoals vastgelegd bij Koninklijk Besluit. Artikel 3 luidt dat het Rode Kruis „voor het gehele Koninkrijk tot taak heeft hulp te verlenen aan gewonden, zieken en anderszins hulpbehoevenden, die slachtoffer zijn van een gewapend conflict, ramp of andere bijzondere gebeurtenis”.
Dat kan gaan om grote ongelukken waarbij het Rode Kruis noodhulp verleent en de hulpdiensten ondersteunt. Of zoals in Limburg na de overstromingen van 2021 met hand- en spandiensten: de Ready2Helpers van het Rode Kruis (burgervrijwilligers) sjouwden met zandzakken en zetten veldbedden op. Rode Kruisers hielpen in coronatijd op vaccinatie- en testlocaties. Of regelen, zoals bij deze explosie in Amsterdam-Osdorp, noodopvang: eten, drinken en een slaapplek.
Koch zegt: „Het begin van een ramp is chaotisch, mensen kijken naar de overheid. Wij scheppen op zo’n moment in korte tijd orde.” Hij is er trots op: „We matchen mensen die elkaar in de paniek misschien zijn kwijtgeraakt, we inventariseren wie medicijnen nodig heeft en laten de huisartsenpost dat weten, we vullen formulieren in waarmee de brandweer of de dierenambulance huisdieren kan terugvinden.”
Wie zelfredzaam is, weet de weg naar familie of vrienden te vinden, „maar er blijft altijd een groep over die geen netwerk heeft”. De inzet in Osdorp was daardoor lang, vertelt hij. Een tweede ploeg vrijwilligers kwam om acht uur ’s ochtends en begeleidde slachtoffers naar een hotel bij Schiphol. Aan het einde van de dag, toen iedereen naar huis mocht, deelde het Rode Kruis de huissleutels uit. En een dag later ondersteunden de vrijwilligers de ambulancedienst van Amsterdam-Amstelland, toen de adrenaline bij mensen was gezakt en zij ademhalings- of andere klachten kregen.
Lees ook
Tijdens de rampenoefening gebeurt in Utrecht alles tegelijk. ‘Is de opvanglocatie al in gebruik?’
Tot de nek in de drek
De overheid wil dat het Rode Kruis „binnen het veiligheidsdomein een betrouwbare partner” is. Dat betekent dat de EHBO-kennis van al die duizenden Rode Kruisers op peil moet worden gehouden – „bekwaam en bevoegd” noemen ze dat zelf. Dan zijn een aantal rampenoefeningen per jaar en trainingen onvoldoende. Dus vind je de vrijwilligers als hulpverleners op evenementen als de Vierdaagse in Nijmegen, de Nationale Herdenking op de Dam of de Zwarte Cross.
Soms, zoals tijdens een wandelevenement in Drenthe in mei, waar de Rode Kruisers in een busje achter de wandelaars aanrijden, is er weinig meer te doen dan het verzorgen van een enkele blaar. Soms, zoals op een hete zaterdag in juni op Tot de nek in de drek, een mud run in Vriezenveen, vallen binnen het eerste half uur al meerdere gewonden.
De eerste die binnenloopt in de tent van Jeroen van Hardeveld (38, ingenieur en 21 jaar vrijwilliger) is een van de organisatoren met een wespensteek. Dan een jongetje met een snee. Hij houdt zijn vinger op ter inspectie. Maar dan, bij de modderbak halverwege het parcours waar de ‘lammetjesrun’ van de kleuters met hun ouders net aankomt, glijdt een moeder uit en verzwikt een enkel.



