Sherman Libiee is gefrustreerd. Van alle kanten ziet de Arubaan hoe zijn veehouderij onder druk staat. Hij wijst naar de hekken rondom zijn stuk grond, die zijn vee niet goed beschermen. „Ik heb hier vierhonderd varkens en geiten, die voortdurend worden aangevallen door loslopende wilde honden. Vorig jaar zijn er 38 dieren gedood. En we krijgen nul compensatie van de overheid.”
De veehouder heeft ook last van het oprukkende toerisme. Er komen op Aruba jaarlijks 1,5 miljoen bezoekers, en die sector blijft maar uitdijen, merkt Libiee. „Deze cunucu (papiaments voor landbouwgrond) bestaat al sinds 1982, maar er vestigen zich hier steeds meer Airbnb’s die land pakken. Die klagen dan bij ons over stank of geluidsoverlast, omdat de haan ’s ochtends kraait.”
Libiee verkoopt varkens- en geitenvlees aan slagerijen en restaurants op het eiland. Maar hij weet niet of zijn bedrijf zal overleven. „We krijgen geen bescherming van de overheid, terwijl we maar een klein deel van de markt vormen. Jarenlang deden ze vrijwel niets voor boeren. En toen zei de minister vorige zomer opeens dat hij juist meer landbouw wil, en sla gaat verbouwen. Dat begrijpen wij niet.”
Op Aruba wordt, net als op de andere Caribische eilanden van het Koninkrijk, ruim 90 procent van het voedsel geïmporteerd. Boodschappen doen is duur: de prijzen liggen 40 procent hoger dan in Europees Nederland, terwijl de koopkracht lager is. Op de zes eilanden leeft gemiddeld een derde van de bevolking onder de armoedegrens.
Het Caribisch gebied is ook kwetsbaar voor wereldwijde prijsbewegingen. Sinds 2010 zijn sommige producten exorbitant in prijs gestegen, soms tot 140 procent. Volgens de lokale toezichthouder Fair Trade Authority zijn aardappelen, groenten en fruit op Curaçao zelfs vier keer duurder geworden. Door de stijging van de energieprijzen sinds de Iran-oorlog loopt dit snel op. King Cargo, de enige rederij die Curaçao en Aruba bedient, heeft de tarieven voor het containervervoer in april verdrievoudigd.
Zelf produceren
De huidige landbouwproductie op de Cariben komt nu vooral van kleine boeren, aldus een vorig jaar gepubliceerd VN-rapport. Hun productie is beperkt, maar belangrijk in tijden van nood, zoals tijdens de coronacrisis. De pandemie legde het toerisme, de economische motor van de Cariben, compleet stil. In 2020 was dit aanleiding voor de Wereldbank om een rapport te schrijven over hoe Aruba zelf meer voedsel kan produceren, ook om zo nieuwe banen te creëren en minder afhankelijk te zijn van toerisme. Dat advies was tweeledig: bied meer structurele steun aan kleine boeren, en ontwikkel daarnaast commerciële landbouw.
Aruba lijkt nu vooral voor de tweede optie te kiezen. Vorige zomer lanceerde minister van Economische Zaken Geoffrey Wever een plan om later dit jaar een glastuinbouwcomplex van dertigduizend vierkante meter te bouwen: het Agri-Innovation Park (AIP). Het idee is dat boeren hier kasruimte huren, om met de modernste technieken groente als tomaten, sla en spinazie efficiënt mogelijk te gaan telen.
Het AIP-project is slecht gevallen bij kleine boeren. Zij hebben het idee dat het AIP-project hen economisch buitenspel zet, zegt veeboer Jair Britten, voorzitter van de Comision Pro Cunukero Arubiano die 65 Arubaanse boeren vertegenwoordigt, twee derde van alle boeren op het eiland. Glastuinbouw vereist grote investeringen en technologische kennis, waarover kleine boeren niet beschikken, zegt hij. Ook is hij het oneens met het plan van de minister om gewassen voor horeca en export te produceren. „Waarom steunt men de bestaande boeren niet met subsidies, zoals in Nederland? Wij leveren voedzame groenten, zoals yams en yuca’s. En vlees. Stel je voor dat er straks een storm komt, en de schepen komen niet: wat ga je dan eten? Geen sla en garnering. Zo bied je geen voedselzekerheid.”
Britten heeft geen goed woord over voor het AIP. „Dit project lijkt te zijn opgezet vanwege het nieuwe landbouwfonds in Nederland. Je moet beseffen, dit zijn de Cariben. Als men geld ziet, zoals met het fonds uit Den Haag, dan duiken er piraten op die hun handje ophouden.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/01132005/010526ECO_2033424968_voedselzekerheid2.jpg)
Boer Sherman Libiee op Aruba.
