Overal waar Julien Chaubet kijkt, hangt rook. Het is 9 juli, rond 20.00 uur, en de Belgische Chaubet ziet de vlammen in razend tempo naderen. Hij schat de afstand tussen de brand en het huis van een bevriend echtpaar, waar hij met zijn vrouw en het gezin van zijn zoon vakantie viert, nabij het Andalusische dorp Bédar, op zo’n vijftig meter.
Even overwegen ze het vuur binnen af te wachten, in de hoop dat de stenen genoeg bescherming bieden, maar de paniek laat dat plan toch niet toe. Om 20.07 uur stappen ze in de auto – een beslissing die hun leven heeft gered. Chaubet slaat een steile weg in, richting de dorpskern van Bédar, maar die blijkt afgesloten. Hij draait om en zet koers richting het nabijgelegen plaatsje Antas, via een weg die hij toevallig kent van het fietsen in het bergachtige gebied waar hij al 25 jaar komt. De vuurzee is vanuit de auto goed te zien, maar de weg is begaanbaar genoeg.
Ruim een uur na hun vertrek komt het gezelschap van zeven met twee auto’s via Antas in de kustplaats Garrucha aan, op zo’n twintig kilometer ten oosten van Bédar. Daar is de groep veilig voor de brand en brengen ze de nacht door. Maar niet iedereen in Bédar weet aan het vuur te ontkomen. Acht Britten, drie Belgen, een Fransman, een Amerikaan en een Spanjaard komen om.
De brand in de Zuid-Spaanse regio Andalusië is de dodelijkste brand in Spanje sinds 1984. Waarom vielen hier zoveel dodelijke slachtoffers? NRC reconstrueerde het verloop van de brand en de evacuatie van de omgeving aan de hand van gesprekken met ooggetuigen, nabestaanden en deskundigen, (sociale)mediaberichten, satellietbeelden en de beschikbare data van weerstations in de buurt van de brand.
Wat vooraf gingUrbanisatie in een brandgevoelig natuurgebied
Bédar is een gemeente in de Spaanse provincie Almería, in de zuidelijke regio Andalusië. De bergachtige dorpskern telt ruim negenhonderd inwoners en biedt een wijds uitzicht op de omliggende vallei. Rondom de witte huizen en kronkelige straatjes in de dorpskern liggen villa’s en vakantiehuizen op bergtoppen midden in de natuur, veelal in het bezit van Nederlanders, Belgen en Britten die er al jaren wonen.
Zij hebben deze locaties uitgekozen vanwege de schitterende vergezichten en het Spaanse klimaat. De keuze om midden in de natuur te wonen betekent ook dat de huizen vaak afgelegen liggen en slechts via één bergweg te bereiken zijn. Dat maakt ze zeer kwetsbaar.
De provincie Almería kent weinig bosgebied, maar heeft lage, struikachtige begroeiing met gras ertussen, vertelt brandweerman Jose Antonio Sández Flores telefonisch. Hij is al 24 jaar werkzaam bij de Bombero Forestal Especialista (BRICA), een elite-eenheid binnen de brandweer, en heeft ervaring met de bestrijding van bosbranden in heel Spanje. Die begroeiing – die welig groeide dankzij een ongewoon nat voorjaar – brandt erg goed en is heel moeilijk te blussen, ook vanwege het steile terrein.
Andalusië kent ieder jaar een lang bosbrandenseizoen, van ongeveer half mei tot half oktober. Begin juli waren de omstandigheden voor een brand zelfs perfect: Er was sprake van de zogenoemde 30-30-30-situatie met een temperatuur boven de 30 graden, een luchtvochtigheid onder de 30 procent en windstoten van meer dan 30 kilometer per uur. En dat al dagenlang.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/21093851/240826BUI_2036025210_bedarVUUR1.jpg)
Vlammen laaien op in de buurt van een huis in Los Gallardos, een plaats nabij Bédar, in de provincie Almería.
Foto Francis Gonzalez/Getty Imagesde brand‘Het vuur krijgt een eigen leven’
De 112-noodcentrale in Andalusië ontvangt op donderdag 9 juli om 16.35 uur de eerste telefoontjes over een brand in de buurt van Almocáizar, een plaatsje op 15 kilometer ten zuiden van Bédar, schrijft de Spaanse krant El País. Volgens de eerste conclusies uit de lopende onderzoeken naar de brand heeft een losgeraakte elektriciteitskabel een bermbrand veroorzaakt langs kustweg N-340, ter hoogte van Almocáizar.