Rode Kruis-vrijwilligers moeten minimaal 32 uur per jaar evenementenhulp verlenen, zoals hier op Tot de nek in de drek in Vriezenveen
Foto’s Sammy Jo MullerTwee Rode Kruis-vrijwilligers op mountainbike zijn er snel bij: de één onderzoekt het slachtoffer en legt een cold pack op haar enkel, de ander probeert via de portofoon vervoer te regelen. Wat zij nog niet weten, is dat er elders langs het parcours óók twee verstuikte enkels zijn.
Operationeel leider Denny Ordelmans (51, ict-medewerker en 28 jaar vrijwilliger) wel. Vanuit de kantine van de manege waar de mud run wordt gehouden, houdt zijn verbindingsteam alles op computers in de gaten. De triage wordt in de Rode Kruis-tent door een arts en een verpleegkundige gedaan, zij beslissen of iemand naar het ziekenhuis moet. Ordelmans doet het „puzzelen”, zoals hij het noemt. Want als er drie rolstoelen tegelijk op pad gaan, met elk weer een vrijwilliger, ontbreekt het Rode Kruis elders langs het parcours.
Ordelmans en coördinator Menno Kampherbeek (31, industrieel elektromonteur, 15 jaar vrijwilliger) zijn er van overtuigd dat dit soort dagen hen helpt als er een echte ramp is. Dat „de automatiek er dan in schiet”, zegt Kampherbeek.
Elke Rode Kruiser moet minimaal 32 uur per jaar evenementen ‘draaien’. Het weekend van Tot je nek in de drek zijn er in Vriezenveen zestig vrijwilligers actief, 95 in Harlingen bij de Tall Ships Races, veertien op een triatlon in Didam, dertien bij een gratis concert van een Amerikaanse band in Steenwijk, talloze duo’s en trio’s op kleinere evenementen als braderieën en dorpsfeesten. En tien hulpverleners, onder wie vrijwilligers, in Ter Apel.
Teleurstelling over nieuwe koers
Tien jaar geleden had het Rode Kruis nog 28.850 vrijwilligers en 412 betaalde krachten, nu zijn er nog 8.400 vrijwilligers en 668 betaalde krachten, exclusief de 23.000 Ready2Helpers die alleen in actie komen wanneer er praktische hulp nodig is (38.051 in 2016). Voldoende voor alle kerntaken én alle evenementen, zegt Suzanne Segaar, hoofd nationale hulpverlening.
De afname heeft volgens het Rode Kruis te maken met het afstoten van de sociale activiteiten, waarmee de directie in 2017 begon. De focus ging terug naar hulpverlening in crisissituaties en de preventie van nood.
Eén van die afhakers is een verslaggever van De Twenterander. Op Tot de nek in de drek zegt hij teleurgesteld te zijn dat het vrijwilligerswerk zich nu zo richt op crisisbeheersing. Dat de organisatie te professioneel is geworden.
Het is kritiek die vaker wordt geuit, maar die weinigen met naam in NRC willen herhalen. Het is niet alleen zo dat het Rode Kruis stopte met de sociale activiteiten, zeggen de critici, maar ook dat de honderden lokale afdelingen, die redelijk autonoom opereerden, fuseerden tot tien regio’s. Er kwam meer centrale sturing.
De woordvoerder van het Rode Kruis komt in Vriezenveen tussenbeide en zegt dat er „meer structuur” is gekomen, dat eerder „elke locatie eigen dingen deed”. Segaar zegt later op het hoofdkantoor in Den Haag: „De creatieve clubs, de vakanties en alles, die waren fantastisch. Alleen was het geen noodhulp. Doordat we veel meer focus hebben, zijn we wendbaarder. We kunnen veel beter op- en afschalen en daardoor staan we paraat voor wat er ook op ons afkomt.”
Ze beaamt dat het afstoten van de sociale activiteit „heel pijnlijk” was. Maar Segaar staat er nog steeds achter: „De huidige situatie bevestigt dat.” Ze zegt dat het Rode Kruis inderdaad een professionaliseringsslag heeft gemaakt: „Neem de evenementenhulp, daar gaat een stevig traject aan vooraf met risicoanalyses. De afgelopen tijd zag je marathons en de hitte. Dat brengt risico’s met zich mee. Is het wel veilig genoeg, ook voor de hulpverleners?”
„Ik denk dat twintig jaar geleden iemand met een goede EHBO-cursus hulp kon verlenen”, vertelt Segaar. Nu zijn er landelijke veldnormen, bijvoorbeeld welke training iemand gedaan moet hebben om ingezet te kunnen worden bij een evenement. „Als je een specialisatie hebt gedaan, dan ben je weer breder inzetbaar. Maar je hoeft het niet allemaal te doen.” Zo’n specialisatie is bijvoorbeeld evenementenhulp, of ‘drank en drugs’.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/28120750/310726WEE_2035225534_rodekruis5.jpg)
De Rode Kruis-tent op Tot de nek in de drek in Vriezenveen.
Foto Sammy Jo MullerNoodpakket met bonen
Marlies ’t Erve (67), na deze zomer gepensioneerd docent Engels, is zo’n Rode Kruiser die wel van alles doet. Ze geeft EHBO-cursussen in Enschede, is regiocoördinator, lid van het team dat 24/7 incidenten monitort waarbij het Rode Kruis eventueel kan worden ingezet. Vorig jaar belde ze hotels af om plekken te regelen voor nareizigers. „De aanmeldlocatie in Zevenaar was vol. Dan was het ‘kunnen jullie voor twee, drie nachten onderdak regelen voor een moeder met zes kinderen’?”
Birgit Roeterdink (67, organiseerde farmaceutische congressen) is een paar jaar vrijwilliger. Zij zegt juist: „Ik ben niet zo van het pleisters plakken, laat mij de educatie maar doen.”
