Ooit vroeg een journalist aan Bill Clinton hoe het was om de machtigste man ter wereld te zijn. De toen zittende president wees naar de aanwezige NBC-verslaggever Andrea Mitchell, de vrouw van Federal Reserve-voorzitter Alan Greenspan. Clinton: „Vraag het aan haar. Zij is met hem getrouwd.”
Onder liefst vier presidenten was Greenspan de hoogste baas van het Amerikaanse stelsel van centrale banken. Met een totale zittingstermijn van negentien jaar (1987-2006) was hij de op een na langstdienende Fed-president ooit. „We zullen hem in een kist moeten wegdragen”, grapte Clinton toen Greenspan voor de derde keer herbenoemd werd.
De maandag op honderdjarige leeftijd overleden Amerikaanse econoom was de invloedrijkste Fed-voorzitter van de vorige eeuw. Van regulering en ingrijpen in de markt moest de zelfbenoemde libertariër aanvankelijk niets hebben. Als baas van de centrale bank vond Greenspan een middenweg. Maar toen kort na zijn aftreden de Amerikaanse hypothekencrisis losbrak en de wereldeconomie in een jarenlange financiële val belandde, werd zijn gebrek aan ingrijpen ook fel bekritiseerd.
Aanhanger van Ayn Rand
Als het aan Greenspan (New York, 1926) had gelegen, was hij nooit in de financiële wereld terechtgekomen. De Amerikaan stopte met zijn middelbare school en ging al op jonge tienerleeftijd naar het prestigieuze Juilliard-muziekconservatorium. Hij reisde daarna als klarinettist met een groep het land door.
Op zijn negentiende zag hij echter dat anderen beter waren en hij merkte dat hij aan het invullen van de belastingformulieren van bandleden ook plezier beleefde. Het werd daarom een studie economie aan de universiteit van New York. Na afronding begon hij in 1953 te werken bij een consultancybureau dat een jaar later al zijn naam droeg: Townsend-Greenspan. De Amerikaan blonk uit in het voor bedrijven praktisch toepasbaar maken van economische analyses.
In die tijd raakte de Greenspan ook in de ban van schrijfster Ayn Rand, die hem op het pad van het libertarisme zette. In die stroming staat de vrijheid van het individu centraal, en die moet zo min mogelijk gehinderd worden door de staat. In een lezing eind jaren vijftig deed Greenspan de achteraf ironische uitspraak dat de oprichting van de Fed „een van de grootste vergissingen in de Amerikaanse geschiedenis” was.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/22135400/220626ECO_2031301310_.jpg)
Alan Greenspan in 1974, als voorzitter van de Council of Economic Advisers.
Foto Bob Daugherty/AP PhotoDe econoom toonde zich een fel tegenstander van onder meer bankreddingen en wetgeving die concurrentiebeperkende maatregelen oplegde aan de markt, zo beschreef Sebastian Mallaby in de Greenspan-biografie The Man Who Knew.
De wens om invloed te krijgen op het presidentiële beleid won het echter van zijn laissez-faire-visie. In 1968 voegde hij zich bij Richard Nixons campagneteam. Later werd hij voorzitter van de raad van economische adviseurs onder Gerald Ford. In 1987 droeg Ronald Reagan hem voor als opvolger van Fed-voorzitter Paul Volcker.
Met een grote beurscrash in datzelfde jaar onderging Greenspan meteen zijn eerste stresstest. Via het opkopen van staatsobligaties en het aanpassen van de rentestand stutte de Fed het financiële stelsel. Ook het klappen van de internetzeepbel begin deze eeuw en de aanslagen op het WTC vonden plaats onder zijn voorzitterschap.
Lees ook
‘Ik ben in de verkeerde eeuw geboren’
Greenspan greep niet in bij zeepbellen
Greenspans leiding over de Fed viel naadloos samen met de opkomst van het neoliberalisme. Een tijd van privatisering, ruimte voor marktwerking, deregulering en een overheid die zich minder rechtstreeks met de publieke zaak bemoeide. Ondanks verschillende crises was het vruchtbare grond voor de libertariër die Greenspan was.
Daarbij toonde hij zich pragmaticus: alleen ingrijpen waar nodig. De slimme econoom werd geholpen door een goede antenne voor hoe de markten bewogen. Toen in 1996 bedrijven grote winsten rapporteerden, maar de productiviteitsgroei vrijwel vlak bleef, vermoedde Greenspan dat er iets niet klopte. Door via onderzoek te laten zien dat de productiviteit sneller was gegroeid dan officiële cijfers aantoonden, wist hij het pleit over aanpassing van de rentevoet te beslechten. De Fed greep niet in.
Wat Greenspan minder in de vingers had, was het bestrijden van financiële zeepbellen. Volgens hem kwam dat omdat een centraal bankier geëigend is om via de rente de markt bij te sturen maar dat het direct ingrijpen in mensen hun portemonnee – door bijvoorbeeld te tornen aan oplopende huizenwaarderingen – gelijk zou staan aan politieke zelfmoord.
Hij stelde dat er bij Amerikanen het idee heerste dat de Fed de economie hoe dan ook zou redden, waardoor ze grotere risico’s namen dan verantwoord was. Hij noemde het ‘irrational exuberance‘ (irrationele uitbundigheid). „De geschiedschrijving heeft nog nooit mild geoordeeld over de nasleep van langdurige periodes met lage risicopercepties.”
‘Bebrilde zeekat’
Dat bleek. De hypotheekzeepbel knapte kort na het einde van de laatste termijn van Greenspan in 2007 en bezoedelde zijn nalatenschap. Hij kreeg het verwijt dat hij de markt te veel zijn gang had laten gaan. De Amerikaan moest erover getuigen in het Congres. Daarbij sprak hij zijn typische ‘Fed speak‘: veel woorden gebruiken om niks te zeggen.
Nobelprijs-winnaar voor de Economie Robert Solow vergeleek Greenspans Congres-optredens met die van een „bebrilde zeekat”. „Iemand die bij gevaar zijn omgeving overspoelt met zwarte inkt om zichzelf vervolgens geruisloos te verplaatsen.”
Voor het Congres erkende Greenspan dat hij de gevolgen van hypothekenzeepbel had onderschat. De schuld zoeken in de relatief lage rente die dit fenomeen in de hand had gewerkt of het te weinig reguleren van bedrijven, wilde de Amerikaan niet. Het waren bankiers die volgens hem de crisis met onverantwoord gedrag hadden veroorzaakt.
Tot op hoge leeftijd bleef hij de Amerikaanse economie daarna becommentariëren. Zijn status van alwetende had weliswaar barsten opgelopen maar zijn negentien jaar als – onofficieel – de machtigste man van het land had een blijvende indruk achtergelaten. Het financiële tijdschrift Moneyweek schreef in november 2025 over de in zijn ogen nog altijd relatief soepele opstelling van de Fed tegenover de markten: „We leven nog steeds in de schaduw van Greenspan.”
De onlangs aangetreden Fed-voorzitter Kevin Warsh werd na zijn eerste persconferentie al eenzelfde ondoorgrondelijkheid verweten als zijn verre voorganger. De economisch-politieke website Axios noemde het een Greenspanesque benadering: „Een centrale bank die meer wil zeggen door minder vaak te spreken.”


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/19103350/240626OPI_2034600752_Economist_Britain-is-not-yet-ready-to-rejoin-the-EU.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/23122337/230626VER_2034429308_.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/06/23195118/230626BIN_2034704888_1.jpg)






English (US) ·