Als de aanwezigen de actiebereidheid kunnen vasthouden die afgelopen week werd getoond in Santa Marta, kan het klimaat er weleens een flink stuk mee opschieten. De Colombiaanse kustplaats was van vrijdag tot woensdag het podium voor de eerste internationale top over de uitfasering van fossiele brandstoffen. De 57 aanwezige landen vertegenwoordigen samen een derde van de mondiale uitstoot van broeikasgassen door het gebruik van fossiele brandstoffen.
Vanuit de deelnemers klinken opgewekte geluiden over de sfeer en de opzet van de bijeenkomst en ook veel meegereisde klimaatorganisaties toonden zich verheugd – heel anders dan na afloop van de afgelopen VN-klimaattoppen. „Santa Marta was een hap frisse lucht, de wind lijkt eindelijk te draaien”, zegt Shiva Gounden, hoofd van de aanwezige delegatie van Greenpeace in een reactie op haar website.
Het gebruik van fossiele brandstoffen is de oorzaak van het overgrote deel (75 procent) van de broeikasgassen in de atmosfeer. Desondanks zijn op de VN-klimaattoppen van de afgelopen jaren geen doelstellingen of deadlines in de slotverklaring opgenomen rond het uitfaseren van fossiele brandstoffen, dankzij enkele notoire dwarsliggers. Niet alleen klimaatorganisaties en kwetsbare landen die nu al lijden onder de klimaatverandering vinden dit stuitend, ook veel rijke landen en zelfs sommige olie- en gasproducerende landen zijn hier gefrustreerd over.
De grootste uitstoters – China, de VS, India, Rusland – waren er weliswaar niet bij in Santa Marta, andere flinke uitstoters waren er wel, zoals Duitsland, Canada, Mexico en Turkije. De aanwezigen vertegenwoordigen bovendien 20 procent van de productie van fossiele brandstoffen – onder meer productielanden Brazilië, Noorwegen en Nigeria waren present. Zij zijn gemotiveerd om na te denken over hoe ze kunnen stoppen met olie en gas, ondanks hun grote belangen rond ‘fossiel’.
De eerste winst is dan ook al het bestaan van de top zelf, zei de Colombiaanse klimaatminister Irene Vélez Torres aan het begin van de week. „Doordat hier alleen landen aanwezig zijn die vooruit willen, kan de discussie over fossiele brandstoffen eindelijk inhoudelijk worden gevoerd.”
Dat is voor een groot deel een discussie over financiën. Er was veel ruimte voor gesprekken over onder meer schulden en ‘fossiele subsidies’. Voor veel arme landen is hun schuldenlast een belangrijke reden dat de energietransitie moeizaam verloopt. Met name op het zuidelijk halfrond zien veel landen die fossiele brandstoffen produceren zich gedwongen die productie uit te breiden om hun schulden te kunnen afbetalen.
Lees ook
Een top die de impasse over het einde van olie en gas moet doorbreken
Schuldencrisis
„Er is een groeiende schuldencrisis in het mondiale zuiden”, zegt Tzeporah Berman, voorzitter van de Fossil Fuel Treaty, een organisatie die een verdrag probeert te bewerkstellingen om uitbreiding van olie- en gasproductie te verbieden, hierover tegen The Guardian. „Het is voor veel landen onmogelijk zich een transitie weg van fossiele brandstoffen voor te stellen met zo weinig financiële speelruimte.”
Het ging op de top ook over de sturende rol die centrale banken kunnen hebben. Kunnen zij schulden kwijtschelden als het geld dat zo vrijkomt in de energietransitie wordt geïnvesteerd? Onder welke voorwaarden zou zo’n debt-for-climate-swap een succes kunnen zijn? Het idee hiervoor is niet nieuw, maar het gesprek erover blijkt opener gevoerd te kunnen worden op een bijeenkomst waar niet direct geld op tafel hoeft te worden gelegd.
