In Ierland is een energiecrisis afgewend. Er komt extra steun en ‘illegale blokkades’ zijn ontmanteld

3 uren geleden 3

Vier van de acht benzinepompen zijn afgezet met zwart-geel lint en grote pionnen. Ook van de pompen die wel open zijn, is niet elk reservoir gevuld. Om een paar van de grijpers zit ook lint gewikkeld als waarschuwing: deze niet gebruiken.

Bij benzinestation Applegreen in Celbridge, ongeveer 20 kilometer ten westen van de Ierse hoofdstad Dublin, hebben ze zondag weer brandstof binnengekregen, nadat ze eerder door hun hele voorraad heen waren. Rodica McCormack komt er tanken met haar rode Toyota Prius. Ze rekent bijna 62 euro af, de benzine kost 1,92 euro per liter. „Ik ben elke dag op pad voor werk, dus ik kan niet zonder.”

McCormack – ze is advocaat – heeft de afgelopen dagen overlast ervaren van de protesten tegen de hoge brandstofprijzen, die verspreid over heel Ierland plaatsvonden. Door wegblokkades deed ze meer dan twee uur over een stuk rijden dat normaal ongeveer drie kwartier kost. „Een beetje onhandig, maar natuurlijk steun ik de protesten. Ze zijn hard nodig. De regering luistert niet naar ons, naar gewone mensen.”

Boze boeren, vrachtwagenchauffeurs en aannemers blokkeerden de afgelopen week snelwegen en verkeersknooppunten. Ze versperden de toegang tot brandstofdepots en tot de enige olieraffinaderij van het land. In Galway, in het westen, blokkeerden ze ook de toegang tot de haven, waardoor een schip met zes miljoen liter olie aan boord niet kon aanleggen. Escalatie dreigde. Honderden benzinestations raakten leeg. De brandweer en ambulances moesten hun hulpverlening beperken tot urgente gevallen. Het leger werd alvast in gereedheid gebracht om de blokkades desnoods met geweld te ontmantelen.

Accijnzen gaan tijdelijk naar beneden

Zondag werden de belangrijkste blokkades vreedzaam ontmanteld door de politie, in aanloop naar een persconferentie van de regering over financiële steun voor de transportsector, boeren en de visserij. Er komt een pakket van 505 miljoen euro aan tegemoetkomingen voor de hoge brandstofprijzen, die een gevolg zijn van de oorlog in Iran en de blokkade van de Straat van Hormuz. Ook de algemene accijnzen voor diesel en benzine dalen tijdelijk, in elk geval tot eind juli, met 10 cent per liter. Dit komt bovenop een steunpakket van 250 miljoen euro van eind maart.

Voor de blokkades hadden premier Micheál Martin en minister van Financiën Simon Harris zondag geen goed woord over. „Die sloegen absoluut nergens op”, zei premier Martin. En Harris: „We kunnen niet in gesprek gaan met mensen die illegaal onze cruciale infrastructuur blokkeren. Al helemaal niet ten tijde van een wereldwijde energiecrisis.” De politici maakten hun afspraken over steun niet direct met de demonstranten, maar met werkgeversbedrijven in de betrokken sectoren. Het duurt naar verwachting nog een dag of tien voordat alle benzinestations weer normaal zijn bevoorraad.

Dagenlang blokkeerden boze boeren, vrachtwagenchauffeurs en aannemers wegen in Ierland, zoals de snelweg bij het noordoostelijke Dundalk.

Foto Paul Faith/AFP

De onvrede in Ierland is breder dan alleen de prijzen aan de pomp. Dagenlang kampeerden chauffeurs van opleggers, vrachtwagens en tractoren in O’Connell Street, één van de drukste straten van Dublin. Lawrence McGrath had A4’tjes achter de voorruit van zijn oplegger geplakt, met de actieslogan Can’t afford to move. „Alles is duur. De huur. Boodschappen. Eten is bizar duur. En onze regering is gierig. Ze willen hun geld bewaren voor een ‘rainy day’. Nou, hoe nat wil je het hebben?” De Ierse regering krijgt al jarenlang miljarden euro’s meer binnen dan ze uitgeeft, vooral door belastinginkomsten van technologie- en farmaciebedrijven.

Normaal vervoert McGrath stenen of zwaar bouwmateriaal met zijn oplegger. De hogere dieselprijzen kosten hem 7.000 tot 8.000 euro per maand extra, schat hij. „Afhankelijk van wat je vervoert.” De dieselprijzen stegen de afgelopen weken met meer dan 20 procent en diesel die in de agrarische sector wordt gebruikt, werd zelfs 50 procent duurder. Het liefst zag McGrath ook de CO2-heffing op brandstof naar beneden gaan, maar dat gebeurde zondag niet. De regering stelde wel een geplande verhoging van die heffing uit, van mei tot in elk geval oktober.

Protesten gingen ook over migratie

De protesten over brandstofprijzen raakten vermengd met onvrede over de Ierse regering in het algemeen en over immigratie in het bijzonder. De afgelopen dagen zwaaiden dezelfde Make Ireland Great Again-vlaggen door de lucht als bij grote anti-migratiedemonstraties vorig jaar. Enkele voormannen van de protesten kregen uitgebreid de ruimte op online kanalen van radicale anti-immigratie-influencers. En de extreemrechtse Britse activist Tommy Robinson moedigde de Ieren aan om „nu op te staan” tegen hun regering.

„Dit gaat over veel meer dan de prijs van diesel”, zegt één van de demonstranten in Dublin, Anthony Reid. „Mijn vrouw en ik lopen nu overal heen om kosten te besparen. Ik kan de kosten voor mijn eigen gezin amper betalen, laat staan die voor een ander.” Reid ziet migratie en de kosten die migranten met zich mee brengen als probleem. Hij heeft Dublin zien veranderen: „Ik ben als witte persoon in de minderheid. Ik herken mijn eigen land niet meer. Onze overheid nam niet eens vingerafdrukken af bij iedereen die hier binnenkwam.” Dit laatste is een hardnekkige mythe, over het gebrek aan controles bij asielzoekers.

Zondagmiddag vertelt opleggerchauffeur Lawrence McGrath aan de telefoon dat de politie hem die nacht om half vier van het bed in zijn truck heeft gelicht. „Ze waren met héél veel.” De hulp die de regering heeft aangekondigd, vindt hij niet genoeg. De politici proberen de Ieren uit elkaar te spelen, zegt McGrath. Minister van Financiën Harris zei „dat gewone mensen de dupe waren van onze protesten”. „Wat zijn wij dan? Geen gewone mensen?” Hij zou best opnieuw de straat op willen, maar ziet daar voorlopig toch maar vanaf. „Ze hebben alles geregistreerd, onze namen, onze nummerborden. Ze dreigden met arrestaties als we opnieuw wegen zouden blokkeren.”

Lees het hele artikel