Het waren – en zijn – intensieve dagen voor Edwin Kok. Hij is Landelijk Coördinator Natuurbrandbeheersing namens het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid. Een halfuurtje heeft hij tijd om met NRC terug te blikken op wat in meerdere opzichten een unieke week is. Nederland wordt geplaagd door de grootste golf aan natuurbranden in jaren. De branden in 2020 in de Deurnese Peel en De Meinweg waren weliswaar groter in omvang, maar relatief overzichtelijk. Deze week kwam, verspreid over het land, alles tegelijk. Donderdag rond 15.00 uur woedden in Nederland gelijktijdig vijf zeer grote branden, en tientallen kleine eromheen. Kok: „Dat is totaal anders dan wat we eerder gezien hebben.”
De situatie was zo tricky, zegt Kok telefonisch, dat Nederland donderdagavond voor het eerst in zijn herinnering een hulpverzoek indiende bij de EU in Brussel. Duitsland en Frankrijk gingen daar snel op in, waarop vrijdagmorgen „rond de dertig” bemande buitenlandse brandweerwagens de Nederlandse grens overstaken.
Hoe hard was buitenlandse hulp nodig?
„Als er donderdag nog een grote brand was bijgekomen, hadden we geen capaciteit gehad om die effectief te bestrijden. In ons coördinatiecentrum in Zeist kwamen we tot de conclusie dat we in dat geval nog een of twee pelotons tot onze beschikking hadden. Bij een grote brand stelt dat niets voor.
„Wat ook meewoog is dat we onze eigen mensen al dagenlang hadden ingezet onder zware omstandigheden. Sommigen hebben werkdagen van twintig uur gemaakt. Internationale inzet is ook nodig zodat onze eigen mensen tot rust kunnen komen. De Nederlandse brandweer is erg goed in flitskracht. Denk aan een groot gebouw dat in brand staat: daar ga je met heel veel eenheden op af, daar sta je dan vier à vijf uurtjes, en dan ga je weer terug naar de kazerne. Wat we deze week zien, vraagt meer om doorzettingskracht.”
Zijn we door het oog van de naald gekropen?
„Ik weet niet of je die bewoordingen moet gebruiken. Waar wij al langer voor waarschuwen is dat gelijktijdigheid een heel groot probleem is in Nederland. Als er meerdere grote branden tegelijk uitbreken, is het behelpen. Het is dan niet alleen krap wat betreft de basiseenheden, maar we hebben ook maar één helikopterteam. En twee handcrews. Die hebben nu ook al bijna twee dagen non-stop doorgewerkt. Dat piept en kraakt.”
Zegt het feit dat we buitenlandse hulp nodig hebben meer over Nederlandse tekortkomingen, of over de kracht van de Europese Unie?
„Vooral over dat laatste, wat mij betreft. We hebben donderdagavond een aanvraag gedaan, en voor middernacht was al duidelijk welke teams zouden komen, en dat ze hier om 10.00 uur vrijdagmorgen zouden zijn. Dit is precies waarvoor de Europese Civil Protection Pool [het Europese reservoir van noodhulp waar nu een beroep op is gedaan] is bedacht.
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/01133858/Edwin-Kok-fotograaf-Gerard-Voortman.jpg)
Coördinator natuurbrandbeheersing Edwin Kok
Foto Gerard VoortmanHeel veel water
„In Europa is de verdeling qua weer vaak zo dat als het in het noorden droog is, het in het zuiden nat is — en andersom. Dus als er in Zuid-Europa brand is, kunnen landen in het noorden bijstand verlenen. Nu zie je het omgekeerde. We hebben ook meerdere aanbiedingen gehad, en hebben gekozen voor de dichtstbijzijnde teams. Maar we hadden ook bijstand kunnen krijgen uit Zuid-Europa, waar het nu natter is.”
Hebben we in Nederland niet gewoon meer bluseenheden, -voertuigen en helikopters nodig? Door klimaatverandering zullen de omstandigheden voor brand steeds vaker steeds beter worden, waarschuwen jullie. Is het niet riskant om te gokken op buitenlandse capaciteit?
„Het is niet voor niets dat het Veiligheidsberaad een hele urgente oproep heeft gedaan naar het kabinet: wij hebben forse investeringen nodig voor de brandweer. De klimaatrisico’s nemen toe. We zien steeds meer hoogbouw en de energietransitie gaat ontzettend hard. Daar moeten we ons op aan kunnen passen. Het gaat trouwens niet alleen over meer spullen. We moeten onze capaciteit ook slimmer inzetten. We zijn het in Nederland bijvoorbeeld gewend om te blussen met heel veel water. In het buitenland wordt meer gewerkt met handcrews, die zijn gespecialiseerd in het weghalen van brandstoffen, door bijvoorbeeld boomwortels te verwijderen. Zo wordt verspreiding beperkt.
„Defensie beschikt over een supergespecialiseerde brandweer. Die brand in ’t Harde is ook keurig binnen de hekken gebleven”
„Het is ergens ook wel bijzonder dat er een enorm bedrag wordt geïnvesteerd in Defensie. Dat snap ik, er is immers ook een reëel risico — maar we zien ook allerlei andere risico’s op ons afkomen. En die risico’s hadden we voorzien. Waarom blijven investeringen in de civiele beschermingskant dan achter?”
Sterker nog: een groot deel van de natuurbranden ontstaat op defensieterrein, tijdens militaire oefeningen. Dat gebeurt vanuit collectief veiligheidsbelang, terwijl de collectieve veiligheid er nu juist door in het geding komt.
„Dat is een tegenstelling waar ik zelf niet zo’n fan van ben. Defensie heeft de afgelopen jaren honderden branden op die schietterreinen gehad. Ze beschikken over een supergespecialiseerde brandweer, zeker op het artillerieschietterrein [in ’t Harde] waar die hele grote brand was. Daar leren wij heel erg veel van. Die brand in ’t Harde is ook keurig binnen de hekken gebleven. Ja, het was een hele grote brand, met impact voor de omgeving, maar alle preventieve maatregelen hebben wel effect gesorteerd. Het frame dat Defensie een brand veroorzaakt en wij met de gebakken peren zitten ontbreekt aan nuance. Dat wil ik wel meegeven.”


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/01164405/010526VER_2033443017_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/01141913/010526ECO_2033395585_Colombia2.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/01132000/010526ECO_2033424968_voedselzekerheid.jpg)






English (US) ·