Historische slavernijresolutie deed wereldbeelden botsten. ‘Je wilt toch zoveel mogelijk landen meekrijgen’

2 uren geleden 1

Boven in de zaal van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in New York zat Oliver Barker-Vormawor in stilte te tellen. Een voor een stonden de vertegenwoordigers van landen op om hun zegje te doen, voorafgaand aan wat een historische stemming zou blijken. Tot het laatste moment hadden Barker-Vormawor en anderen uit Ghana’s voor deze gelegenheid uitgebreide delegatie gelobbyd voor wat zo ter tafel zou komen.

In de stiltes en woorden die werden gebruikt, zocht de advocaat naar aanwijzingen: zou hun resolutie, die de trans-Atlantische slavenhandel voor het eerst kwalificeert als „ergste misdaad tegen de menselijkheid” en daarbij aanstuurt op herstelmaatregelen – waaronder financiële compensatie – het gaan halen?

Barker-Vormawor was optimistisch de dag begonnen, maar eenmaal in de zaal sloeg de twijfel toch toe. Hoe Europese landen dadelijk gingen stemmen, dat wist hij wel. Berichtjes van hun diplomaten over rode lijnen stonden in zijn telefoon. Maar Azië? Latijns-Amerika? Een flink aantal landen had vooraf gezegd de resolutie te steunen. En toch. „In de Ghanese politiek hebben we de term ‘fear delegates’”, grapt Barker-Vormawor. „Je weet nooit hoe mensen gaan stemmen tot het erop aankomt.”

Het werd een botsing van werelddelen – en van wereldbeelden. Aan de ene kant de landen wier geschiedenis werd getekend door de slavernij en kolonialisme. En aan de andere kant het Westen; worstelend met een groeiende druk, ook van hun eigen bevolking, om rekenschap te geven voor hun rol in deze pijnlijke geschiedenis.

Te controversieel

Het mondiale Zuiden schaarde zich vorige maand massaal achter de door Ghana geformuleerde en door de Afrikaanse Unie gesteunde resolutie. Na wekenlange en hoogoplopende onderhandelingen stemden in totaal 123 landen, van Brazilië tot Indonesië, voor. Alleen de Verenigde Staten, Argentinië en Israël stemden tegen. 52 anderen, waaronder Nederland en andere West-Europese betrokkenen bij de slavenhandel, onthielden zich van stemming. De Nederlandse VN-vertegenwoordiger benadrukte daarbij wel „de diepe onrechtvaardigheid” van de slavernij.

Lees ook

Nederland onthield zich van stem bij VN-besluit over het slavernijverleden. Bittere reacties: ‘Excuses worden zo teruggedraaid’

De Door of No Return in Ouidah, Benin, een gedenkteken voor tot slaaf gemaakte Afrikanen.

Ook zonder westerse steun ziet de Ghanese delegatie de uitkomst als een historisch succes. Voor Ghana’s president John Dramani Mahama is dat succes ook persoonlijk: een half jaar eerder had hij voor dezelfde Algemene Vergadering aangekondigd dat hij met een motie van deze strekking zou komen. „Je zou kunnen zeggen dat hij erg optimistisch was, of wellicht wat naïef, over de complexiteit van het opstellen van zo’n resolutie”, zegt advocaat Barker-Vormawor, die later werd aangesteld als adviseur. „Maar dat werd het bevel.”

Passagiers varen op een veerboot van Dakar naar het eiland Gorée voor de kust van Senegal, 26 maart 2026. Van de 15de tot de 19de eeuw speelde dit eiland een belangrijke rol in de slavenhandel aan de Afrikaanse kust.

Foto Patrick Meinhardt/AFP

Mahama’s haast volgt op ruim twee decennia waarin Afrikaanse landen (verenigd in de Afrikaanse Unie) en de Caraïben (verenigd in het blok Caricom) met eigen resoluties en verklaringen opriepen tot een veroordeling van de gruwelen van de trans-Atlantische slavernij, waarbij tussen de vijftiende en negentiende eeuw ruim 12,5 miljoen Afrikanen naar de andere kant van de oceaan werden ontvoerd. De blokken ijveren ook voor erkenning van de diepe sporen die dat tot de dag van vandaag nalaat.

