Wie ooit vanuit de auto een donkere regenwolk boven een stad zag hangen terwijl het omliggende platteland droog bleef, heeft zich misschien afgevraagd of dat toeval was. Die gedachte blijkt helemaal niet zo gek. Wetenschappers dachten lang dat steden hun eigen regen creëerden. Maar nu blijkt dat het toch ingewikkelder ligt.
Het is hoe dan ook een belangrijke kwestie. Inmiddels woont het grootste deel van de wereldbevolking in stedelijke gebieden. Als steden daadwerkelijk invloed hebben op neerslag, kan dat gevolgen hebben voor alles, van wateroverlast en riolering tot woningbouw en infrastructuur.
Maar de vraag is dus of dat zo is en een nieuwe studie komt toch net tot een andere conclusie. Onderzoekers analyseerden regendata van vijftien van de grootste steden ter wereld, waaronder Sydney en Melbourne. Daarbij maakten ze gebruik van IMERG, een geavanceerd systeem van NASA dat wereldwijd regenval via satellieten in kaart brengt.
Wat bleek: boven stedelijke gebieden werd vaker regen geregistreerd dan boven het omliggende platteland. Opvallend genoeg ging het daarbij niet zozeer om hevigere buien. De satellieten registreerden vooral méér momenten waarop het regende.
Met andere woorden: in steden lijkt niet per se meer water uit de lucht te vallen, het regent er alleen vaker.
Dat lijkt eerdere theorieën te ondersteunen. Wetenschappers vermoeden al jaren dat steden door hun warmte, bebouwing en luchtvervuiling invloed kunnen uitoefenen op wolkenvorming en neerslag. Beton en asfalt houden warmte vast, gebouwen verstoren luchtstromen en kleine deeltjes in de lucht kunnen de vorming van regendruppels beïnvloeden.
Het verschil zit misschien in de manier van meten
Toch blijkt het verhaal niet zo eenvoudig. De onderzoekers ontdekten namelijk dat niet alle satellieten hetzelfde verhaal vertellen.
Moderne satellietmetingen combineren twee technieken. De eerste maakt gebruik van infraroodsensoren, die regen indirect afleiden uit de temperatuur van wolken. De tweede gebruikt microgolfsensoren, die veel directer kunnen vaststellen of er daadwerkelijk regendruppels en ijskristallen in wolken aanwezig zijn.
Toen de wetenschappers beide meetmethoden afzonderlijk bekeken, gebeurde er iets opvallends. Het effect van ‘meer regen boven steden’ verscheen vrijwel uitsluitend in de gegevens van de microgolfsensoren. In de infraroodmetingen was dat patroon nauwelijks zichtbaar.
Dat betekent niet automatisch dat de microgolfmetingen fout zijn. Wel suggereert het dat de manier waarop regen wordt waargenomen mogelijk een grotere rol speelt dan tot nu toe werd gedacht.
Leestip: Hoe warmer hoe natter: door klimaatverandering gaat het meer regenen
Meer satellieten, meer geregistreerde buien
Daar komt nog iets bij. Het aantal satellieten dat met microgolfsensoren werkt, is de afgelopen twintig jaar flink toegenomen.
In 2001 waren er relatief weinig van deze satellietpassages boven steden, in 2023 was dat zeker twee keer zo vaak. En hoe vaker een satelliet langskomt, hoe groter de kans dat een korte of lichte regenbui wordt geregistreerd. Een buitje dat twintig jaar geleden volledig gemist werd, kan tegenwoordig door een van de vele passerende satellieten alsnog worden opgemerkt.
Volgens de onderzoekers kan dit gevolgen hebben voor langlopende klimaatstudies. Een deel van de toename in geregistreerde regenmomenten boven steden wordt mogelijk niet alleen door veranderend weer veroorzaakt, maar ook doordat onze meetapparatuur steeds beter wordt.
De vraag of steden hun eigen regen maken, is daarmee nog niet definitief beantwoord. Wel laat het onderzoek zien dat wetenschappers niet alleen naar de lucht moeten kijken, maar ook kritisch moeten blijven op de instrumenten waarmee ze die lucht observeren.
Wil je niets van Scientias missen? Volg Scientias op Google Discover dan zie je al onze verhalen!
Uitgelezen? Luister ook eens naar de Scientias Podcast:

1 uur geleden
1








English (US) ·