Samen staan ze in een buurthuis in Enschede. ‘Goed voorbereid’ heet de workshop die ze geven, en het Rode Kruis geeft hem door het hele land. De organisatie was betrokken bij het opstellen van de paarse overheidsfolder ‘Denk Vooruit’, die ieder huishouden heeft gekregen, doet mee aan de pilots voor gemeentelijk noodsteunhulppunten waar mensen bij bijvoorbeeld een grote stroomuitval terecht moeten kunnen, en helpt gemeenten bij projecten om inwoners ‘weerbaar’ te maken. Daar past de workshop bij.
Lees ook
Water, eten, kattengrit? In Twente leren kinderen zelf wat er in het noodpakket moet. ‘Ik zei toch, géén cola’
In Enschede zit het buurthuis vol met gepensioneerden die lid zijn van ouderenbond ANBO/PCOB. In de pauze komen goedgevulde borrelplanken en drankjes op tafel. Ze hebben eerder bijeenkomsten gehad over babbeltrucs en over testamenten.
Roeterdink laat een noodpakket zien dat het Rode Kruis verkoopt en zegt: „Dit is allemaal niks niet moeilijk”. ’t Erve vertelt de groep dat een noodvoorraad uit van alles mag bestaan: „Want dan zit je al sneu in het donker en heb je alleen maar bruine bonen en water. Maak het gezellig. Maak het niet naarder dan het al naar is.”
Een deelneemster schrijft driftig tips op gele post-its, een ander noteert de frequentie van de regionale omroep, een echtpaar spreekt over een zaklamp naast het bed. Hard wordt gegrinnikt als een vrouw vertelt dat ze voor noodgevallen een fluitje heeft, dat ze nu alleen gebruikt als haar echtgenoot te hard doorfietst en niet stopt.
Lees ook
In Hoek van Holland wordt zelfredzaamheid sámenredzaamheid. ‘De overheid komt wel, maar wat doe je in de tussentijd?’
De cursussen passen binnen de afgeslankte koers van het Rode Kruis, zegt hoofd nationale hulpverlening Segaar. „De eerste 72 uur bij een ramp zijn de noodhulpdiensten druk met levensreddende hulp en kunnen ze niet overal zijn. Hoe zorgen wij dan dat we in wijken en buurten zijn, en dat die samen redzaam zijn? Daar kunnen we echt mensen op voorbereiden. Het is meer de preventiekant.” Ze zegt: „Vanuit internationale ervaring weten we hoe goed voorbereiding helpt.”
Ze vertelt dat het Nederlandse Rode Kruis, net als afdelingen in andere Europese landen, de komende jaren uitgaat van meer vluchtelingenstromen, meer conflicten, meer extreem weer, en daarmee de noodzaak van een meer weerbare samenleving. „Waar we altijd gericht waren op andere continenten, kijken we nu veel meer naar Nederland”, zegt Segaar. „Dat was het uitzonderlijke van de afgelopen jaren: we zien hier meer slepende crises ontstaan.”
Ze zegt: „Zeven jaar geleden hadden we nog het gevoel ‘we zijn in Nederland eigenlijk niet nodig, misschien moeten we alleen fondsenwerven en internationaal bezig zijn’. We waren decennialang gewend dat het allemaal hartstikke goed ging. Het Rode Kruis was er bij de Watersnoodramp (1953) en in de Tweede Wereldoorlog. Maar veel mensen hebben onze hulp niet meer zelf ervaren.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/07/28120947/310726WEE_2035225534_rodekruis10.jpg)
Rond het aanmeldcentrum in Ter Apel verleent het Rode Kruis noodhulp aan mensen die het centrum niet binnen mogen omdat het daar te vol is.
Foto MARCEL J. DE JONG / ANPTijdelijke noodhulp
Dat het Rode Kruis al een paar jaar hulp verleent aan Oekraïense vluchtelingen, ook op andere asiellocaties dan Ter Apel vluchtelingen helpt en in het hele land voedselhulp verstrekt, is veel mensen ontgaan.
Maar wanneer houdt tijdelijk op en wordt hulp structureel? De individuele ontvanger krijgt weliswaar maar zes maanden lang een boodschappenkaart, maar het Rode Kruis runt het voedselprogramma inmiddels zes jaar. In Ter Apel duurt tijdelijk nu ruim twee maanden, zonder uitzicht op een einde. Het is bovendien niet de eerste keer dat de vrijwilligers daar staan.
„We kunnen een makkelijke discussie voeren of dit nog noodhulp is”, zegt Segaar over Ter Apel. „Het is niet zo ingewikkeld: wij zeggen dat dit te voorkomen is. Als crisisorganisatie zeggen we ‘dit is planmatig’ en dat geven we ook elke dag in een vertrouwelijke dialoog met de overheid aan, soms ook voor de schermen. Vervolgens zien we op het gras in Ter Apel mensen voor wie geen plek is. Dus los van wat de overheid doet: dit zijn mensen, ongeacht wie ze zijn of waar ze vandaan komen.”
Ze zegt: „Dat is de belofte van het Rode Kruis. Het maakt niet uit wie jij bent. Als jij in nood bent, dan zijn we er voor jou. Wereldwijd, heel lokaal. In een onrustige samenleving waarin niet iedereen zich veilig voelt.”


/https://content.production.cdn.art19.com/images/5c/f1/5c/b4/5cf15cb4-3eae-48af-af9f-6c2feb12b858/fe0b0e450c1acdd88d1edba6c6e41e71002674b513ff54d9d36c168809ec8019eb1ad4fe32035569725b15e4c884bda154b4895cb6df8b07b3c2078dba71ad7d.jpeg)

/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data151932880-7bb79e.jpg)



/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/05214753/050826VER_2035740527_bol2.jpg)

English (US) ·