Foto Robert SlagtHaagse subsidie
De Cunukeros-voorman doelt hiermee op de 24 miljoen euro die het kabinet-Schoof vorig jaar beschikbaar stelde voor de voedselzekerheid op de eilanden. In Den Haag groeit het besef dat de voedselproductie hier omhoog moet. Zes miljoen euro gaat als subsidie naar de eilandoverheden, waaronder ook Aruba, om de landbouw en infrastructuur te versterken. De overige 18 miljoen komt in een particulier fonds dat gunstige leningen biedt aan landbouwbedrijven. Het zogeheten CariFoodFund (CFF) zal als stichting vanuit Den Haag opereren.
„We verwachten dat het fonds eind dit jaar de eerste aanvragen zal beoordelen”, zegt Gerbert Kunst, vertegenwoordiger van Nederland op Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
Volgens Kunst is het CFF „vooral bedoeld voor lokale ondernemers op de eilanden zelf”, waarbij kleinere boeren in aanmerking komen voor „een mix van subsidies en leningen”. Landbouwbedrijven uit Europees Nederland kunnen deelnemen als ze zijn ingeschreven in een van de Kamers van Koophandel op de zes eilanden, en ze hier ook een bankrekening hebben. Het fonds is volgens Kunst gericht op „innovatie stimuleren, zodat boeren een slag maken in voedselteelt”.
Het is vooral de nadruk op innoveren en investeren die de kleine boeren op Aruba zorgen baart. Zij vrezen dat de financiële steun voor voedselzekerheid straks naar grote landbouwbedrijven zal gaan, waardoor zij uit de markt worden gedrukt. „Het voelt als een top-downproject”, stelt boerin en activist Kinsasha van der Bliek. „De minister houdt geen rekening met ons. Hij zegt de voedselimport te willen verminderen, maar hij importeert zelf een duur landbouwsysteem van beton en glas.”
In februari 2025 publiceerde Priva, een Nederlands bedrijf dat klimaatsystemen levert voor glastuinbouw, in opdracht van minister Wever een rapport over het AIP als „toekomstige kennis- en innovatiehub op Aruba”. Daarin wordt sterk ingezet op hightech kassen, die sterk geautomatiseerd zijn. Een woordvoerder van Priva zegt dat het bedrijf liever niet reageert op de keuze voor glastuinbouw van Aruba, en dat het „aan het ministerie is om hier commentaar op te geven”.
Kort daarna kreeg hetzelfde Priva van het CariFoodFund de opdracht een nulmeting naar de huidige landbouw op de zes eilanden te doen. Volgens de Arubaanse boeren is hier geen aanbestedingsprocedure voor geweest. Ook hier wil de woordvoerder van Priva niet op reageren, ook omdat „ons werk op de eilanden nu is afgerond”. Gerbert Kunst zegt dat Priva voor de nulmeting is gekozen „vanwege hun expertise”.
In oktober won het advies- en ingenieursbureau AAB uit Maasdijk, dat ook is gespecialiseerd in glastuinbouw, de tender van Aruba om het technisch ontwerp en de economische haalbaarheidsstudie van het Agri-Innovation Park uit te voeren.
Kassen onder doek
Er zijn vraagtekens over de keuze voor glastuinbouw omdat het door het warme klimaat op Aruba veel energie kost om kassen te koelen. Slechts een handvol boeren op Aruba gebruikt nu moderne technieken als hydroponics, een manier van telen waarbij de planten op water met voedingsstoffen in plaats van in aarde gekweekt worden.
„Hydroponics werkt op zich goed op de eilanden, want de grond is erg zout en je kunt het water hergebruiken”, zegt Janneke Grit, plantenfysioloog bij Wageningen University & Research. „Maar als de pomp niet elke dag aangaat, gaat het mis. Dit betekent dus 24/7 actie op je bedrijf. En dat zijn kleine boeren niet altijd gewend – ze willen dat niet allemaal.”
Grit deed onderzoek op Barbados, dat een voedselhub wil worden voor de Cariben. Op het eiland is vertical farming, het verticaal stapelen van gewassen, nu een hype. „Dat gebeurt in gebouwen of containers in meerdere lagen boven elkaar met LED-lampen, zonder daglicht. Het kost veel energie, terwijl zonlicht daar gratis is.”
Hightech landbouw levert niet per se meer op de Cariben, vindt Grit, al willen veel eilandbesturen het graag hebben. „Een leverancier uit Nederland denkt dan: ik verdien meer met zo’n moderne kas. Maar dat is niet altijd in het belang van het eiland, want ze missen daar het kennisniveau, en het klimaat is anders. Doe het dan liever simpel: gewoon plastic kassen, met veel ventilatie, en een simpel hydroponics-systeem. Daarmee produceer je al meer, zonder hoge bijkomende kosten.”