Dat gaat gepaard met een duidelijke eis: de landen die eeuwenlang hun welvaart opbouwden middels de handel en inzet van tot slaaf gemaakten en later de kolonisatie, moeten de schade die zij daarmee aanrichtten compenseren – ook financieel. Maar in de veelal Europese hoofdsteden tot wie de opstellers zich richten, stuiten ze op een muur. Vooral de kwestie van herstelbetalingen blijft te controversieel.

Lees ook

Dat Nederland de slavernijresolutie niet steunde is een gemiste kans

Speciaal team

Sinds 2023 probeert de Afrikaanse Unie het debat hierover internationaal verder te brengen. Onder leiding van Ghana, waar de kustlijn vol staat met slavenforten van weleer. De hoofdstad Accra is sindsdien de ontmoetingsplek voor opeenvolgende bijeenkomsten van Afrikaanse staatshoofden, historici en juristen, op zoek naar manieren om de landen die in slaven handelden tot inkeer te bewegen.

President Mahama heeft daarbij een speciale rol. Kort na zijn aantreden begin 2025 wordt hij door de Unie aangewezen tot champion, voorvechter voor herstelmaatregelen, hun diplomatieke speerpunt voor dat jaar. Niet veel later kondigt Mahama voor wereldleiders in New York zijn resolutie aan. „De slavenhandel”, zegt hij, „moet worden erkend als ergste misdaad tegen de menselijkheid.”

Woorden hebben de macht het bewustzijn te vormen

Het werk begint meteen. In Ghana wordt een speciaal team samengesteld bestaande uit academici – vooral historici -burgerrechtenactivisten en juristen. Met hulp van Ghana’s diplomatieke missies in New York en Addis Abeba, waar het hoofdkwartier van de Afrikaanse Unie staat, evenals van ambtenaren van het ministerie van Buitenlandse Zaken, krijgen ze de opdracht de resolutie te formuleren.

Tegen het einde van het jaar ligt een eerste conceptversie klaar. Onder anderen Barker-Vormawor, die ervaring heeft binnen het Internationaal Strafhof en de Verenigde Naties, wordt door de minister gevraagd mee te lezen. Ai, ai, ai, denkt hij. „Toen ik de titel zag, wist ik al dat dit geen gemakkelijke onderhandelingen zouden worden.” Die luidt: ‘Verklaring dat de handel in tot slaaf gemaakte Afrikanen en de op ras gebaseerde slavernij de ergste misdaad tegen de menselijkheid vormen’.

„De waarheid begint met taal”, zal de Ghanese president aan de vooravond van de stemming in de Algemene Vergadering benadrukken. „Woorden hebben de macht het bewustzijn te vormen, perspectieven te doen verschuiven en tot actie aan te zetten.” Ze zullen ook, zoals Barker-Vormawor al voorspelt, een splijtzwam blijken.

Westerse kamp reageert verongelijkt

Niet in de Afrikaanse Unie. Nadat de missies daar half februari de conceptversie ontvangen en er hier en daar wat aan de tekst wordt geschaafd, wordt deze unaniem door alle staatshoofden aangenomen. „Toen verschoof het onderhandelspel naar New York”, vertelt Samuel Yao Kumah, Ghana’s permanent vertegenwoordiger bij de VN, aan de telefoon. Te beginnen met het rondsturen van een concept-nota aan collega-diplomaten van andere landen waarin ze de resolutie aankondigen.

Veel tijd om te lobbyen en te onderhandelen is er daarbij niet: president Mahama zal zes weken later naar New York reizen ter gelegenheid van de jaarlijkse VN-herdenking van de slachtoffers van slavernij en slavenhandel op 25 maart. VN-diplomaten weten dat een regeringsleider bij zo’n bezoek iets wil presenteren.

In de notitie waarmee Ghana de gesprekken opent, worden de gedachten achter de resolutie omschreven. Ghana wil zich richten op waarheid, herdenking, onderwijs en dialoog. Het uitgangspunt is erkenning in plaats van veroordeling. De tekst moet ook bijdragen aan het bestrijden van racisme. De Europese landen die verantwoordelijk waren voor slavernij en slavenhandel zien een voorzichtige opening. De verwachting is, vertelt een VN-diplomaat, een resolutie die „vooruit zal kijken” in plaats van terug.