Julien Chaubet maakt om 16.51 uur een foto van de brand langs de A7, een snelweg iets verderop, ter hoogte van de afrit naar Sorbas. Hij heeft zijn zoon net opgehaald vanaf het vliegveld van Almería en rijdt terug richting Bédar als hij de rookpluimen ziet. Aan omdraaien denkt hij niet – hij heeft op dat moment nog geen idee dat het vuur zich snel richting Bédar zal uitbreiden. Maar veel inwoners van de gemeente maken zich dan al zorgen en bellen de burgemeester over de rook die zij zien. Om 17.00 uur belt burgemeester Ángel Collado daarom zelf naar de noodcentrale, schrijft El País, waar hij geïnformeerd wordt over het ontstaan van het vuur.
De stevige wind die middag maakt dat de bermbrand zich in ongekend tempo kan verspreiden. „Door de wind vlogen brandbare vonken over, die honderden meters verder neerdaalden en ook daar de vegetatie in brand zetten”, zegt brandweerman Sández Flores. De richting van die verspreiding is onmogelijk te voorspellen, legt hij uit, omdat de wind voortdurend draait – afhankelijk van het tijdstip van de dag en de steile kloven en dalen in het gebied. „Het vuur krijgt een eigen leven, het is als een monster”, omschrijft Sández Flores.
„Het is duidelijk dat de wind heel veranderlijk is geweest op deze dag”, bevestigt meteoroloog Reinier van den Berg op basis van de data van een weerstation nabij de brand. „Vanaf 15.00 uur schiet de wind alle kant op qua richting. Rond 16.00 uur en 19.00-20.00 uur zien we ook windvlagen van respectievelijk ruim 20 tot rond 30 km/uur. Dat is niet heel imponerend qua windsnelheid, maar voor een brand zijn die windvlagen natuurlijk wel gunstig.”
Dat de bestrijding onmogelijk lijkt, betekent niet dat de autoriteiten het niet proberen. Meer dan vijfhonderd mensen bestrijden de vlammen die donderdagmiddag, schrijft El País. Op dat soort momenten proberen brandweerlieden het vuur in te sluiten, legt Sández Flores uit: ze blussen niet, maar halen vegetatie weg zodat de brand niet verder kan. „Je moet tegen het vuur blijven vechten.”
Live

Sorry, het lukt niet om de video af te spelen.
of probeer het later nog eens.
Een video van de bosbrand nabij Bédar.
video reutersEen uur na het uitbreken van de brand besluiten de gemeentebesturen van Bédar en de omliggende plaatsen Los Gallardos en Antas in actie te komen door bewoners huis aan huis te informeren over de brand en een eventuele evacuatie, zo reconstrueerde de Spaanse radiozender Cadena Ser een dag later. Ze beginnen in de wijken het dichtst bij de oorsprong van de brand.
In Bédar laat burgemeester Collado de kerkklokken luiden om inwoners te waarschuwen, vertelde raadslid Manoli Ramos aan persbureau AFP. Ook besluit Collado langs de deuren te gaan, samen met een lokale politieagent en een lid van de brandweer. Welke huizen zij precies bereiken voor de vlammenzee te dichtbij komt en welke boodschap zij daar geven – thuisblijven of vertrekken – is niet duidelijk.
De Belgische Isabelle Broods, eigenaar van een bed and breakfast net buiten het dorp, kreeg rond 19.15 uur een telefoontje van de brandweer met het verzoek te evacueren. Mogelijk hebben ze ook bij haar aan de deur gestaan, maar ze was in het dorp. „Gelukkig hadden we op dat moment geen gasten”, zegt ze telefonisch. Over de inzet van de brandweerman en de politieagent is ze zeer te spreken: „Zij hebben hun leven geriskeerd om zoveel mogelijk mensen te waarschuwen.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/20164023/240826BUI_2036025210_bedar3.jpg)
Op zaterdag 11 juli, twee dagen na het begin van de brand, blijkt dat dit huis gespaard is gebleven.
Foto Gregorio Marrero/APEen huis-aan-huis-strategie wordt niet altijd gehanteerd bij bosbranden in Spanje. Via het landelijk waarschuwingssysteem – ES-alert genaamd, vergelijkbaar met het Nederlandse NL-alert – kunnen waarschuwingen naar alle telefoons in een specifieke regio gestuurd worden. De regionale regering beslist over de inzet daarvan, in de regio’s Aragón, Madrid en Castilië-La Mancha gebeurde dat begin juli ook vanwege branden daar.
