Tom Ogawa (53), eigenaar van lampenwinkel Lighting Concepts in Honolulu, vindt de situatie „zenuwslopend”. De transportbedrijven die zijn armaturen naar Hawaï vervoeren, sturen hem de laatste dagen allemaal berichten dat de prijzen omhooggaan. „We zeggen nu tegen onze grote klanten dat ze voor hun bestellingen de trekker moeten overhalen, voordat we echt grote prijsstijgingen gaan zien”, vertelt hij in zijn zaak in een buitenwijk.
De Amerikaans-Israëlische aanvallen op Iran delen klappen uit in de wereldeconomie, niet in de laatste plaats in de Verenigde Staten zelf. Exploderende olieprijzen – woensdag kwamen ze boven de 110 dollar per vat uit – leiden in het hele land tot hogere prijzen aan de pomp. Maar nergens is het effect zo groot als op de eilandengroep die de VS eind negentiende eeuw annexeerden: Hawaï.
In deze staat, met 1,4 miljoen inwoners de veertigste van de vijftig staten qua inwonertal, is de olieprijs allesbepalend. Niets bereikt de eilanden zonder een urenlange vlucht of boottocht, reden waarom alles er sowieso duur is. Benzine is in Honolulu altijd tientallen procenten duurder dan op het vasteland.
Daar komt bij dat het merendeel van de stroom in de staat wordt opgewekt met olie, in twee oude centrales. Op het eiland O’ahu, waar de hoofdstad Honolulu ligt, bestaat de energiemix voor circa 70 procent uit olie. Terwijl Republikeinse staten als Texas en Oklahoma de afgelopen decennia talloze turbines bouwden en hun energiemix vergaand vergroenden, gebeurde dat in het progressieve Hawaï nauwelijks.
„We zijn de meest olieafhankelijke staat van het land”, zegt Shasha Fesharaki, energieanalist uit Hawaï, aan de telefoon. Dat er nog stroom wordt gemaakt door olie te verbranden, is bijna uniek in de wereld. Lachend: „Knettergek. Niemand doet dit nog.”
Mede hierdoor ligt de stroomprijs op Hawaï doorgaans veel hoger dan op het vasteland – rond de 40 dollarcent per kilowattuur, tegenover minder dan twintig op het continent. Een ‘Hormuz-effect’, explosief stijgende prijzen, zal geleidelijker optreden dan bij benzine, mede doordat consumenten hun elektriciteitsrekening maandelijks krijgen. Maar op de eilanden betwijfelen weinigen dat de prijzen enorm gaan oplopen. „We gaan keihard geraakt worden”, zegt voormalig gouverneur Neil Abercrombie.
Lampen uitdoen
Ook Fesharaki ziet geen ander scenario. Eerdere prijsschokken op de oliemarkt, in 2008 en 2022, raakten Hawaï ook al veel harder dan de rest van de VS. Vier jaar geleden, tijdens de Russische inval van Oekraïne, steeg de energierekening van Tom Ogawa’s lampenwinkel van 600 dollar per maand naar 1.000 dollar en moest hij zijn prijzen verhogen.
Anders dan in Europa waren er voor Hawaï geen omvangrijke energiesteunprogramma’s voor consumenten en bedrijven. „Inmiddels betaal ik nog 10 procent meer”, zegt Ogawa – en dat was voor de Iran-oorlog.
Hij denkt alvast na over wat hij kan doen bij een nieuwe prijspiek. „Als het extreem wordt, kunnen we de helft van de lichten in de winkel uitdoen.” Nu baadt de winkel nog in het licht van de honderden lampen die hij verkoopt, maar het zou achterin wat minder kunnen. „Het is tricky, want je wil dat eigenlijk niet als een klant binnenkomt. Maar we kunnen ze dan snel aan doen.”
Een prijsschok zou Hawaï op een gevoelig moment treffen. De staat is verwikkeld in een hevig debat, uitgevochten in het State Capitol en de opiniekolommen van de Honolulu Star-Advertiser, over hoe het van de olie afkomt. Gouverneur Josh Green en het bedrijfsleven zijn voorstander van een plan om te investeren in infrastructuur voor vloeibaar aardgas, lng. Dat zou de stroomprijs kunnen drukken, en het is minder vervuilend dan olie.
Green presenteert zijn plan als noodzakelijk om iets te doen aan de torenhoge kosten van levensonderhoud in Hawaï. Maar opvallend veel inwoners zien in het lng-plan een verloochening van het wettelijk vastgelegde doel om in 2045 fossielvrij te zijn.
„Ik dacht dat het de bedoeling was dat we zo min mogelijk fossiele brandstoffen zouden gebruiken”, zegt Ben Sullivan aan de telefoon. Hij werkte jarenlang bij verschillende lokale overheden aan energiebeleid en is tegen de lng-investeringen. „Bovendien maken we onszelf dan weer gewoon afhankelijk van wereldwijde brandstofmarkten.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/19134331/190326ECO_2032407648_1.jpg)
Weinig Hawaïanen willen zonneparken en windturbines. Energie-opwekking daarmee zou schade toebrengen aan het landschappelijk schoon van de eilandengroep, waarvoor toerisme belangrijk is.
Foto ANP / The New York TimesHernieuwbare energie
Sullivan heeft liever dat Hawaï meer investeert in hernieuwbare energie en opslag van energie in batterijen, maar op de eilanden is veel onenigheid over de haalbaarheid ervan. Tot nu toe ging het in ieder geval niet erg hard. Hawaï heeft – anders dan turbinerijke staten als Texas en Oklahoma – weinig plek. Ook is er veel weerstand tegen windmolens en zonneparken, juist omdat inwoners zo hechten aan het natuurschoon. Een plan voor een handjevol turbines op de steile hellingen boven de oliecentrale van Kahe sneuvelde in 2020.
Windturbines op zee zijn dan weer lastig voor de Amerikaanse marine, zegt Fesharaki. Hawaï vormt een belangrijke basis voor de vloot. „Of walvisliefhebbers zijn tegen… noem maar op. Ik denk niet dat wind realistisch is.”
Geothermie zou op het vulkanische Hawaï in principe goed werken, maar ook daar zit een gevoeligheid. „De native Hawaiians zien dat als gebruik van hun God.”
Gouverneur Green ziet inmiddels geen andere optie dan lng van stal halen, al was deze energiebron in Hawaï eigenlijk al jaren geleden doodverklaard. Of hij hierin slaagt door te hameren op betaalbaarheid, is een open vraag. Energieanalist Fesharaki zou niet verbaasd zijn als het zelfs met een nieuwe prijsschok niet lukt – en Hawaï zijn olieverslaving houdt. „De weerstand zit echt diep.”
Voor ondernemers als Ogawa zit er bij een ‘Iran-prijspiek’ weinig anders op dan deze te ondergaan – of creatieve oplossingen te zoeken. Eigenlijk zijn het niet eens de lampen die de meeste stroom verbruiken, vertelt hij: dat is de airco. Maar die uitzetten? „Dit is het koele seizoen.” Buiten is het 24 graden. „Tussen mei en september kan dat echt niet.”


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/19164543/190326ECO_2032430653_Ecoblog.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/17093007/200326ECO_2031894933_3.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/19122104/190326ECO_2032416510_.jpg)


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/17181037/170326VER_2032370954_.jpg)
:format(jpeg):fill(f8f8f8,true)/s3/static.nrc.nl/taxonomy/31c3a62-DijkgraafRobbert1280.png)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/17135933/170326ECO_2032172200_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/03/16212233/160326VER_2032341582_Cuba.jpg)
English (US) ·