Lees ook

Breekpunt voor Europa over slavenhandelresolutie ‘kon je van mijlenver zien aankomen’

Wegwijzer naar het slavernijmuseum  in Badagry, Nigeria

Als een week later een eerste concepttekst binnenkomt, valt dat zwaar tegen. In de verschillende onderhandelrondes die volgen en die soms uren duren, komen westerse landen met een waslijst aan bezwaren. Zo kijkt de zeven pagina’s tellende tekst juist wel uitgebreid achterom, onder meer door te putten uit Europese jurisprudentie die Afrikanen destijds categoriseerde als „meubelstukken/eigendom”. Er is, zo wordt er geklaagd, nauwelijks tijd om al die historische verwijzingen te bestuderen.

Bovendien, reageert het westerse kamp verongelijkt, doet de tekst geen recht aan de stappen die landen volgens hen al hebben gezet. Nederland liep in dat proces voorop door het staatshoofd excuses te laten aanbieden in 2023. Frankrijk nam 25 jaar geleden al een wet aan die slavernij als misdaad tegen de menselijkheid veroordeelt. Duitsland kwam herstelbetalingen overeen met Namibië – al mocht dat niet zo worden genoemd.

Conceptversie van de resolutie

Maar het grootste struikelblok, aldus westerse diplomaten, zit in de titel van de resolutie. Het in hun ogen rangschikken van historische wreedheden, vinden ze onacceptabel. Onder meer Nederland zegt om die reden niet voor te kunnen stemmen.

„Als je zegt dat iets het ergste is, dan kan dat niet anders betekenen dan dat andere misdaden minder erg zijn”, zegt een VN-diplomaat. „Dat is een concept dat we niet erkennen. Je kunt niet zeggen dat de trans-Atlantische slavenhandel erger was dan de Holocaust. Beide waren wreedheden die in alle opzichten veroordeeld moeten worden.”

Ghana ziet dat anders. Wat de resolutie doet is morele helderheid scheppen, zegt ambassadeur Kumah. „Leed laat zich niet rangschikken. Dat proberen we ook niet. Wat we wel zeggen is dat de duur en de omvang van deze gruwelijke misdaad enorm was. En dat de gevolgen tot de dag van vandaag worden gevoeld. Kijk naar de onderontwikkeling, het racisme, de xenofobie.” Het gebruik van het woord „ergste” is volgens Kumah daarmee juist. „Voor elk menselijk geweten is dat duidelijk.”

De Ghanese minister van Buitenlandse Zaken, Samuel Okudzeto Ablakwa, spreekt met de pers nadat de Algemene Vergadering van de VN de slavernijresolutie heeft aangenomen.

Foto Bianca Otero/ZUMA Press Wire

Hoogleraar internationaal recht Alain Didier Olinga snapt dat de formulering als provocerend kan worden gezien. „Het leidt tot historische en juridische discussies. Maar het is ook een formulering die het juridisch bewustzijn opschudt.” Te vaak, zegt hij, wordt geprobeerd de extremiteit van wat destijds is gebeurd, te minimaliseren. „We hebben het hier over een deel van de mensheid waarvan het meest elementaire, hun menselijkheid, hen werd ontzegd.”

De uit Kameroen afkomstige Olinga leidt sinds december een team van juridisch experts dat namens de Afrikaanse Unie de rechtswegen naar herstelbetalingen moet onderzoeken. Tijdens een bijeenkomst in Accra begin dit jaar lazen ook zij mee met een conceptversie van de resolutie. „We hebben wat suggesties gedaan om de formuleringen hier en daar iets minder sterk te maken”, zegt Olinga, zonder details te mogen geven. „Je wilt toch zoveel mogelijk landen meekrijgen.”

Maar over de titel waren de experts in Accra het eens.

Handvest uit 1235

Hoewel een resolutie van de Algemene Vergadering van de VN niet juridisch bindend is, zet deze wel morele druk op landen om in gesprek te gaan over herstelbetalingen en het aanbieden van formele excuses – dat laatste heeft Nederland tot nu toe als enige gedaan. Maar ook hier hebben Europa en de Verenigde Staten grote kritiek: slavernij was, zo stellen zij, tot de negentiende eeuw niet formeel verboden.

Vooral de VS zijn fel. Permanent vertegenwoordiger Dan Negrea hekelt ten overstaan van de zaal in New York het „cynische gebruik van historische onrechtvaardigheden als pressiemiddel om hedendaagse middelen toe te wijzen aan mensen en landen die slechts in de verste verte verwant zijn aan de historische slachtoffers”.