De Andalusische minister van Volksgezondheid en Noodsituaties, Antonio Sanz, besloot het waarschuwingssysteem niet te gebruiken. „Het ES-alert-systeem is ontworpen voor grote dekkingsgebieden. In Los Gallardos [de brand bij Bédar] werd het niet gebruikt omdat het in zo’n kleine gemeenschap niet mogelijk is om nauwkeurig te onderscheiden wie moet worden geëvacueerd en wie ter plaatse moet blijven, wat tot verwarring had kunnen leiden”, zo lichtte hij na afloop toe in een bericht op X. Uit angst dat de wegen vol zouden stromen met mensen die helemaal niet in gevaar waren, koos hij voor de lokale methode. „Het beschermen van levens is altijd de prioriteit.”
Dat het systeem niet gebruikt is, leidt tot veel vragen en boosheid onder inwoners van Bédar en nabestaanden van de slachtoffers. Volgens de Nederlandse Celeste Picken, die al twaalf jaar aan de noordkant van Bédar woont, zijn er fouten gemaakt bij het waarschuwen. „Het is allemaal zo snel gegaan en er heerste veel onduidelijkheid. De autoriteiten hebben gezegd dat mensen ingelicht zijn maar er waren geen sirenes en het alarmsysteem is niet gebruikt omdat het te veel verwarring zou veroorzaken. Is er dan eigenlijk wel gewaarschuwd?”
Brandweerman Sández Flores benadrukt het belang van gerichte informatie waar minister Sanz op wijst. „Bij een brand wordt afgeraden de bergen in te gaan zonder te weten waar je heen moet.”
Er gingen ook onofficiële waarschuwingen rond van buurtgenoten die anderen opriepen te evacueren, op verschillende socialemediakanalen. In de Facebookgroep Bédar Village People – 3.800 leden – stromen vanaf 17.00 uur berichten over de brand binnen. In de uren die volgen worden veel vragen gesteld over de gebieden die geëvacueerd worden en wat de beste vluchtroutes zijn. Om 19.41 uur schrijft de beheerder van de groep: „Be ready to get out. Tell everyone”. Om 20.10 uur plaatst de beheerder een vervolgbericht waarin iedereen wordt opgeroepen te evacueren naar het dorp Lubrin – 12 kilometer verderop. „Get out now” staat erbij. De onofficiële waarschuwingen bereiken veel mensen in de gemeente. Zo lijkt precies te zijn gebeurd wat de minister niet wilde: mensen die uit eigen beweging de weg op gingen.
Picken hoorde die donderdagavond ook niets van de autoriteiten, terwijl ze de rookpluimen wel dichterbij zag komen, zegt ze aan de telefoon. Rond 20.00 uur besloot ze daarom zelf haar huis te verlaten, met de auto naar vrienden in het nabijgelegen Antas. Haar huis bleef uiteindelijk gespaard.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/21094810/240826BUI_2036025210_bedarVUUR3.jpg)
Op 10 juli brandt het vuur nog op de heuvels rondom Bédar.
foto jose jordan/AFP/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/20164012/240826BUI_2036025210_bedar2.jpg)
De verwoestende kracht van de natuurbrand is goed te zien in het landschap rond Bédar.
foto jon nazca/REUTERSDe vrienden van de Belgische Chaubet ontvangen, terwijl ze thuis zitten, WhatsApp-berichten over ontruimingen in nabijgelegen dorpen. Hun huis buiten het dorp ligt aan de Paraje el Curato, een doodlopende weg. Waar Chaubet om 19.09 uur nog op het terras op de foto gaat met een rookpluim in de verte, gaat het gesprek een half uur later over evacueren – verrast door de snelle verspreiding van het vuur. Van de autoriteiten hebben ze nog altijd niets gehoord. Een uur na het maken van de foto stappen ze in de auto.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/24143343/240826BUI_2036025210_bedarChaubet.jpg)
Om 19.09 gaat Julien Chaubet op de foto met een rookpluim in de verte.
foto julien chaubetDat bleek net op tijd. Een groep van negen bewoners die verderop in de straat wonen, overleeft de brand niet. De Belgische Thomas-Wolf Verdonckt had die donderdagavond vlak voor 21.00 uur voor het laatst telefonisch contact met zijn vader Stanislas (63). Zijn vader woont al jaren in Bédar en sloeg met negen buurtgenoten in meerdere auto’s op de vlucht. Maar de enige weg die ze vanaf hun woningen konden nemen, – dezelfde weg die Chaubet vlak daarvoor nog nam – was inmiddels onbereikbaar door de vlammen. De groep buurtgenoten was daarom gedwongen in zuidoostelijke richting te rijden, waar de weg doodliep en ze werden ingesloten. In paniek probeerden zij toen nog te voet te vluchten voor de brand. Rond 01.00 uur in de nacht van donderdag op vrijdag werden de lichamen van acht mensen gevonden. Twee personen werden naar het ziekenhuis gebracht, waar een van hen een paar weken later overleed.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/20164035/240826BUI_2036025210_bedar6.jpg)
In dit screenshot uit een video zijn de uitgebrande auto’s te zien aan het eind van de Paraje el Curato.
