John Williams van vóór hij Hollywood veroverde, Ceremony gooit het roer om en Overmono stelt teleur. Plus: Madonna en Kylie eindelijk samen

18 uren geleden 2

De Amerikaanse componist John Williams (94) groeide in de afgelopen halve eeuw uit tot de muzikale keizer van Hollywood. De meesten van ons kennen hem dus niet anders. Maar in de tweede helft van de twintigste eeuw was het beroep van filmcomponist nog niet zo prestigieus als tegenwoordig. En ook Williams – zoon van een sessiemuzikant in Hollywood – was zich hiervan bewust. Daarom probeerde hij eind jaren zestig ook een voet aan de grond te krijgen in de klassieke wereld.

Het Singapore Symphony Orchestra zette op een nieuw album twee werken die Williams toen voor het concertpodium maakte: het Essay for Strings (1965) en het Concerto for flute, strings and percussion (1969). Vooral in het soloconcert experimenteerde dertiger Williams er lustig op los. Hij kenschetste dit stuk als „de mysterieuze klanken van knappende takken bij het verkennen van een zelfbedacht mythisch woud”. In deze biologerende muziek vinden we niets van de melodicus, die hij nu is. Het werk klinkt ook nu nog uiterst grillig en modern.

Het Essay for Strings daarentegen is een duister en dramatisch stuk van tien minuten waar meteen beelden bij opdoemen.

Het Singapore Symphony Orchestra liet op eerdere albums – zoals het Butterfly Concerto – al horen dat het een bijzondere gave heeft voor die visuele kant van muziek. Dat geldt ook nu weer. Niet alleen bij Williams, maar eveneens in de stukken van twee andere filmcomponisten, zoals het klarinetkwintet Souvenir de Voyage van Bernard Herrmann, bekend van de Alfred Hitchcock-thrillers Psycho en Vertigo en de Orson Welles-klassieker Citizen Kane. Hans Sørensen maakte een orkestbewerking die de intieme atmosfeer behoudt en tegelijkertijd wat hitchcockiaanse suspense toevoegt: een juweel van – soms spookachtige – dromerigheid.

Ook het Blaaskwintet van Hugo Friedhofer is een ontdekking. Hij schreef het speelse kleinood voor een vijftal musici met wie hij in de filmstudio’s werkte. De Singaporese blazers geven het de glans die het verdient.

Joost Galema


Ceremony gooit het roer (maar weer eens) om en klinkt… ja, als wat eigenlijk?

„Sick of Black Flag! Sick of Cro-Mags!” blafte Ross Farrar zestien jaar geleden in de woeste punktirade ‘Into the Wayside, Part I / Sick’ over de grote voorbeelden van zijn (toen nog) hardcoreband Ceremony.

Je moet maar durven, zou je denken.

Maar ergens is het ook wel weer begrijpelijk. Want wat doe je als je het keurslijf van de muziek waarin je groot bent geworden steeds zwaarder als een molensteen om je nek voelt hangen en alle regels, kenmerken en codes beu bent? Punk ging toch juist om schijt hebben aan alles en altijd tegen de stroom ingaan?

Daarom gooit Ceremony al van begin af aan voortdurend het roer om. Het vijftal uit het Californische Rohnert Park maakt al twintig jaar telkens compleet andere platen en doet dat op Tell Me Your Dream voor de zevende keer.

Die reflex van hard- naar soft(er)core is zo oud als het genre zelf: oervader en Minor Threat-boegbeeld Ian MacKaye gaf ooit het goede voorbeeld met zijn invloedrijke band Fugazi die volgens hem moest klinken als „The Stooges die reggae spelen”. Maar de laatste jaren borrelen er steeds meer volgelingen op die gas en volume terugnemen en dan óók nog doorbreken in de mainstream: van de mierzoete regenboogcore van Turnstile tot de aanstekelijke new wave van High Vis.

Van de powerviolence (jazeker, dat is een subgenre-aanduiding voor chaotische hardcore met invloeden uit de thrash- en grindcore) waarmee Ceremony ooit de scene binnen denderde, is op Tell Me Your Dream niets meer over. De twee minuten durende woede-uitbarsting ‘Other Hells’ is het enige punknummer. Op ‘Death Destruction Mayhem’ – met een aanstekelijk, marcherend meezingrefrein („Fighting makes you feel strong, killing really turns you on”) – kun je weliswaar prima pogo’en, maar het is toch eerder postpunk.

De rest is… ja, wat eigenlijk? Indierock misschien? Wie het weet, mag het zeggen. In ‘Paradise’ of ‘Dark Summer’ presteert Ceremony het om Fontaines D.C.-er te klinken dan Fontaines D.C. zelf. Het quasi-ironische ‘LA-DI-DAAAA-DAA-DA’-refrein van ‘Antenna’ had ook van Murder Capital kunnen zijn. Maar ‘Madness’ heeft dan weer een slappende bas, galmende jarentachtig-gitaren en gonzende synthesizer. Wie dit genre kent, mag het zeggen.

Frank Provoost


Overmono klinkt soms heel goed, maar als geheel valt hun nieuwe album tegen

De twee Welshe broers achter Overmono zijn in een paar jaar tijd doorgestoten naar de bovenkant van de festivalaffiches. Tijdens het aanstaande Amsterdam Dance Event hebben ze zelfs een eigen avond in de gigantische Gashouder. Maar met hun grote talent om grote emoties naar de dansvloer te vertalen en duizenden mensen tegelijk een serotonine-rush te geven, is het een teleurstelling hoe Pure Devotion al snel aanvoelt als een sleur. 

Het album opent goed. Een knap verknipte sample van vergeten post-punkband Fast Relief jengelt in cirkels rond een halve melodie en een kick. Maar al snel worden de open ruimtes in de productie vervelend dichtgesmeerd. Tot een nerveuze kantjesmaaier van een synthesizer die maar niet aan wil slaan aan toe. Op ‘Knights in Shining Prada’ nemen de twee een afslag naar knorrende Franse electro. Daar wordt een zo kitscherig voorgedragen gedicht overheen gelegd, dat het bijna ondenkbaar is dat Overmono een paar jaar terug nog een prachtige spokenword-remix van ‘I Have a Love’ maakte. Vertraging wordt op het downtempo ‘Barum’ al snel verveling. Afsluiter ‘After the Rain’ is vooral euforisch omdat het, tja, de afsluiter is.

Er zijn nog steeds momenten dat het wél lijkt te gebeuren. De elektronische producties klinken bij vlagen uitzonderlijk goed. Soms gruizig, dan weer scherp, gelaagd. De schets ‘Anre’ met een scheutje van Kraftwerks ‘Computer Love’ is wat richtingloos, maar precies kort genoeg om mooi te zijn. Of een geluid als dat op ‘Even Angels’: nieuwsgierig makend hoe de vervormde steeldrum uit het outro op de muren van een club zal afketsen. Het gloeiende popliedje ‘Gem Lingo’, met een hoofdrol voor zanger Ruthven is een welkom hoogtepunt. Maar een enkel hoogtepunt, een knappe sample en wat opvallend mooi geproduceerde geluiden maken samen nog geen geslaagd album.

Ralph-Hermen Huiskamp


https://www.youtube.com/embed/8097aotVw80
Lees het hele artikel