Dus daarmee was slavernij automatisch toegestaan? Ik denk het niet

Ook Nederland volgt die lijn. Het kan, zo stelt Den Haag, „geen verwijzingen accepteren die de [toepassing] van internationaal recht met terugwerkende kracht suggereren, inclusief de implicatie herstelbetalingen te moeten doen voor handelingen die geen overtreding waren van internationaal recht toen ze gepleegd werden”.

„Dus daarmee was het automatisch toegestaan? Ik denk het niet”, schampert Olinga van de Afrikaanse Unie. Ook de resolutietekst werpt dit tegen: de gruwelen van de slavernij waren in strijd met zúlke fundamentele principes en normen, dat deze volgens de opstellers altijd en overal al golden. Daarbij, voert de tekst aan, bestonden er in Afrika wel degelijk rechtsbronnen van voor de slavernij die de menselijke waardigheid dienden te beschermen. Zo wordt gewezen op de Kouroukan Fouga, een handvest uit 1235.

Ghanese delegatie zet hakken in het zand

Dit laatste leidt tot irritatie in het westerse kamp. In VN-teksten, zegt een diplomaat, moet je je beroepen op universele waarden, niet op lokale teksten. „We hebben het hier niet over het heruitvinden van het recht”, kaatst advocaat Barker-Vormawor terug. „Het is een herpositionering van vanuit wiens perspectief het recht wordt verteld.”

Uiteindelijk is het vooral dit punt – was de slavernij wel of niet illegaal – waar volgens Barker-Vormawor de meningen tussen hen en westerse landen zo ver uiteen liggen, dat het komen tot een compromis onmogelijk blijkt. Dat wordt eerst nog wel geprobeerd. Zo toont Ghana zich volgens de advocaat in de beginonderhandelingen bereid de tekst aan te passen naar „een van de ergste misdaden tegen de menselijkheid”, als aan de titel maar niet wordt gemorreld. Voor Europa is dat niet genoeg.

Mensen bezoeken een tentoonstelling over slavernijslachtoffers in het VN-hoofdkwartier in New York, 25 maart 2026.

Foto Zhang Fengguo/Xinhua

Sommigen opperen de titel te veranderen naar „een van de ergste onrechtvaardigheden in de geschiedenis van de mensheid”, vertelt permanent vertegenwoordiger Kumah. Onrechtvaardigheid, geen misdaad. „Wij waren van mening dat dat de hele tekst zou afzwakken.” En niet alleen zij, benadrukt Kumah: „Heel Afrika tilde zwaar aan deze resolutie.” Dus zet ook hun delegatie de hakken in het zand.

„Het heersende gevoel”, zegt Barker-Vormawor, „was dat de slachtoffers het recht hebben zelf te formuleren wat de impact van de misdaad is.” En niet, zoals hier gebeurde, de daders van weleer.

Plantages in Brazilië

De patstelling maakt sommige staatshoofden zenuwachtig. Volgens Barker-Vormawor vrezen onder meer enkele Caraïbische landen, die zelf al jaren ijveren voor herstelmaatregelen, dat de resolutie het niet zal halen. „Ik denk dat er veel twijfels waren of het allemaal niet te ambitieus en te gehaast was, gezien hoe omstreden het onderwerp is.”

Maar president Mahama houdt voet bij stuk, rekenend op de steun van het mondiale Zuiden bij wie zijn minister van Buitenlandse Zaken Samuel Okudzeto Ablakwa hun zaak persoonlijk had bepleit. Voor Ghana is vooral de steun van Brazilië belangrijk: bijna de helft van alle tot slaaf gemaakten die vanuit Afrika werden meegenomen, kwamen op plantages in Brazilië terecht.

Dat lukt. De Braziliaanse president Lula belooft voor te zullen stemmen en roept andere Latijns-Amerikaanse landen op hetzelfde te doen. Op een enkeling na geven die gehoor. Net als Azië, de Pacific en Golfstaten. Voor Europa en de Verenigde Staten had meer tijd geen verschil gemaakt, zegt Ablakwa achteraf tegen journalisten. „Al hadden we nog vijftig jaar door onderhandeld, dan nog zouden ze zeggen dat het niet genoeg tijd was.”

Lees het hele artikel