Foto Atlas via REUTERSIn een verklaring tegenover persbureau Reuters stelde de Andalusische regering dat burgemeester Collado de bewoners had aangespoord om thuis te blijven en te schuilen voor de brand. Volgens Verdonckt is dat onjuist: hij zegt dat zijn vader en de andere bewoners met wie hij vluchtte geen handelingsadvies hebben ontvangen. In een interview zei de burgemeester dat een buurtgenoot de groep geadviseerd had om binnen te blijven.
De ouders van de Britse Danielle Gillam-Kirton behoren tot een tweede groep mensen die de brand niet overleven. Gillam-Kirtons moeder Fran Gillam stuurde om 18.45 uur nog een video van rook in de verte, om 19.53 uur ontving Gillam-Kirton een bericht dat haar ouders uit hun huis vertrokken waren. Dat is het laatste contact. „Ik bleef tot na middernacht op om contact met hen te krijgen, maar veel mensen dachten dat de zendmasten waren vernietigd”, mailt Gillam-Kirton. Voor zover ze weet hebben ook haar ouders geen officieel handelingsadvies gekregen
Op zaterdag, twee dagen na de brand, komt ze aan in Bédar, waar ze de uitgebrande auto van haar ouders voorbij zag komen op een takelwagen. Pas op maandagmiddag ontvangen Gillam-Kirton en haar zus een officieel bericht van de Guardia Civil over het overlijden van haar ouders. Ze werden gevonden bij hun auto op de weg die van hun huis naar de naburige gemeente Los Gallardos loopt, waar ze werden ingesloten door het vuur. Op diezelfde plek komen nog twee mensen om het leven, zegt Gillam-Kirton. Twee anderen werden zwaargewond naar het ziekenhuis gebracht, een van hen overleed kort na de brand.
De gemeente Bédar en de Andalusische regering reageren niet op vragen van NRC hierover. Brandweerman Raúl Jodar Collado, die langs de deuren ging, reageert schriftelijk dat hij niet over het onderwerp wil praten. „Er lopen momenteel aangiften en gerechtelijke procedures. We hebben ons leven op het spel gezet om mensen te redden, en veel andere mensen die ik kende zijn overleden en we konden niets doen.”
De nasleep Geld, mobiele telefoons en botresten
In de nasleep van de brand voelt Gillam-Kirton zich in de steek gelaten door de lokale autoriteiten, schrijft ze in een mail. „Onze familie en andere nabestaanden hebben enorm veel werk moeten verzetten om vast te stellen wat er met onze dierbaren is gebeurd.” Zo wees de Guardia Civil haar een onjuiste locatie aan als de plek waar haar ouders overleden zouden zijn.
Na lang aandringen mocht ze op woensdag 19 augustus de auto van haar ouders bekijken. „Ons was verteld dat er geen persoonlijke bezittingen van mijn ouders meer waren achtergebleven en dat de auto grondig was doorzocht door een forensisch team. Maar tijdens het doorzoeken vonden we sleutels, geld, hun mobiele telefoons, het horloge van mijn vader, sieraden van mijn moeder. En we vonden botten rondom de bestuurdersstoel.”
Thomas-Wolf Verdonckt overkwam hetzelfde. Nadat hij de Guardia Civil al een week lang had verzocht de persoonlijke bezittingen en botresten weg te halen op de plek waar zijn vader was gestorven – hij zag het daar zelf liggen, vertelt hij telefonisch – klopte hij bij de burgemeester aan met het verzoek mee te gaan naar het hoofdkantoor van de Guardia Civil. „Na lang aandringen zijn we erin geslaagd het hoofd van de Guardia Civil te overtuigen om diezelfde dag de resten te verzamelen.”
Samen met Gillam-Kirton en haar man ging hij op pad. „Helaas was dit vrij haastig en onvoorbereid waardoor Danielle, haar man en ikzelf de locaties moesten aanduiden en met eigen handen de resten moesten verzamelen”, schrijft Verdonckt in berichten aan NRC. „Wij voelen ons vernederd.”