Ari Lichtenstein gebruikt hydroponics op een eenvoudige manier in zijn twee schermkassen bij Santa Cruz, waar hij tomaat en komkommer teelt voor winkels en versmarkten. Door de hitte is landbouw op Aruba sowieso lastig, zegt de boer, maar ook zijn marktpositie is kwetsbaar. „Enkele jaren terug verlaagden importeurs hun prijzen voor tomaat: toen kon ik mijn oogst weggooien.”
Lichtenstein krijgt er een concurrent bij, want het AIP zal straks vooral tomaten produceren. De boer heeft geen trek in deelname aan het project. „Ik gebruik al een modern systeem, dus wat heb ik aan glastuinbouw? Ze kunnen beter de kleine boer steunen. De overheid subsidieert water, maar doet verder weinig. Als wij vragen om logistieke hulp, zoals machines, lopen we tegen een muur van bureaucratie op. Zo kun je niet eens cactussen verbouwen.”
Made in Statia
Vijftig jaar terug produceerden de Caribische eilanden veel voedsel nog zelf. Sint Eustatius, dat vruchtbare vulkanische grond heeft, leverde tot de jaren zeventig groente en fruit aan omliggende eilanden. Met de opkomst van de olie-industrie en het toerisme, dat beter betaalde voor minder zwaar werk, zakte de landbouw in.
Het Statiaanse bestuur steunt kleine boeren actief. Op de lokale Made in Statia-boerderij wordt sinds dit najaar steeds meer groente geproduceerd, vertelt Kimani Kitson-Walters, landbouwmanager bij de gemeente. „Het bestuur liet een ervaren boer van Curaçao overkomen als adviseur. Er wordt nu veel groente aangeboden en de inwoners zijn er blij mee.”
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/01132014/010526ECO_2033424968_voedselzekerheid3.jpg)
Op de lokale Made in Statia-boerderij op Sint Eustatius wordt sinds dit najaar steeds meer groente geproduceerd.
Foto Robert SlagtDe vrijdagse versmarkt bij het slachthuis is druk. De komkommers, meloenen en paprika’s van Made in Statia lopen goed. Een pond tomaten kost hier drie dollar: ruim de helft goedkoper dan in de supermarkt, die Amerikaanse importgroente verkoopt. „De winkels krijgen leftovers aangeleverd, voedsel van lagere kwaliteit”, zegt Kitson-Walters. „Het meeste is ingevroren: dat kun je misschien een paar dagen bewaren. De groente van het eiland blijft twee weken goed, smaakt beter en is goedkoper.”
De gemeente legt nu ook bassins aan voor regenwater. Door de klimaatverandering valt er minder regen en dat maakt water op de eilanden duur. Ook is dit najaar met steun van de EU een pilotproject gestart waarbij groente wordt geteeld in de schaduw van zonnepanelen. „Dit is uniek voor de Cariben”, zegt Kitson-Walters. „De panelen beschermen planten en boeren tegen de felle zon. En je gebruikt de schaarse grond efficiënter.”
Het versterken van de Caribische voedselzekerheid draait vooral om de vraag wát je produceert, en voor wie. De Wageningse onderzoeker Peter Verweij, die sinds 2010 actief is in de Cariben, is positief over het landbouwfonds, al speelt er rond de wederopbouw van de landbouw volgens hem nog een andere kwestie. „Op de eilanden wordt relatief veel ongezond en sterk bewerkt voedsel gegeten, mede als gevolg van een beperkt aanbod en hoge prijzen.” Ruim zeventig procent van de Caribische Nederlanders kampt met overgewicht. „Je wil dus ook het lokale dieet veranderen. Dat vereist een omslag in denken.”
Wat er ook verbouwd gaat worden, hightech landbouw bevoordeelt volgens Verweij moderne bedrijven boven lokale kleinschalige bedrijven en initiatieven. „Onder lokale boeren leeft de angst dat ze geen toegang krijgen tot de nieuwe fondsen. Deze mensen kunnen niet investeren zoals grote partijen. Je moet dus een inclusieve mix ontwikkelen, en zorgen dat dit de gemeenschap versterkt en lokaal werk oplevert.”
NRC heeft de Arubaanse minister van Economische Zaken Geoffrey Wever meermalen tevergeefs gevraagd om een interview. Op een mail met vragen werd door zijn landbouwcoördinator niet gereageerd.


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/01195629/010526VER_2033444576_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/01193712/010526VER_2033444574_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/01140249/010526VER_2033438317_edwinkok1.jpg)






English (US) ·