Een poeptransplantatie om van een voedselallergie af te komen, zou dat de toekomst kunnen zijn? Al enkele jaren vermoeden wetenschappers dat het kan, op basis van onderzoek met dieren. Amerikaanse wetenschappers uit het kinderziekenhuis in Boston hebben nu een prille eerste stap gezet: ze behandelden vijftien patiënten met een hevige pinda-allergie met een poeppil. Zes van hen konden vier maanden later een handjevol pinda’s verdragen. De resultaten zijn woensdag gepubliceerd in Science Translational Medicine.
Een pinda-allergie kan levensbedreigend zijn: voor sommige mensen kan een klein spoortje pinda al genoeg zijn om in een anafylactische shock terecht te komen. De luchtwegen slibben dicht en de bloeddruk daalt. Tot nu toe is er nog geen behandeling waarmee mensen helemaal van hun pinda-allergie af kunnen komen.
Maar darmbacteriën zouden daarbij weleens van pas kunnen komen, denken wetenschappers al enige tijd. „Als je een pinda-allergie wilt verhelpen, moet je het immuunsysteem zo trainen dat het de pinda-eiwitten leert verdagen in plaats van aan te vallen”, zegt Olaf Perdijk, immunoloog aan de Universiteit Utrecht en gespecialiseerd in de relatie tussen de darmflora en het afweersysteem. Hij is niet betrokken bij het onderzoek. „Uit muizenstudies weten we dat darmbacteriën daar waarschijnlijk een belangrijke rol in kunnen spelen.”
36 poeppillen in paar uur tijd
Tien deelnemers aan de Amerikaanse studie slikten binnen een paar uur tijd 36 poeppillen met daarin ontlasting van mensen zonder een pinda-allergie. Het idee is dat ze daarmee de gezonde darmbacteriën van de ontvanger overnemen. Vier maanden later aten ze een handjevol pinda’s, waar drie van hen goed op reageerden. De pillen hebben geen geur of smaak. De ontlasting wordt zodanig bewerkt dat alleen de bruikbare bacteriën overblijven. Die worden omhuld door meerdere laagjes gelatine.
Vijf andere deelnemers kregen voordat ze hun poeppillen namen een antibioticakuur. Dat medicijn vernietigt een groot deel van de al aanwezige darmflora. De onderzoekers vermoedden dat de bacteriën uit de poeppil zich op die manier beter in de darmen kunnen vestigen en hun werk beter kunnen doen. Drie van de vijf deelnemers konden vier maanden later méér dan vier pinda’s eten voordat ze problemen kregen. Ze leken dus nog iets beter te reageren dan de groep zonder antibiotica.
Perdijk vindt het interessant dat de behandeling een kleine verbetering laat zien in mensen, al benadrukt hij dat de studiegroep erg klein is, en de resultaten nog niet baanbrekend. „Er zijn nog veel vervolgstudies nodig om te onderzoeken hoe lang dit effect aanhoudt, of dit effect in grote groepen ook standhoudt en ook om beter te begrijpen hóé het werkt.”
Afweercellen aan- en uitzetten
De onderzoekers uit Boston deden een poging om het onderliggende mechanisme te ontrafelen. Zo vonden ze in het bloed van deelnemers die goed reageerden op de poeppillen een verhoogde hoeveelheid galzuur. Galzuren worden gemaakt in de lever en helpen met het afbreken van vetten in de darmen. Sommige bacteriën in de darm kunnen deze galzuren omzetten in een ander soort galzuur dat vermoedelijk een aanzienlijke rol speelt bij voedselallergieën.
Die ‘bewerkte’ galzuren sturen volgens de Amerikaanse wetenschappers afweercellen aan die voedselallergie beïnvloeden: een bepaald type T-cel dat voedselallergie aanwakkert lijkt erdoor te worden uitgeschakeld en een type T-cel dat juist beschermt tegen voedselallergie wordt gestimuleerd. Een belangrijke vraag is dus: welke bacteriën kunnen dit precies? Daar hebben de onderzoekers nog geen overtuigend antwoord op. Ze behandelden de patiënten met een compleet gezond microbioom, niet met specifieke bacteriën.
Het is te simpel om te stellen dat de puzzel nu helemaal is gelegd, zegt Perdijk. „Dit is een hypothese over hoe het mogelijk zou kunnen werken, maar er zijn nog een hoop vragen onbeantwoord.” Zo valt hem op dat de proefpersonen die goed op de poeppil reageerden weliswaar meer ‘helpende’ afweercellen in hun bloed hadden dan voordat ze de pil namen, maar de samenstelling van hun darmbacteriën niet aantoonbaar was veranderd. „We verwachten juist dat die darmbacteriën de aandrijvende kracht zijn achter dit hele proces: die zijn nodig om de helpende afweercellen aan te sturen. Als in de bacteriesamenstelling niet blijvend iets is veranderd, hoe lang werkt de behandeling dan?”
Dit is een van de eerste allergiestudies met poeppillen in mensen, maar Perdijk verwacht de komende jaren grote wetenschappelijke stappen te zien. „We weten veel over het microbioom nog niet, maar dit is wel een goede manier om antwoorden te vinden: veel bacteriesoorten tegelijk toedienen, kijken wat dat doet in een mens, terug naar de diermodellen om te onderzoeken wat het onderliggende mechanisme kan zijn, en dan weer terug naar de mens. Het enige nadeel: er kan soms jaren overheen gaan voordat we snappen hoe het zit. Het kost tijd.”
Lees ook
Darmflora beschermt tegen allergie


/https://content.production.cdn.art19.com/images/5c/f1/5c/b4/5cf15cb4-3eae-48af-af9f-6c2feb12b858/fe0b0e450c1acdd88d1edba6c6e41e71002674b513ff54d9d36c168809ec8019eb1ad4fe32035569725b15e4c884bda154b4895cb6df8b07b3c2078dba71ad7d.jpeg)

/s3/static.nrc.nl/images/gn4/stripped/data151932880-7bb79e.jpg)



/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/08/05214753/050826VER_2035740527_bol2.jpg)

English (US) ·