Gillam-Kirton: „Families hadden niet aan hun lot mogen worden overgelaten om zelf de resten en persoonlijke bezittingen van hun dierbaren te moeten zoeken. Dat is iets wat ons voor altijd bij zal blijven.”
De Guardia Civil uit Almería zegt in reactie op vragen van NRC dat er zorgvuldig forensisch onderzoek heeft plaatsgevonden en dat de gevonden botresten worden onderzocht.
Lees ook
Zes weken na de dodelijke natuurbrand in het Spaanse Bédar treffen nabestaanden zelf botresten aan
Hoe is zo’n gevaarlijke brand te voorkomen? Brandweerman Sández Flores noemt een goede voorbereiding het belangrijkst. „Je moet jouw stuk grond goed bijhouden, bijvoorbeeld door de begroeiing te verwijderen. Vroeger hadden de mensen op het platteland daar dieren voor: geiten, koeien, paarden, muilezels, die liepen over het land en maakten paadjes.” Nu gaan mensen op het platteland wonen omdat ze het mooi vinden, zegt hij, maar daar komt wel een verantwoordelijkheid bij kijken.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/21093923/240826BUI_2036025210_bedarCollado.jpg)
De Andalusische minister van Ecologische Transitie, Sara Aagesen (derde van links), bezoekt Bédar op 14 juli, vergezeld door burgemeester Ángel Collado (derde van rechts).
foto Marian Leon/Getty ImagesWat niet helpt bij de preventie is dat de brandweerlieden in de zomer steeds vaker ingezet worden, waardoor ze in de winter minder tijd hebben voor voorbereidingen, vertelt Sández Flores. „Voorheen moesten we in de winter het bos opruimen en brandgangen aanleggen. Nu moeten we in de winter steeds meer vrij nemen om de overuren van de zomer te compenseren. Soms ben ik wel tweeënhalve maand vrij.” Er is in Spanje een gezegde dat luidt dat je bosbranden dooft in de winter, zegt Sández Flores. Maar hij ziet steeds meer verwaarloosde bossen.
De dodelijke brand heeft een grote schok en verslagenheid teweeggebracht in het dorp, vertelt Celeste Picken. Naast het juridische onderzoek naar de evacuatie van de inwoners van Bédar, heeft een aantal dorpsbewoners recent een werkgroep opgericht om te onderzoeken wat er beter kan en om dodelijke slachtoffers in de toekomst te voorkomen. De groep heet de ‘Bedar Fire Working Group’, Picken is de woordvoerder. „We willen kijken hoe we mensen beter kunnen helpen met hun huis voorbereiden op branden en met het opzetten van waarschuwingssystemen.” De groep is niet bezig met de schuldvraag, zegt ze. „We willen kijken naar de toekomst, niet naar het verleden. Het is heel moeilijk, zoveel mensen zijn hun leven verloren en alles kwijt, maar we moeten echt verder.”
Gillam-Kirton is ook niet op zoek naar veronderstellingen over wie verantwoordelijk is. „We vragen om een grondig en onafhankelijk onderzoek naar de gehele reeks gebeurtenissen — niet alleen wat de brand heeft veroorzaakt, maar ook hoe de waarschuwingen werden doorgegeven, wie er werd opgedragen te evacueren en wanneer, en of er voldoende is gedaan om mensen te beschermen”, schrijft ze. Om dat te bekostigen hebben de nabestaanden een crowdfundingsactie opgezet. „Mensen moeten begrijpen dat dit niet zomaar een verhaal is over een bosbrand en de slachtoffers ervan. Het is ook een verhaal over wat er daarna gebeurde.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/20164028/240826BUI_2036025210_bedar4.jpg)
De omgeving van Bédar is zwartgeblakerd na de dodelijke en verwoestende brand.
foto Gregorio Marrero/ap

/https://content.production.cdn.art19.com/images/08/19/ce/f6/0819cef6-0edd-411f-a41d-73834a0f6a8c/f58cdbb7813607b3eec9ae775219f6c33d7466d4507033da7073ec0572d9d3a00e94813094827b4d8982b014d130a8df9e13f78e25be1830d767b0f2c1f007a6.jpeg)
:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/taxonomy/06b57cb-AanZet_itemafbeelding.png)





/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/22123646/220826CUL_2035986731_10.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/23183142/230826SPO_2036067359_GroningenPSV01.jpg)
English (US) ·