De moeite die het kost geld los te peuteren voor investeringen remt in rijke landen de voortgang van de energietransitie al behoorlijk af, en voor arme landen geldt dat nog sterker. Vooral aan het begin van transitieprojecten is veel geld nodig. Bij fossiel moet voor elke nieuwe lading brandstof opnieuw worden betaald, terwijl een windpark vooral veel geld kost als het wordt gebouwd: als het er eenmaal staat, is de wind gratis. De grote investeringen aan het begin maken dat onder meer de hoogte van de rente, waar centrale banken over gaan, veel invloed heeft op het rond krijgen van financiering.
In Santa Marta kwamen ook ‘fossiele subsidies’ en wet- en regelgeving die de energietransitie tegenwerken ter sprake. Landen moeten manieren zoeken om „de financiële zuurstof voor fossiele brandstoffen af te sluiten”, zei Nick Robins tegen The Guardian, het hoofd financiën van de denktank World Resources Institute en voorzitter van het overleg met topbestuurders en bankiers uit de financiële sector dat aan de officiële top vooraf ging.
Maar concreet geld werd dus niet toegezegd. Op de VN-klimaattop wordt vaak tot op het laatste moment verhit onderhandeld over vrij te maken bedragen. Dat was niet de opzet van deze top, het ging om het verkennen van mogelijkheden. In het donderdag gepubliceerde slotdocument van de top, de ‘co-host takeaways’, is wel opgenomen dat er verder gewerkt gaat worden aan de „financiële architectuur” die de energietransitie moet aanjagen.
Afbouw fossiele brandstoffen
Een tweede belangrijke afspraak in de ‘takeaways’ is dat landen gaan werken aan routekaarten waarin staat hoe en wanneer ze het gebruik van fossiele brandstoffen gaan afbouwen. Colombia maakte alvast plannen en ook Frankrijk kondigde in Santa Marta verrassend aan al een routekaart met deadlines voor zichzelf te hebben opgesteld. Het land wil in de energiesector steenkool uiterlijk in 2030 uitgefaseerd hebben. Met olie wil het gestopt zijn in 2045, met aardgas in 2050.
We willen het Saoedi-Arabië van de elektriciteit zijn voor Europa
„Nu het begin van de energietransitie is ingezet realiseren wij ons dat we een elektro-superpower willen zijn”, zei Benoit Faraco, de Franse klimaatgezant bij de presentatie van de Franse routekaart. „We willen het Saoedi-Arabië van de elektriciteit zijn voor Europa, en groene elektronen verkopen aan het VK, Ierland, Duitsland en andere landen.” Voor Frankrijk valt ook kernenergie onder groene energie. Nederland heeft nog geen routekaart, wel besloot de Tweede Kamer al in 2019 dat de kolencentrales uiterlijk in 2030 sluiten.
In Santa Marta was een grote rol weggelegd voor de wetenschap. Op de eerste dag van de conferentie werd de oprichting van een wetenschappelijk panel voor de energietransitie aangekondigd. Wereldwijd wordt veel onderzoek gedaan naar onderdelen van de energietransitie, maar een instituut dat de inzichten bij elkaar brengt en er adviezen aan vastknoopt was er nog niet. Het panel moet een variant worden van het invloedrijke wetenschappelijke klimaatpanel van de VN, het IPCC. Het nieuwe Science Panel for the Global Energy Transition, oftewel SPGET, laat zich helaas niet zo klinkend afkorten.
Pijnlijk maar waar is dat hogere kosten en importafhankelijkheid voor landen vaak belangrijkere drijfveren blijken om in actie te komen dan het klimaat. Want natuurlijk kwam ook de oorlog in Iran en de brandstoffencrisis die daarvan het resultaat is veelvuldig aan bod in Santa Marta.
Eurocommissaris van klimaat Wopke Hoekstra, ook aanwezig op de top, noemde de crisis een realiteitscheck. „We verliezen in Europa een half miljard euro per dag, zolang deze oorlog voortduurt. Klimaatactie was al een heel goede reden voor deze transitie, maar nu hebben we er ook commerciële redenen voor, en redenen van onafhankelijkheid.”
De Colombiaanse president Gustavo Petro gaf op de derde dag van de conferentie een snoeiharde speech. „De wereld wordt bedreigd door een zelfmoorddadig kapitalistisch model dat leidt tot oorlog, fascisme en de potentiële uitroeiing van de mensheid”, zei hij tegenover een volle zaal, casual gekleed in spijkerbroek en wit overhemd. Hij beschuldigde de fossiele brandstoffenindustrie ervan de overgang naar groene energie te belemmeren. „De vraag moet worden gesteld of het kapitalisme zich werkelijk kan aanpassen aan een energiemodel zonder fossiele brandstoffen.”
Nederlandse rol
Praten onder gelijkgestemden is leuk en het voelt goed, maar het is de vraag of dit ook verschil gaat maken. Zolang de grote uitstoters niet achter het afbouwen van fossiel staan zal het klimaat immers verder blijven opwarmen.
Nederland, medeorganisator van de top, benadrukte bij monde van minister Stientje van Veldhoven (Klimaat en Groene Groei, D66) de positieve rol die deze top desondanks kan hebben, bijvoorbeeld door invloed uit te oefenen op de jaarlijkse VN-klimaattop. „We willen een accelerator zijn”, zei Van Veldhoven op de slotbijeenkomst. „We willen de uitkomsten hier voeden aan de VN, we spreken daar ook over met de voorzitters die de VN-klimaattop eind dit jaar organiseren.” Tegen de zaal zei ze dat alle aanwezigen hun best moeten doen om verder te verspreiden wat er in Santa Marta is besproken, zodat de groep ‘welwillenden’ de komende jaren groeit.
De machtige, rijke landen hebben de koopkracht om een plekje aan boord van de Ark te bemachtigen
Een kopgroep die anderen verleidt om mee te doen kán goed werken. Overeenstemming in de internationale gemeenschap is de laatste jaren ver te zoeken, schrijft het Wereld Natuurfonds in een hoopvolle reactie over de top, en de aanwezigen in Santa Mara proberen met dit nieuwe model in elk geval de impasse te doorbreken. „In plaats van te wachten heeft deze coalitie een duidelijke richting aangegeven. Dat is in het verleden ook succesvol gebleken op het gebied van kernwapens en landmijnen: processen beginnen met kleine groepen en groeien met de tijd.”
Er is al een tweede editie van de brandstoffentop aangekondigd. Volgend jaar organiseren Tuvalu en Ierland de bijeenkomst, die zal plaatsvinden in de eilandstaat. Tuvalu wil dicht op de bal zitten, om vaart te houden in het proces. Dat is voor de archipel nog belangrijker dan voor veel rijke aanwezigen. „De machtige, rijke landen hebben de koopkracht om een plekje aan boord van de Ark te bemachtigen”, zei Maina Talia, klimaatminister van Tuvalu bij de bekendmaking van het nieuwe voorzitterschap. „Landen zoals Tuvalu, met een zeer beperkte capaciteit, moeten buiten de Ark blijven zwemmen.”
Als het aan Talia ligt wordt de inzet op de tweede editie verhoogd. „Bestaande internationale klimaatkaders zijn er niet in zijn geslaagd fossiele brandstoffen aan te pakken. Nieuwe juridische instrumenten – met duidelijke verantwoordingsplicht – zijn nu essentieel.”
Word concreet, is ook de oproep van diverse klimaatorganisaties. „In Tuvalu moet het gesprek veranderen”, zegt Gounden van Greenpeace. „We kunnen niet alleen meer ambitie tonen, we moeten bewijs leveren van de daadwerkelijke uitvoering. Santa Marta gaf de impuls, maar Tuvalu moet de plek zijn waar we die impuls omzetten in de praktijk.”
Lees ook
Tuvalu kan deze eeuw in zee verdwijnen, en wordt nu al onleefbaar. Wat gebeurt met de inwoners?


/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/01140249/010526VER_2033438317_edwinkok1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/01164405/010526VER_2033443017_1.jpg)
/s3/static.nrc.nl/wp-content/uploads/2026/05/01132000/010526ECO_2033424968_voedselzekerheid.jpg)






English (US) ·